Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Boekbespreking

4 minuten leestijd

Israël en het antisemitisme

door drs. J.A. van der Velden. Uitgeverij De Groot Goudriaan-Kampen.

Hier hebben we weer een deeltje van de serie Pasmunt. De schrijver is hervormd predikant te IJsselmuiden. Hij gaat in dit boekje uitvoerig in op de historische wortels van het antisemitisme. Uitingen van jodenhaat vormen een eeuwenoud verschijnsel. Ook in onze tijd worden we met allerlei vormen van antisemitisme geconfronteerd. In zijn Woord vooraf zegt de schrijver omtrent de inhoud van het boek het volgende:

“In het eerste hoofdstuk wordt aandacht gegeven aan de jodenhaat, zoals die voorkomt bij de kervaders in de Oude Kerk. In het tweede hoofdstuk wordt aandacht geschonken aan de tijd van de Reformatie, waarbij wij Luther en Calvijn aan het woord laten. In hoofdstuk drie komen de meer moderne uitingen van jodenhaat aan de orde: het racistisch antisemitisme en het antizionisme. Het eerste leidde in deze eeuw tot de uitroeiïng van zes miljoen joden in Nazi-Duits-land. In het tweede uit zich de vijandschap tegen de staat Israël als joodse staat. Vervolgens wordt geprobeerd om de verschillende wortels bloot te leggen, van waaruit de jodenhaat kan opbloeien. In dit verband komt de vraag aan de orde, of die ook terug te vinden zijn in het Nieuwe Testament zelf. In het slothoofdstuk wordt ingegaan op de vraag, in hoeverre en op welke manieren jodenhaat kan worden uitgeroeid.”

We willen volstaan met het maken van enkele opmerkingen. Hebben de joden van hun kant niet van het begin af getoond vijanden te zijn van Christus en de Zijnen? Moet deze vijandschap ten diepste niet verklaard worden uit de natuurlijke vijandschap van elk mens tegen God en de naaste? De schrijver zegt dat de Heere de God van Israël is. Terecht. Maar gaat het daarbij niet om het geestelijk Israël? Is het onderscheid tussen jood en heiden in het nieuwe testament niet vervallen? De middelmuur die scheiding maakte is toch verbroken en nu is de Heere toch de God van joden en grieken? In welk opzicht zou de kerk zich moeten herzien in prediking enz.? Is de kerk dan met haar belijdenis op een dwaalspoor? Is er werkelijk bij hen die waarlijk christen zijn haat tegen het joodse volk? Getuigen de processen die van joodse zijde gevoerd worden tegen uitgevers van boeken over bekeerde joden niet van de haat van het joods volk tegen christenen? Of moeten we daarin alleen zien het werk van een bepaalde groep van het joodse volk die de Stiba hebben opgericht?

Het is waar dat de joden veel geleden hebben en nog veel lijden. Maar vinden we in onze kringen, in onze gemeente en in onze gezinnen, zoveel jodenhaat? Hoeveel joden zijn in de tweede wereldoorlog niet opgenomen in onze christelijke gezinnen, veelal met gevaar van eigen leven?

Ik heb de indruk dat ook al vóór de tweede wereldoorlog de joden in ons land ten volle geaccepteerd werden.

In Amsterdam woonde indertijd een joods gezin zonder kinderen. De ouders van de vrouw waren tot God bekeerd en in Christus ontslapen. De Heere heeft de dochter later ook in het hart gegrepen. Ik heb haar dat zelf wel horen vertellen. In de oorlog moesten zij en haar man naar Westerbork verhuizen. Ze hadden wel gelegenheid om onder te duiken, maar hadden daar geen vrijmoedigheid voor. Op zekere dag ging er een trein met joden uit Amsterdam naar Westerbork. Met die trein gingen Betsy en haar man ook mee. Er waren bij het vertrek uit Amsterdam verschillende vrienden en vriendinnen op het perron aanwezig. De trein zette zich in beweging en Betsy begon te zingen:


Een vaste burcht is onze God
Een toevlucht voor de Zijnen enz.


De vrienden op het perron gingen meezingen. Ze staarden de vertrekkende vrienden na. Het was aandoénlijk. We hebben hen nooit terug gezien. We hebben later nog wel het een en ander van en over hen gehoord. Ze zijn later naar Duitsland vervoerd en daar gestorven, niet in een gaskamer omgebracht. Ze zijn nu al vele jaren bij de Heere. Door de zonde is de haat in de wereld gekomen. Die haat geldt ook de naaste. Daaronder is de jood begrepen. Er is vernieuwing van hart en leven nodig om de Heere weer lief te hebben en de naaste, door de Geest van Christus Die zich voor vele joden en heidenen gegeven heeft.

We willen het boekje van harte ter lezing aanbevelen. Het kost ƒ 14,75.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 mei 1990

Bewaar het pand | 6 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 mei 1990

Bewaar het pand | 6 Pagina's

PDF Bekijken