Bekijk het origineel

MEDITATIE

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

MEDITATIE

7 minuten leestijd

“En toen Het het vijfde zegel geopend had.....”

Het Lam Gods heeft het boek uit Gods hand genomen, en het verbreekt de zegels die aan dat boek zijn. Wat de betekenis is van de opening van de eerste vier zegels hebben we reeds gehoord. Het vijfde zegel komt aan de beurt. Bij de opening van dit zegel ziet Johannes onder het altaar de zielen dergenen, die gedood waren om het Woord Gods, en om de getuigenis die zij hadden. Opmerkelijk is dat het beeld plotseling verschuift van de aarde naar de hemel. Hier wordt niet getoond een ruiter, die de aarde instormt om zijn gewichtige opdracht te vervullen, maar hier wordt gewaagd van wat er plaats heeft in de hemel. Echter dat wat in de hemel geschiedt, hangt weer nauw samen met wat eerst op de aarde gebeurde. Op aarde zijn mensen geslacht, geslacht om het Woord Gods en om het getuigenis dat zij hadden. Zij stonden bekend als volgelingen van de Heere Jezus, en om die reden zijn zij geslacht. Geslacht zoals hun Meester, zoals de Heere Jezus geslacht is. Het bloed der martelaren is gevloeid.

De zielen van deze martelaren zijn nu verborgen onder het hemelse altaar. Verschil van mening is er of er met dit altaar bedoeld wordt een reukofferaltaar, een altaar waarop de wierook der gebeden wordt neergelegd, óf dat dit altaar een brandofferaltaar is waarbij bloed vloeit. We zullen aan dit laatste moeten denken, en dan niet alsof het bloed der martelaren verzoening bewerkt. Hier is sprake van een zich Gode offeren. Elke keer, wanneer op aarde een martelaar door beuls-handen valt, is het alsof er op dat hemelse altaar een mens zich als offergave vrijwillig aan God overgeeft, en alsof zijn bloed langs dat altaar afstroomt. En dat bloed dat afdruppelt naar de grond, is als de ziel van hem die daar geofferd wordt.

Johannes hoort dat deze zielen, die daar onder het altaar zijn, roepen tot God. Zij roepen tot de heilige en waarachtige Heerser. God wordt hier genoemd de despoot, dat wil zeggen: de absolute heerser, die aan niemand en niets gebonden is. Hij is de heilige; als de heilige haat Hij de zonde en laat Hij de zonde niet ongestraft. Hij is de waarachtige; als de waarachtige houdt Hij Zich aan Zijn Woord, aan Zijn belofte.

De martelaren vragen, dat hun bloed gewroken mag worden. Zij krijgen antwoord, en dat houdt in, dat zij nog moeten wachten. Het eindgericht, de dag van Gods wraak, toeft nog even. Want het getal van de verkorenen, die door vele verdrukkingen heen de hemel zullen bereiken, is nog niet vol. Het zal niet lang meer duren. En in die korte tijd mogen de strijders, die genoeg hebben gestreden, genieten van hun overwinning. Ze ontvangen een wit gewaad.

Dus nog een korte tijd, en het eindgericht zal komen. Het zesde zegel zal door het Lam geopend worden, en dat betekent hét antwoord op het geroep van de zielen onder het altaar.

Als wij hier horen spreken van geslacht-worden, van het martelaarschap dan kan bij ons een vraag opkomen. Hoe is dit nu te rijmen met de allesoverwinnende kracht van het Koninkrijk van God, met de Ruiter op het witte paard, Die uitgaat overwinnende en om te overwinnen? Zijn er dan toch krachten en machten naast of boven Hem, aan Wie gegeven is alle macht in hemel en op aarde? Zeer beslist niet. We zeggen: ook dit gruwzaam geweld wordt dienstbaar gemaakt aan de zegepraal van de grote Koning. Hier denken we aan Stefanus. We kunnen toch niet zeggen: nu triomferen de stenengooiers, nu triomfeert satan. Hier is de zegepraal van de Koning. Hij brengt Zijn kind Stefanus thuis. Verder zeggen we: het bloed der martelaren is het zaad van de kerk. We weten van kinderen Gods die zingend naar het schavot gingen of zingend op de brandstapel stonden. Het toegestroomde publiek aanschouwde en hoorde en raakte diep onder de indruk. De grote Koning gebruikte het getuigenis der Zijnen tot waarachtige bekering van anderen. Hoe meer de kerk vervolgd werd, destemeer groeide de kerk. Hebt u wel eens het martelarenboek gelezen? Hebben we onze kinderen dat boek wel eens in handen gegeven? Er zijn ook de boeken over de geloofsvervolging tijdens de inquisitie en over die in de landen van het communisme. Daaruit weten we hoe groot de kracht is van Koning Jezus om staande te houden temidden van vervolging, verdrukking en benauwing. Hoe door die kracht gezongen werd: “Beef, satan! Hij, Die ons geleidt, zal u de vaan doen strijken! Delf vrouw en kind’ren ’t graf, neem goed en bloed ons af, het brengt u geen gewin: wij gaan ten hemel in en erven koninkrijken!” Een kind van de Heere kan sidderen als het denkt aan vervolging. Het kan zeggen: ik zal de eerste wel zijn die de Heere verloochen, precies als Simon Petrus toen de grond onder zijn voeten te warm werd. Wel - hoe meer bekeerd, hoe meer we onze zwakte gaan kennen. Als die Ander, Koning Jezus, ons aangordt, dan alleen zijn we sterk. Door Zijn kracht alleen houden we stand. “Welzalig hij, die al zijn kracht en hulp alleen van U verwacht”.

Wij kennen geen geloofsvervolging. Elke zondag gaan de deuren van Gods huis weer open, en we kunnen vrij naar binnen stappen. Er staan geen soldaten om ons te arresteren. het gaan naar en het zijn in Gods huis brengt ons uiterlijk geen schade. Hoe zou het zijn als goed en bloed ons zou worden afgenomen......?

Soms denk ik: als er nu eens geen dominees meer zouden zijn, waar zouden kerkmensen dan over moeten spreken? Of: als er nu eens geen omstreden leerstukken meer zouden zijn, waar zou het gesprek dan over gaan? Verder zeg ik: er is een groot onderscheid tussen het spreken over de dingen of uit de dingen, over de waarheid of uit de waarheid. Wie overwonnen is en wordt door de Ruiter op het witte paard, kent het lied: “voor U wil ik lijden, voor U wil ik strijden, voor U wil ik de aarde doorgalmen van lof”.

Als gevallen mensen zijn we liefhebber van onszelf. Hoe hebben we altijd onszelf op het oog. O zeker - we willen wel naar de hemel toe, we willen wel zalig worden, maar dat moet ons dan niets kosten. ’t Mag wel God Zijn eer en Zijn Zoon kosten, als het ons maar niets kost. Door het overwinnende werk van de Ruiter op het witte paard wordt het anders, geheel anders. Dan komt God voorop te staan. Dan ga ik sterven aan het ik, aan alle eigen liefde. Dan wil ik zelfs niet meer naar de hemel als daardoor een van Gods deugden gekrenkt zou worden.

Het martelaarschap kan ons afschrikken. Dan moeten we wel nadenken over het woord van de Heere Jezus: “vreest niet voor degenen, die het lichaam doden, en de ziel niet kunnen doden; maar vreest veel meer Hem, Die beide ziel en lichaam kan verderven in de hel”. Ziel verloren, dat betekent alles verloren.

Komt het martelaarschap bij ons niet voor? Al degenen die de hemel ingaan, komen uit de grote verdrukking. Dan zijn er misschien geen littekenen aan het lichaam, maar wel aan de ziel. Dan misschien geen overheid, geen wereld die vervolgd.heeft, maar wel de godsdienst, ’t Kan ook niet zonder de verdrukking. Die doet dicht achter de Heere aangaan. Vijanden gebruikt de grote Koning om al meer op Hem geworpen te worden. Martelaren krijgen het lange, witte kleed. En dat niet op grond van het martelaar geweest zijn. Het is het kleed dat Jezus Christus verwierf. Het kleed van genade alleen. Dat nu is het uitzicht voor elke martelaar.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 september 1989

Bewaar het pand | 6 Pagina's

MEDITATIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 september 1989

Bewaar het pand | 6 Pagina's

PDF Bekijken