Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Voor de jeugd

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Voor de jeugd

Nehemia 78

8 minuten leestijd

“En Ezra, de priester, bracht de wet voor de gemeente, beide mannen vrouwen, en allen, die verstandig waren om te horen, op de eerste dag der zevende maand; en hij las daarin, voor de straat, die voor de Waterpoort is, van het morgenlicht tot op de middag, voor de mannen en de vrouwen en de verstandigen; en de oren des gansen volks waren naar het wetboek.

Beste jongelui!

Ik weet niet hoe jullie deze stukken lezen. Het is mogelijk dat je begint met de tekst over te slaan. Dat staat in de bijbel, dat weet je wel zo ongeveer (?). Je vindt dat op alle manier niet het belangrijkste. Wat er over geschreven wordt, interesseert je meer (?). Ik weet niet of ik op deze wijze bij een ieder op de juiste knop druk, doch dat er zulke lezers zijn, komt mij zeer waarschijnlijk voor.

Ik zou de zodanigen willen zeggen: Begin maar met goed de tekst te lezen. Want al heeft alles zijn verklaring nodig, de tekst is het Woord van God. En dat is altijd veel belangrijker, dan het woord van een mens. De tekst staat daarom ook niet voor niets vet gedrukt.

De vorige keer hebben we de aandacht er op gevestigd, dat Ezra niet alleen een schriftgeleerde was, maar ook een priester. De wet van Mozes, die hij als een schriftgeleerde voorlas, kon het volk alleen maar schuldig stellen. Gelukkig dat we in hem dan ook een priester ontmoeten, die voor de schuld van het volk de nodige offeranden brengen kon, tot voldoening van de schuld — al was het dan voorlopig — waardoor het aangezicht van God verzoend werd. Wat de verzoening betreft, was dat ook nog maar een zinnebeeldige. Daar de ware verzoening teweeggebracht is door Hem, in Wie alle drie de ambten: Profeet, Priester en Koning samenlopen. Dit ter overdenking nogmaals aan te halen, is niet overbodig, daar dit toch de zaken zijn, waar het altijd weer om draait. Want zonder wezenlijke voldoening is er geen verzoening mogelijk, en daarom ook geen zaligheid. Wie daarom prijs stelt op de zaligheid van zijn ziel, zal het niet verdrieten, iedere keer weer gewezen te worden, op die Enige Naam, Die onder de hemel tot zaligheid gegeven is, namelijk de Naam van de Heere Jezus Christus.

Als je de tekst goed gelezen hebt, kun je jezelf een voorstelling vormen van het geheel. Ezra, de schriftgeleerde, priester, zie ik in mijn gedachten komen. Hij is al een man op leeftijd. Hij heeft de boekrollen bij zich. Dat is het beschreven woord van God, voor zo ver het toen bekend was. Want het oude testament was nog niet kompleet en het nieuwe was er helemaal nog niet. Als hij aankomt, heeft men voor hem een spreekgestoelte gemaakt. Je moet je dat maar voorstellen in de vorm van een houten platvorm. Want als hij het spreekgestoelte beklimt, staat hij daar niet allen op. De tekst zegt ons dat er nog zes personen staan aan zijn rechterhand en zeven aan zijn linkerhand. Het is echt indrukwekkend. Veertien personen op een rij, met Ezra in het midden.

Voor hen bevond zich de ganse gemeente. Het was een grote gemeente: Mannen, vrouwen, en allen die verstandig waren om te luisteren. De menigte bestond dus uit jongeren en ouderen, kleinen en groten.

Als ik even in gedachten op dat hoge houten spreekgestoelte naast Ezra en de zijnen ga staan, en de menigte aanzie, dan lees ik de ernst van hun aller gezicht af. Zij praten niet. Zij hebben het niet over Ezra, dat hij toch al zo’n oud man is, en toch nog zo kras. Zij spreken ook niet over de mannen die naast hem staan, ter rechter en ter linkerzijde. Zij vragen niet aan elkander, terwijl de handen en vingers gebaren maken: Wie is dat? Ken jij hem? Of: Wie zou dat zijn? Waar komt hij eigenlijk vandaan? Wat is zijn positie in het leven? Dat zijn allemaal heel gewone vragen, die dagelijks gesteld worden.

Ik geloof als ik even de dingen zo voorgesteld heb, dat ik wel aardig beland ben in gedachten, in een kerkdienst anno 1989. Want al hebben wij dan doorgaans geen openluchtdiensten, de zaken die daar te Jeruzalem aanwezig waren, kun je toch ook bij ons aantreffen. Als je in de kerk komt, dan is daar een preekstoel. Dat is een verhoging, waar de “schriftgeleerde” op moet staan. Vóór de dienst begint, komt hij de kerk in, gevolgd door de kerkeraad, ouderlingen en diaken, en ieder neemt zijn plaats in. Het kan ook andersom gebeuren. Dat eerst de kerkeraad komt en daarna de predikant. Ik weet niet of het voor een ieder duidelijk is, dat ook “in deze orde” alles zijn betekenis heeft. Want in de kerkeraad zijn de drie ambten van Christus vertegenwoordigd. De ouderlingen vertegenwoordigen Zijn koninklijk ambt. De diakenen Zijn priesterambt en de predikant Zijn profetisch ambt. Als de ouderlingen binnenkomen, treedt, ambtelijk gezien, de Koning der kerk binnen. Als de diakenen daarop volgen, treedt, ambtelijk gezien, de Priester de kerk binnen. En als dan de predikant aankomt, treedt ambtelijk gezien de Profeet de kerk binnen. Hij wordt dan vooraf gegaan door een ouderling die hem bij de preekstoel een hand geeft. De ouderling wenst de predikant dan zegen en sterkte toe. Doch het houdt nog meer in. Want het heeft voor de gemeente de betekenis, dat de prediker optreedt in de Naam van de Koning der Kerk, dat is de Heere Jezus Christus. Zodat, als deze geachte voorganger gaat spreken, het maar niet een mens is, die de gemeente wat gaat vertellen, doch dat het de Heere zelf is, die via deze prediker, het woord tot de gemeente gaat richten.

Of deze zaken de ambtsdragers en de gemeenten altijd voor ogen staan, laat ik maar als een vraag open staan, aan het adres van hen die dit lezen. Doch de werkelijkheid is, zuiver gezien, wel zo.

De binnenkomst van de kerkeraad is dus een heel gewichtig gebeuren. En wanneer de prediker zijn plaats in neemt op het spreekgestoelte, met aan zijn zijde, of voor hem, de ouderlingen en de diakenen, dan is dit niet minder gewichtig.

Een volgende vraag is: Wat gaat er tijdens dit gebeuren in de harten en hoofden van allen die opgekomen zijn, om het Woord Gods te horen, om? Ik kan natuurlijk de gedachten van niemand lezen. Doch de mensen een beetje kennende, en ook mijzelf, ben ik er lang niet zeker van, dat een ieder met de nodige ernst bezet is.

Ik lees van de menigte, die op het plein voor de Waterpoort te Jeruzalem zich bevond; “En de oren des gansen volks waren naar het wetboek”. Er was geen geroezemoes, geen gefluister, geen gegiechel, geen gelag, geen onverschilligheid (wiens naam staat hiertussen?), doch de oren des gansen volks waren naar het wetboek. Niet naar Ezra, niet naar degenen die naast hem stonden, doch naar het wetboek. Dat is het boek, dat de Heere aan Mozes gegeven had. Dat was het beschreven woord van God. Naar die kant stonden hun oren open. Wat zou daar in staan? Wat zou de Heere ons, via Zijn Woord te zeggen hebben? Daar was men nieuwsgierig naar. En dan niet vanuit een blote nieuwsgierigheid, die er ook kan zijn, alleen om wat nieuws te horen, zonder zichzelf van het gehoorde ook maar iets aan te trekken. Neen, ik lees uit deze woorden een heiige belangstelling af. Zo in de geest van die bekende psalm: “Merk op mijn ziel, wat antwoord God u geeft....”.

Ik geloof dat in het geschrevene voor ditmaal wel weer de nodige lering zit. De vraag kan natuurlijk niet achterwege blijven: Hoe zitten wij in de kerk? Naar welke kant staan onze oren open? Bij niet weinigen staan ze helemaal niet open. Ze zitten dicht. Ze zitten wel in de kerk, maar zonder de minste belangstelling. Dat is natuurlijk heel erg. Daarnaast zijn er niet weinigen van wie de oren open staan naar de verkeerde kant. Allerhande boze stemmen kunnen in het hart worden vernomen, waar dan gretig naar geluisterd wordt. Het Woord van God gaat dan langs de oren heen. Dat dit niet deugt, behoeft met zoveel woorden niet gezegd te worden. Laat daarom deze vraag ten besluite, je vergezellen: Naar welke kant staan mijn oren open? En dat niet alleen in de kerk, maar altijd weer, elke dag!

Jullie aller vriend,

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juni 1989

Bewaar het pand | 6 Pagina's

Voor de jeugd

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juni 1989

Bewaar het pand | 6 Pagina's

PDF Bekijken