Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Van de enige voorbidding van Christus 3.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Van de enige voorbidding van Christus 3.

6 minuten leestijd

Een groot deel van artikel 26 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis is gewijd aan ernstige oproepen om die Middelaar en Voorspraak te zoeken en te benodigen. God geeft Zijn gaven, opdat wij er mee werkzaam zijn. Is er een zoeken van de Heere? Is er een betreden van de weg tot God? Wat zijn we in onszelf! We kunnen de Heere zo gemakkelijk aan Zijn plaats laten. Juist Gods kind moet aangespoord worden, bemoedigd en verlevendigd worden, omdat juist hij leert inzien wie hij is en blijft. Die les: “geen toegang tot God” is een doorgaande les. Dat er een Middelaar is, een weg tot God, wordt al groter. De vastigheid van die weg aanbiddelijk. Ons te behandelen artikel noemt enige Schriftplaatsen, die ons wijzen op Christus’ werk in de hemel; maar opdat wij Hem zouden behoeven in Zijn Middelaarswerk en Voorbede. Uit Hebr. 2 : 17 en 18 wordt duidelijk dat Christus een Helper mag heten in verzoekingen. Gods kind weet wel wat dat zijn. De boze verzoekt en verleidt. Hij doet ons Gods weg verlaten, op wat voor een manier dan ook. Wie zijn wij tegenover de satan? Laat ons ons toch niets verbeelden! Het baat niet om in eigen kracht tegen de zonde en de duivel te strijden. Moge de geest gewillig zijn, het vlees is zwak. Maar in hun zwakheid staat hen een sterke Held terzij. Eén Die weet heeft van de kracht en de ernst der verzoekingen. Toen Hij honger had, fluisterde de satan: Indien Gij Gods Zoon zijt, zeg dat deze stenen broden worden. Toen Hij in smart en pijn aan het vloekhout hing, kwam de satan met: Anderen heeft Hij verlost, dat Hij nu Zichzelf verlosse, zo Hij de Christus is!

Delen de Zijnen nu als vanzelf in Christus’ hogepriesterlijke bewogenheid en hulp? Mooi is het woord uit genoemde Schriftplaats: “te hulp komen”. Dat is een reaktie op: “om hulp roepen”. De Heere Jezus heeft dat Zelf in de hof aangegeven, toen Hij sprak: Waakt en bidt, opdat gij niet in verzoeking komt. Laat ons dan met vrijmoedigheid toegaan tot de troon der genade, opdat wij barmhartigheid mogen verkrijgen, om geholpen te worden ter bekwamer tijd.

De weg van het gebed is noodzakelijk vanwege de macht van de zonde en de vorst der duisternis en vanwege Christus’ kracht. Zijn nabijheid jaagt de satan op de vlucht.

Te hulp roepen. Mag dat ook door ons beoefend worden? Hij is de hemelse Advocaat. De erbij geroepene. Die het maken moet. Die ons helpen moet. Het vallen in de zonde kan nuttig en nodig zijn om Hem nodig te krijgen. Het gebed. Onmisbaar. We mogen wel bidden om gebed. Een gebedsleven. Wat kunnen we het zelf toch goed. De Heere moet ons klein maken en klein houden, opdat Hij groot worde en Zijn hulpe ter verlossing ons toont! Maar Hij werd in alles Zijn broederen gelijk. Stort oor Hem uit uw ganse hart. Houdt niet achter. Kom met vrijmoedigheid. Zeg Hem alles. Hij kan alleen helpen. Hij kan waarlijk helpen. Zo laat ons dan toegaan in volle verzekerdheid des geloofs. Dus niet twijfelende. Wat is het houvast voor het geloof? Het bloed van Jezus. Het kan dus niet en nooit om mij, dat ik naderen mag tot de Heere. Verboden toegang. De toegang nú in het gebed en straks in zalige werkelijkheid blijft een wonder van genade. Abraham werd tot die troon niet toegelaten omdat het Abraham was. David niet omdat het David was. Ik vind toegang alleen om Jezus’ wil.

Een geliefd woord is ook: ‘Christus heeft een onvergankelijk Priesterschap, waarom Hij ook volkomen kan zalig maken degenen, die door Hem tot God gaan, alzo Hij altijd leeft om voor hen te bidden’. (Hebr. 7 : 25).

De Heere Jezus pleit. We weten allen hoe een advocaat kan pleiten. En de grootste misdadiger kan een advocaat krijgen. Het is nu de taak van zo’n advocaat om te onderzoeken of die misdaad van de betrokkene verklaard kan worden uit het één of ander. Zijn er wellicht nog verzachtende omstandigheden, waar de rechter rekening mee moet houden?

Welnu, gaat het de hemelse Pleiter nu ook om verzachtende omstandigheden? Nee. En waarom niet? Om de eenvoudige reden, dat er in een zondaar geen zogenaamde verzachtende omstandigheden zijn. Wie maar ook door deze goddelijke Pleiter zal worden onderzocht, Hij zal slechts belastende en veroordelende feiten op tafel kunnen leggen. Alles getuigt tegen ons!

Maar wat is dan Zijn pleitgrond? Dat is nu Zijn Eigen werk. Dat is Zijn enige en volmaakte offerande. Hij pleit met doorboorde handen, die getuigen van Zijn verdienste.

Lezer, mag u met Hem pleiten op dát werk? Mag u ruimte zien in Zijn offerande? Hij maakt volkomen zalig. Welk een troost voor mensen die volkomen verloren liggen.

Er is behoud door de dóód van Christus. Maar ook nu hebt u Hem nodig; nu, nu Hij eeuwig leeft aan ‘s Vaders rechterhand. Stelt u zich een ogenblik voor dat de Heere Jezus de Zijnen na Zijn volbrachte werk hier op aarde, aan hun lot zou overlaten, opdat zij zélf het huis van hun zaligheid zouden bouwen op het door Hem gelegde fundament!

Indien het zó lag, in de zin van, Christus wat en wij wat, dan was het nog verloren. De bekende John Owen zegt: “Als de Heere Jezus na al Zijn arbeid hier op aarde ons nu had overgelaten aan onszelf om zelf onze eeuwige zaligheid te bouwen op het door Christus gelegde fundament, helaas, zonder Zijn leven en ambt ten onzen behoeve te vervolgen, wij waren arm en hulpeloos gelaten. We waren een prooi voor iedere listige vijand. Christus kon derhalve Zijn discipelen, toen Hij de wereld weer verliet, niet anders vertroosten, als door te beloven, dat Hij hen geen wezen zou laten, dat is, dat Hij steeds zou volharden voor haar te handelen, haar Voorstander te zijn en voor hen bij de Vader het ambt van Middelaar en Voorspraak te oefenen. Zonder dit, wist Hij, moeten ze wezen zijn, dat is: niet in staat om zich te beschermen; niet in staat om het recht van de erfenis te beveiligen. Wie kan uitdrukken de tegenstand die gedurig geschiedt tegen het werk van het voltooien van de zaligheid der gelovigen? Welke mens is bekwaam om te bestrijden en te overwinnen de overblijvende kracht der zonde? En dan de tegenstand van satan en wereld? Hoe ontelbaar zijn de verzoekingen, waaraan ieder bijzonder gelovige blootstaat”. Aldus Owen. En ligt het inderdaad niet zo?

Laat ons D.V. de volgende keer met enige opmerkingen deze serie afsluiten.

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 mei 1990

Bewaar het pand | 6 Pagina's

Van de enige voorbidding van Christus 3.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 mei 1990

Bewaar het pand | 6 Pagina's

PDF Bekijken