Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De Heilige vermaking van de Christen 1.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De Heilige vermaking van de Christen 1.

9 minuten leestijd

Een van hen die het woord voerden op de laatste ontmoetingsdag van Bewaar het Pand te Sliedrecht, heeft over bovengenoemd onderwerp gesproken. Er is gezegd dat misverstand kon ontstaan bij het lezen van de titel. U zoudt kunnen denken aan Paulus’ woord: “want ik heb een vermaak in de wet Gods, naar de inwendige mens”. Of aan het woord uit Psalm 119: “maar ik heb vermaak in Uw wet”. De titel is echter ontleend aan de Dordtse Leerregels 1,12. Daar wordt gezegd:

“Van deze hun eeuwige en onveranderlijke Verkiezing ter zaligheid worden de uitverkorenen te zijner tijd, hoewel bij onderscheiden trappen en met ongelijke mate, verzekerd; niet, als zij de verborgenheden en diepten Gods curieuselijk doorzoeken, maar als zij de onfeilbare vruchten der Verkiezing in het Woord van God aangewezen (als daar zijn: het waar geloof in Christus, kinderlijke vreze Gods, droefheid die naar God is over de zonde, honger en dorst naar de gerechtigheid, enz.), in zichzelf met een geestelijke blijdschap en heilige vermaking waarnemen (2 Kor. 13 : 5)”.

De heilige vermaking heeft hier dus betrekking op een waarnemen bij zichzelf, een waarnemen van de onfeilbare vruchten van de verkiezing. In dit verband begeer ik erover te spreken, en nu erover te schrijven.

Geen fundament.

Er zijn er die zich aftobben met de vraag: ben ik een verkorene of een verworpene. Het ene moment als het bidden wil, als psalmversjes in het binnenste opwellen, als het innerlijke recht is voor God, als de kerkgang onder een geopende hemel is, dan mogen ze geloven dat ze verkoren zijn. Het andere ogenblik als zondige begeertes opkomen uit de vuile bron van wanbedrijven, als bidden zo onmogelijk is, als alles van binnen zo koud en kil is, dan zitten ze in zak en as. En de duivel schiet een pijl af: u zult wel een verworpene zijn. Dan trekt de gedachte van zelfbedrog door dezulke heen en men siddert.

’t Komt voor dat kerkmensen niet willen belofteprediking en Christusprediking maar kenmerkenprediking. De motieven kunnen verschillend zijn. Men kan eraan een vrijbrief ontlenen om onbekeerd voort te gaan. Men stapt uit de kerk en spreekt: we hebben het nog weer eens goed gehoord wat er allemaal met de mens moet gebeuren. Er moet heel wat gekend worden, ’t Zal zo gemakkelijk niet gaan. Al dat oppervlakkige gedoe tegenwoordig. Neen, ik pas wel op. ’t Is toch een zaak om met een ingebeelde hemel voor eeuwig verloren te gaan. En rustig gaat men over tot de orde van de dag, en stort men zich weer op de stoffelijke dingen. Men kan kenmerkenprediking ook begeren om houvast in zichzelf te zoeken. Die prediking is veelal ingeklemd in de woorden als en dan. ’k Mocht er vanmorgen binnen vallen. Daar bedoelt men mee dat men voldoet aan de gestelde voorwaarden. De kenmerken die genoemd werden, ervaart men bij zichzelf, en op grond daarvan trekt men de konklusie, dat men er een is van het volk van Gods eeuwig welbehagen.

Nu is het waar dat er onderscheidenlijk gepredikt moet worden. De juiste prediking sluit binnen of buiten. De sleutels van het koninkrijk der hemelen dienen gehanteerd te worden. Zondag 31 van de Heidelberger spreekt over de manier van het hanteren van de sleutels duidelijk genoeg, ’t Gaat over geloof en ongeloof, en niet over kenmerken. Houvast willen hebben aan wat God door de Heilige Geest in de mens doet, is heel begrijpelijk. ’t Is zo moeilijk om buiten onszelf en steeds weer buiten onszelf te gaan. We willen leven vanuit het bezit.

Ik denk aan Israël in de woestijn. Elke dag weer lag er het wonderbrood, het manna, en dat naar het woord van de Heere. Elke dag weer lag het er zo maar voor het oprapen. Echter Israël moest het voor de volgende dag altijd maar afwachten. En wat doet dan de mens als hij de zekerheid wil hebben van de ingang in Kanaan. Wel — alle potten, pannen en kruiken volstoppen, en leven bij opgespaard manna. Dan behoeven we niet meer te verwachten, dan behoeven we geen bedelaar meer te zijn. We ontlenen aan de gave en niet aan de Gever de zekerheid van zalig worden. Welk een wijsheid dan van de Heere dat Hij de wormen deed kruipen uit dat opgespaarde manna. God leert al Zijn volk dat niet de gave er brengt, maar de Gever. Hij brengt in Kanaan. Hij doet naar Zijn belofte. Hij is de Getrouwe. Hij maakt Zijn woord waar.

Nooit kunt u de hemelpoort doorgaan op grond van uw bekering, van uw bevindingen en ervaringen. Noch op grond van uw tranen en zuchtingen, van uw missen en ellendekennis. Noch op grond van uw geloof. Slechts door het geloof dat leeft, dat leert leven, en steunt en leunt op wie en wat God is in Christus Jezus.

Wie leeft op het gevoel, op bevindingen en ervaringen is gelijk aan de baren der zee. Er is de op- en neergang. De ene dag wel, de andere niet. De weg tot de heilszekerheid wordt erdoor geblokkeerd. Soms mag de mens een hoopje hebben. Maar zeker weten kan niet. Zelfs wordt dit aangeprezen en men Vindt zekerheid maar griezelig. Daarmee heeft men dan wel het Bijbelse spoor verlaten.

Kenmerken zijn geen fundament van de zaligheid. De verzelfstandiging ervan doet meer kwaad dan goed. Wie steeds weer vlucht tot zijn bekering, vergeet de toevlucht steeds weer tot Christus, het enige fundament van de zaligheid, en die zou als God het niet verhoedt met zijn bekering nog voor eeuwig omkomen.

Met de kenmerken komen wij de doodsjor-daan niet door. Alleen met het oog gericht op dé Priester, Die het pad naar de andere oever heeft gebaand. Daartoe is de oefening van het geloof in de woestijn noodzakelijk.

U kunt boos worden. U kunt zeggen of denken: weer zo een die aanschopt tegen de bevinding. Ik zeg u: in de rechte prediking komen de kenmerken aan de orde. Dat leven dat God werkt in een mens dat heeft z’n kenmerken. Zoals het in de natuur is, is het ook in de genade. Maar nimmer dienen de kenmerken verzelfstandigd te worden. Ze zijn geen funament, maar zoals a Brakel dat zegt: sluitredenen des geloofs.

Als zodanig spreek ik erover.

Leven uit Christus.

Als eerste onfeilbare vrucht van de verkiezing noemen de Dordtse Leerregels het waar geloof in Christus. Let er wel op: er wordt niet gezegd: de eerste vrucht is het hebben van Christus, de toeëigening of de deelach-tigmaking of het roemen in Hem.

O zeker — de schrik kan u om het hart slaan als u hoort gewagen van waar geloof. Inderdaad — alle geloof is nog geen waar geloof. De Schrift zegt niet zo maar: “onderzoekt uzelf, of gij in het geloof zijt”. We zijn mensen met een arglistig hart. Wie daaraan ontdekt wordt, vlucht met dat hart tot de Heere, om Hem in het hart te laten kijken, en te zeggen: “doorgrond mij, o God! en ken mijn hart; beproef mij, en ken mijn gedachten. En zie, of bij mij een schadelijke weg zij; en leid mij op de eeuwige weg”.

Wat is nu het kenmerkende van een waar geloof? Heel eenvoudig dit: het laai mij niet op de plek waar ik van nature ben; bet doet mij heenbewegen, heenvluchten naar Christus. Een waar geloof is levend. Het geefi mij oren om te horen, ogen om te zien, handen om te ontvangen en voeten om heen te snellen.

Elke dienstknecht van Jezus Christus heeft vuur in zich gekregen om die Christus te verkondigen. Om die Christus te laten Zien, uit te stallen in al Zijn schoonheid, in Zijn genoegzaamheid en dierbaarheid, in Zijn noodzakelijkheid en gepastheid. Hij is de grote Geneesmeester. Hij geneest mensen van hun dodelijke zondekwaal. Hij heelt mensen wier hart gebroken is vanwege zonde en schuld. Hij, Die uw krankheên kent en liefderijk geneest. Hij Jezus — Zaligmaker van arme zondaars. Hij de hoogste Profeet en Leraar. Als u het niet meer weet om met God verzoend te worden —, Hij weet het wel. Hij maakt wijs tot zaligheid. Hij de Priester. Zijn enig slachtoffer op Golgotha. Zijn hogepriesterlijk werk in de hemel. Hij de Borg — de Schuldovernemer. Hij de Tussentreder daar boven. Die bidt als ik niet meer bid. Hij de Koning, Die brengt op de weg der zaligheid en op die weg beschut en bewaart. Niemand of niets rukt uit Zijn handen.

Die Christus is de inhoud van de prediking. En nu het ware geloof heeft Hem als voorwerp en als inhoud. Dat kan ik u niet verklaren. Hier is het onnaspeurlijke werk van de Heilige Geest. Een voorbeeld daarvan is de bloedvloeiende vrouw. Het woord komt tot haar in haar huis, en dan ziet u haar uitgaan, sprekend: “als ik de zoom van Zijn kleed aanraak dan zal ik genezen zijn”. Duidelijk ziet u hier wat een waar geloof doet. O neen — zij redeneerde niet: heb ik een waar geloof. Dan was zij thuis gebleven. En als zij zichzelf alleen had gezien dan was zij ook thuis gebleven. Ze was naar de wet onrein, en dan de reine Heere Jezus aanraken en Hem door die aanraking onrein maken? Bovendien was er die mensenmuur om de Heere Jezus. Een grote schare omringde Hem. Evenwel zij ging. Zij ging door het geloof, en in dat geloof zit de trekking van de Heere Jezus Zelf. Hij trekt door alles heen. Daardoor wijken hindernissen en wordt het pad effen. Hoeveel stenen satan ook kan strooien op dat pad om te doen struikelen, om rechtsomkeert te maken. En u weet, toen daar de geloofsaanraking was, kwam er ook de geloofservaring. Toen en niet daarvoor. Zeg het nu eens: kent u dat waar geloof in Hem, dat tot Hem heenvluchten, dat zich toebetrouwen aan Hem? Niet meer zelf kunnen voorttobben, niet meer zelf zich op de been kunnen houden, niet meer kunnen leven bij eigen dingen en middelen.

Zie dat is nu vrucht van de verkiezing. En de waarneming daarvan geeft nu heilige vermaking. Het zijn aan Zijn voeten, het biddend tot Hem opzien, het verwachten van Hem, het al meer hulpbehoevend worden, steeds meer afhankelijk worden, het bedelaar zijn, dat zijn geen vruchten van onze natuur. De vrucht van de verkiezing is dat er plaats komt voor de Christus, en al meer plaats komt. Opdat er een volk komt dat uit Hem leeft.

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 augustus 1989

Bewaar het pand | 6 Pagina's

De Heilige vermaking van de Christen 1.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 augustus 1989

Bewaar het pand | 6 Pagina's

PDF Bekijken