Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Een opmerkelijke ouderling 2.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Een opmerkelijke ouderling 2.

6 minuten leestijd

De zaak van de kerk en van het land ging Eeuwout Teellinck aan het hart. Samen met zijn broer dominee Willem Teellinck was hij aanhanger van de stroming in de gereformeerde kerk, die we aanduiden met de Nadere Reformatie, zo schreven we. De vertegenwoordigers van de Nadere Reformatie waren sterk beïnvloed door de puriteinen vanuit Engeland. Dat zullen we bij Eeuwout nog zien. Wat wilden de vertegenwoordigers van de Nadere Reformatie? Kort samengevat: Zij keerden zich tegen algemeen verbreide wantoestanden binnen de kerk, wilden doorwerking en verdieping van de Hervorming, alsmede een innerlijke doorleving van de gereformeerde leer, persoonlijke levensheiliging en heiliging van alle terreinen van het leven. Het zijn deze gedachten, die we in Eeuwout Teellincks geschriften steeds weer tegenkomen.

Naar de gewoonte van die tijd schreef Eeuwout pamfletten, kleine boekjes van circa 30 à 100 bladzijden. Hij heeft eigenlijk maar twee echte boeken van meer dan honderd bladzijden geschreven. Pamfletten werden in de 17e eeuw veel geschreven voor het gewone volk. Het was een machtig propagandamiddel om de mening van de mensen te beïnvloeden. De mensen hadden in die tijd immers nog geen beschikking over bijvoorbeeld de krant. De pamfletten van Eeuwout Teellinck hadden ook meestal veelzeggende namen. Het geschrift Bileam ofte den blinden Papist (1621) handelt over de onwetendheid en dwalingen van de rooms-katholieken. Zo gaat de Derde Clachte der Kercke (1618) over de dwalingen van de remonstranten. Daar klaagt de kerk dus over.

Eeuwout schreef bijna altijd onder een pseudoniem, bijvoorbeeld Ireneum Philalethius. Dat deed hij waarschijnlijk om zijn hoge politieke funktie niet in gevaar te brengen. Hij verklaart in één van zijn geschriften de naam Ireneus als “een man die de vrede liefheeft” en Philalethius als “een man die de waarheid liefheeft”.

Zijn pamfletten zijn ook diverse keren fel aangevallen door met name de voorman van de remonstranten Johannes Uytenbogaert. Deze heeft altijd gedacht dat hij met een predikant uit Amsterdam te doen had.

Zo stortte Eeuwout Teellinck zich in 1616 in de pamflettenstrijd tussen remonstranten en contraremonstranten. In felle bewoordingen (dat was ook de stijl van die tijd!) hekelt hij de leer van de remonstranten. Door het optreden van de remonstranten “waggelde het land als een hutte”.

Aanvankelijk had Eeuwout Teellinck nog verwachting gehad van de remonstranten. Deze mensen wilden, zo zeiden zij, een echt christelijk leven leiden overeenkomstig de wet van God. Dit sprak hem bijzonder aan omdat hij, als aanhanger van de Nadere Reformatie, vond dat het hier nu juist aan markeerde in de gereformeerde kerk. “Maar”, zoshcrijft hij, “toen ik van hun ideeën nader kennis nam zag ik het grote gevaar in deze leer”. Bovendien stelde de levensheiliging van de remonstranten hem diep teleur. Nee, deze leer moest verwijderd worden uit de kerk.

Hij roept de remonstranten op om zich onder de tucht van de kerk te stellen. Heel mooi schrijft hij over de kerkelijke tucht. Hij noemt de tucht en de kerkorde in Clachte der Kercke“ vesten ende toorens” van de kerk. Het zijn de enige middelen om het heilige van het onheilige binnen de kerk te scheiden. Het wezen van de tucht is echter om mensen te behouden, niet om te verderven. De remonstrant haat de tucht, volgens Teellinck, maar dan zien we de tucht verkeerd. Tucht wil de verkeerde leer of het verkeerde leven bestrijden en zuiveren maar de dwalende mens behouden.

Het is bekend dat de remonstranten bang waren voor een nationale synode, omdat dan hun leer waarschijnlijk veroordeeld zou worden. Nu moest een nationale synode in die tijd bijeengeroepen worden met behulp van de overheid. Daarom schroomt Teellinck niet om steeds maar weer de overheid op te roepen dit ook te doen. In Klachte des Vaderlants spreekt hij Maurits aan om de ware gereformeerde religie te beschermen. Hij herinnert Maurits aan zijn vader Willem van Oranje, die eveneens opgekomen was voor de gereformeerde religie. De overheid moet bedenken dat het tot haar taak behoort om de rust in de kerk te herstellen, de Zuivere leer te beschermen opdat men in heel het land een stil en gerust leven zou kunnen leiden. Onbeantwoord is tot nu toe de vraag, wat de oorzaken volgens Teellinck waren van de probleem-situaties in de kerk en in de staat. Waarom konden de twisten tussen remonstranten en contraremonstranten ontstaan? Als hoofdoorzaken noemt hij de zonden in de kerk en onder het volk en het slappe optreden van de overheid.

De gereformeerde kerk was vervallen, zo schrijft hij. Predikanten en kerkleden hadden wel de goede leer, maar ze leefden er niet naar. Er was sprake van een grote geestelijke onvruchtbaarheid in de kerk. Daar leed het volk en het land onder. Als predikanten en kerkleden een slordige levenswandel hadden en zich niet hielden aan Gods geboden, wat moest men dan verwachten van het volk? Volgens Eeuwout was deze onvruchtbaarheid er mede de oorzaak van dat de remonstranten met hun verkeerde leer waren gekomen. We herkennen hem hier weer als vertegenwoordiger van de Nadere Reformatie.

Zijn piëtistische visie komt ook naar voren als hij schrijft over de vele zonden onder het volk, zoals het dansen, vastenavond houden en de ontheiliging van de zondag. Het wordt bij het lezen van zijn geschriften wel duidelijk dat er bij de kerkleden van de gereformeerde kerk in het begin van de 17e eeuw nog veel oude roomse gebruiken te vinden waren, zoals de vastenavonden.

Tenslotte zondigde ook de overheid tegen de wet van God, aldus Teellinck. Zij beschermde niet genoeg de zuivere leer. Zij waarschuwde de ingezetenen te weinig tegen het gevaar van de rooms-katholieke leer. Zij trad ook veel te weinig op tegen de ontheiliging van de zondag. Om al deze redenen strafte God de Nederlanden met inlandse beroeringen.

Wie nu meent dat Eeuwout Teellinck alleen deze onheilstijdingen laat horen, vergist zich. Hij draagt allerlei oplossingen aan. De overheid moet haar ambt beter waarnemen, de openbare zonden tegengaan en zo snel mogelijk zorgen voor een nationale synode.

In Christelicke clachte van eenige godsalige luyden over hare onvruchtbaerheydt in het ware Christelicke leven geeft hij de geneesmiddelen voor de onvruchtbaarheid in de kerk, n.l.: vasten en bidden, meditatie, zelfonderzoek en het rechte gebruik van de geestelijke middelen.

Zo brak het jaar 1618 aan met daarin de door Eeuwout Teellinck zo felbegeerde nationale synode. Eeuwout stelt veel vertrouwen in de Dordtse Synode, “eene treffelijcke vergaderinge van de mannen Gods”. Hij hoopt dat, wanneer de leer nu gezuiverd zal worden er tegelijkertijd een opwekking zal komen in de kerk en onder volk en overheid om al de geboden Gods te gaan onderhouden en de ware godzaligheid bevorderd zal worden.

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juli 1989

Bewaar het pand | 6 Pagina's

Een opmerkelijke ouderling 2.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juli 1989

Bewaar het pand | 6 Pagina's

PDF Bekijken