Bekijk het origineel

Voor de jeugd

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Voor de jeugd

Nehemia 97

9 minuten leestijd

“Zelfs als zij een gegoten kalf gemaakt hadden en gezegd: Dit is uw God, die u uit Egypte heeft opgevoerd; en grote lasteren gedaan hebben....”.

Beste jongelui!

Nu ik dit artikel zit te schrijven is het 5 mei “bevrijdingsdag”. Die wordt op allerlei wijze gevierd. Velen van onze lezers hebben het in de praktijk niet meegemaakt, wat het zeggen wil, na een bezettingstijd van 5 lange, bange jaren, bevrijd te mogen worden, van de overheersing van een buitenlandse mogendheid, namelijk Duitsland. Wij behoren nog tot de generatie die dat wel heeft meegemaakt. Veel zou daarover te schrijven zijn. De 45 jaren die we nu in vrijheid mogen verkeren, is door ons volk niet op de juiste wijze gewaardeerd. Tijdens de bezetting was het gelijk aan een ingedrukte veer. Doch toen de druk werd opgeheven, is die veer zeer hoog opgesprongen. Men had zich, met ootmoedigheid bekleed, dienen te vernederen voor het aangezicht des Heeren, daar Hij ons nog weer in vrijheid wilde doen verkeren. In de eerste tijd was er nog wel wat “vorm” doch het “wezen” van de zaak ontbrak. Ik wil niet zeggen van bij iedereen, maar toch wel bij het gros van ons volk. Men ging al heel gauw over om God te vergeten, voor zover men al aan Hem had gedacht, om te leven naar het goeddunken van het boze hart. Deze dingen worden in deze dagen van “herdenken” op diverse wijzen ons volk weer onder de aandacht gebracht. Elke prediker zal dat wel op zijn manier doen. De tonen zijn over het algemeen niet verheffend. We hebben, zo is het oordeel van velen, nog maar weinig of niets geleerd. We hebben alleen schuld met schuld vermeêrd. En dat dient ons tot verootmoediging te stemmen, ook in het jaar 1990. Of dat ook gebeurt....? Heb ten deze van de mens maar geen verwachting. Ook niet van de kerkmens. Zal er nog iets gevonden worden in deze dagen dat werkelijk God bedoelt, dan zal God het Zelf moeten werken. Dat sluit natuurlijk onze verantwoordelijkheid niet uit.

We kunnen, wat onze gesteldheid als volk betreft, ons beeld wel vinden in de zaak, waar we in deze artikelenserie mee bezig zijn. Want het volk Israël had vele weldaden van de Heere ontvangen. Het was ook in vrijheid gebracht.


God deed Zijn volk met wisse treden
Daar niemand struikelde in zijn schreden,
Met zilver en met goud belaan,
Blijmoedig uit Egypte gaan.


Zo staat het in Ps. 105 :20. Doch dat volk heeft het ook niet lang gewaardeerd. De tekst die hierboven staat, is een vervolg van het voorafgaande. Daar is al het een en ander over gezegd. Doch, volgens de Heilige Geest, Die ook vers 18 heeft geïnspireerd, is er nog niet genoeg van gezegd. Namelijk hoe ondankbaar het volk zich gedroeg. Iedere keer komt de schuld van dat volk weer naar voren. En de ene misdaad is nog al niet erger dan de andere. Dat wordt uitgedrukt door het woordje “zelfs”. Bij al het reeds genoemde kwam dat er ook nog bij.


Zij maakten zich, den HEER’ ten spot,
Een kalf bij Horeb tot een god.
Waarvoor zij zich eerbiedig bogen;
Een os, die gras eet op het veld,
Een beeld, o gruwel in Gods ogen!
Werd toen aan Hein gelijk gesteld.


Psalm 106 :11.

Ik kan het niet mooier zeggen, dan het in deze oude psalm verwoord is. Het geeft ons een verschrikkelijke werkelijkheid te kennen. Een grote belediging voor God, Die zoveel wonderen had verricht. Zij wilden goden hebben die zij konden zien. Zij betoonden. al waren zij het bondsvolk, dat zij het in hun bestaan nog niet verder gebracht hadden dan de heidenen. Die buigen ook voor goud en zilver, hout en steen, en voorts alles wat hen maar dienenswaardig schijnt. Dansen om het gouden kalf. Wordt dit ook nu niet gedaan? We leven na de oorlog in een wel-vaartstijd. Wie de vooroorlogse jaren heeft gekend, weet het verschil tussen toen en nu. Dat verschil is enorm. Het gaat iedereen goed, al weet ik ook wel dat dat woordje “iedereen” door velen wel weer met een korreltje zout genomen zal worden. Doch een ieder die nog redelij k kan denken, zal het moeten onderschrijven, al is er verschil tussen het “meer en minder” goed hebben; niemand enig gebrek behoeft te lijden. We leven in een verzorgingsstaat. De massa is verzekerd van wieg tot graf. Ieder heeft op zijn tijd vakantie. Het behoort tot het levenspatroon. De “rechten” van de mens staan hoog genoteerd. Je kunt natuurlijk vergelijkingen gaan treffen met andere landen, de z.g.n. derde wereld, waar nog aan vele dingen gebrek geleden wordt. Doch dat neemt niet weg, dat het in ons “bevrijde land” zeer goed gaat in natuurlijk opzicht. En tevredenheid is over het algemeen een schaars artikel. De vele stakingen getuigen daarvan. Is de tevredenheid al een schaars artikel, de dankbaarheid nog meer. Als ik over dankbaarheid spreek, dan bedoel ik natuurlijk dankbaarheid jegens God. We zijn dankbaar voor het goud, maar niet aan God. We danken er ons zelf voor. En wat de toekomst betreft, hebben we verwachting van onszelf. Iedereen is tegenwoordig meer of minder ontwikkeld. Op zichzelf is daar natuurlijk geen kwaad van te zeggen. We moeten echter wel konstateren dat net een ontwikkeling is in de richting van God af, en niet naar God toe. Of wel? Het zou een wonder wezen als het zo zou zij n. Doch dan is het geen vrucht van ons bestaan. Want ons bestaan is, zoals het in de bijbel getekend wordt: Als Jeschurun vet werd, sloeg het achteruit. Wanneer we, net als Israël, alle weldaden die God gegeven heeft aan de afgoden, die we zelf gemaakt hebben, toeschrii ven, is dat een lasteren van God. Godslasterlijk dus, is ons gedrag. En dan zulk een goede God, Die niet ophoudt om ons wel te doen. Dat wordt ook gekonstateerd daarop dat plein bij de Waterpoort te Jeruzalem. “Nochtans hebt Gij hen door Uw grote barmhartigheid niet verlaten in de woestijn; de wolkkolom week niet van hen des daags om hen op den weg te leiden, noch de vuur kolom des nachts om hun te lichten, en dat op de weg waarin zij zouden wandelen”, vs. 19. Je kunt het ook zo zeggen. Het volk vergold goed met kwaad. En God vergold kwaad met goed. Dat is ook onze roeping. Niemand mag kwaad met kwaad vergelden. We mogen zeker geen goed met kwaad vergelden. Wij moeten kwaad met goed vergelden. Doch wees eens eerlijk, wat komt daar in het leven van terecht? Wanneer we goed gedaan worden, dan vinden we het wel goed. We hebben het immers toch op de een of andere manier wel verdiend, ook al zeggen we het misschien met een reformatorische mond nog wel anders. En wanneer we kwaad ondervinden, dan zijn we er rap bij, om net als de “ouden” het zeiden: kwaad met kwaad te vergelden. Toen ik op katechisatie eens over die dingen sprak, vroeg ik aan een jongen: “Als jij eens een klap op je rechterwang zou krijgen, zou je hem dan ook de linkerwang toekeren?” Zijn antwoord was nog al resoluut: “Ik niet, dominee. Want als ze mij één klap geven, moeten ze er maar op rekenen dat ze er twee terug krijgen”. Ik geloof wel dat dit zo ongeveer de praktijk is, bij alle mensen. Of je moet een zodanige bangerd zijn, dat je je tegenstander niet aandurft. Dan geef je geen twee klappen terug, omdat je bang bent dat dit dan ook weer dubbel vergolden zal worden. Je durft het dan niet, maar anders....

Anders! Ja, God is anders en Hij doet anders. Dat bewijst wel het 19e vers. Want ondanks dat zij de HEERE lasterden, week Hij met de wolkkolom des daags niet van hen, noch met de vuurkolom des nachts. De wolkkolom! Daar moeten we ons geen al te simpele voorstelling van maken. Want die overschaduwde in de hete zandwoestijn het volk de gehele dag. Anders zou het er niet uit te houden zijn. In die wolk was de HEERE Zelf aanwezig. Heel dicht bij. De wolk was als het ware Zijn kleed. En dan de vuurkolom des nachts. Als het donker werd en koud, dan was de HEERE voor dat volk tot een Licht en gaf Hij hen ook nog dekking. Hij was zowel des daags als des nachts met Zijn goedertierenheid heel dicht bij dat volk. Dat moest het volk er van overtuigen dat “Zijn oog altijd op hen gevestigd was”. Zij konden dus niets doen, dat door Hem niet op de meest nauwkeurige manier werd waargenomen. Dat maakte het “lasteren” van Hem nog des te erger. Iets verkeerd doen terwijl vader of moeder het niet ziet, is natuurlijk verkeerd. Maar om verkeerd te doen, terwij 1 vader en moeder er naar staan te kijken, dat is toch wel het ergste wat je denken kunt. Het is het toppunt van brutaliteit.

Nu, zo gedroeg zich het volk. En ondanks dat het zich zo gedroeg, liet de HEERE niet na, om met dat volk mee te gaan, van dag tot dag en van nacht tot nacht. Ja, zo is God! En hoe zijn wii? Wij hebben geen wolkkolom en vuurkolom, symbolen van Gods dichte nabijheid. Of hebben wij ze toch wel? Hij maakt van de wolken Zijn wagen en Hij wandelt op de vleugelen van de wind. Hij vergezelt ons met zijn woord, dat getuigt van recht en genade. Genade en recht. Wie zich door de wolk niet wil laten beschutten, wordt door het vuur verteerd. Dat laat Hij ons uit Zijn Woord weten. Dat laat Hij ons in de praktijk zien. Wie ziet het? Wie geeft er acht op? Als deze vragen goed tot je doordringen, dan kunnen de goedertierenheden des Heeren je nog tot bekering leiden. Als dat evolg zou zijn van dit artikel, is het op deze evrijdingsdag niet voor niets geschreven. Het zou je tot de eeuwige bevrijding kunnen voeren. En dat door het geloof in de Zoon van God. Want, die de Zoon zal hebben vrijgemaakt, die zal waarlijk vrij zijn.

God geve geloof daartoe. Jullie aller vriend,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 mei 1990

Bewaar het pand | 6 Pagina's

Voor de jeugd

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 mei 1990

Bewaar het pand | 6 Pagina's

PDF Bekijken