Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Het jaar 1989 na Christus

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Het jaar 1989 na Christus

6 minuten leestijd

Het is een opvallende zaak, dat door niemand ontkend kan worden, dat onze jaartelling begint met de geboorte van Jezus Christus. Om maar bij ons werelddeel te blijven, overal begint men te tellen vanaf de geboorte van Christus. Wanneer het gaat over de visie op Jezus dan lopen de gedachten sterk uitéén. Maar dat is niet alleen buiten de kerk, maar zelfs binnen de kerk. Er zijn predikanten in ons vaderland, die ontkennen de maagdelijke geboorte, of de Godheid van Jezus Christus. Het Borg- en Middelaar-zijn komt niet aan de orde. Men ziet Jezus alleen als voorbeeld of als representant van een bepaalde groepering. Dat nu onze jaartelling bij Jezus Christus begint laat duidelijk zien de kerstening der volken in het verleden. Sporen van de christelijke religie zijn getrokken door de landen. De invloed blijkt in kerk en staat. Naast de zondagsviering kwamen er ook de christelijke feestdagen. Dagen, die we vandaag ook nog mogen bezitten en niet graag zouden willen missen. Immers op die dagen wordt een heilsfeit bijzonder onderstreept en in de verkondiging centraal geplaatst. Wat nu de jaartelling betreft vanaf Christus’ geboorte wordt niet overal meer die aanduiding zoals we die kennen gehandhaaft. In het Oost-blok spreekt men nu duizend of tweeduizend jaar voor ‘onze tijd’. Door zo te spreken wordt duidelijk de naam van Christus als middelpunt en keerpunt van de wereldgeschiedenis geschrapt. Een ontzettende werkelijkheid. Een werkelijkheid die verwacht kan worden van een antichristelijke macht. Nu wordt die machtswerking ook almeer merkbaar in de vrije wereld, zelfs in ons vaderland. Veel in kerk en staat wijst daarop. Gode zij dank behoort het verleden (nog) niet tot het verleden. Alhoewel ds loslating van de christenheid onder ons volk zich doorzet. Er wordt mee afgerekend. De normen en waarden van de christelijke religie doen het niet meer. De vrije dagen, zondagen en feestdagen, worden gevuld en doorgebracht naar willekeur. Ook de nieuwjaarsdag wordt eigentijds gezien en doorgebracht. In christelijke kringen worden ook kenteringen zelfs kantelingen gezien. Men heeft een eigen visie op zon- en feestdagen. En naar het zich laat aanzien komt daarin in 1989 geen verandering ten goede. De uitholling van die dagen en de zelfbepaling van het doen en laten op die dagen zijn ‘in’ geworden. In vele kerken trekt een normale dienst op de tweede feestdag niet meer. Men is tot afschaffing gekomen van de derde dienst, of men overweegt het, daar een alternatieve dienst het ook niet lijkt te doen.

En wat de zondagavonddiensten betreft, die laten wat de opkomst betreft een groot verschil zien met de morgendienst. En hoe wordt het beoordeeld? Hoe wordt het ingeschat? Verschillende antwoorden liggen voor handen. Er is uiteindelijk maar één antwoord voor te geven. Het leven klopt niet in de dienst. Want wanneer het Woord het doet in het leven, dan kan men niet buiten de verkondiging van het Woord. Waar de Heere werkt door Zijn Woord en Geest, daar spreekt en trekt de zondag bijzonder. Men is dan present, wanneer er kerk is. En bij ziekte, of oppas is men in gedachten in de samenkomst van de gemeente. In het gebedsleven hebben de diensten ook een belangrijke plaats. Het leven wordt ook gericht op de psalmen, die spreken van de Heere en Zijn dienst. Onder die psalmen neemt psalm 84 een eigen plaats in. In de eerste verzen al spreekt eigen leven. “Hoe liefelijk zijn Uw woningen, o Heere der heirscharen. Mijn ziel is begerig en bezwijkt ook van verlangen naar de voorhoven des Heeren; mijn hart en mijn vlees roepen uit tot de levende God”.

Geliefd, liefelijk waren de woningen des Heeren in het verleden. In het heden is het op zondag niet anders. Dan is er geen gedwongen kerkgang, geen kerkgang uit sleur, maar uit behoefte. Men kan er niet buiten. Het oog gaat open, almeer open voor het wezen van de diensten en het hart wordt er opgericht. In de Oud-Testamentische woningen was veel, sprak veel! Maar het is vandaag niet minder, al kennen wij de ceremoniële dienst niet meer. De elementen van onze eredienst spreken en mogen werken in hart en leven. De Heere maakt er gebruik van. De Woorddienst, de dienst der gebeden, en daar hoort het zingen bij, de dienst der sacramenten en der offeranden zijn instrumenten in de hand van de Heilige Geest. Hoe goed, hoe aangenaam kan het zijn op zondag. Hoe nuttig, noodzakelijk het ontdekkende, vermanende woord van de Heere. Het plaatsmakende werk des Heeren, zodat er behoefte komt aan het verzoenende, plaatsbekledende, voorbiddende werk van de Heere Jezus en de gerichtheid van het leven op de bediening en doorwerking van de Heilige Geest. Want daarvoor is er het nader kennen van de genade van de Heere Jezus Christus, de liefde van God de Vader en de gemeenschap van de Heilige Geest. Het is niet tevergeefs als er door de weeks de gerichtheid is op de zondag. Wanneer de Woordbediening en de verkondiger ervan een ruime plaats hebben in het gebed.

Wat is het op zich een wonder, dat we in 1989 konden beginnen in de dienst. Dat op de eerste zondag van het nieuwe jaar dienst gehouden kon worden. Het is geen vanzelfsheid. Het is een gunst van de Heere. Het is ons door Christus arbeid gelaten. Want kerk en staat hebben het er niet naar gemaakt. Wanneer we komen tot een bij belse taxering van het kerkelijke leven, een bijbelse doorlichting ervan, dan kan niet één kerk zeggen: wij kunnen overeind blijven staan.

Men kan niet op zichzelf wijzen als voorbeeld voor leer en leven. Het ‘wij hebben gezondigd” zal beleden moeten worden, want wie zijn we en wie hadden we moeten zijn ook in 1988. Desondanks laat de Heere nog veel goeds. En we moeten met het ‘goede’ het jaar 1989 ingaan. Goede dingen in Reha-beams tijd (2 Kron. 12 : 12). Goede dingen in Nederland. De Heere late ze. Wat in de kanttekening staat: door de Heere aan Juda gelaten is treffend. “De Heere had, ondanks de zonde van afval en nalatigheid, laten spreken en werken: Zijn wet, het woord van Zijn profeten, de besnijdenis en wat van de zuivere godsdienst.”

In het jaar ohzes Heeren, bijzonder vanaf Christus’ geboorte, make de Heere rijk gebruik van de zondag. Het zij bijzonder Zijn werkdag. Onze binding aan die dag zij sterk. Onze behoefte aan die dag worde merkbaar. Er zij een leven naar die dag en een leven vanuit die dag. De zondag zij voor ons het middelpunt van de dagen. Het hoogtepunt van de week. De dag die de andere dagen beheerst. Dan wordt elke zondag, ja elke dag van het jaar gezien en beleden als een Godsgeschenk. Verdiend door de geboorte, het lijden, de opstanding van Christus.

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 januari 1989

Bewaar het pand | 6 Pagina's

Het jaar 1989 na Christus

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 januari 1989

Bewaar het pand | 6 Pagina's

PDF Bekijken