Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Kwade samensprekingen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Kwade samensprekingen

7 minuten leestijd

“Dwaalt niet, kwade samensprekingen bederven goede zeden.”

De tekst, 1 Cor. 15 : 33, is een spreekwoord. Het is afkomstig van een heiden. Paulus gebruikt het om christenen een lesje te geven. Christenen kunnen dus van de heidenen nog wat leren. Wie deze les met ter harte neemt, zal in het oordeel de heidenen tegen zich op zien staan.

Ik begin meteen verhaal. Het is eigenlijk een gelijkenis. Neen, het is geen gelijkenis, direkt uit de bijbel. Wat we er door voor willen stellen is wel bijbels. Geef maar acht.

Stel je voor het lichaam van een mens. Een mens met een hoofd en een romp; armen en benen; een neus en een mond. Alles zit er op en er aan. Een kompleet mens dus.

Deze mens nu steekt zichzelf de ogen uit. Hij snijdt zichzelf de oren af. Hij hakt ook zijn benen in stukjes. Tenslotte gaan de armen er ook af. Hij sloopt zichzelf helemaal.

Een raar verhaal, zegt u. Wie doet dat nu? Zo iets doet toch geen mens. Wie gaat zichzelf nu slopen?

Een waar verhaal, zeg ik. Het gebeurt niet ver uit de buurt. Het gebeurt heel dicht bij. Let maar op. Let heel goed op. Geef vooral acht op uzelf.

“Dwaalt niet, kwade samensprekingen bederven goede zeden”.

De gemeente is ook een lichaam. Dat is bijbels. Het bestaat uit een hoofd en een romp: armen en benen; een neus en een mond. Alles zit er op en er aan. Het zijn grote leden en kleine leden. Oude leden en jonge leden Belijdendeen doopleden.

“Ja maar”, zegt u, “dat lichaam slacht zich zelf toch niet af? Nee, dominee, nu gaat u te ver. U bent.toch wel goed?”

Ja, ik ben gelukkig heel goed. Ik weet wat ik schrijf. Leg het a.u.b. niet naast u neer. Laat die”heiden”, wiens spreekwoord Paulus heeft gebruikt, onder de leiding van de Heilige Geest, ons tot lering zijn.

“Dwaalt niet, kwade samensprekingen bederven goede zeden”.

De leden komen bij elkaar. Overal zijn groepen. Ze spreken met elkaar. Wat wordt er besproken? Zijn het goede dingen, of zijn het kwade dingen? Goede dingen hoor je niet zo veel. Kwade des te meer.

Men komt bij elkaar.

Zeg, heb jij dat ook gehoord? Nee, wat bedoel je? Vertel eens wat. Anders is het zo saai. Ja, ik weet niet of het waar is, maar ze zeggen.... En dan komt er een verhaal over br. of zr. A. Het verhaal is niet gauw mooi genoeg. Het is ook niet gauw lang genoeg. Die het hoort, breidt er nog wel een stukje aan. Het wordt een soort sneeuwbal. Gaande groter, gaande mooier. Het wordt een levensgevaarlijke lawine.

Zeg, weet jij ook nog wat? Nee, ik hoor niet zo veel. Hoor je dan helemaal niets? Nou ja, zo is het ook weer niet. Helemaal niets, kan ik niet zeggen. Iedereen hoort wel eens wat. Daar wordt zo veel verteld.

Laatst was ik nog bij B. Daar is nog al heel wat aan de hand. Ik durf het haast niet te vertellen. Vertel het dan maar niet. Je maakt me overigens wel nieuwsgierig. Als je belooft, dat je het niet verder vertelt, zal ik het vertellen. Natuurlijk,daar kun je top hop aan. Ik kan geheimen bewaren. En dan wordt “op mijn woord van eer” de zaak weer publiek gemaakt, met heel veel vraagtekens of het wel de waarheid is.

“Dwaalt niet, kwade samensprekingen bederven goede zeden”.

Daar komt een jeugdige vriend. Hij heeft zijn brommer opgevoerd. De hele omgeving davert als hij aan komt racen. Hé joh, heb jij die voetbalwedstrijd ook gezien? Geweldig! Die kerel die kan er wat van. Het was een “moord” wedstrijd. Het verhaal is met grove woorden doorspekt. Doch dit dient om wat kleur te geven aan het geheel.

Moet jij ook altijd nog naar de kerk? Ja, ik moet wel, zegt de veertienjarige die aangesproken wordt. Doch ik vind één keer meer dan genoeg. Ik ben de zaak wat aan het afbouwen. Binnenkort ga ik helemaal niet meer. Ik heb er al lang de balen van. Je begrijpt niets van wat ze je daar allemaal vertellen. En je mag daar ook niets. Het wordt je gewoon benauwd. Binnenkort mij niet meer gezien. Ze bekijken het maar. Ik ga m’n eigen gang wel....

Verderop staat een groepje meisjes te giegelen. Zeg, lees jij wel eens, vraagt de een aan de ander. Lezen? Wat moet ik lezen? De bijbel soms? Dat doet mijn vader wel. Alhoewel dat ook al wat af gaat zakken. Want het wordt nogal eens overgeslagen. Ik geloof dat dat vrome gekwezel helemaal uit de tijd raakt. Nu, dat zal tijd worden ook. Wat heb je er eigenlijk aan?

Ik kijk liever naar de T.V. Een spannende film. Daar kun je van genieten....

“Dwaalt niet, kwade samensprekingen bederven goede zeden”.

Ik ga nog wel naar de kerk. Die dominee lijkt mij wel een aardige vent. Ik weet overigens niet, waarom het altijd zo lang moet duren. De kinderen worden het zat. Ze jagen ze allemaal weg. Daar is geen begrip voor de jeugd van tegenwoordig. Die kun je eenmaal niet zo strak meer houden. Je moet de teugel wat laten vieren. (Dat ze dan nog harder naar het verderf lopen, wordt vergeten).

Het zou niet zo moeilijk zijn, om nog meer gefantaseerde (werkelijke verhalen) op te dissen. Genoeg er van!

“Dwaalt met, kwade samensprekingen bederven goede zeden”.

Ja, ze bederven nog veel meer. Uiteindelijk gaan ziel en lichaam er voor eeuwig aan ten verderve!

“Dwaalt niet, goede samensprekingen kunnen de kerk bouwen”.

Waar hadden we het ook weer over? De kerk is een lichaam. Door “kwade samensprekingen” wordt het gesloopt. Door “goede samensprekingen” wordt het gebouwd. Worden die onder ons ook nog gevonden?


Komt, luistert toe, gij Godsgezinden.
Gij, die de HEER’ van harte vreest.
Hoort, wat mij God deed ondervinden.
Wat Hij gedaan heeft aan mijn geest.
’k Sloeg heilbegerig ’t oog naar Boven,
Ik riep de HEER’ ootmoedig aan;
Ik mocht met mond en hart Hem loven.
Hem, die alleen mij bij kon staan.


Om tot goede samensprekingen te komen, wil ik nog wel enkele regels doorgeven: De liefde zij ongeveinsd. Hebt een afkeer van de boze, en hangt het goede aan.

Hebt elkander hartelijk lief, met broederlijke liefde, met eer, de één de ander voorgaande.

Zijt niet traag in het benaarstigen. Zijt vurig van geest. Dient de Heere.

Verblijdt u in de hoop. Zijt geduldig in de verdrukking. Volhardt in het gebed.

Deelt mede tot de behoeftigen der heiligen. Tracht naar herbergzaamheid.

Zegent hen, die u vervolgen; zegent, en vervloekt niet.

Verblijdt u met de blijden en weent met de wenenden.

Weest eensgezind onder elkander. Tracht niet naar de hoge dingen, maar voegt u tot de nederige. Zijt niet wijs bij uzelven.

Vergeldt niemand kwaad voor kwaad. Bezorgt hetgeen eerlijk is voor alle mensen. Indien het mogelijk is, zoveel in u is, houdt vrede met alle mensen.

Wreekt uzelven niet, beminden, maar geeft de toorn plaats; want er is geschreven: Mij komt de wrake toe, Ik zal het vergelden, zegt de Heere.

Indien dan uw vijand hongert, zo spijzigt hem; indien hem dorst, zo geef hem te drinken; want dat doende zult gij kolen vuurs op zijn hoofd hopen.

Word van het kwade niet overwonnen, maar overwin het kwade door het goede.

Wanneer in deze geest “gesproken en geleefd” wordt, wordt het lichaam niet gesloopt, maar gebouwd.....tot een tempel van de levende God.

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 februari 1989

Bewaar het pand | 6 Pagina's

Kwade samensprekingen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 februari 1989

Bewaar het pand | 6 Pagina's

PDF Bekijken