Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Het gebed als ademtocht 1.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Het gebed als ademtocht 1.

11 minuten leestijd

Maar de HEER’ zal uitkomst geven
Hij, Die ’s daags Zijn gunst gebiedt.
’k Zal in dit vertrouwen leven,
En dat melden in mijn lied.

Zie, dit is nu wat het gebed in de derde plaats Gode aangenaam maakt; waarom het van God verhoord wordt. Daarom spreekt de onderwijzer: dat wij deze vaste grond hebben, dat niettegenstaande wij zulks onwaardig zijn, Hij om des Heeren Christus wil ons gebed zeker wil verhoren, gelijk Hij ons in Zijn Woord beloofd heeft. Meer dan waar ook wordt Christus hier aanbevolen als de grote pleitgrond, die nooit zijn uitwerking mist.

Maar als ik Hem niet ken......? Zink neer in uw nood, weiger naar rechts of links te zien; ook al is het, dat het boven u bliksemt, sla uw ogen opwaarts. U zult ervaren, dat Hij u reeds lang kent; dat Zijn voorbede het juist mogelijk maakt, dat u Hem vindt en vrede in Gods oog, van die God, Die u verhoort ten dage van uw roepen.

Zo kan dan ons gebed Gode niet aangenaam zijn, indien we God niet houden voor wat Hij is: de Ja en de Amen, de Getrouwe en Waarachtige, “Die tot God komt, moet geloven, dat Hij is, en een Beloner is dergenen, die Hem zoeken” (Hebr. 11 : 6). Wij zullen tot Hem gaan in het geloof, niet twijfelende (Jak. 1 : 6). Wie twijfelt is gelijk aan een baar der zee. Daarom zegt ook Johannes: “En indien wij weten, dat Hij ons verhoort, wat wij ook bidden, zo weten wij, dat wij de beden verkrijgen, die wij van Hem gebeden hebben” (1 Joh. 5 : 15). In het licht van dit alles wordt het duidelijk, hoeveel gebeden eigenlijk geen gebeden zijn. Alles wat we noemden uit het Woord wijst immers heen naar het vaste vertrouwen, dat God hoort om Christus wil. Doch dit vertrouwend naderen in Christus kan er alleen maar zijn als we in Zijn Geest iets begeren. Als we uit zuiver eigenbelang iets willen hebben, zullen we als het ware Christus niet mee krijgen tot de troon Gods. Zo hangt hier het één met het ander samen.

Het zal vanzelf om zaken moeten gaan, die tot Gods eer zijn en tot ons eeuwig en tijdelijk heil. Daarom zal dit gebed in de Naam van Christus dan ook ten opzichte van tijdelijke zaken zeer vaak eindigen met: “Niet mijn wil, maar Uw wil geschiede”, om de eenvoudige reden, dat wij niet kunnen beoordelen, wat uiteindelijk tot ons heil is. Dat neemt echter niets weg van de vaste grond, dat God ons verhoren wil. Hier wordt niet gerekend, maar de weg op de Heere gewenteld, gelijk een klein kind blindelings op vader of moeder vertrouwt. En juist in het besef het geheel onwaardig te zijn, is er dat vertrouwen, waar de ziel alles laat aankomen op Christus. Juist in de diepste kennis van onze onwaardigheid krijgen we de grootste vrijmoedigheid in Christus.

Dat wordt echter alleen maar praktijk voor ons hart, als we goed leerden onderscheiden tussen Wet en Evangelie, en daarbij van onder de Wet onder de genade gebracht zijn. Dan verstaan we, dat het nooit meer is desgenen, die loopt en werkt en zijn paadje tot God schoon veegt, maar alleen des ontfermenden Gods. Zo is de Wet niet meer tot afschrikken, want zij is vervuld in Christus, en in Hem mogen we naderen. O, wat ligt hierin een rijkdom! Zoek toch deze Christus als Borg en Voorspraak. Hoor eens: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Al wat gij de Vader zult bidden in Mijn Naam, dat zal Hij u geven” (Joh. 16 : 23). Daarom belijden allen, die Hem kennen: “In Wie wij hebben de vrijmoedigheid en de toegang met vertrouwen, door het geloof aan Hem” (Ef. 3 :12). En daarin hebben we het Woord ook verder mee. Mattheüs 7 : 8: “Want een iegelijk, die bidt, die ontvangt; en die zoekt, die vindt; en die klopt, die zal opengedaan worden.” In hun hart klinkt het daarom ook van ’s Heeren wege: “Zoek door gebeên met ernst Mijn aangezicht.” En zijn antwoorden: “Dat wil, dat zal ik doen; ik zoek de zegen alleen bij U, o Bron van troost en licht.”

Dat is het aanroepen van God in de Naam van Jezus. Dus de vaste grond hebben, dat Hij ons gebed, niettegenstaande wij zulks onwaardig zijn, om des Heeren Christus wil zeker wil verhoren, gelijk Hij ons in Zijn Woord beloofd heeft. Nu ontmoeten we echter in het geestelijke leven niet altijd dat volle kinderleven, en dus ook niet altijd dat tere kindergebed. Vaak is het een aanroepen van God, slechts van verre ziende op Christus, zoals we reeds eerder opmerkten. Daarom willen we nog wat nader hierop ingaan, en wel naar aanleiding van het woord van de Heere Jezus: “Tot nog toe hebt gij niet gebeden in Mijn Naam; bidt en gij zult ontvangen, opdat uw blijdschap vervuld zij.” Het is dus duidelijk. Voordat de Heere Christus ten hemel gevaren was en Zijn Geest had uitgestort, hadden Zijn discipelen niet gebeden in Zijn Naam. Dat wil niet zeggen, dat zij niet op genade gepleit hadden als zij naderden tot God. Ja, dat wel, net zo goed als alle heiligen van alle eeuwen. Doch zij hadden voordien niet zó in het volbrachte werk van

Christus en in Zijn Naam en voorbede de toegang gekend tot Gods Vaderhart als nu. Nu kan de Geest, de Trooster, met het volbrachte werk en de volle vrucht daarvan, indalen in hun hart en hen kinderlijk doen toegaan tot hun lieve Vader in de hemel. Want Christus is het, Die de Vader in al Zijn rijkdom verklaard heeft. Welnu, dat is de rijkdom der nieuwe bedeling. Maar daar moeten we ingezet worden door de Pinkstergeest.

Nu zijn in het gebedsleven van Gods kinderen drie stadia te onderscheiden, overeenkomstig hun levensstand. Het eerste stadium is, dat de ziel oog krijgt voor Christus en bij ogenblikken tot Hem de toevlucht neemt en daarin ook vrijmoedigheid krijgt om tot God te naderen. Maar daar zal de Vadernaam niet op de lippen komen, hoewel in die ogenblikken wel iets van de gunst van God ervaren wordt en er ook vertrouwen is, dat Hij verhoort. In dit stadium is er echter geen vaste rust en kinderlijke toegang met vertrouwen als blijvende levenshouding. Ook zit de ziel met veel wettische gedachten. Daarom is nodig, dat het leven verloren wordt, dat de ziel een goddeloze voor God worde, opdat Christus haar gerechtigheid worde. Dan krijgt ze haar Borg ook als haar Voorbidder.

Nu wordt vaster en voller in de Naam van Jezus genaderd tot God, en Gods Vaderlijke gunst wordt daarin geloofd en ervaren. Maar toch blijft het aangezicht des Vaders als het ware nog wat achteraf. De ziel blijft meer bij haar Borg en Middelaar staan, in het schuilen achter Zijn Middelaarswerk en voorbede. Hier nu blijven vele zielen hangen. Ze zijn verlost van schuld en vloek, en ervaren vrede met hun Maker, doch directe omgang van het kind met zijn Vader vindt u toch niet bij hen. Zij naderen in de Naam van Jezus. Het is rijk, maar toch is de rijkdom der nieuwe bedeling hiermee niet uitgeput. Daar is meerdere heerlijkheid. Daarom heeft de Heere Jezus gewezen met deze woorden: “In die dag zult gij in Mijn Naam bidden; en Ik zeg u niet, dat Ik de Vader voor u bidden zal; want de Vader Zelf heeft u lief, dewijl gij Mij liefgehad hebt, en hebt geloofd, dat Ik van God ben uitgegaan” (Joh. 16 : 26, 27).

Daar wordt eerst gezegd, dat de discipelen naderen zullen tot God in de Naam van Christus. Maar dan vervolgens, dat dit naderen toch het karakter zal dragen van een rechtstreeks naderen tot de Vader. Want daarvoor is de vrijheid geschonken, aangezien de Vader Zelf de discipelen liefheeft, dewijl zij Christus liefgehad hebben. Het is dus anders dan voordat de Trooster gekomen was. Toen ging Christus in om voor de Zijnen het woord te doen, en zij zagen op Hem: “Ik zal de Vader bidden, en Hij zal u een andere Trooster geven.” Nu de Trooster gekomen is, Die Christus in hen verheerlijkt behoeven ze niet Christus te laten spreken, terwijl zij achter Hem schuilen voor het aangezicht van God de Vader, maar mogen zij zelf als kind tot hun drieënige God gaan als hun lieve Vader. Daartoe geeft de Trooster vrijheid. Ze mogen met God als hun Vader omgaan. Het gaat niet buiten Christus om; het is in Zijn Naam, maar ze spreken nochtans rechtstreeks met hun Vader.

Dit is een rijke weldaad, waarin we, met de drieënige God verzoend, in Hem onze getrouwe en lieve Vader ontmoeten en kennen. Daarin, in die omgang met God als onze Vader, wordt ook Christus verheerlijkt, want Hij zoekt niet Zijn eer, maar de eer Zijns Vaders. En ook de Geest, want Hij verheerlijkt de Vader en de Zoon, en wordt daarom Zelf ook op het hoogst in dit kinderleven verheerlijkt als de Geest der belofte, Die het onderpand is van de erfenis, Die doet roepen: “Abba, Vader”, in Wie de Vader en de Zoon woning bij ons maken, Die niet maar bij ons, maar in ons is, en in ons woont als Zijn tempel.

Deze omgang met de drieënige God als onze Vader moge nog door een voorbeeld verduidelijkt worden. Daar is een ongenaakbare vorst. Niemand durft tot hem te naderen. Maar hij heeft een zoon, die toegang tot hem heeft, die weet altijd zijn hart te vermurwen en tot liefde te stemmen. Nu neemt die zoon een onderdaan, die zelf niet kan noch durft naderen, mee. Die onderdaan durft zelf niet te spreken; die zoon doet echter het woord en zie, het wonder gebeurt: des konings hart wordt geneigd. Nu mag in het vervolg die onderdaan naderen, maar die zoon staat er bij. Echter, die onderdaan mag dan zelf spreken met de koning. En dat wordt steeds vertrouwelijker, hoewel de afstand van eerbied blijft.

Net als een kind dat meegenomen wordt naar een hoge dame, en nu zegt die moeder: zeg het zelf maar. En de aanwezigheid van de moeder geeft vertrouwen aan het kind. Eerst nog wat aarzelend, maar dan steeds vrijer,want...... moeder staat er bij. Zo wordt het rijkst onze levenservaring: dat wij deze vaste grond hebben, dat God ons gebed, niettegenstaande wij zulks onwaardig zijn, om des Heeren Christus wil zeker wil verhoren, gelijk Hij ons in Zijn Woord beloofd heeft. In dit licht moeten we ook de vraag zien, of er onverhoorde gebeden zijn. Als men in het abstracte hierover gaat redeneren, komt men tot allerlei puzzels. Maar het gaat om de praktijk. En dan moet allereerst dit gezegd worden, dat de ware gelovige in zijn gelovig gebed zich geheel op zijn God verlaat in al zijn nood en ellende. Net zoals zich een klein kind geheel op vader of moeder verlaat. Daar zit dus vanzelf in opgesloten het vertrouwen der verhoring. Daar kan geen twijfel vat hebben. Daarom zullen we moeten onderzoeken of we dat bidden ook kennen en hebben we te smeken om de Geest der genade en der gebden.

Hoort en verhoort nu God zulk een gebed immer? Niet altijd zoals de bidder het zich voorstelt. Maar God ziet niet maar een klein stukje van onze levensweg, doch de gehele weg. En God heeft niet het tijdelijke leven alleen op het oog, maar het eeuwig welzijn, waarin het tijdelijke leven zit opgesloten. Daarom verhoort God de bede ongetwijfeld, maar vaak anders, d.w.z. veel rijkeren beter dan de bidder dacht en bedoelde. Bovendien stelt de Heere de verhoring vaak uit, opdat de Zijnen gelouterd worden en rijker zegen zullen ontvangen. Maria en Martha stuurden b.v. een boodschap: “Die Gij liefhebt is krank. ” Maar de Heere Jezus wacht met komen totdat Lazarus gestorven is. Is Maria’s en Martha’s bede niet verhoord? Zij meenden het. Echter wees de uitkomst wel iets anders uit. Zo staat het in het algemeen met de verhoring der gebeden. Welkeen gezegend leven is dan dat kinderleven:


Hij is nabij de ziel. die tot Hem zucht;
Hij troost het hart. dat schreiend tot Hem vlucht;
Dat ongeveinsd, in ’t midden der ellenden,
Zich naar Gods troon met zijn gebeên
blijft wenden;
Hij geeft de wens van allen, die Hem
vrezen;
Hun bede heeft Hij nimmer afgewezen.


Zo schrijft ds. J. van Sliedrecht in zijn werk Uw enige troost, deel 6, bladzijde 38-43.

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 november 1989

Bewaar het pand | 6 Pagina's

Het gebed als ademtocht 1.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 november 1989

Bewaar het pand | 6 Pagina's

PDF Bekijken