Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Sprekende plaatsen 6.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Sprekende plaatsen 6.

7 minuten leestijd

Schotland heeft steden, die zeer oud zijn. Steden, die van betekenis zijn geworden. Tot die steden behoort St. Andrews. Dit stadje is gelegen aan de oostkust van Schotland. Vandaag is het geen dode stad. De universiteit en de golf-spelen houden haar levendig. Wat het laatste betreft is St. Andrews de golfhoofdstad van de wereld. Hier ligt ook de bakermat van dit spel. Een spel, wat men zo’n vijfhonderd jaar geleden al kende.

Maar wat voor ons de aandacht moet hebben is de universiteit van St. Andrews, de oudste universiteit die Schotland bezit. Zij werd gesticht in 1411. Aan die universiteit hebben verschillende schotse predikanten gestudeerd. Mannen, die de Heere heeft willen gebruiken in Zijn dienst. Aan de universiteit hebben ook bekende hoogleraren gedoceerd. Ik denk allereerst aan Samuël Rutherford. Verschillende preken van hem zijn vertaald in het Hollands. Alsook een bundel brieven (365). Zij zijn destijds vertaald door Jacobus Koelman. Rutherford ontving ook een benoeming aan de universiteit van Utrecht. Deze benoeming nam hij niet aan. In de oude kerk van St. Andrews heeft hij meermalen gepreekt. Hierin ging ook John Knox voor. Op het zeer oude kerkhof ligt Rutherford begraven, vlakbij de bouwvallen van de oude kerk, de kathedraal, daterend uit de 12e en 13e eeuw. De grootste die ooit in Schotland werd gebouwd. Nu de resten van de kerk laten nog duidelijk zien de geweldige omvang van de kerk. Op de begraafplaats liggen honderden begraven. Het was een zoeken naar de grafsteen van Samuël Rutherford. Maar hij werd gevonden. Men mag overal vragen om de leiding van de Heere. Staande bij het graf van deze dienaar des Heeren gaat er heel wat door je heen. De grafsteen is verweerd. De inscriptie kan nog gelezen worden. Zij luidt: Samuël Rutherford. Professor te St. Andrews. Overleden 29 Maart 1661. Tong en pen van mensen kunnen iets zeggen van Rutherford. Zijn onderwijs verhoogde zijn roem. Zijn oprechte Godsvrucht sprak. Gods Naam maakte hij bekend. Hij sprak over bovenstaande dingen. Doortrokken met Immanuëls liefde. Zeer orthodox was hij. Hij streed voor Sions Koning, Sions zaak en Schotlands wetten. Tot het einde van zijn leven. Tot de heerlijkheid, die hij in het geloof zag. Rutherford werd geboren in het jaar 1600. De inwerking van de duivel in zijn jeugdjaren troffen hem bij het ouder worden. Zeer diep. Aan jongeren schreef hij: “de oude as van de zonden van mijn jeugd, zijn mij nu een vuur van droefheid. Daarom wacht u voor een groene, jonge duivel, die nog nooit begraven is geweest. De duivel is zeer te vrezen (ik bedoel met het oog op de zinnelust en prikkelende hartstochten van de jeugd) want in die jeugd vindt hij droog hout, droge kolen en een heet haardvuur. En hoe spoedig kan hij met zijn vuursteen vuur maken en het met zijn blaasbalg aanblazen en zo het hele huis in vlam zetten”.

IJver kenmerkte het leven van Rutherford. Rusteloos was hij bezig. Het was zijn lust en zijn leven te preken en te studeren, te lezen en te schrijven. Wie ’s avonds langs de pastorie kwam zag op de studeerkamer het flakkerend kaarslicht. Men zei van hem: “Hij is altijd in gebed. Hij is altijd aan het preken: altijd de zieken aan het bezoeken: altijd aan het schrijven en altijd aan het studeren”. In dit alles ging het hem om de Heere, Zijn koninkrijk, Zijn dienst en het heil van zondaren.

Zijn laatste dagen zijn ook sprekend geweest. Rijke getuigenissen werden gehoord. Het levende geloofskontakt met Zijn Heere en Koning deed hem uitroepen: ’Tk zal blinken. Ik zal Hem zien, gelijk Hij is. Ik zal Hem zien heersen en heel de verheerlijkte gemeente met Hem. Ik zal mijn ruim aandeel daarin hebben. Mijn ogen zullen mijn Verlosser zien, ja deze mijn ogen en niet een vreemde zal ik voor mij aanschouwen: en moge dit woord vermetel schijnen, toch is het geen grootspraak of inbeelding; ’t is de waarheid, onwrikbare waarheid: laat de naam van mijn Heere verhoogd worden, en laat mijn naam, zo het Hem lust, vernietigd worden, opdat Hij alles in allen zij. Al doodde Hij mij duizendmaal tienduizend malen, toch zal ik op Hem vertrouwen”.

Sprekend over zichzelf merkte hij op: “ik haal de pen door alles wat Hij mij ooit heeft doen begeren of verrichten. Ik beschouw het als bezoedeld en onvolkomen, omdat het van mij is voortgekomen. Ik schuil in Christus niet slechts opdat Hij mij rechtvaardige, maar ook mij heilige”. Met nadruk liet hij hierop horen: “Hij is mij van God gegeven tot wijsheid, rechtvaardigheid, heiligheid en verlossing. En dit houd ik vast. Dit blijve Hij. Hij is mijn enig Al”.

Tegen een aantal kollega’s die hem bezochten op zijn sterfbed, sprak hij: “Mijn Heere en Meester is de Overste van tienduizend maal duizenden, met Hem kan niemand in de hemel of op de aarde vergeleken worden. Lieve broeders doet alles voor Hem. Bidt voor Christus. Preekt voor Christus. Weidt de kudde aan uw zorg toevertrouwd voor Christus. In één woord: verricht alles voor Christus. Wacht u voor het ijdel mensen behagen, want ach! Daarvan zijn wij maar al te zeer doortrokken. Hij, voor Wiens aangezicht ik sta, weet dat ik de belangen van Jezus Christus heb behartigd en ik heb de voorspoed van Zijn evangelie gepoogd te bevorderen”. Zijn ambtsbroeders moesten een boodschap voor alle dienaren meenemen: “Komt uit voor de naam en de zaak des Heeren. Blijf getrouw aan de leer van het Covenant en hebt acht op de kudde aan uw zorg toevertrouwd. Weidt de kudde uit liefde. Preekt voor God. Bezoekt de gemeente en onderwijst de jeugd voor God. Ja doet alles voor God. Wacht u voor mensenbehagen. De opperste Herder zal spoedig verschijnen. In de namiddag voor zijn sterfdag zij hij: “O, dat al mijn broeders in de bediening eens wisten, welk een Meester ik gediend heb en welk een vrede thans mijn deel is. Ik zal in Christus ontslapen en als ik zal opwaken, zal ik verzadigd worden met Zijn Beeld.

Deze nacht zal de deur sluiten en mijn anker binnen het voorhangsel liggen. Morgenochtend zal ik om vijf uur in de slaap van hier gaan. Op alles wat van mij is en was schrijf ik de dood. De haven waar ik wens aan te landen is verlossing en vergeving door het bloed van Christus. Gij zult mij het pad des levens bekend maken. Verzadiging van vreugde is bij Uw aangezicht. Daar is nu niets tussen mij en de opstanding: slechts dit ene: “heden zult gij met Mij in het paradijs zijn”. Tot zijn enigst kind, dat nog in leven was sprak hij: “Andermaal heb ik je aan de Heere overgegeven. Zeg aan allen, dat mijn snoeren in liefelijke plaatsen gevallen zijn. Een schone erfenis is mij geworden. Ik loof de Heere, Die mij raad heeft gegeven”. Ps. 16.

Op het door hem genoemde moment stierf Rutherford. 61 jaar oud. Terecht schreef iemand: “Hij was een groot man. En het ware te wensen, dat de Geest van Christus, Die Rutherford bezielde, ook vandaag de dienaren van het Woord zou bezielen. Met diezelfde liefde, bewogenheid en hemelse gezindheid.

Er zouden grote dingen gebeuren”.

De Heere geve het. Tot Zijn glorie!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 januari 1990

Bewaar het pand | 6 Pagina's

Sprekende plaatsen 6.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 januari 1990

Bewaar het pand | 6 Pagina's

PDF Bekijken