Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Voor de jeugd

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Voor de jeugd

Nehemia 71

9 minuten leestijd

“Voorts geschiedde het, als de muur gebouwd was, dat ik de deuren oprichtte, en de portiers en de zangers en de levieten werden besteld.

Beste jongelui,

We hebben het verloop tot hiertoe gehoord. De muren van Jeruzalem waren gebouwd, ondanks alle tegenstand die er was, van buiten en van buiten. Dit werk was door Gods alvermogen, Door ’s HEEREN hand alleen geschied.... Zo mogen we het wel zeggen. Ja, zo móeten we het zeggen. Want God heeft daar mensen voor gebruikt. Doch dat waren dan alleen maar gebruiksvoorwerpen in Gods heilige handen. Zo heeft Nehemia het zelf gezien. Het was een zo krachtig werk van God, dat zelfs de vijanden het moesten zien. Denk maar aan wat Nehemia daaromtrent heeft verhaald in Neh. 6 : 16b: “want zij merkten, dat dit werk van onze God gedaan was”.

Wij kunnen daaruit leren dat God Zijn werk, Zijn kerk in stand houdt. Daar is in de loop der eeuwen al heel wat op af gekomen. De kerkgeschiedenis kan dit een ieder leren. De wereld moet het zelfs heden ten dage nog bekennen, dat de kerk een onuitroeibare zaak is. Denk maar aan de kerk achter het ijzeren gordijn. Daar hebben jullie natuurlijk allemaal wel eens van gehoord. Daar wordt men altijd nog vervolgd. De kerkgebouwen, voor zover die er nog zijn, worden gesloten of gesloopt. De christenen worden op alle mogelijke wijze achteruit gezet. Het werk wordt hen ontnomen, of de minste banen, daar moeten zij genoegen mee nemen. God dienen, overeenkomstig Zijn Woord, doet hen haaks op de wereld staan. Niet weinigen zijn.in strafkampen ondergebracht, omdat zij niet zwijgen kunnen van die enige Naam, Die onder de hemel tot zaligheid gegeven is, en waardoor wij moeten zalig worden. In het z.g.n. vrije westen kunnen wij het ons nauwelijks voorstellen, wat er in het nabije oosten allemaal aan de hand is. Verdrukking en vervolging! Dat is daar het deel dergenen die de Heere vrezen. Hoe zouden wij het maken als het bij ons zo gelegen zou zijn? Een vraag, die een ieder zich wel serieus mag stellen. Want het “christen zijn” kost ons niets. Hoogstens des zondags “wat” in de zak.

Mogelijk dat er echter onder ons ook zijn, want het is vaak dichter bij dan men denkt, die het ook aan den lijve moeten ervaren, dat het niet op prijs gesteld wordt, dat men met de wereld niet mee kan, omdat men van de wereld niet is. Het is een bijbelse regel, dat men dan door de wereld gehaat wordt. Doch God houdt Zijn kerk in stand. En dan mag de hel “vrij woeden ”.... Zo heeft Luther het eens gezegd, en zo wordt het nog gezien.

Dit geldt niet allen de kerk, wat haar openbaring naar buiten betreft, maar ook het leven van de kerk naar binnen. Ik bedoel daarmee, dat elk kind van God, de verrader in de vesting tegenkomt. Dat is het boze vlees, dat vijandschap is tegen God. Dat wordt ook nooit bekeerd. Het onderwerpt zich der wet Gods niet. Mogelijk zijn dit vreemde zaken. Dan kan vrees het hart wel eens vervullen en de vraag doen opkomen: Zou ik wel bekeerd zijn? Zou de Heere wel een goed werk in mij begonnen zijn? Weet dan dat de strijd, die inwendig gevoerd moet worden, met je eigen ik, daar wel eens een bewijs van zou kunnen zijn. Want er is niet één kind van God, dat de strijd in het leven bespaard blijft, al heeft de een daar meer mee te stellen, dan de ander.. Weet dan dat waar blijft:


De HEER’ zal in dit moeilijk leven
Zijn gunst- en erfvolk nooit begeven....


Voorts.... zo begint hoofdstuk 7. Dat wil zeggen: Het leven staat niet stil. Het heeft elke dag weer zijn vervolg. Zo heeft Nehemia het ook beleefd. Hij kon denken: De muren staan overeind. De stad is omringd. Ons kan nu eigenlijk niets meer gebeuren. Hij kon nu wel op zijn lauweren gaan rusten.

Dat komt in de geschiedenis van de kerk voor. We kunnen denken dat organisatorisch alles in orde is. De zuivere leer ligt vast in de belijdenisgeschriften. Daar valt niet aan te tornen. Dat houden we vast. We kunnen op onze standvastigheid en ons opkomen voor de zuiverheid, nog prat gaan ook. doch als het daar bij blijft, dan krijgen we een “kerk in ruste”. En daar maakt de vijand gebruik van. Die heeft liefst maar met “een kerk in ruste” te doen. Dat zijn dan de zeker wonenden op de berg van Samaria. Ik hoop dat jullie deze uitdrukking begrijpen. Ze is voluit bijbels. Ze is ook typerend. Zij geeft de gesteldheid van de kerk aan, als zij met “uiterlijkheden” tevreden is. Daar is de vijand echt niet zo benauwd van. Want uiterlijkheden zijn weinig meer dan waterverf. En jullie begrijpen wel, wat dat is. Want waterverf kan heel mooi zijn, zo lang het niet regent. Maar als er een bui komt, dan is het patroon gauw verdwenen.

Deze dingen begreep Nehemia heel goed. En daarom was hij niet tevreden met het feit dat de muren herbouwd waren. Vanuit de vreze Gods konden ze hem ook niet benauwd maken. Dat hebben we al meer gezien. Ze probeerden hem wel vreesachtig te maken, maar het lukte niet. Doch al vreesde hij dan niet, zelfs geen tienduizenden, dit deed hem zijn verantwoordelijkheid niet uit het oog verliezen. Daarom liet hij de poorten ophangen, die volgens Neh. 3 : 3 al gemaakt waren, doch nog niet op hun plaats gezet waren. Dat is nü allemaal heel zorgvuldig gebeurd. Want een stad zonder poorten, is nog een open stad. Daar kan de vijand heel gemakkelijk zijn intrek in nemen.

Poorten alleen garanderen zonder meer ook nog geen veiligheid. Daar moet ook de wacht bij worden betrokken. Nehemia neemt ook in dat opzicht zijn maatregelen. Want de poortiers, zangers en levieten werden besteld. Poortiers zijn poortwachters. Die moesten de poorten bewaken. Dat er ook van zangers en levieten gesproken wordt, houdt verband met de tempeldienst. Want de zangers traden daar op. En de levieten waren de helpers van de priesters. Dat wil m.i.z. heel eenvoudig zeggen, dat de dienst des Heeren ook gewoon door moest gaan. Niet iedereen kan hetzelfde doen. Ieder heeft in de stad Jeruzalem, waar ook de tempel stond, zijn eigen plaats. Zo was het in het oude testament. En zo is het met de kerk in het nieuwe testament ook gesteld. Je hebt kosters, die de kerkdeuren open en dichtdoen. Je hebt ook zangers, die de dienst des Heeren luister bij zetten. En levieten, die dienstwerk in Gods huis verrichten, op welke wijze ook, ontbreken ook vandaag niet. Wil je met je gedachten nog verder gaan, dan is dat ook geoorloofd. Want een koster z.m. redt natuurlijk de zaak niet. Het gaat allemaal, als het er op aan komt, over de geestelijke kant van de zaak.

En dan kennen jullie allemaal wel de uitdrukking van “wachters op Sions muren”. Dat zijn degenen die wakker moeten zijn, die uit moeten kijken, dat er geen vijanden ongemerkt de stad binnen komen. Zij moeten de kerk bij de zuiverheid van de leer zoeken te bewaren, zingen tot eer van God en alles wat er in Zijn koninkrijk verricht wordt, moet in geloof geschieden. Want zonder geloof, wat men ook doet, is het onmogelijk om Gode te behagen.

Over al degenen die opgeroepen waren om dienstwerk te verrichten, werden opzichters aangesteld. Nehemia gaf bevel aan zijn broeder Hanani.....Dat was er één van de twee.

Die Hanani, daar hebben wij vroeger ook al kennis mee gemaakt. Hij was de man die Nehemia kwam vertellen hoe droevig het gesteld was met de muren van de stad Jeruzalem, ja eigenlijk met heel de stad. Het was een man, die dus hart voor de zaak had. Als Nehemia zijn broer tot opzichter over het diensvolk aanstelt, is dat dus geen vriendjes politiek. Hij maakt er geen familiezaak van. Ik zeg niet dat dit nooit gebeurt. Doch deze gedachte mogen we hier geen plaats geven. Het ging er dus niet om, dat zijn broer nu een ere baantje kreeg, maar omdat hij een man was die liefde had tot God en Zijn zaak, en ook bekwaamheid om zijn taak uit te voeren. Dat laatste moeten we vooral niet vergeten. Want die op bijzondere posten worden gesteld, moeten ook bijzondere kwaliteiten hebben.

Dat kan ook van die andere gezegd worden, die luisterde naar de naam Hananja. De namen verschillen niet zoveel van elkaar. Ik geloof het ook zo wel te mogen zeggen in geestelijk opzicht. Omdat deze Hananja in het verhaal nog niet zo bekend is, wordt er bij vermeld dat hij een man geweest is van getrouwheid en Godvrezend boven velen. We kunnen daaruit aflezen dat deze man een zeer nauwgezet leven heeft gekend. Dat kan niet van iedereen gezegd worden. Ik wil voor ditmaal eindigen met de vraag, of het van ons gezegd kan worden? Het is toch wel een aan te bevelen zaak, dacht ik.

Met hartelijke groeten jullie aller vriend,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 februari 1989

Bewaar het pand | 4 Pagina's

Voor de jeugd

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 februari 1989

Bewaar het pand | 4 Pagina's

PDF Bekijken