Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Voor de jeugd

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Voor de jeugd

Nehemia 89

9 minuten leestijd

“Staat op, looft den HEERE, uwen God van eeuwigheid tot eeuwigheid; en men love de Naam Uwer heerlijkheid, die verhoogd is, boven alle lof en prijs.

Beste jongelui!

Als jullie dit artikel onder de ogen krijgen, heeft het nieuwe jaar al weer zijn intrede gedaan. Twee cijfers zijn er ditmaal op de kalender versprongen. 89 is 90 geworden. We beginnen dus aan het laatste tiental jaren van de twintigste eeuw. Laat ik beginnen met alle lezers een gezegend nieuw jaar te wensen. Dat is altijd nog een goede zaak, al kan natuurlijk niemand iemand iets geven. En niemand weet wat hem/haar in het jaar dat we zijn binnengetreden, te wachten staat. Het kan voorspoed zijn en ook tegenspoed. Het kan gezondheid zijn en ook ziekte. We kunnen meevallers hebben en ook tegenslagen. Ons leven kan gespaard worden, het kan ook beëindigd worden. Laten we ook met dat laatste vooral rekening houden. Want vroeg of laat komt eenmaal toch die dag, dat we onze laatste dag beleven. En dan moeten we sterven en voor God verschijnen.Dat kan alleen zonder verschrikking gebeuren, wanneer we door het geloof geborgen zijn in het dierbare bloed van de Heere Jezus Christus. Dat heeft Hij gestort op de kruisheuvel Golgotha, als een losprijs voor een des doods schuldig volk. Wie dat door genade mag verstaan, wordt van sterven altijd beter. Dat jullie toe te wensen, is toch geen slechte wens. God vervulle hem naar de rijkdom Zijner genade.

Ook dit jaar hopen we weer door te gaan met de overdenking van het boek Nehemia. Veel denkstof is ons al aangereikt. Ik hoop niet dat het voor niets geweest is, doch dat het een zegenrijk gevolg in jullie leven gehad zal mogen hebben. En zo niet, dat het jullie dan toch nog tot zegen zal mogen zijn. Wat vandaag nog niet gebeurd is, kan morgen komen. Laat daarom niet af, hand en oog, op te heffen naar omhoog. Totdat Hij ook jullie genadig zij.

De laatste keer hebben we geschreven over het genadeverbond. Daar is in de loop der jaren, eeuwen al zo veel over geschreven. Ook getwist. En met dat al komt men niet zo veel verder. Men is er veel verder door uit elkaar komen te staan. En dat kan alleen maar jammer genoemd worden.

Het is een betekenisvolle zaak. En ook ik zal er het laatste woord wel niet over schrijven. Toch wil ik, vanwege de belangrijkheid, er nog wei een enkel woord over zeggen. En dan gaat het niet over beschouwing, maar beleving.

Het is opgericht met Abraham en zijn zaad in het oude testament. In het nieuwe testament wordt het opgericht met de gelovigen en hun zaad. Wat zijn nu gelovigen? Je kunt er van uitgaan, dat een ieder die belijdenis van het geloof heeft afgelegd, een gelovige behoort te zijn. Inderdaad, lees goed wat er staat. Krachtens zijn belijdenis behoort hij een gelovige te zijn. Je kunt dat het ideaal noemen. Dat moet worden vastgehouden. Daar moet naar worden gestreefd. Doch dat het ideaal nog nooit bereikt is, weet een ieder die geen vreemdeling in Jeruzalem is. De werkelijkheid is ver bij de idealiteit vandaan. Het is niet al Israël, wat Israël genaamd wordt. En dat zal het ook wel nooit zijn.

Dat de realiteit niet aan de idealiteit beantwoordt, is niet de schuld van God, doch altijd van de mens. Want van het in werkelijkheid ongelovig zijn, kan men nooit God de schuld geven. Ik weet wel dat een mens probeert zich achter zijn onmacht te verschuilen, doch dan vergeet hij weer dat hij door eigen schuld in een staat van geestelijk onvermogen is terecht gekomen.

Wanneer een mens een werkelijk gelovige mag zijn, wat een vrucht is van een vrijvallend Godsgeschenk, zal hij nooit zichzelf daarvoor de eer kunnen geven. Hij zal dat ook niet willen. Hij wil alleen God de eer geven. Tegelijkertijd zal hij stof tot verootmoediging vinden, omdat bij hem de werkelijkheid zover bij de idealiteit vandaan ligt. Want wie behoorde hij als bondgenoot van God te zijn, en wie is hij als zodanig? Het lijkt gewoon nergens op. Als hij in een rechte verhouding tegenover God mag komen, kan hij alleen maar als een verbondsbreker komen. Want dat doet “Gods kind” van zijn kant iedere keer weer. Wanneer men daarover voor God in de schuld mag komen, dan doet de HEERE van Zijn kant ervaren, dat Hij het verbond niet verbroken heeft. Doch dat het trouw is, al wat Hij ooit beval. Het staat op recht en waarheid pal, als op onwrikb’re steunpilaren. Hij is het die verlossing zond; aan al Zijn volk en Hij zal het verbond met hen in eeuwigheid bewaren.

Degenen die zó de verbondsverhouding beleven - en dat gebeurt echt niet elke dag - die zal de kinderen die God hem/haar heeft gegeven, zoeken op te voeden in de vreze des Heeren. Wie de waarde van het verbond, door het geloof voor zichzelf niet kent, zal het zijn kinderen ook niet zoeken bij te brengen. Men kan dat bij de Doop wel plechtig beloven. “Ja” is gauw gezegd. Doch het moet ook worden gedaan. Velen denken aan het “doen” nooit. Men komt zijn verplichtingen tegenover God en z’n zaad eenvoudig niet na. Wat daarvan de gevolgen zijn, kan een ieder weten. De verbondswraak wacht de zodanigen. Iemand die wél de waarde van het verbond voor zichzelf kent, en zijn kinderen overeenkomstig zijn beloften zoekt op te voeden in de vreze des HEEREN, zal ook hier geen stof vinden om zichzelf op de borst te slaan, of het zou moeten wezen in die zin, zoals de tollenaar het deed, die zeide: O God, wees mij, zondaar genadig! Nochtans is het de eeuwen door gebleken dat God in de lijn der geslachten Zijn kerk bouwt. Godvrezende ouders mogen wel eens een genadige vrucht van hun gebrekkige opvoeding zien. Dat dit echter niet altijd gebeurt, kunnen we uit de bijbel zelf weten. Want aan de Godzaligheid van Samuël zal wel niemand twijfelen. En dat hij zijn kinderen de vreze des HEEREN heeft zoeken bij te brengen, daar kun je ook wel zeker van zijn. Nochtans staat van zijn kinderen geschreven dat zij niet wandelden in zijne wegen. Met andere woorden: zij gingen niet in het voetspoor van hun vader, dat is in de wegen des HEEREN. God betoont daarin dat Hij altijd Zijn genade geeft aan wie Hij wil.

Al kan ik hier voor mijn denkend verstand de zaak niet sluitend krijgen, dan dien ik te geloven, dat hetgeen hier door mij niet begrepen wordt , bij God in orde is. God laat zich niet narekenen. Hij laat zich ook niet ter verantwoording roepen. Hij doet alles wat Hem behaagt. In alle omstandigheden God God laten, is wel een van de moeilijkste stukken in het leven des geloofs. Doch wie werkelijk het geloof mag kennen, kent ook de tijden dat hij het met God eens mag zijn, en dat hij het uitspreekt: De HEERE doe wat goed is in Zijne ogen. We moeten ook ten deze belijden: God is groot en wij begrijpen het niet.

Ik ga echter weer naar het plein bij de Waterpoort, anders zouden we te ver van huis raken met onze gedachten. Degenen die in 5a met name zijn genoemd, zou je voorgangers van het volk kunnen noemen. Zij wekken het volk op om te gaan staan en de HEERE te loven. Want Hij heeft een zeer heerlijke Naam, Die verhoogd is boven alle lof en prijs. Die zeer heerlijke Naam is de verbondsnaam, de Naam Die in de bijbel met allemaal hoofdletters geschreven staat: HEERE. We gaan daar nu niet verder op in, daar over het verbond al het een en ander gezegd is. Niet dat er niets meer over te zeggen zou zijn. Want het is een eeuwige Naam, met een inhoud, die de eeuwigheid omvat. Het is een Naam, Die naar zijn inhoud en volheid nooit is uit te drukken. Hij betekent: “Ik zal zijn, die Ik zijn zal”. Je kunt op de HEERE altijd aan. Dat wordt een wonder voor hen die er achter zijn gekomen, dat de HEERE op hen niet aan kan. Is dat jullie ook wel eens een wonder geworden?

Het is een Naam die boven alle lof en prijs verheven is. Dat wil heel eenvoudig zeggen, dat alle namen, in de hemel en op de aarde, er ten enenmale bij in het niet vallen. Ook de namen in de hemel? zal mogelijk iemand vragen. Inderdaad. Want in de hemel dragen de heilige troongeesten, de engelen ook namen. Denk maar aan Gabriël. Dat is die bekende engel uit de kerstgeschiedenis. Hij zei: Ik ben Gabriël, die voor God sta! Doch, hoe verheven zijn naam ook geweest is, hij valt er ten enenmale bij in het niet. Als dit van die heilige hemelburger geldt, hoeveel te meer geldt dit dan van nietige stofbewoners, die in werkelijkheid, bij God vergeleken, nog minder dan aardwormen zijn. Zij hebben soms een klinkende naam onder de mensen. Wereldwijd vermaard! Doch God doet hun naam met hen vergaan. Alleen Zijn Naam moet eeuwig eer ontvangen. Men loof’ Hem vroeg en spa. De wereld hoor en volg mijn zangen. Met amen, amen na. Ik ben voor ditmaal weer aan het einde. Tot de volgende keer D.V.

Jullie aller vriend,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 januari 1990

Bewaar het pand | 6 Pagina's

Voor de jeugd

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 januari 1990

Bewaar het pand | 6 Pagina's

PDF Bekijken