Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Voor de jeugd

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Voor de jeugd

Nehemia 91.

9 minuten leestijd

“Gij zijt die HEERE, de God, Die Abram hebt verkoren, en hem uit Ur der Chal- deën uitgevoerd, en Gij hebt zijn naam gesteld Abraham, en Gij hebt zijn hart getrouw bevonden voor Uw aangezicht....”.

Beste jongelui!

Hier zijn we weer. We staan gereed om verder te gaan, namelijk door de geschiedenis ons verhaald, in het boek Nehemia. Ik reken er op dat jullie mee gaan. Daar is onderweg nog steeds veel te beleven.

We hoorden de laatste keer dat het volk samengekomen was op een boetedag en dat men bezig was om de HEERE groot te maken. Wie op een boetedag klein is voor God, kan niet anders doen dan God groot maken. Niet, alsof God niet groot zou zijn. Want God is groot. Doch het groot maken van God bestaat in het Hem loven en prijzen, boven alles uit.

Daar wordt in het zevende vers mee verder gegaan. Het is een voorrecht als men daarin mee mag gaan. Want het volk zegt hoe de HEERE in het verleden met hen gehandeld heeft. Abram was hun stamvader. Hij was van huis uit een afgodendienaar. Doch God had hem uitverkoren, om uit hem een apart volk te doen voortkomen. Uiteindelijk, opdat uit het volk ook de Messias zou geboren worden. Het zou verleidelijk zijn om hier breed over Abram te gaan spreken. Doch het gevaar is dan aanwezig, dat we de geschiedenis, in Nehemia verhaald, uit het oog zouden verliezen. Ik ga er daarom maar van uit, dat de geschiedenis van Abram jullie wel bekend zal zijn. Hij staat bekend niet alleen als de stamvader van het volk Israël, maar ook als de vader der gelovigen.

Dat God hem had uitverkoren, is een wonder apart. De verkiezing, daar is al veel over geschreven. Wij hebben dat ook al eerder gedaan. Als er geen verkiezing was, zou er geen mens zalig kunnen worden. Dank zij het feit dat er een verkiezing is, kunnen jullie allemaal zalig worden. Laat ik het ten deze hierbij laten. Daar is natuurlijk niet mee gezegd, dat allen die dit lezen, ook metterdaad zalig zullen worden. Dat weet ik niet. God weet dat alleen. Ik zeg alleen dat elke lezer zalig “kan” worden, omdat er een verkiezing is. Want wie durft te zeggen dat hij/zij niet uitverkoren is? Dat weet niemand van te voren. De roeping is altijd om de voetsporen van Abraham te drukken, door namelijk in die God te geloven, Die Abram heeft geroepen. En dan moet natuurlijk het geloof in de werken tot openbaring komen. Want men kan zich er op beroepen, krachtens het verbond een “kind van Abraham” te zijn, terwijl men het toch niet is, omdat men de werken van Abraham niet doet. Zo wordt het door de Heere Jezus duidelijk gezegd. Laat een ieder daarop zijn eigen leven eens bekijken, opdat men zichzelf niet met een uiterlijke verbondsrelatie voor eeuwig zou bedriegen. Dit gevaar is er altijd geweest en dat zal er altijd blijven.

Van die Abram, die gezegd wordt uit Ur der Chaldeën geroepen te zijn, wordt ook gezegd dat God zijn naam veranderd heeft. Hij heette Abram en dat is geworden Abraham. Zijn eerste naam Abram, betekent: “verheven vader”. Zijn nieuwe naam betekent “vader van vele volken”, of: “vader van een grote menigte”. Die naam werd hem gegeven toen hij nog geen kinderen had. God deed dit om daarmee te bevestigen dat Hij Zijn belofte, aan Abraham gegeven, ook na zou komen. Daar was de samengekomen menigte, op dat plein bij de Waterpoort, een bewijs van. Want dat waren allemaal kinderen van Abraham, kinderen van de vader der gelovigen. Dat wil echter niet zeggen dat al zijn nakomelingen ook echte gelovigen zijn geweest. Want dat laat ons de geschiedenis van het volk, uit Abraham gesproten, wel anders zien. Genade is geen erfgoed. Het is altijd een strikt persoonlijke zaak. Onthoudt dat ook!

Wat Abraham zelf betreft, God had zijn hart getrouw bevonden voor Zijn aangezicht. Dat wil heel eenvoudig zeggen dat God Abraham in de gaten had gehouden, en gezien had dat hij geloofde. Echt geloofde in de belofte van Hem, waardoor hij alleen het eeuwige leven zou kunnen deelachtig worden. Dat is de komst van de Messias, of tewel de Christus, Die nu gekomen is. Alleen door het geloof in Hem kon Abraham de zaligheid verkrijgen. Alleen door het geloof in Hem, kunnen ook wij de zaligheid verkrijgen.

Met Abraham had God een verbond gemaakt en hem beloofd dat Hij hem Kanaan tot een erfdeel zou geven. En niet alleen het land van de Kanaanieten, maar ook dat van de Hethieten, Ferizieten, Amorieten, Girgazie-ten en Jebusieten. Dat waren degenen die toen ter tijd in het “beloofde land” woonden. En, zegt men vervolgens, Gij hebt Uw woorden bevestigd, omdat Gij rechtvaardig zijt. Zo staat het in vers 8. Men moest belijden dat God een God is, waar men op aan kan. Hij had hen niet bedrogen. Want dat zou onrechtvaardig, niet eerlijk zijn geweest. Doch God is rechtvaardig. Dat was Hij niet alleen toen, doch dat is Hij nu nog. Want Hij is van eeuwigheid tot eeuwigheid Dezelfde. Je kunt op Hem aan. Niet alleen wat Zijn beloften betreft, maar ook wat Zijn bedreigingen betreft. Hij liegt nooit. Hij kan niet liegen. Liegen is bij God een onmogelijke zaak. Onthoudt dat ook maar goed. Wat Hij zegt, is altijd de waarheid. Daar kan Hij ook op aangesproken worden. “Gedenk aan het woord, gesproken tot Uw knecht”. Ja, dat is een egel uit één van de vele rijke verzen van psalm 119. Die schiet mij zo maar te binnen. Mogelijk dat er onder de lezers zijn, waar dit geen vreemde taal voor is. Gelukkig als jullie daar iets van weten mogen.

Met grote stappen gaat men in de belijdenis de geschiedenis door. Want als men over de roeping van Abraham heeft gesproken en over Gods verbond met hem, dan worden we in gedachten, in vers 9, verplaatst naar het verblijf van het volk in Egypte. Met een enkel woord wordt het gehele verkeer daar behandeld, terwijl dit een eeuwenlang verblijf geweest is. Want Egypte is het “diensthuis”. Daar verkeerde het volk in een ellendige staat. Zij werden zeer verdrukt. Het leek wel alsof de HEERE hen vergeten had. Dat Hij aan Zijn verbond met Abraham niet meer dacht. Doch dit was niet het geval. Want “Gij hebt de ellende onzer vaderen aangezien, en Gij hebt hun geroep gehoord bij de Schelfzee”. De ellende was zeer groot. Het was een zeer zware beproeving die het volk daar moestondergaan. Doch de HEERE zorgde er voor dat het volk niet zou ondergaan. Dat kon niet. Dat mocht ook niet. Want stel dat dit gebeurd zou zijn, dan zou nooit de Zaligmaker geboren zijn. Dan was het voor elk mens wis en zeker verloren. Dan zou de duivel, die achter al het woeden van farao schuil ging, het hebben gewonnen. Dan zou de duivel machtiger geweest zijn dan God. Nu is het waar dat de duivel machtig is. Onderschat hem nooit. Doch vergeet ook niet dat God Almachtig is. Dat wil zeggen dat de duivel het altijd van God moet verliezen. Dit te geloven in déze tijd, is een geweldige zaak. Want het lijkt er nu toch ook op dat de duivel het winnen zal. Het getal van zijn aanhangers wordt steeds groter, en het getal van hen die de HEERE aanhangen, wordt steeds kleiner. Hoevelen zijn er niet, helaas, die wel de kerk zijn ingedragen, die het teken en zegel van Gods genadeverbond aan hun voorhoofd hebben gekregen, doch die later de kerk de rug toekeren. Dat zijn de zogenaamde kerkverlaters. Dat is een onderwerp waar zelfs boeken over geschreven worden. En als dat zo doorgaat, laat de vraag zich stellen, of er op de duur nog wel iets van de kerk zal overschieten.

Heb ten deze maar geen zorg. Want God houdt Zijn kerk in stand. Zo heeft Luther het in donkere dagen gezongen. En zo is het in deze donkere tijd nog het geval. Het laatste woord is nooit aan de vorst der duisternis, maar aan de HEERE, Die Zijn volk wel beproeft in Egypte, doch nooit om het in de beproeving te doen omkomen. Hij doet dit om het als gelouterd er te doen uitkomen.

Dat de HEERE de Sterkste is, is in Egypte duidelijk gebleken. Al de plagen waardoor de Egyptenaren zijn getroffen, zijn daar een duidelijk bewijs van. Soms moest farao dit zelfs erkennen. Doch als de plaag over was, verhardde hij zijn hart. Zo zijn er natuurlijk meer. Mogelijk denken jullie. Daar komt ’ie weer, met zo’n persoonlijke vraag, namelijk of wij ons hart ook niet verharden? Want dat kan, dat gebeurt zelfs heel dikwijls. Je kunt tegenslagen in je leven krijgen. Je kunt er uit geholpen worden. Beterschap beloven, om daarna toch weer je gang op de brede weg te vervolgen. Dat is natuurlijk een heel kwalijke zaak. Daarom moet ik er ook op wijzen. Ik roep daartoe Ps. 32 : 5 in herinnering. Jullie weten toch wel wat daar staat? Als je het niet weet, moeten jullie het zelf maar eens opzoeken en goed lezen, zo nodig leren. Je kunt mij tenslotte ook niet alles laten doen. Weest ten deze aktief. Als je doet watje kunt, doet God wat je niet kunt. Zo heeft Augustinus het eens gezegd. Ik geloof dat daar veel waarheid in zit. Probeer het op alle manier. Dan komt de rest van, zelf wel. Want als je ontdekt dat je zelf mets kunt, dan krijg je God nodig, bij Wie alle dingen mogelijk zijn. Ik ga nu weer eindigen. De hartelijke groeten van jullie aller vriend,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 februari 1990

Bewaar het pand | 6 Pagina's

Voor de jeugd

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 februari 1990

Bewaar het pand | 6 Pagina's

PDF Bekijken