Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Voor de jeugd

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Voor de jeugd

Nehemia 72

9 minuten leestijd

“En ik gal’ bevel aan mijn broeder Hanani, en aan Hananja, de overste van de burg te Jeruzalem; want hij was als een man van getrouwheid en Godvrezend boven velen; en ik zeide tot hen: Laat de poorten van Jeruzalem niet geopend worden, totdat de zon heet wordt, en terwijl zij daarbij staan, laat ze de deur sluiten, betast gij ze dan; en dat men wachten zette, inwoners van Jeruzalem, een iegelijk op zijn wacht en een iegelijk tegenover zijn huis.

Beste jongelui!

Wij vervolgen de geschiedenis van de herbouw van de stad Jeruzalem, zoals die ons in het boek Nehemia beschreven wordt. De muren zijn herbouwd. De poorten zijn op hun plaatsen gezet. De poortiers, de zangers en de levieten waren besteld. Ieder had binnen de muren van de stad en de tempel een eigen plaats. Daar werden ook opzichters aangesteld. De één was een broer van Nehemia, met name geheten Hanani. De ander was een overste van de burg te Jeruzalem. Een man van positie, grote bekwaamheid. Hij was ook een Godvrezend man boven velen. Dit staat enerzijds tot zijn eer er bij vermeld. Ik schrijf enerzijds, omdat de vreze des Heeren, die hem sieren mocht, geen werk was, dat uit Hananja zelf voortkwam. Doch het was een vrucht van Gods vrijmachtig welbehagen. De één wordt in het koninkrijk Gods met meer genade bedeeld, dan de ander. Daar is de Heere volkomen vrij in. Hij doet dat met opdat die Hananja met zichzelf te pronk zou gaan lopen, en een ander hoog tegen hem op zou zien. Want dit zou geen vrucht van genade geweest zijn. Als men met veel genade in het leven bediend wordt, dan zal juist diegene, die daar in delen mag, zich klein gevoelen. Want het bezitten en beleven van genade, maakt nooit grote mensen, wel kleine mensen. Hoe zou men met genade in zichzelf groot kunnen worden? Wat zou men roemen over zaken, die men alleen maar gekregen, en niet verdiend heeft? Wie dan roemt, zal het alleen maar in de Heere kunnen doen.

Deze twee edele lieden, want zo mogen we hen toch wel noemen, waren tot opzichters aangesteld. Zij moesten toezicht houden op hen, die tot mindere werkzaamheden geroepen waren. Mogelijk vragen jullie: Waar moesten zij dan op toe zien?

Nu, heel eenvoudig. Die poorten waren er wel, maar die moesten ook bewaakt worden. En dan mochten die poorten niet opengedaan worden, voor de zon heet werd. En zij moesten voor zonsondergang al weer gesloten worden. En als de poorten gesloten werden, moesten zij ze betasten. Dat wil gewoon zeggen, het moest nauwkeurig gekontroleerd worden, of de poorten wel goed gesloten waren. En als dat alles gebeurd was, kon dan een ieder rustig naar huis gaan? Ach neen. Want jullie begrijpen, gesloten deuren, zonder meer, garanderen nog geen veiligheid. Want het zou dan heel goed mogelijk zijn, dat de vijanden bij nacht kwamen om over de muur te klimmen. Daarom moesten er ook wachten uitgezet worden. Dat moesten inwoners van Jeruzalem zijn. Dus echte burgers van de stad. En dan moest een ieder de wacht betrekken voor zijn huis. Want de poorten waren natuurlijk niet vlak naast elkander gebouwd. Daar was een zekere afstand tussen. En als de wachten alleen

maar bij de poorten stonden, dan kon men op een afstand van de poorten nog over de muur klimmen.

De uiterste veiligheid, voor het welzijn van de stad, werd dus in acht genomen. Zo kunnen wij, hetsamenvattend, wel zeggen. Nehemia openbaart hierin ook zijn grote verantwoordelijkheid te kennen, die hij had voor diegenen, “waarvoor hij gekomen was, om iets goeds voor hen te zoeken”. Zie Neh. 2 : 10.

Dit is natuurlijk meer dan een stukje geschiedenis, zo als wij die kennen van onze vaderlandse geschiedenis. Ik zou ten deze kunnen denken aan Den Briel. Oude schoolboeken vertellen daar hele verhalen over. Hoe Den Briel eenmaal is ingenomen. Hoe de Spanjaarden verslagen werden, en hoe dapper de geuzen zich gedroegen. Kinderen luisterden daar met rooie oortjes naar. Het is allemaal heel interessant, en ook leerzaam. Want de vaderlandse geschiedenis, is ook geschiedenis, die onder Gods voorzienig bestel heeft plaats gehad. Want God bestuurt alle dingen. Ook in de tijd waarin wij leven.

Doch de bijbel is een boek van geheel andere aard. Hij verhaalt ons heilsgeschiedenis. Dat is geschiedenis die ons het verlossend werk van God ten opzichte van Zijn kerk laat weten. Jeruzalem is daar een beeld van. Daar hebben we al meer op gewezen. Vanuit dat gezichtspunt moeten iedere keer weer de lijnen getrokken worden naar deze tijd. En naar alle tijden.

Want de kerk heeft altijd zij n vijanden gehad. Daarom moet de kerk met muren omringd zijn. Dit tot beveiliging. Niet een ieder mag er zo maar in- en uitlopen. Want als de muren verbroken zijn, en poorten afgebroken en er geen wachters zijn, dan komt heel gemakkelijk “de wereld” de kerk in. En de wereld, zo moeten we in dit verband dit begrip verstaan, is Gode vijandig, en daarom ook Zijn kerk, Jeruzalem, vijandig.

Om de vijand buiten de stad te houden, moeten de poorten niet te gauw worden opengedaan en ook niet te laat gesloten worden. Dat moet niet allemaal nonchalant gebeuren, zo als je een deur dicht kunt doen, zonder te kijken of hij wel goed in het slot zit. Neen, het moet nauwkeurig gebeuren. Op de leer, zo zou ik het ook kunnen zeggen, moet nauwkeurig acht gegeven worden. Opdat dwalingen de kerk niet verwoesten en de rust verstoren. Degenen die de wacht betrekken moeten mensen van getrouwheid zijn. De leraars moeten met de vreze Gods bedeeld zijn. De ouderlingen en diakenen moeten op hun post staan. Zij moeten getrouw de wacht betrekken. Want juist als het donker is, is de vijand dubbel op de been. Daarom is juist in donkere tijden dubbele waakzaamheid geboden. En dan niet alleen bij de poorten, de kerkdeuren, maar ook bij de huizen. Het staat er niet voor niets bij, dat een ieder tegenover zijn huis op wacht moet staan. Naar alle kanten moet dus dag en nacht de wacht worden betrokken. Dat kan uit de twee hier boven afgeschreven verzen, duidelijk worden opgemaakt.

Dat ideaal en werkelijkheid ver uit elkander liggen, zal een iegelijk die het reilen en zeilen van het kerkelijke Jeruzalem kent, wel duidelijk zijn. Want de kerken liggen hopeloos verdeeld. Ieder heeft zo zijn eigen stadje. En een ieder vecht voor zijn eigen hofje. Het koninkrijk Gods wordt daardoor voor de “wereld” een belaching. De wacht wordt schier nergens betrokken. Tucht uitoefenen lijkt een onmogelijke zaak. De kerk is daardoor een verzameling van allerhande mensen geworden. De kerk zou de wereld moeten veroveren. Het tegendeel laat zich zien. De wereld verovert de kerk. Je moet het zo nauw niet meer nemen tegenwoordig. Het gaat meer om de kwantiteit, dan om de kwaliteit. Doch als er op de kwaliteit geen acht geslagen wordt, gaat dit ook ten koste van de kwantiteit. Met andere woorden, als we meer op de hoeveelheid letten dan op de hoedanigheid van het kerkelijk publiek, dan gaat de hoeveelheid ook slinken. Het gevolg is dan “kerkverlating”. Een woord dat tegenwoordig nogal “in” is.

De diagnose stellen van de ellendige gesteldheid van de kerk, is op zichzelf nog niet zo moeilijk. Doch het medicijn slikken is moeilijken Want het medicijn voorschrijven gaat ook nog. Dat is niets anders dan een wandelen in de vreze des Heeren, overeenkomstig het Woord des Heeren. Doch het slikken is niets anders dan zich bekeren. Dat is voor alle dingen noodzakelijk. Het staat niet voor niets wel honderd keer in de bijbel: Bekeert u....!

Wie de eis voelt klemmen, die God rechtmatig doen kan, zal ook de onmogelijkheid krijgen in te leven van des mensen kant, waardoor de eis wordt omgezet in een gebed: Heere, bekeer Gij mij, dan zal ik bekeerd zijn. God mocht het zó in ons aller leven, naar Zijn vrijmachtig welbehagen, werken. Als Hij het niet zou doen, dan kan men God niets verwijten. Als Hij het wel zou doen, dan is het enkel en alleen vrucht van vrije genade.

Het moet dan beginnen van binnen. Elke reformatie, waarover ook nog al eens geschreven en gesproken wordt, begint in het hart. Want het hart des mensen wordt, niet ten onrechte, ook vergeleken met een stad. Een opengebroken stad! De vijand loopt er in en uit. En als het hart voor alles en nog wat open staat, dan komt het de gezinnen ook binnen. En via de gezinnen, komt het in de kerken. Dat worden dan kerken met grafzerken. Het leven is er uit, en de dood is in de pot.

Zo lang deze dingen niet worden ingezien, gaat het al meer bergafwaarts. Dat daarom de bede in het hart zal mogen oprijzen, zoals Eliza het eenmaal deed voor zijn jongen: Heere, open zijn ogen dat hij zien moge. Want die bij ons zijn, zijn meer dan die bij hen zijn. Wie daar ogen voor krijgt, krijgt ook weer moed. Want de kerk is geen zaak van mensen, maar van God. Door alle menselijk falen heen, staat God toch voor de uitkomst in. En wat nu nog zeer onvolkomen is, zal eenmaal toch volmaakt zijn, als het nieuwe Jeruzalem van God als een stad uit de hemel zal nederdalen.

Zalig, wie het zo óók mag zien.

Jullie aller vriend,

N. B. Toen ds. Van der Ent dit artikel schreef wist hij al dat en wanneer hij in het ziekenhuis moest worden opgenomen. Hij is inmiddels geopereerd en zou maandag j.l. weer thuis komen. We hopen van harte dat er een voorspoedig herstel mag volgen en dat onze vriend zijn ambtelijke arbeid en ook zijn arbeid voor ons blad weer mag voortzetten. Als er in het volgende nummer van ons blad geen artikel van ds. Van der Ent voor komt is dat zeer te begrijpen. Belangstelling uit de kring van onze lezers zouden we zeer toejuichen. Al is het alleen door het zenden van een kaart.

Het adres van ds. Van der Ent is: Wildemaet-straat 1, 8081 AG Elburg.

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 februari 1989

Bewaar het pand | 6 Pagina's

Voor de jeugd

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 februari 1989

Bewaar het pand | 6 Pagina's

PDF Bekijken