Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De tijd vliegt

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De tijd vliegt

6 minuten leestijd

Nog slechts korte tijd en het einde van het jaar zal aanbreken. Indien uw ervaring gelijk is aan de onze, zult u het moetet???????jaar is voorbijgevlogen. We???????? dat een week zo voorbij is.?????? niets. Het jaar is omgevlqgen. De Bijbel spreekt ook over deze werkelijkheid. We lezen immers in Psalm 90 : 10 het laatste gedeelte: “En wij vliegen daarheen.” Iemand die menselijkerwijs gesproken aan het begin van het leven staat denkt wellicht dat het een hele tijd duurt voordat je bejaard bent. Maar wie op leeftijd is gekomen ziet dat heel anders. Wij spraken eens een heel oude man die zei ons dat hij er maar een ogenblikje geweest was. Wat is trouwens 70 of 80 jaar vergeleken bij de eeuwigheid? De tijd vliegt, maar wij vliegen mee. Staan wij er weleens bij stil? Er is slechts één schrede tussen ons en de dood. Ons leven is een handbreed gesteld. De mens van een vrouw geboren is kort van dagen. Welke positie die mens dan ook bekleedt, hoe men ook tegen die mens opziet in dit leven, hoeveel macht hij ook heeft, het geldt van ieder mens dat hij kort van dagen is. Zou de bede niet passen: “Leer ons alzo onze dagen tellen dat wij een wijs hart bekomen?” Is het niet noodzakelijk te leren vragen: “HEERE, maak mij bekend mijn einde, welke de mate mijner dagen zij; dat ik wete hoe vergankelijk ik zij.”

Het is zo dwaas niet te rekenen met de kortstondigheid en vergankelijkheid van het leven. Uiteindelijk is er niets zekerder dan de dood en niets onzekerder dan het leven. Hoe zijn de achterliggende maanden doorgebracht? Wat hebben wij met onze tijd gedaan? Het bijna-voorbijgegane jaar is genadetijd geweest. Er is veel gebeurd in de wereld. Veranderingen hebben plaatsgegrepen. Soms heel onverwacht. We denken aan de grotere mate van vrijheid die er in meerdere Oost-Europese landen is gekomen. Het is er in Nederland niet op vooruitgegaan. Nog verder zijn de wetten Gods terzijde geschoven. Maar wat is er in ons persoonlijke leven gebeurd? Wat hebben wij gedaan? Wat is er door ons gesproken? Welke gedachten en gevoelens zijn er geweest? Hoe is het maatschappelijk, kerkelijk en ambtelijk geweest? De Alwetende heeft alles waargenomen. We zingen het zo gemakkelijk, maar hebt u er ook bij mogen leven: Niets is o Oppermajesteit, bedekt voor Uw alwetendheid? Wat mensen niet weten, wat kerkleden onbekend is, wat wij angstvallig bedekken voor onze gezinsleden, het is de Heere op het allervolmaakst bekend. Het is een wonder indien er tijden zijn geweest dat wij God hebben mogen bedoelen. Want door de diepe val in Adam zijn wij zelfbedoelers geworden en zoekers van eigen eer. De gevallen mens is gericht op zijn eigen naam en koninkrijk en niet op de Naam, de Eer en het Koninkrijk Gods. Die alwetendeid Gods kan tot troost zijn voor Gods kinderen. Aan de ene zijde hebben zij inderdaad stof om zich te verootmoedigen, maar aan de andere zijde kan het bemoedigen dat de Heere van hun worstelingen, hun droefheid en hun zielevragen afwéet. Wat zij misschien niet aan een ander zouden durven zeggen is de Heere volmaakt bekend. Hij weet waar het hart zich naar uitstrekt. Het is Hem bekend indien er in het achterliggende jaar ogenblikken mochten zijn dat het gestameld mocht worden: “Heere, Gij weet alle dingen, Gij weet dat ik U liefheb.” De tijd vliegt. In het bijna achter ons liggende j aar hebben wij Gods Woord mogen uitdragen en beluisteren. De Bijbel mocht gelezen worden. Waar is het zaad gevallen? Is het bij de weg gevallen? Hebben de vogelen des hemels het weggepikt? Gaat u nog onbekeerd voort op de brede weg richting eeuwige rampzaligheid? Misschien wilt u hier niet aan denken. U wilt niet verontrust worden. Dan is uw toestand heel verontrustend. De tijd vliegt en wij vliegen daarheen. Dat is: of naar de eeuwige zaligheid of naar de eeuwige ondergang. Bedenk het toch dat het leven zo kort is dat de eeuwigheid zonder einde is. Stelt u zich tevreden met een tijdge- loof? Is het zaad van het Woord gevallen in steenachtige plaatsen? Hebt u het Woord terstond met vreugde ontvangen zonder weet te hebben van de droefheid over de zonde naar God die een onberouwelijke bekering werkt tot zaligheid? Is het zaad van het Woord gevallen tussen de doornen en de distelen? Wordt het verstikt door de zorgvuldigheden deze wereld en de verleiding des rijk??? Wie je ook spreekt, men heeft het allemaal druk. Er schijnt nergens tijd voor te zijn. Er zijn zoveel zogenaamde belangrijke dingen. Maar weet dit: eenmaal komt er voor u een einde aan al die belangrijke dingen en wat zal het dan erg zijn het ene nodige te missen. Dan voor eeuwig te laat! Dan geen genadetijd meer. Hoe rijk is het indien door genade het zaad van het Woord mocht vallen in weltoebereide aarde. Dan is er ook sprake van vruchtdragen ter ere Gods: dertig-, zestig-, of honderdvoud. Het hart dat door de Heilige Geest wordt bearbeid is in beginsel wijs gemaakt. Dat wijze hart mag rekenen met de kortstondigheid van dit leven. Met de vergankelijkheid van dit bestaan. Het vreemdelingschap mag beleefd worden. In zo’n wijs hart mag de vreze des Heeren beoefend worden. Het wijze hart doet wijken van het kwade. Dan kan zo iemand niet overal aan meedoen. Een nauw leven openbaart zich. Bijna aan het einde van het jaar, dat betekent bijna weer een jaar dichter bij de eeuwigheid. Voor onbekeerden ontzettend. Grijpt het u weleens aan dat zij voortsnellen naar de eeuwige ondergang? Ook voor keurige godsdienstige mensen zal de eeuwigheid ontzettend zijn. Zonder wedergeboorte en waarachtige bekering immers geen ingang in het Koninkrijk Gods. Blij vooruitzicht voor hen die de Heere mogen vrezen indien zij ertoe verwaardigd worden eens heen te mogen zien over de doodsjordaan.

Wij ontmoetten korte tijd geleden een kind Gods dat het leven op zichzelf niet moe was, maar wel de zonde. Moe van het inwonend verderf. Moe van het steeds weer overtreden van Gods wet. Vroeger zo sprak hij heb ik weleens gedacht dat het met het ouder worden beter zou worden, maar het wordt al slechter. Voor hen die genade mogen kennen zal eenmaal de tijd aanbreken dat er nooit meer gezondigd zal worden. Ziel en lichaam zullen eeuwig en volmaakt de Heere mogen bedoelen. Zij staan geschreven in het boek des levens des Lams. Christus is voor hen als een Onreine gerekend teneinde reiniging voor Zijn volk te verwerven. Wat Christus heeft verworven zal het deel van ’s Heeren gunstgenoten zijn. Hier in beginsel en eenmaal in volkomenheid. De tijd vliegt. Wij vliegen daarheen. Daarom dringt de vraag: ”Waar zult u zijn in de eeuwigheid?”

Werkendam.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 december 1989

Bewaar het pand | 6 Pagina's

De tijd vliegt

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 december 1989

Bewaar het pand | 6 Pagina's

PDF Bekijken