Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Boekbespreking

14 minuten leestijd

De bijna Christen ontdekt door Mattheüs Meade.

Den Hertog b.v. - Houten.

De volledige titel luidt: De bijna Christen ontdekt of De valse belijder beproefd en verworpen, zijnde de inhoud van zeven predikaties, eerst gepredikt te Sepulchres binnen Londen en op aanhoudend verzoek van enigen door de druk algemeen gemaakt door Mattheüs Meade, bedienaar van het Heilig Evangelie aldaar, uit het Engels vertaald.

Al meer dan drie eeuwen geleden verscheen de eerste vertaling in het Nederlands. Daarna is het werk hier steeds weer uitgegeven. De schrijver leefde van ongeveer 1630 tot 1699.

De nieuwe herdruk heeft nu een kort Woord vooraf van drs. H. Florijn, ook een aanbeveling van de bekende Ds. A.P.A. du Cloux en een voorrede van de schrijver zelf.

Aan het einde van het werk vinden we een inhoudsopgave van 6 bladzijden. Meade behandelt in dit boek de volgende vragen:

1. Hoe ver iemand kan gaan in de weg ten hemel en nochtans maar bijna een Christen kan zijn?

2. Hoe en vanwaar het komt, dat velen zo ver gaan, dat ze bijna-Christenen worden?

3. Hoe komt het, dat velen maar bijna-Christen blijven, nadat zij het zover gebracht hebben?

4. Wat is de reden, dat velen niet verder gaan dan maar tot bijna een Christen te worden?

De eerste vraag wordt beantwoord in ongeveer 80 bladzijden. De antwoorden op de drie andere vragen zijn veel korter. Er volgt nog een toepassing van bijna 40 bladzijden.

De schrijver heeft het behoud van zondaren op het oog en daarom betoogt hij op allerlei wijze, dat men niet een bijna, maar een waar Christen moet zijn. In een afzonderlijk artikel willen we het laatste gedeelte van het antwoord op de eerste vraag overnemen. Dat lijkt ons van belang om een goed inzicht te geven in wat Meade schrijft en bedoelt. We kunnen hier volstaan met een warme aanbeveling. Het boek telt 160 bladzijden en kost gebonden ƒ 19,50.

Waartoe het oude testament, door dr. H. F. Kohlbrugge.

Uitgeverij De Groot Goudriaan, postbus 130, 8280 AC Kampen.

Kohlbrugge schrijft in een Voorbericht bij de eerste druk:

Wanneer ik met dit boekje iets tot stand gebracht heb, dan dank ik dit, naast God, aan mijn nu godzalige Vader, die, toen ik nog zeer jong was, tweemaal tot mij zeide: “als ge de vijf boeken van Mozes verstaat, verstaat ge de gehele Bijbel”. Alles wat de geliefde man tot mij zeide, maakte op mij de indruk, als sprak God door hem, zodat ik zijn woorden in mijn hart weglegde ook al misten ze voor het ogenblik de rechte toepassing.

Het vlijtig lezen van de boeken van Mozes, heeft van mijn jeugd af, vruchten gedragen en is de grondslag geweest voor het juiste begrip der Heilige Schrift. Zo zijn mij de Evangelisten en Apostelen uit de profetische geschriften duidelijk geworden en niet omgekeerd.

Hij schrijft dan verder hoe hij er toe gekomen is dit boek te schrijven.

Na een inleiding komen de volgende afdelingen:

1. Wat de Joden, tijdgenoten van de Heere Jezus en van Zijn apostelen, die Jezus niet aannamen, in het zogenaamde “Oude Testament“, dat is, in de boeken van Mozes en de profeten gevonden en, waarvoor zij dezelve gehouden hebben.

2. Uiteenzetting van de getuigenis dergenen onder de tijdgenoten des Heeren en Zijner apostelen, die niet slechts aan de Messias geloofd, maar tevens geloofd en erkend hebben, dat Jezus de Messias was.

3. Wat Mozes en de profeten voor Jezus Christus in de dagen Zijns vieses geweest zijn.

4. Waarvoor de evangelisten de boeken van Mozes en de profeten gehouden hebben.

5. Hoe zich de apostelen en hun medegenoten van de boeken van Mozes en de profeten bediend hebben.

In een Besluit zegt Kohlbrugge o.a. het volgende:

Van de taak, welke wij ons gesteld hebben, om het “Oude Testament” uit de Schriften der evangelisten en apostelen naar zijn wezenlijke waarde te schatten, hebben wij getracht ons op zodanige wijze te kwijten, dat het gezond verstand van zelf tot de gevolgtrekkingen komen moet, die wij uit de woorden des Heeren, van Zijn apostelen en van de evangelisten hebben gemaakt. Men zou bijna zeggen, voor zulk een eenvoudige, klare zaak, waren zo veelvuldige en herhaalde getuigenissen en bewijzen niet nodig; maar die weet hoe het thans in de wereld, voornamelijk in die der theologen en geleerden gesteld is; wie het bekend is, met welke een snode geringschatting en verachting dit heilige boek behandeld wordt, die zal ons geredelijk toestemmen, dat daar waar zulke vooroordelen in zulk een zaak zo algemeen bestaan, de lang miskende eenvoudige waarheid niet dikwijls genoeg voorgesteld, niet te dikwijls bevestigd en bewezen kan worden.

We zouden het gehele Besluit willen overnemen, omdat er een getuigenis van uit gaat, dat ook in deze tijd nog gehoord moet worden. Kohlbrugge schreef meer dan een eeuw geleden. Het is er niet beter op geworden in de theologische wereld en in de wereld in het algemeen. Daarom blijft het getuigen zoals Kohlbrugge dat hier doet van betekenis. We willen daarom dit boek van harte aanbevelen. Kohlbrugge eindigt als volgt:

De houding van onze Heere Jezus Christus, van Zijn jongeren en van de apostelen tegenover de Boeken van Mozes en de Profeten is echter in het geheel niet een willekeurige, enigermate uit joodse voorliefde ontstaan; en niet deswege stonden zij op de vervulling der belofte, omdat het voorzeggingen waren, maar omdat al deze woorden Gods door de Profeten het getuigenis van de gerechtigheid Gods, de belofte van Zijn heil in zich sloten. Dit getuigenis en deze belofte, - zoals die uit Gods mond op onderscheiden tijden en op velerlei wijzen door de Profeten, tot troost van alle volkeren in hun verlorenheid, verkondigd zijn geworden, - vervuld te zien en vervuld te weten, was datgene, waarom het hun ging; deze vervulling hebben de Evangelisten en Apostelen des Heeren aangetoond. bij haar is onze Heere gebleven in de dagen Zijns vieses, dewijl het de vervulling was van het getuigenis: Wat de mens is in zijn eigen-gerechtigheid en wat God voor mensen is naar Zijn rechtvaardigheid.

Het moet bijgevolg voor ons een onderwerp van het hoogste gewicht zijn, om daaromtrent duidelijke begrippen te hebben, hoe onze Heere Jezus Christus, en hoe Zijn Apostelen, door Hem onderwezen en door Zijn Geest verlicht, de Boeken van Mozes en de Profeten verstaan en opgenomen hebben. Wanneer ooit, dan is het in onze dagen nodig om deze Boeken recht te verstaan en te geloven, niet als een verouderd en verjaard boek, maar als een levend en eeuwig blijvend Woord Gods, waarvan het heet: “Tot de Wet en tot de getuigenis! Zo zij niet spreken naar dit Woord, het zal zijn dat zij geen dageraad zullen hebben.” (Jes. 8 vs. 20. Onder “Wet” verstaat de Profeet de boeken van Mozes).

De beantwoording van deze vraag, naar welker oplossing wij vermenen niet vergeefs te hebben gevorst, blijft voor het vervolg bewaard.

Tot zover Kohlbrugge. Nu is de derde druk van zijn boek verschenen. Het was een mooie gelegenheid geweest om er een inhoudsopgave aan toe te voegen. Het boek telt 138 blz. en kost gebonden ƒ 24,90.

In het woedend Golfgeklots door Rik Valkenburg.

Uitgeverij Kool b.v. - Veenendaal.

Dit boek bevat verhalen, foto’s en impressies van de waternoodsramp in 1953. Valkenburg schrijft in een Voorbericht:

“Zesendertig jaar geleden. En toch ligt het nog zo vers in het geheugen. Heeft het zin, om er steeds weer over te schrijven? Deze vraag stelde ik aan degenen, die ik vroeg mij een intervieuw hierover toe te staan. Men wilde de verhalen kwijt. Deed dat dan niet opnieuw pijn?. . . .Zeker, dat wel, maar men moet niet vergeten dat die pijn nooit helemaal overgaat! Soms werkt het bevrijdend om eens een paar keer helemaal van zich af te praten. Tranenvrij worden deze verhalen praktisch nooit verteld. Ieder heeft wat weg te slikken. Toch praten ze er uren over.

Wat mij persoonlijk betreft: Net als bij de door mij geschreven oorlogsverhalen, zou ik alles wat is meegemaakt en ervaren aan leed en aan heldenmoed wel willen beschrijven en ontrukken (dat vooral) aan de vergetelheid. Ik kon heel wat materiaal bemachtigen uit de tijd van en direkt na de watersnood.

Het tekent wat mensen, médemensen overkwam en hoe zij reageerden. Op welke wijze zij wel of niet God ervoeren in die hachelijke momenten, of in dat grote hulpbetoon”.

We hebben de watersnood zelf slechts van verre meegemaakt. Op die bewuste zondagmorgen kwam de burgemeester van Meerkerk tijdens de dienst de kerk binnen om te vertellen wat er gebeurd was. De dienst werd beëindigd. De kerkgangers gingen in de storm naar huis, de boeren stelden zich beschikbaar om te helpen. Enkele maanden later kwamen hier een man en vrouw, die met hun hele gezin de watersnood overleefd hadden. Zij was een vrouw die de Heere vreesde en vaak in de pastorie kwam om te vertellen wie de Heere voor haar was. Ze vertelde ook van de wondere wijze waarop zij en haar gezin gered werden. In het najaar ging ze naar Schouwen-Duiveland terug. In het leven van zulke mensen krijgt de Heere de eer. Niet alles kan worden opgenomen, maar het zou de inhoud van het boek verrijkt hebben, wanneer daarin ook van deze wonderen gewag was gemaakt.

We laten hier de inhoudsopgave van het boek volgen:

1. Proloog

2. Piet de Dreu drukte door

3. Kees van Dongen, de klokluider van Dreischor

4. Wolphaartsdijk in de branding

5. Ons Vorstenhuis stond op de barricaden

6. Reportage: Helikopters, een uitkomst

7. De kapper van Middelharnis

8. Reportage: Hulp uit het buitenland

9. Gebeurtenissen in het midden van de slurf

10. Wat boer C. Sinke in de Bevelandse slurf ervoer

11. Toen het sterrelicht doofde boven “De Driestar”

12. Reportage: Nog een leger op de bressen

13. Ds. J.B. van Mechelen en zijn aktiviteiten in Zeeuws Vlaanderen

14. Goeree-Overflakkee, vanuit het Canadese Chiliwack

15. Een bijdrage van J.W. Ooms

16. Cor en Frans Harinck hielpen ook tijdens de Ramp rond Goes

17. Epiloog

Het bovenstaande geeft wel een overzicht van de inhoud van dit boek. We hebben daaraan dus niets toe te voegen. We merken alleen nog op, dat het nu gaat om het 2e deel van dit boekwerk. Vroeger verscheen het eerste deel, dat in hetzefde kloeke formaat als dit deel is uitgegeven.

Het telt 309 bladzijden en bevat vele foto’s uit de tijd van de watersnood en ook nog wel andere foto’s die samen voor het goed verstaan van belang zijn. Het boek kost ƒ 37,90.

Wees Gij mijn Gids Uitgeverij J.J. Groen en Zoon - Leiden.

Dit is een bijbels dagboek voor jonge mensen. In 1964 verscheen de eerste druk, in 1988 de zevende. Het is samengesteld met medewerking van de volgende theologen: W. van Herpen, A. Vergunst, W.H. Velema, C. Graafland, K.J. Velema, G. Biesbroek, L. Blok, Ph. J. Leenmans, R. Smilde, H. Bout, P. op den Velde en L. Kievit.

Er is bij de schrijvers een grote verscheidenheid in het benaderen van de jonge mensen bij de verklaring van hun tekst. In sommige meditaties horen we geluiden, die doen vermoeden dat de schrijver uitgaat van de gedachte, dat de aangesprokenen een ontsloten hart hebben. Er zijn ook meditaties waarin duidelijk gewezen wordt op de noodzaak van het werk Gods in het hart van een zondaar, bij aanvang en voortgang.

De grote verscheidenheid maakt het moeilijk het dagboek onvoorwaardelijk aan te bevelen. We willen het goede niet ontkennen. Er is bij het lezen wel wat onderscheidingsvermogen nodig om het kostelijke van het snode te scheiden. Dan kan het boek zeker onderwijs geven omtrent de weg die we hebben te bewandelen.

Het boek is in een nieuwe vorm verschenen. Het kost gebonden ƒ 24,75.


Hebt Gij uit vrije gunst Uw oog naar mij gewend;
Van alle eeuwigheid, eer dat ik was geboren,
Hebt Gij op mij gezien, en hebt mij uitverkoren,
Ik ben in zond’ en schuld als anderen voortgebracht,
Maar als het was Uw tijd, hebt Gij aan mij gedacht,
In ’t zeventiende jaar kwaamt Gij mij overtuigen
Van mijn ellendestaat, dat kan ik nu getuigen,
De plaats, daar ik toen was, staat mij nog levend voor,
’t Was in Uw huis en kerk en onder het gehoor;
De woorden zijn geweest: “Zo gij niet wordt geboren
Uit water en uit Geest, zo moet gij gaan verloren.
In ’t Koninkrijk Gods kunt gij niet binnen gaan,
Tenzij gij deze weg hier nog in wilde slaan ”,
Is dat het niet geweest, waardoor gij mij kwaamt trekken,
En daar ik lag als dood om mij door op te wekken?
Hebt Gij toen niet het eerst mij aan mijzelve ontdekt
En hebt Gij tot Uw dienst mijn hart niet opgewekt?
Maar als Gij mij deed zien mijn zonden en ellenden,
Zo was ik radeloos en wist mij niet te wenden;
Ik vond mij gans ontbloot, met zonde en schuld belaân
Waardoor ik werd belet om naar u toe te gaan.
Toen ik mij zo bevond, dorst ik tot U niet komen
Uit vreze dat ik niet zou worden aangenomen.
Tot op die tijd, dat ik door Uwe knecht verstond.
Dat Gij ook mij aan bood de goedren van ’t verbond;
Toen heb ik mij vol schuld ook aan U opgedragen,
Hoewel ik niets en had, hetgeen U kon behagen,
Ik lag mij arm ontbloot voor Uwe voeten neer
En koos U Jezus lief! tot Koning en tot Heer.
’t Was of Gij tot mij zeid’ “Kom maar tot Mij gelopen.
Al hebt gij niet met al, hier is om niet te kopen,
Al wat u dan ontbreekt, dat kome Ik u aanbiên,
Ik heb een medicijn voor al die tot Mij vliên.
Ik blijf ook die getrouw, die zich maar tot Mij wenden,
Mijne algenoegzaamheid heeft geen begin of enden”.


Waarop zij de Heere Jezus als weder antwoordde:


Ik kom U als een groot ellendig zondaar voor,
Ik kom tot Uwe troon, ai neig tot mij Uw oor.


Daarop heeft zij dit volgende in andere verzen gezegd:


’k Ben nog onwetend, Heere!
Maar wil U tot mij keren.
En wil mij onderwijzen,
Opdat ik U mag prijzen.
O ja, mijn ziele! dat is goed,
Dat men Jezus ere doet.
O daar komen nog al meer,
Die daar geven God de eer.
Jezus zal u kleden eerst,
Als gij bij Hem zijt geweest,
Met het priesterlijk gewaad,
Naar uw heerlijke staat.
Daar zal zich dan in vertonen,
Glans in allen die daar wonen.


51. Toen was het alsof er een tussenpoze kwam, terwijl zij riep: haal in, haal in; gaat in, gaat in. Maar aanstonds begon zij weer dit volgende op rijm te zeggen, hoe de Heere Jezus haar gebracht had in de binnenkamer, wat Hij haar al had doen zien, waarvan dit volgende maar is aangetekend.


Daar hebt Gij mij doen zien de geest der heiligheid,
Daar hebt Gij mij doen zien Uw grote dierbaarheid,
Daar hebt Gij mij doen zien, hoe dat Gij met de Vader
Uw volk verkoren had, om in de tijd haar nader
Tot U te brengen; daar bood Gij Uzelven aan
Om zelfs tot in de dood voor haar te willen gaan.
Daar hebt Gij mij doen zien al de genadegoederen,
Die Gij hebt weggelegd voor mij en al de broederen;
Daar hebt Gij ook mijn hart verzegeld door Uw Geest
Zodat Zijn werk in mij in waarheid is geweest.
Daar hebt Gij mij doen zien al Uwe heerlijkheid,
Die Gij voor eeuwig mij daar al had toebereid.
Ja, mijn ziele! gij geniet,
Alles wat uw oog nu ziet.


Toen zeide ze wederom tot de Heere Jezus:


Welnu, mijn lieve Vriend! ik heb U uitverkoren,
Wel, kom dan, Jezus lief! ai wil naar mij nu horen,
Ai, lieve Jezus! kom, ai kom, o zoete Held!
Ai kom, mijn Bruidegom! ga met mij in het veld,
Ach! kom nu, Jezus! kom,
Ik ben Uw eigendom,
In leven en in dood; o Vader! zie mij aan,
En neem mij door Uw Zoon tot Uwe dochter aan.
Hij zeide: Ik neme u aan, Mijn kind! Mijn uitverkoren!
Ik heb op u gezien, eer gij nog waart geboren.


52. Hierop zeide ze wederom tussenbeide: haal in, haal in; gaat in, gaat in; en voorts dit volgende tot bemoediging van Gods volk.


Wel, zielen Gods! uw werk is nog niet afgedaan,
Doch blijft op uwe post maar edelmoedig staan,
Ai, weest toch maar getrouw, uw tijd zal ook eens komen,
Dat gij in heerlijkheid zult worden opgenomen.


Dit versje, schoon afgebroken, is ook van haar gezegd:


En of gij al verstaat de woorden van de zaken,
Het onderscheid is groot, de kennis is te maken.

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juli 1989

Bewaar het pand | 6 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juli 1989

Bewaar het pand | 6 Pagina's

PDF Bekijken