Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Jeugdherinneringen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Jeugdherinneringen

7 minuten leestijd

Wie heeft die niet. De één heeft ze meer dan de ander. Bij de één spreken ze meer dan bij de ander. Bij het ouder worden, worden verschillende dingen uit de jeugdtijd nogal eens overdacht en besproken. Aan kinderen en kleinkinderen wordt dan dit, dan dat doorgegeven. Bepaalde omstandigheden doen ook denken aan. En levendig komen dan voorvallen voor de aandacht te staan. Zo verging het mij de afgelopen dagen. In gedachten stond ik naast mijn vader. Ongeveer 40 jaar heeft mijn vader zaken gedaan. Van maandag tot zaterdag was hij in de winkel bezig. Vele uren stond hij achter de toonbank. Bijzonder in de tijd, toen er nog geen vaste sluitingstijden waren. Voor de oorlog kon de winkel ’s zaterdagsavonds zelfs tot tien uur openblijven. Wat dan aan groenten en fruit over was, in de zomertijd bijzonder, ging voor weinig geld de deur uit, of werd weggegeven. Op die dag maakte mijn vader vele uren, want voor de opening van de winkel was mijn vader naar de markt geweest en die begon ’s zomers om vier uur en in de andere tijden van het jaar om vijf of zes uur. Vele keren ging ik mee in de vakantietijd. Het rijden met paard en wagen vond ik fijn. Maar waar ik bijzonder weer bij stilstond is het volgende. Hoe hard mijn vader ook moest werken, hoe druk hij het ook wekelijks had, de kerkgang op zondag werd niet overgeslagen. Geen kerkgang miste hij. Trouwens mijn moeder ook niet en zij wist ook wel wat werken was. In de tijd van bijbellezing werd er door de weeks ook tijd vrijgemaakt voor de dienst. Soms werd het werk ’s avonds na half tien voortgezet. Voor dit levensbeeld ben ik mijn ouders dankbaar. Het heeft veel bij mij mogen doen. Maar er is meer. Vader wilde eerlijk zaken doen. Die eerlijkheid heeft mij in de oorlog diep getroffen. Temidden van vele verleidingen mocht hij staande blijven. Wat ook aangeboden werd. Het werd alles afgewezen. Alles ging de deur uit voor de normale prijs of gratis. Wat ook voor mij ging spreken is dat vader zijn waar kende. Hij wist wat hij verkocht. Hij kon het aanbevelen. Ik hoor het het nog zeggen: “Mevrouw,.mijnheer, ik sta voor de kwaliteit in. Het is goed”. Aanbevelen wat goed is! Doorgeven wat goed is! Zo was het thuis. Zo ging het toe achter de toonbank. Nu mag ik zelf reeds vele jaren staan op de preekstoel. Bezig zijn in de werkplaats des Heeren. Staan in Zijn dienst. En doe ik het goed? Dat durf ik niet te zeggen. Maar wel mag ik en kan ik mijn vader nazeggen: “Het is goed. Ik kan het U aanbevelen”. “Ook uit ervaring”. Een zakenman, die zich inzet voor zijn klanten wil zijn waar kennen. Proeft zijn waar. Beproeft zijn waar. Gebruikt zelf zijn waar. Leeft van zijn waar. Immers zij vormt ook een stukje van zijn eigen levensonderhoud. Wanneer het nu gaat over het geestelijk leven, dan leeft, als het wel is, een predikant daar van harte bij. Want een predikant wordt niet vanwege het brengen van de leer zalig, maar slechts uit genade. Wat in de psalmen wordt gevonden, moet hem bekend zijn. Hij zal weet moeten hebben van zondeontdekking, van heilsbewerking en hemelse vertroosting. De woorden Gods moeten door zijn ziel heengaan en hem eigen worden. Bij de tekst psalm 34 vers 9: “Smaakt en ziet, dat de Heere goed is; welgelukzalig is de man, die op Hem betrouwt”, schrijft de bekende Schriftverklaarder Matthew Henry: “in de goedheid van God zijn beide de schoonheid en beminnelijkheid van Zijn wezen begrepen, alsmede de mildheid en de weldadigheid van Zijn voorzienigheid en genade en diensvolgens: a. Moeten wij smaken dat Hij een milddadige Weldoener is, de goedheid van God proeven in al Zijn gaven aan ons en deze er de geur en de zoetheid van achten, b. Wij moeten zien dat Hij een schoon Wezen is en ons verlustigen in de beschouwing van Zijn oneindige volmaaktheden. Beide door te smaken en te zien, doen wij ontdekkingen en hebben wij welgevallen. Smaakt en ziet Gods goedheid, neemt er nota van en neemt er de vertroosting van: Petrus 2 : 3. Hij is goed, want Hij maakt al degenen waarlijk gelukzalig, die op Hem vertrouwen; laat ons dan zó overtuigd zijn van Zijn goedheid, dat wij erdoor aangemoedigd worden om ook in de slechtste tijden op Hem te vertrouwen”. Heil de dienaar van het Woord, die dit verstaat en beleeft. Hij weet, waarover hij spreekt. Hij preekt niet zielloos. Hij mag op school zijn. Hij kent de Heilige Geest als Docent en de Heilige Schrift is zijn leerstof. En door de kracht, het licht en de leiding des Heeren geldt ook hem wat geschreven staat: “daarom een iegelijk. Schriftgeleerde, in het koninkrijk der hemelen onderwezen, is gelijk aan een heer des huizes, die uit zijn schat nieuwe en oude dingen voortbrengt”.

De derde zaak waar ik op gericht werd, was het leren van psalmverzen en geestelijke liederen op school. Dagelijks werd er gezongen. ’s Morgens en ’s middags. Aan het begin van de les en aan het einde van de les. Op het lesrooster stond voor elke week een half uur zingen aangegeven. Nu één van de geleerde liederen van het bekende: “de Heer is Mijn Herder”. Wanneer ik buiten de plaats moet zijn, dan wil ik graag tijdens het rijden luisteren naar gemeente of koorzang. Ook neem ik weleens voor onderweg een preek mee. Tijdens de rit van de week hoorde ik kinderen zingen: het lied van de Herder. “De Heer is mijn Herder! ’k Heb al wat mij lust; Hij zal mij geleiden. Naar grazige weiden. Hij voert mij al zacht’kens. Aan waat’ren der rust. De Heer is mijn Herder Hij waakt voor mijn ziel. Hij brengt mij op wegen. Van goedheid en zegen. Hij schraagt m’ als ik wankel. Hij draagt me als ik viel. De Heer is mijn Herder! Hem blijf ik gewijd; ’k Zal immer verkeren. In ’t Huis mijnes Heeren. Zo kroont met haar zegen. Zijn liefde m’altijd”.

Nu is het spreekwoord ons bekend: “jong geleerd, oud gedaan!” Nu was het voor mij zó: “jong geleerd, door genade werkelijkheid!” Wat ik op de lagere school leerde in de eerste klas, en op school veel zong, heeft de Heere waar gemaakt. En door Zijn trouw mag het vandaag nog zo zijn. Geestelijk en ambtelijk. Het: “’k Zal immer verkeren in ’t huis mijnes Heeren”, mag waar zijn naar twee zijden. Hoe groot is Zijn liefde. Aanbiddenswaardig Zijn roeping. Zijn roeping tot het ambt. De Heere houdt, wat geschreven staat in Jesaja 56. Het blijft staan, ondanks mijn ’zijn’ voor Hem. Goed waren de jeugdherinneringen. Het stukje onderwijs werke door. De Heere geve nog meer licht en inzicht in Zijn Woord. Want het Woord van dé Heere is het waard en U als gemeente bent het waard. En de vrucht zij: het gezamenlijk zingen!


Hoe wonderbaar is Uw getuigenis!
Dies zal mijn ziel dat ook getrouw bewaren!
Want d’ opening van Uw woorden zal gewis.
Gelijk een licht het donker op doen klaren
Zij geeft verstand aan slechten, wien ’t gemis
van zulk een glans een eeuw’ge nacht zou baren.

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 februari 1989

Bewaar het pand | 6 Pagina's

Jeugdherinneringen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 februari 1989

Bewaar het pand | 6 Pagina's

PDF Bekijken