Bekijk het origineel

De Bekering

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De Bekering

7 minuten leestijd

4.

Een nieuw leven

Bekering is een gave van de Heere Jezus Christus. Ze heeft haar oorsprong in Zijn sterven en opstanding.

Zo wordt in de brieven van Paulus gesproken van het met Christus begraven worden. En met Hem opgewekt worden. Over het afleggen van de oude mens en het aandoen van de nieuwe mens. Paulus bedoelt met deze uitdrukkingen niets anders dan de bekering.

Luther heeft dit verstaan. Hij wijst er op, dat de ware bekering bestaat in de afsterving van de oude mens en in de opstanding van de nieuwe mens. Negatief en positief. De bekering strekt zich over het hele leven uit.

En Calvijn wijst er nadrukkelijk op, dat de bekering bestaat in de doding van ons vlees en de oude mens en in de levendmaking des geestes valt ons te beurt door het deelgenootschap aan Christus. (Inst. III, 3, 9).

De Heidelbergse Catechismus spreekt, in dezelfde lijn, over de afsterving van de oude mens, en de opstanding van de nieuwe mens. In zondag 33 van de catechismus gaat het zowel over de eerste bekering, als over de dagelijkse bekering. Dat blijkt uit het verband. De echtheid van de eerste bekering moet uitkomen in de dagelijkse bekering. Dat is een doorgaande zaak. Een nieuw leven. Iedere dag moeten we bekeerd worden; ieder uur.

Dat nieuwe leven is een leven naar de wet van de Heere. Niet wettisch. Wel naar de wet. Die wet keuren we dan goed. We krijgen haar hartelijk lief. (Ps. 1 en Ps. 119). We hebben er vermaak in.

Na zondag 33 behandelt de catechismus dan ook de tien geboden. En vervolgens het gebed (het Onze Vader). De geboden kunnen nooit in eigen kracht gehouden worden. Daarom is het nieuwe leven een afhankelijk leven. De geboden mogen omgezet worden in gebeden. Het wordt een biddend leven.

De volmaaktheid wordt hier niet bereikt. Niemand is hier afbekeerd. Gelukkig als u dagelijks vraagt om bekering. Niemand groeit daar boven uit. Dat zou heel erg zijn; een grote vergissing.

Het nieuwe leven blijft een strijdend leven. Calvijn heeft hierover belangrijke dingen gezegd. Gods kinderen worden van de dienstbaarheid, van de heerschappij van de zonde bevrijd. Wel blijft er voor hen een voortdurende oorzaak tot strijd, niet alleen om daardoor geoefend te worden, maar ook hun zwakheid beter te leren kennen. In de wedergeboren mens blijft toch altijd nog een vuur van kwaad, waaruit onafgebroken boze begeerten voortkomen, die hem verlokken en prikkelen tot zonde. (Inst. III, 3, 10). In de heiligen is altijd zonde, totdat zij het sterfelijk lichaam afleggen.

De Heilige Geest is ons gegeven tot heiligmaking, om ons van onreinheid en bezoedeling te zuiveren en te brengen tot gehoorzaamheid aan de Goddelijke gerechtigheid, welke gehoorzaamheid niet kan bestaan, indien niet de begeerten getemd en onderworpen zijn .... (Inst. III, 3, 14).

Calvijn heeft belangrijke dingen gezegd over het leven van de bekering. Hij ziet het Christelijke leven als een leven van eenvoudigheid en matigheid. Dit heeft te maken met de manier, waarop je omgaat met de dingen van deze wereld. Hoe leven wij? Calvijn schrijft: het leven der vromen moet door eenvoudigheid en matigheid beheerst zijn, zodat in de gehele levensloop onafgebroken een zekere vorm van vasten zichtbaar is. (Inst. III, 3, 17).

Wanneer Calvijn het heeft over de bekering, spreekt hij van boetvaardigheid. Met hoe groter ijver men zijn leven onderzoekt (afmeet) naar de maatstaf van Gods wet, des te zekerder tekenen geeft men van zijn boetvaardigheid (bekering). Daarom roept de Geest, wanneer Hij ons aanspoort tot boetvaardigheid, ons dikwijls......tot de geboden

der wet......(Inst. III, 3, 16).

Evenals de haat jegens de zonde, die het begin is der boetvaardigheid, voor ons de eerste toegang opent tot de kennis van Christus, Die Zich aan geen anderen vertoont dan aan ellendige en terneergeslagen zondaren, die zuchten, bekommerd en belast zijn, hongeren en dorsten, en van smart en ellende verkwijnen (Jes. 61 : 1; Matth. 11 : 5; Luk. 4 : 18), zo moeten wij streven naar de boetvaardigheid zelf, ons ganse leven ons op haar toeleggen en haar tot het einde toe najagen, indien wij in Christus willen staande blijven. Want Hij is gekomen om zondaren te roepen; maar tot bekering (Matth. 9 : 13; Hand. 3 : 26; 5 : 31). Hij is gezonden om onwaardigen te zegenen; maar opdat een ieder zich bekere van zijn boosheid. (Inst. III, 3, 20).

Het leven van een christen is een voortdurend streven en een voortdurende oefening om het vlees te doden, totdat het geheel gestorven is en de Geest de heerschappij in ons heeft. Daarom is Calvijn van oordeel, dat diegene het meest gevorderd is in de heiliging, die zichzelf het meest heeft leren mishagen. (Inst. III, 3, 20). De boetvaardigheid is een gave Gods. (Inst. III, 3, 21).

Bekering is overtuiging en berouw. De zonden hoe langer hoe meer haten en vlieden. Het is ook een hartelijke vreugde in God door Christus, en lust en liefde om naar de wil Gods in alle goede werken te leven. Uit een waar geloof. Naar de wet van God. Tot Zijn eer. Dat is helemaal naar Gods Woord Begeert u ook voor de Heere te leven? Als het kon,zonder zonde?

Hebt u de Heere Jezus Christus nodig? Bent u aan Hem verbonden? Is het werkelijk uw hartelijke begeerte in Zijn genade te delen? In Zijn vergevende liefde? Begeert u voor Hem te leven? Hij zegt immers: zo iemand Mij liefheeft, die zal Mijn Woord bewaren. (Joh. 14 : 23). Dat gaat niet in eigen kracht. Daar is Gods hulp voor nodig. De psalmdichter bad: doe mij treden op het pad Uwer geboden. (Ps. 119 : 35)

Wij moeten bewaard worden voor de zonde. Niets is zo erg als de zonde. Ieder moment kunnen wij struikelen en vallen. Wij gaan alleen veilig, als de Heere ons goed vasthoudt. Bekering is noodzakelijk, ja onmisbaar. Anders gaan wij voor eeuwig verloren. Veel mensen hopen zonder bekering toch behouden te worden. Dat gaat niet!

In het laatste bijbelboek staat een ontzaglijk woord. “En zij bekeerden zich niet.“ Dat is vreselijk. (Openb. 16 : 9 en 11).

De oproep tot bekering blijft nodig. De Heere Jezus Christus heeft het evangelie niet gepredikt zónder op te roepen tot bekering. Hij sprak: bekeert u, en gelooft het evangelie. (Mark. 1:15). En: indien gij u niet bekeert, zo zult gij allen insgelijks vergaan. (Luk. 13 : 5). Zonder bekering kunt u niet behouden worden. U kunt het evangelie niet echt verstaan zonder overtuiging van zonde en oprecht berouw.

Waar niet gesproken wordt over de totale verdorvenheid van de mens, en de oproep tot bekering niet uitgaat, is men zeer oppervlakkig. Dat is geen eerlijke prediking van Gods Woord. Want in de bijbel wordt de mens getekend in zijn zonde-bestaan en in zijn verlorenheid buiten Christus. Niet om moedeloos te maken. Maar opdat de schuld erkend wordt. En zondaren de Zaligmaker nodig krijgen, voor bekering en vergeving. Bekering is het werk van de Heere. Daarom bad de profeet Jeremia: bekeer mij, zo zal ik bekeerd zijn, want Gij zijt de Heere, mijn God! (Jer. 31 : 18). Bidt het toch mee. Houdt aan bij de Heere. Zijn genadetroon staat nog open voor u. Bidt er iedere dag om. Onze God ontfermt Zich op ’t gebed.

Ik kan niet laten, te eindigen met een paar regels van Lodenstein. Hij schrijft: dat er geen bekering komt, is omdat de mensen hun bekering willen uitwerken door hun eigen krachten.

Laten we onszelf beschouwen, of wij bekeerd zijn, gelijk wij onszelf inbeelden, en waar anderen ons voor houden.

Ik wenste, dat ik en gij het daar allen eens voor namen, dat wij nog bekeerd moeten worden.

Zuidland.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 december 1988

Bewaar het pand | 4 Pagina's

De Bekering

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 december 1988

Bewaar het pand | 4 Pagina's

PDF Bekijken