Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Theodorus è Brakel en de verborgen omgang met God 3.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Theodorus è Brakel en de verborgen omgang met God 3.

8 minuten leestijd

In de vorige twee artikelen hebben we nagedacht over het leven van Theodorus a Brakel en over zijn denken weergegeven in zijn boek: Het Geestelijke Leven, uit 1648.

We willen nu verder gaan met het weergeven van enkele lijnen uit dit geschrift van deze dienaar van God uit de 17e eeuw.

Brakel wijst er herhaaldelijk op hoe nuttig het is voor het geestelijke leven om te mediteren over de persoon van Christus en dan met name Zijn lijden en sterven. In verschillende paragrafen zet Brakel de verschillende onderdelen van het heilswerk van Christus uiteen. Waarbij wij steeds weer Zijn liefde mogen bedenken, ons voor Hem hebben te verootmoedigen en door Hem vertroost worden. Hij begint dan met de instelling van het H A. door Christus, de benauwdheid van Christus in Gethsemane, de gevangenneming, en zo langs de hele lijdensweg met al de verschillende gebeurtenissen, tot en met de opstanding en tenslotte de hemelvaart van Christus.

Dat alles is dan voorwerp van de geestelijke oefeningen en meditatie.

Typerend voor a Brakel is de opvatting dat een kind van God geleid wordt tot in de derde hemel om, zoals hij dat noemt: de hoogste springader van zijn zaligheid te zien. Hij stelt dit niet als eis, maar dat het wel gebeurt dat sommige van Gods kinderen zo opgetrokken worden. Dan ziet een kind van God hoe God hem heeft liefgehad van eeuwigheid en zal liefhebben tot in eeuwigheid. Hij wordt zo in die liefde opgetrokken dat hij blijft rusten in die twee eeuwigheden, blz. 145. Dit is de hoogste trap, de vaste spijze, de derde hemel. Het zien op de liefde van het eeuwige welbehagen Gods. Elk is dat niet gegeven zo ver te kunnen zien en die het nu en dan gegeven is, ziet het niet altijd even klaar.

Soms worden verborgenheden aan de ziel getoond, die onuitsprekelijk zijn. Dan wordt hij overschaduwd op een onbegrijpelijke manier met kennis van God en van Zijn Zaligmaker Christus en de heerlijkheid Gods en de volheid Zijner goederen, die hij eeuwig zal genieten.

De wijze hoe men zo opgetrokken kan worden om bekend gemaakt te worden de rijkdom van Gods heerlijkheid, is een langzame groei, in de weg van de middelen. We hebben te overdenken onze ellende, de liefde van Christus en de liefde van God Drieënig.

Dan verlangt de ziel om altijd in die liefde te blijven. Hij bidt dat er niets tussen hem en de Heere en Zijn liefde in mag komen. De Heere kan Zijn kinderen op verschillende manieren vertroosten. Brakel stelt dat de vertroosting sterker is, naarmate het zoeken en begeren meerder zijn. Blz. 148.

Behalve de dagelijkse verborgen oefeningen is het nodig dat men de gehele dag door zoekt om de gemeenschap met God te behouden.

Hoe men dat moet doen stelt a Brakel op blz. 149 in 7 dingen:

- In gedurige gebeden en dankzeggingen.

- In gedachten en meditaties gedurende de dag.

- In de omgang met mensen door goede samensprekingen met de godzaligen en een voorbeeld te zijn voor ongelovigen.

- Onszelf te hoeden voor onnodig bedrijf in de wereld, dus buiten zijn beroep. We moeten ons bedwingen om allerlei nieuwtjes te willen horen.

- Altijd met een gehoorzaam hart voor God te wandelen. In alle ootmoed, liefde, nederigheid, zachtmoedigheid te leven.

- Alles wat wij doen, dat wij dat doen uit het geloof.

- Dat we in alles wat ons overkomt vertrouwen op Gods voorzienigheid en Zijn Vaderlijke zorg.

Brakel heeft zelfs een rooster opgesteld voor elke dag van de week en aangegeven hoe men dan over de Heere Jezus en Zijn werk kan mediteren. Brakel doet dan het volgende voorstel:

Maandag over de hemelvaart des Heeren en het zitten ter rechterhand van Zijn hemelse Vader. Dinsdag over Zijn Heilige ontvangenis en geboorte en de eer die God daarin toekomt. Woensdag over het leven van de Heere Jezus, hoe vriendelijk, lankmoedig en liefdevol Hij is. Donderdag de instelling van het H. A. als een pand, teken en zegel van Zijn liefde om ze des te beter Zijn liefde door de tekenen ons voor te stellen. Vrijdags Zijn lijden en sterven om daardoor de zonden te beklagen en Zijn liefde te bedenken. Zaterdag dat de Heere in het graf gelegen heeft en dat wij ook in het graf zullen liggen, dat wij moeten sterven.

De zondag is een aparte dag. Op die dag mogen we overdenken de opstanding van Christus en de heerlijke vruchten, die ons daaruit toe vloeien. Uitvoerig bespreekt a Brakel hoe wij de zondag hebben te besteden. We moeten niet minder vroeg opstaan, omdat het werk op de zondag nodiger is dan al het andere werk, gedurende de week. We behoren dan te overdenken het werk van de schepping, het werk van de verlossing en onze eeuwige heerlijkmaking.

Daartoe is de sabbath ingesteld: Exod. 20, Gen. 2, maar ook Joh. 20, Hand. 20, Openb. 1 en daarnaast Jesaja 66, Hebr. 4 : 9, Openb. 21. Daarnaast is de sabbath om Gods Naam en werk te prijzen en God te zoeken met verheugingen verblijding, Psalm 92. Blz. 156-164. Brakel legt in verband met de meditatie nadruk op het vasten, blz. 179. Om in de gemeenschap met God en Christus toe te nemen is nodig het vasten. Maar dan in het verborgene. Vele Schriftvoorbeelden worden gegeven: Blz. 180.

Doel van het vasten is niet enige verdienste, maar om beter God te kunnen dienen.

Vasten vernedert de mens. Vasten maakt het verstand scherper. De geest wordt losser en vaardiger om opgetild te worden tot God. Door vasten kunnen we beter onze verdorven natuur overwinnen. Vasten is een stilzwijgende belijdenis van zonden. Die nooit vast weet niet wat een weldaad het is dat God hem eten geeft.

Wie vast en bidt, en zich zo verootmoedigt voor God, die zal de vreugde van God in zijn hart ondervinden, psalm 4.

Uit genade belooft de Heere verootmoediging te verhoren, te belonen, maar dan niet uit verdienste, maar uit genade.

Praktisch zegt a Brakel op blz. 183: Wie denkt dat zijn lichaam er te zwak voor is eet dan maar wat minder. Op zijn sterfbed zegt a Brakel: Men kan zijn lichaam ook teveel te laste leggen. In verband met lichamelijke zwakte zegt Brakel, dat als iemand zwak is dan hoeft hij ook niet ’s morgens vroeg uit bed te gaan, maar kan zijn oefening op bed doen. Zelfs behoeven we niet aan een bepaalde vaste tijd gebonden te zijn wanneer we drukke en vele bezigheden hebben. Maar dat mag nooit reden zijn tot vleselijke traagheid. Blz. 29-32.

Het tweede deel van het Geestelijke Leven geeft een opsomming van de mogelijkheden hoe de Heere Zijn volk vertroost en verheugt. Uitgebreid gaat a Brakel in op allerlei geestelijke situaties waarin Gods kind zich kan bevinden. Het verschil in trap en mate van beleving komt aan de orde.

Brakel beschrijft, blz. 196, hoe een mens tot geestelijke blijdschap kan komen:

Om de ziel op te wekken te overleggen Gods liefde en barmhartigheid zo bedenkt aan de ene zijde uw eigen nietigheid en onwaardigheid en aan de andere zijde Gods vriendelijke en onbegrijpelijke liefde voor u en weegt die tegen elkander af. Dan ziende op u zelf wat gij zijt van nature, ook nu gij wedergeboren zijt, hoe gij het nu maakt, en dan weer op de liefde en de barmhartigheid, die God u bewezen heeft. Zo wordt de gelovige ziel daar soms door verslonden van liefde en verbaasd, over zo’n onbegrijpelijke liefde, dat de tranen hem uit de ogen lopen, blz. 200. Zo’n troost, overgave wordt gesmaakt, dat er niets is wat ons scheiden kan van de liefde van Christus. We roepen dan met Jakob uit: Ik ben geringer dan al deze weldadigheden, blz. 201.

Maar niet een ieder ontvangt evenveel genade in deze zaak. God moet de ogen ervoor openen. Want dit gaat onze natuur te boven. Allerlei aanvechtingen en vertroostingen worden beschreven.

Het Geestelijke Leven besluit met een opsomming van kenmerken waaruit de ziel kan opmaken of ook hij door God bemind wordt.

Tot zover enige gedachten uit dit boeiende boek van Theodorus à Brakel. Een volgende keer hopen we in een laatste artikel een voorzichtige beoordeling te geven.

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 april 1989

Bewaar het pand | 4 Pagina's

Theodorus è Brakel en de verborgen omgang met God 3.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 april 1989

Bewaar het pand | 4 Pagina's

PDF Bekijken