Bekijk het origineel

Doornspijk

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Doornspijk

Bevestiging en intrede van ds. D. Slagboom

12 minuten leestijd

In 1933 werd de gemeente te Doornspijk geïnstitueerd. Het begin was klein. We hebben er, nu al lang geleden, verschillende jaren gecatechiseerd en gepreekt, begrafenissen geleid en huwelijken bevestigd en allerlei lief en leed meegemaakt. Ds. J. van Doorn, een eenvoudige en getrouwe dienstknecht des Heeren kwam en dat was het begin van de groei van de gemeente. Het kerkgebouw moest worden vergroot. Na tien jaren ging ds. Van Doorn de eeuwige rust in. Hij werd in Doornspijk begraven. Na hem kwamen ds. P. van Zonneveld en ds. J.H. van Dijk. Onder ds. Van Zonneveld werd er een nieuw kerkgebouw in gebruik genomen, de Rehoboth-kerk. Ds. van Dijk ging een half jaar geleden naar Zaamslag. De kerkeraad bracht een beroep uit op ds. D. Slagboom van Katwijk aan Zee, die al gauw dit beroep met volle vrijmoedigheid aannam. De Heere heeft dus in allerlei opzicht ruimte gemaakt. Daaraan herinnert de naamgeving van het kerkgebouw, maar dat blijft van kracht.

Vrijdag 19 januari j.1. was de dag van de bevestiging en intrede. Er werden twee afzonderlijke diensten gehouden en wel in het kerkgebouw van de Ned. Herv. kerk, dat al vaker voor bijzondere gelegenheiden beschikbaar werd gesteld.

De bevestigingsdienst begon om’3 uur n.m. Er was grote belangstelling voor. In de dienst ging voor ds. ir. J. Slagboom, de oudste zoon van ds. D. Slagboom. Hij is op de zendingsakker in Zuid-Afrika werkzaam en is ter gelegenheid van het vertrek van zijn ouders uit Katwijk naar Doornspijk voor een bezoek van negentien dagen overgekomen. Als dit blad verschijnt is hij als het goed is weer op zijn arbeidsveld terug. Indertijd is hij uitgezonden door de kerk van Heerde. Toen heeft zijn vader de bevestigingsdienst geleid. Nu mocht de zoon zijn vader in het ambt te Doornspijk bevestigen.

Er gingen vele gedachten door ons heen. We zagen het als een bijzonder voorrecht een zoon te mogen hebben die ook het evangelie van vrije genade mag verkondigen. We stellen ons voor dat het op vader en zoon en moeder nog veel meer indruk heeft gemaakt. De jonge ds. Slagboom beklom de hoge kansel, liet zingen Ps. 113 :1 en 2, sprak votum en groet uit, las van de Dordtse Leerregels, hoofdstuk I, artikel 3, gaf te zingen Ps. 135 : 12 en las Colossenzen 4 : 1-6. Hij noemde zijn tekst Colossenzen 4:3: Biddende meteen ook voor ons, dat God ons de deur des Woords opene, om te spreken de verborgenheid van Christus, om welke ik ook gebonden ben. Hij gaat voor in gebed. We zingen Ps. 119 : 3,65 en 67. Intussen wordt er voor de kerk gecollecteerd.

Toen kwam de preek. Na een inleidend woord kwam de bevestiger met de hoofdgedachte van de preek: Een geopende deur voor het Woord, waarbij drie zaken de aandacht vroegen: 1. een biddende gemeente, 2. een afhankelijke dienaar, 3. een helpend God.

In Colosse was een jonge gemeente. Paulus heeft er belangstelling voor. Hij weet wel ongeveer wat er gaande is. De Heere werkt er, maar er zijn ook zorgen wegens vijandschap en dwaalleer. Dat is nog altijd zo, ook in Doornspijk. Waar de Heere werkt komt tegenstand.

Colosse had zijn eigen dienaar: Epafras. Paulus geeft pastorale adviezen: Houdt sterk aan in het gebed. Hoe zal het werk doorgaan als er geen gebed is? Daarin is de toegang tot de troon der genade.

Biddende meteen ook voor ons. Paulus kan niet meer doen. Hij is gevangen. Hj kan een brief schrijven, meer niet. Het gaat om wat God alleen kan werken. Vandaar: biddende voor ons en voor anderen. In het gebed mogen de mensen de handen vouwen. De gemeente Doornspijk moet ook voor de nieuwe dienaar bidden. Wat kan hij als hij niet wordt opgedragen aan de troon der genade?

Er is, figuurlijk gesproken, een muur. B.v. als de dienaar een preek moet maken. Er moet een biddende gemeente achter staan. Spreker wekt de gemeente, ook de jeugd op tot gebed, opdat de deur van de troon der genade open moge gaan. U mag steeds weer vragen: Help hem toch. Steeds bij alle arbeid. Ook als er zorgen zijn in de pastorie. Steeds moet de bede zijn dat de Heere de deur wil openen.

Paulus voelt daarin zijn afhankelijkheid. Hij kan het zelf niet. Hij was dienaar van het Woord. Dat is een verantwoordelijk werk. Hij vindt zich voor een gesloten deur. Hoe zal het Woord voortgaan als er een muur is en de deur gegrendeld is? Er kan onverschilligheid zijn, vijandschap, ook vriendelijkheid. De deur moet opengaan. Paulus vraagt te bidden opdat God de deur des Woords opene. Bij het maken van een preek kan de deur op slot zitten. Dan moet een dienaar zelf op de knieën. Het gebed van de gemeente is nodig, ook om te vragen of de Heere de harten wil openen.

Een afhankelijke dienaar vraagt: bidt voor ons.

Paulus weet dat er een helpend God is. Tot zijn vader zegt de prediker: vader, de Heere heeft u nog nooit beschaamd. De Heere alleen kan ingang doen vinden. Hij kan de deur openen wanneer het gebed komt tot Hem Die op de troon zit. De deur heeft scharnieren. Dan vallen de belemmeringen bij het maken van een preek weg. Dan kan Paulus preken de verborgenheid van Christus. Wat verborgen is zie je nog niet. De tijd moet rijp zijn. Het Woord is ook tot de heidenen gegaan, naar Gods Woord. Ook tot Doornspijk. Het moest eerst voor Paulus opengaan. Dat doet de Heere nog. Dan mag de dienaar de Christus uitstallen. De Heere maakt plaats voor Christus.

Paulus schrijft in 1 Corinthe 16, dat de Heere een deur geopend heeft. Zo mocht hij het evangelie van Christus verkondigen. De Heere komt erin mee. Ook Johannes spreekt van een geopende deur.

Gemeente van Doornspijk, u krijgt een nieuwe dienaar. Hij is afhankelijk. Hij heeft het gebed nodig. Opdat mensen bekeerd worden en Christus geopenbaard wordt.

Het is een woord voor ons allen. We hebben een muur in het hart. Door eigen schuld. Gelukkig wanneer men zo gaat bidden. Het gaat om Gods eer. Uit Hem, door Hem en tot Hem zijn alle dingen. Amen.

We zingen Ps. 40 : 5. Hierna leest de bevestiger het formulier. Hij stelt de vragen die duidelijk worden beantwoord met het bekende: ja ik, van ganser harte. We zingen staande Ps. 132 :6. Ds. Slagboom jr. spreekt zijn vader en de gemeente toe. Hij leest het laatste gedeelte van het formulier en eindigt met dankgebed. Na het zingen van Ps. 90:9 legt de bevestiger de zegen op de gemeente.

Velen spoeden zich naar huis. De gasten komen samen in het verenigingsgebouw, waar koffie en een broodmaaltijd worden aangeboden. Ook de familie Slagboom bevond zich onder de vele aanwezigen. Er waren bekenden uit allerlei gemeenten. We zagen vrienden o.a. uit ’s-Gravenzande, Dordrecht, Urk, Barendrecht en Katwijk aan Zee. We hebben velen de hand kunnen drukken. Er waren vele predikanten, van wie sommige uit andere kerkverbanden. Het doet goed elkaar steeds weer bij bijzondere gelegenheden te mogen ontmoeten.

Allen gingen tijdig voor de avonddienst naar het kerkgebouw. Er was voor deze dienst nog groter belangstelling dan voor de bevestigingsdienst, wat in de regel het geval is.

Ds. Slagboom sr. liet zingen Ps. 65 :1 en 2. Na votum en groet las hij de twaalf artikelen en Jesaja 61. Toen ging hij voor in gebed. We zongen Ps. 89 : 6, 7 en 8. Er werd intussen gecollecteerd.

Ds. Slagboom ging preken over Lukas 4 :19e: om te prediken het aangename jaar des Heeren.

Hij wijst erop dat de Heere hen aan elkander verbonden heeft. Hij mag het Woord bedienen. Op een avond als deze is er veel belangstelling. Waarom gaat het? Om de boodschapper of om de boodschap van Hem Die centraal staat?

Alleen het zaligmakend geloof geeft uitzicht. We worden gewezen op Hem, de Knecht des

Heeren, de Heere van al Zijn knechten. In dit gedeelte staat dat de ogen van allen op Hem gericht waren. Dat is het enige wat we nodig hebben.

Spreker bepaalt ons bij: De boodschap van het aangename jaar des Heeren en vraagt aandacht voor 1. de aanstelling, 2. de inhoud, 3. de zegen.

De Heere is in de synagoge te Nazareth. Hij alleen wordt genoemd. Hij is gekomen door de Heilige Geest. Die drijft Hem steeds.

Allen kennen Hem in de synagoge. Hun belangstelling zal zijn getrokken. Hij eert de sabbath, de dienst des Heeren in het leerhuis van Gods Woord. Als naar gewoonte gaat Hij op. We zijn nooit te veel daar waar de Heere spreekt. Hij is de Leraar in dat leerhuis, waar het Woord zo weinig recht wordt gebracht. Hij, de Gezalfde van de Vader, krijgt de rol van Gods Woord. Na Wet en gebed komen de profeten. De Heilige Geest leidt Hem en Hij leest staande met diepe eerbied het woord van Jesaja 61, waarin Hijzelf is, wat Zijn profetische programma bevat. Lukas legt de nadruk op de publieke arbeid. Hij is gezonden om te prediken het aangename jaar des Heeren. Ongetwijfeld hebben we hier de herinnering aan het jubeljaar, het jaar van de vrijlating, het 50e jaar. Het is het rustjaar, teken van de rust. In het jubelj aar werden de verbroken verhoudingen hersteld. De slaven werden vrijgelaten, de schuldenaars van hun schuld bevrijd, de gevangenisdeuren gingen open. De ramshoorn kondigde aan dat het jaar gekomen was.

De Heere Jezus Christus, als Hij in de synagoge van Nazareth is, weet: de ramshoorn heb Ik in Mijn hand. Ik ben geroepen om te prediken het aangename jaar des Heeren. Christus geeft uitzicht. Het is hopeloos. De profeet gaat prediken dat het jubeljaar vervuld is, niet in de terugkeer uit de ballingschap, maar in Christus Jezus, Die gekomen is om te prediken het aangename jaar des Heeren. Het gaat om de geestelijke nood.

Hij is aangesteld door de Vader. De Geest des Heeren Heeren is op Hem. Hij is de Gezalfde Gods. Uit het vrije welbehagen.

Wie zijn wij! Dat zal een dienstknecht beleven: door de Geest bediend te moeten worden. Dan mogen ze prediken als heraut van de Koning, één met de Koning Zelf.

Het is de opdracht het evangelie te prediken waar ze worden gezonden. Het is een groot wonder dat Jezus Christus van God gezonden is. Eeuwig gelukkig zijn we wanneer we daar iets van verstaan.

De inhoud spreekt hier: het aangename jaar des Heeren. De Prediker verklaart Zijn eigen prediking. Hij is er één mee. Hij staat centraal. Heden is deze Schrift in uw oren vervuld. Hij stond te lezen en ging zitten verklaren.

De uitdrukking: heden is deze Schrift enz. zegt; dat aangename jaar is in Mij vervuld: vrijlating van gebondenen enz. Het is de tijd der genade.

Christus wijst naar Zichzelf als de centrale inhoud van de boodschap. Het jubeljaar begint met de Grote Verzoendag. De oorzaak van alle nood ligt in de zonde, in de schuld. Die dat gevoelt spreekt van mijn schuld, och wierd mijn ziel door U gered.... Het is een gezegende zaak wanneer dit in het leven van een dienstknecht mag worden verstaan. De zonde moet worden verzoend. Anders kunnen de verhoudingen niet worden hersteld. Daarom is Christus de centrale inhoud van de boodschap.

Kent u dat uitzien naar de toepassing voor uzelf? Hij is arm geworden voor armen enz., een lijdende Borg en Zaligmaker. Hij is vernederd, maar ook verheerlijkt en heeft de Zijnen meegenomen.

Gemeente, luister nooit naar de boodschap die bij de mens begint. Er moet aan de gerechtigheid Gods worden voldaan. Die andere boodschap is arm. Daaraan heeft een arme, een gevangene niets. Maar op de boodschap van het aangename jaar des Heeren rust zegen.

Nazareth heeft de boodschap niet verstaan, gaat eraan voorbij. Wij zijn verantwoordelijk. Zo gij Zijn stem dan heden hoort....

Hij wordt uitgeworpen, maar het smart Hem in Zijn hart. Hij ontkomt aan hun handen. Hij gaat Zijn weg als de vernederde Heere Jezus Christus, als de Knecht des Heeren om te betalen voor de schuld. Het jubeljaar breekt in Hem aan. Door Zijn Geest gaat Hij harten verbreken.

Het aangename, het aannemelijke jaar des geloofs breekt aan, het jubeljaar der bevrijding. Vijftig jaar duurde het, maar nu mogen we zeggen: Nooddruftigen zal Hij verschonen..... Hij brengt sieraad voor as..... Vrolijkheid, wanneer er kracht van Christus zoenbloed uitgaat. We worden een goede gemeente, wanneer dat het geval is. Het wonder van vrije genade blijft over. Amen. Na het zingen van Ps. 85 :1 volgt het dankgebed. Dan zingen we nog Ps. 69 : 14.

Dan is er gelegenheid om toespraken te houden.

Achtereenvolgens wordt het woord gevoerd door de Burgemeester namens de burgerlijke gemeente Elburg, ds. B. Bijleveld als consulent en namens de classis Zwolle, ds. G. Blom namens de kring van vrienden van Bewaar het Pand, ds. J.H. van Dijk als vroegere predikant van Doornspijk en br. M. Bijl namens de kerkeraad. Deze laat staande toezingen Ps. 37 : 2.

Ds. Slagboom spreekt nog een kort slotwoord. Hij eindigt met de woorden van Psalm 32 : 8: Ik zal u onderwijzen en u leren van de weg die gij gaan zult; Ik zal raad geven. Mijn oog zal op u zijn.

Daarna zingen we Ps. 68 : 17 en dan legt ds. Slagboom voor de eerste maal als eigen dienaar de zegen des Heeren op de gemeente.

Het kerkgebouw stroomt leeg. Velen komen nog samen in het verenigingsgebouw voor een kop koffie (en een broodje). Velen maken geen haast om weg te gaan. Er heerst een goede geest. Het was een goede’dag, waarin de Heere nog toonde te willen gedenken. Er is veel dat met zorg moet vervullen, ook veel dat moet veroordelen, maar de prediking is er nog van het aangename jaar des Heeren. We hopen dat het voor velen, vooral voor de gemeente van Doornspijk en de familie Slagboom een onvergetelijke dag blijft.

Het was tenslotte net als met een ontmoetingsdag, dat ieder weer heengaat naar zijn eigen bestemming.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 januari 1990

Bewaar het pand | 6 Pagina's

Doornspijk

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 januari 1990

Bewaar het pand | 6 Pagina's

PDF Bekijken