Bekijk het origineel

Sprekende plaatsen 8.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Sprekende plaatsen 8.

7 minuten leestijd

“Eens was ik een vreemd’ling voor God en mijn hart

Ik kende geen schuld en gevoelde geen smart. Ik vroeg niet: Mijn ziele, doorziet gij uw lot? Hoe zult gij rechtvaardig verschijnen voor God?”

Deze regels en de daarop volgende zijn niet onbekend. In het vragenboekje van Hellenbroek staat dit gedicht ook afgedrukt. Velen hebben het in de catechisatietijd gelezen. In de preek werd en wordt het weleens aangehaald. En terecht! Immers er ligt onderwijs in. Het spreekt van geestelijk leven. De dichter van dit vers kan minder bekend zijn. Alhoewel zijn naam onder het gedicht geplaatst is, namelijk: Robert Murray M’Cheyne. In leven predikant te Dundee. Dundee is ook een plaats in Schotland. De kerk, waarin M’Cheyne gepreekt heeft is nog intakt. Hij wordt nog gebruikt. M’Cheyne werd geboren 21 mei 1813. Een bekend jaar voor ons land. Toen vond de slag bij Waterloo plaats. In de hoofdstad van Schotland Edinburgh is M’Cheyne geboren. Niemand kon vermoeden, dat hij een groot prediker zou worden en voor velen tot zegen. In zijn goedheid houdt de Heere vele dingen verborgen, maar brengt Hij ze op Zijn tijd en Zijn wijze openbaar. Hij genoot een opvoeding naar Gods Woord, waarvoor hij altijd dankbaar was. Het sterven van zijn broer David werd het middel om hem te brengen uit de duisternis tot Gods wonderbaar licht. Vanaf die tijd werkte de Heere ook met hem door, zodat de genade Gods in Christus Jezus rijk zijn deel werd. Van ’s Heeren wege werd hij ook gedrongen om theologie te studeren.

Hij kon spreken van Gods genade en van zijn roeping tot het ambt van dienaar des Woords. In zijn geschriften wordt dit ook merkbaar. Voor de Heere en Zijn dienst leefde hij. Het welzijn van zijn gemeente ging hem ter harte. Een vriend van hem schreef: “Meer dan iemand dergenen, die wij ooit gekend hebben, had hij geleerd alles in de Naam des Heeren te doen. Bij al zijn nederigheid, en deze was zeer diep, had hij een stellige bewustheid van des Heeren eigendom te zijn en het was in Hem, zijn levend Hoofd, dat hij vergeving van zijn zonden en door Hem, zijne gerechtigheid, dat hij zegen op zijn werk verwachtte. Het gevolg hiervan was een aanhoudende gerustheid en helderheid van geest. Hij vertrouwde zijn weg aan de Heere en hij was overtuigd, dat deze uitkomst zou schenken. Hij mocht kennen: “die Uw wet beminnen hebben grote vrede en zij hebben geen aanstoot”.

In november 1836 werd hij te Dundee bevestigd tot dienaar des Woords. Zijn intredetekst was Jesaja 61 :1-3. Zijn gemeente was groot. Elke zondag waren zo’n 1100 mensen aanwezig. Zijn eerste indruk van de gemeente was zeer triest. Het was voor hem een zeer dode gemeente. In welke zelfs, zoals hij schrijft, de levende Christenen niet veel invloed door hun geestelijk leven op anderen uitoefenden, want de menigte onbekeerden, waarvan zij zich omringd zagen, hadden niet nagelaten een zeer treurige uitwerking op hen te weeg te brengen. Ik vrees, zo merkte hij op, dat het hier is zoals Jesaja zegt: “de profeten profeteren leugen en het volk heeft het gaarne”. De Heere heeft zijn dienst willen gebruiken. De prediking en de gesprekken mochten ingang hebben. Zowel bij ouderen als bij jongeren. Beroepen van andere gemeenten bleven niet uit. Hij bleef echter in Dundee. In een brief aan zijn vader schreef hij: “Ik durf deze gemeente niet te verlaten. Het is Gods wil dat ik hier ben en blijf. Hij heeft mij hier geplaatst onder de nijvere handwerklieden en de politiserende wevers van deze goddeloze stad. Hij zal het mij niet aan het nodige laten ontbreken. Hij, Die Zijn schatting betaalde uit de mond van een vis, zal al mijn nooddruft vervullen. Misschien zal de Heere dit woud van zwarte schoorstenen nog bloeiend en schoon doen worden als de hof des Heeren, een land hetwelk de Heere gezegend heeft”. En verder schrijft hij: “Mijn Meester heeft mij hier met eigen hand geplaatst en nooit wil ik rechtstreeks noch zijdelings pogingen aanwenden om verplaatst te worden”.

Dundee is ok zijn enige gemeente gebleven. Hij stierf 25 mei 1843. Niet oud. Hij was 30 jaar. Naar onze gedachte te jong. Maar de Heere beslist en bepaalt. Vlak voor zijn sterven hief hij zijn handen zegenend op. Op de wijze, gelijk hij na elke dienst placht te doen. Duidelijk kwam hierin uit, zijn verbondenheid aan zijn gemeente. Vlak voor deze daad kwam over zijn lippen: “Deze parochie, Heere, deze gemeente, deze gehele stad!” Dat is liefde. Herderlijke liefde. Daarin ligt ook besloten de verzegeling van de Goddelijke roeping van herder en leraar te zijn. De verbondenheid aan de door de Heere aangewezen plaats. Bij een schrijver las ik: “zijn sterven drukte het zegel op zijn leven, dat zich in twee woorden laat samenvatten: Gezegend en tot een zegen”.

Steeds was hij pastoraal bezig. Wie zich in zijn nalatenschap verdiept, komt dit regelmatig tegen. Een enkel voorbeeld daarvan. In een brief schrijft hij: “Bedenk, dat gij niet rein voor God kunt zijn in uzelf. Ge kunt alleen volmaakt zijn in Christus Jezus. Begeer daarom in Christus gevonden te worden. Wat zal er van u worden, zo gij in uzelf gevonden wordt? Waar zult gij verschijnen? Gij zult van schrik terugdeinzen en tot de bergen roepen: valt op mij en tot de heuvelen: begraaft mij”.

Maar als gij in Jezus geborgen zijt als uw oog en hart gevestigd zijn op de wonden, die uw zonden Hem veroorzaakt hebben - zo het uw wens is, gerechtvaardigd te worden door Zijne gerechtigheid - bedekt te worden door de stroom van Zijn bloed en overkleed met de sneeuwwitte vacht van het Lam Gods - dan zal God u met Zijn ganse hart onuitsprekelijk liefhebben. De reine, volkomen liefde Gods vloeit door het bloed en de gehoorzaamheid van Jezus toe aan elke ziel, die daarmede bedekt is, hoe verdorven en ellendig zij ook in zichzelf moge zijn. Hebt gij de liefde van een heilig God geproefd - gesmaakt? Uw liefde is beter dan wijn. Zij is beter dan alle liefde, dan alle genot; dat enig schepsel ons kan geven. Och, leef niet - och! sterf niet zonder deel te hebben aan deze heerlijke, schuld-vergevende, zielsvertroostende, zaligende liefde Gods! Bedenk, dat Jezus op dit ogenblik gereed is u onder Zijn vleugelen te vergaderen. Matth. 23 : 37. Stel dat buiten alle twijfel. Vergeet ook niet, dat het tegenwoordig uw enige tijd is om behouden te worden. Pred. 9 : 10. Daar is geen geloof, geen berouw geen bekering in het graf - daar zal geen leraar tot u spreken. Hier is het de tijd, u tot bekering gegeven. Wij moeten u nu gewinnen of voor eeuwig verliezen. Och! Of gij deze korte tijd gebruikte! Elk ogenblik is meer waard dan een ganse wereld. Uw ziel is mij dierbaar - maar Jezus nog veel dierbaarder. Zie op Hem en gij zult zalig worden”.

Zo was hij steeds bezig. Onderwijzend, vertroostend, waarschuwend vermanend, aansporend, verzekerend.

Naar onze gedachten te kort. Het oordeel des Heeren was anders. Een vriend van hem, medebroeder in de bediening, schreef na zijn heengaan: “Dit kunnen we duidelijk zien, dat zijn vroegtijdige dood zeer geschikt is, om ons voor altijd zijn karakter en voorbeeld in het geheugen te prenten. Als hij vele jaren geleefd had, zouden misschien enkele der hem geschonken gaven iets van hun frisse aantrekkelijkheid hebben verloren. En dit kan nu nimmer het geval zijn. Het schijnt, dat de Heere de bloem van haar stengel heeft willen afbreken, voordat de kleuren hun schitterende tinten en de bladeren hun frisheid verloren hadden”.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 maart 1990

Bewaar het pand | 6 Pagina's

Sprekende plaatsen 8.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 maart 1990

Bewaar het pand | 6 Pagina's

PDF Bekijken