Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Het komen tot Christus

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Het komen tot Christus

8 minuten leestijd

“die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen”

U wilt weten hoe dit kan. Vervolgens hoe dit gaat. En uiteindelijk hoe dit afloopt.

Eerst dus hoe dit kan. Nu, daar zijn we gauw mee klaar. Want het kan niet. De Heere Jezus Zelf zegt het: “Niemand kan tot Mij komen, tenzij dat de Vader Die Mij gezonden heeft, hem trekke”. Vs. 44a.

Zeker: zij wilden Hem koning maken. Zij zagen wel wat in Hem. Zij dachten: Hij zal ons verlossen van het gehate romeinse juk En toen de Heere Jezus Zich dit niet liet welgevallen en vertrok hebben zij zich veel moeite getroost om Hem weer te vinden. Maar zijn zochten Hem om het aardse brood en niet als het Brood des Levens. De spijziging van de 5000 sprak hen aan. Omdat zij naar het Woord van de Heere Jezus werkten om de spijze die vergaat en niet om de spijze die blijft tot in het eeuwige leven.

Maar het werd spoedig anders. Toen hel langzamerhand tot hen doordrong wat de Heere Jezus in de prediking bedoelde, lieten zij het afweten! Je leven verliezen! Die prijs is te hoog. Veel te hoog! De consumptie-bonnen van de wereld wil ik allemaal opmaken. De band met Adam verbreken? Alle afgoden laten varen? Voor het vlees is er niets begeerlijks om tot Jezus te komen. Ik ben verknocht aan de zonde. Ik ben vergroeid met de zonde. Dit alles loslaten? Ik kan dit niet, maar ook al zou ik het kunnen ik zou het zelfs niet willen.

De Heere Jezus zegt hen ronduit dat zij Hem volgen omdat zij van de broden hebben gegeten. Louter vleselijke motieven. Bemoedigend voor de Borg is de uitverkiezing. Hij zal niet zonder volgelingen zijn! Hij krijgt loon op Zijn Middelaarsarbeid. Hij spreekt het uit: “Al wat Mij de Vader geeft, zal tot Mij komen”.

De Vader trekt hen. Het strekt niet tot onze eer: trekken! Dat wijst op verzet! Een koperen voorhoofd en een ijzeren nek. We kunnen rustig zeggen: d’r is niets met de mens te beginnen. Hij ligt geheel buiten God! In zijn binnenste is niet anders dan vernieling en ellendigheid. Een en al ongeloof en vijandschap. De Heere kan bij de mens beslist geen aanknopingspunt ontdekken. Het is van ’s mensen zijde onmogelijk.

Vele geestledige belijders vandaag kunnen het wel. Zij zijn de Heere al ver vooruit. Zij gebruiken wat godsdienstige make-up en denken met een kerkelijk leven (op zichzelf prijzenswaardig) een volgeling van Jezus te zijn. Maar niets is minder waar!

Kunt u misschien ook zeggen hoe de Vader trekt? Hoe heeft de Vader Israel uit Egypte getrokken? “Ik trok hen met mensenzelen, met touwen der liefde”. Hos. 11 : 4a.

Zo is Abram uit Ur getrokken. En Ruth uit Moab. En Levi uit het tolhuis. En om 5 voor 12 nog de moordenaar aan het kruis. En wat zijn ze gewillig (gemaakt). Het is de dag van Zijn heirkracht! Tegen deze uitgestorte liefde Gods kan geen mens het uithouden. Het is zo krachtdadig. Het is zo onwederstandelijk. Het is een daad Gods. Het is een wonder. Het beginpunt ligt in de hemel. En ook het eindpunt. Wat worden de zonden hartelijk beweend. Mijn leven schrijf ik af. Niet elk jaar een bepaald precentage. Neen, radicaal in één seconde. Dan ga ik mijn vlees niet koesteren maar kruisigen. Dan probeer ik niet van elders in te klimmen zoals dieven en moordenaren maar is er reeds direkt een toevallen van het heilig recht Gods.

Theodorus van der Groe zegt: het christendom heeft 3 hengsels: geloofs, boete en heiliging. Hoe meer geloof des te meer boete en heiliging. Dat gaat samen. Het geloof dat wortelt in de wedergeboorte is zielsvernederend. Het is een wonderlijk volk. Aan de ene kant diep ongelukkig en aan de andere kant overgelukkig. Over het treuren der zonde worden ze in de bergrede al zaliggesproken. Maar de volle vertroosting ligt in Christus. Leef niet uit uw bekering. Dan hebt u een onvruchtbaar leven. Als de Heere u gaat ontdekken en ontgronden zakt u vanzelf door uw bekering heen. Dan bent u een onbekeerd mens in eigen waarneming en kunt u onmogelijk met uw bekering op stap gaan, zoals dat helaas soms wel voorkomt. Zij zullen komen. Met smeking. Met geween. In een rechte weg. Dus als een rechteloze! “Die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen”. Let wel: er staat niet: “zal Ik aannemen”. Neen. “Zal Ik geenszins uitwerpen”. In de negatieve vorm. Daardoor krijgt deze belofte nog meer kracht!

De Heere Jezus ziet wel hoe het gesteld is in het hart van de getrokkenen door de Vader. Van degenen die naar Hem op weg zijn. Vol zelfveroordeling. Als een onwaardige. De Bruid is zo zwart. Van hoofdschedel tot voetzool. Zo onooglijk. Zo afzichtelijk.

Het komen tot Christus gaat ook gepaard met het gevoel van strafwaardigheid. Oh, die hoge bergen van zonde en schuld.

“Die tot Mij komt zal Ik geenszins uitwerpen”. Wie denkt hier niet aan die kostelijke belevenis van de Bruid uit het Hooglied: “De Koning heeft mij gebracht in Zijn binnen-kameren”. Hoogl. 1 : 4b. U weet: een paleis heeft een voorhof. Een paleis heeft vele zalen. Zalen waar de koning zijn ministers ontvangt. Kamers waar hij vergadert met zijn adviseurs. Maar de koning heeft ook een binnenkamer. En daar komt zo maar niet iedereen. Daar komen alleen maar zijn naaste verwanten en intiemste vrienden. Maar oh wonder: u treft daar in de binnenkamer ook de bruid aan! Die zwarte bruid.

Ik hoor u denken. U vraagt: maar hoe is die bruid daar toch gekomen? Dat kunt u het beste aan de bruid zelf vragen. Oh zegt de bruid: ik heb nooit kunnen denken dat me zo’n weldaad ooit te beurt zou vallen. Zeker de nodiging die was er. “Die tot Mij komt zal Ik geenszins uitwerpen”. Maar weet u: omdat ik zo vuil ben, zo zwart, zo bemodderd, zo afzichtelijk kon ik maar niet geloven dat ik een plaats zou krijgen in de binnenkamer naast prinsen en wereldgroten. Maar toen de Koning mijn schroom en aarzeling zag heeft Hij mij er gebracht. Wat ben ik toen weggesmolten in Zijn liefde. En ik viel daar helemaal niet uit de toon. Want ik zat daar aan met de mantel der gerechtigheid!

Ik kan het wonder niet op. Ik durfde niet eens in een zijzaal van de koning te komen, laat staan in de binnenkamer. Maar zoals ik zei: ik ben er gebracht!

“Die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen”. Daar in de binnenkamer is het hart vervuld met heilbespiegelingen en wordt het schoonste lied van deze Koning gezongen. En weet u hoe dit kan? Omdat Christus wel is uitgeworpen. Hij is de Rechtvaardige, voor mij de onrechtvaardige. De prijs der ziele, dat rantsoen dat wij in tijd noch eeuwigheid kunnen voldoen heeft Hij betaald! De wet volbracht. Het recht verheerlijkt! Door de rechtszaal naar de binnenkamer!

Het is de komende en gaande Jezus. Want wat kan de bruid daarna weer inzinken. Denk aan Hooglied 5. Zij vond het niet de moeite om de deur open te doen voor de Bruidegom. Er wordt wel gezegd: als de Heere komt brengt Hij alles mee en als Hij weggaat neemt Hij alles mee. Dat eerste is waar maar het laatste niet. Gelukkig niet. Want als de bruid na alle traagheid eindelijk opstaat om de deur open te doen is haar Liefste weg. Maar er zit nog mirre aan de deurknop! Achtergelaten als een onderpand van Zijn blijvende liefde!

De Heere houdt een arm volk over. Dat worden zij wel gewaar. Dank zij Zijn trouw zal het nooit op een echtscheiding uitlopen.

Alhoewel de bruid het er steeds wel naar maakt!

Onbekeerde lezer: koop de tijd uit! Leer uw dagen tellen! U hebt een tong gekregen om te vragen of de Heere u dit wil leren! Denk de hele dag aan die ontzaglijke eeuwigheid die aanstaande is. “Die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen”. Dat er aan deze belofte een adreskaartje mocht hangen met uw naam er op! Bij Hem zijn milde Handen en vriendelijke Ogen van eeuwigheid.

“Die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen”.

Rotterdam,

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 augustus 1989

Bewaar het pand | 6 Pagina's

Het komen tot Christus

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 augustus 1989

Bewaar het pand | 6 Pagina's

PDF Bekijken