Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Voor de jeugd

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Voor de jeugd

Nehemia 101

9 minuten leestijd

“En in dit alles maken wij eén vast verbond en schrijven het; en onze vorsten, onze Levieten en onze Priesters zullen het verzegelen.”

Beste jongelui!

Het is al weer zes weken geleden dat jullie iets uit het boek Nehemia hebben vernomen. Dat het al zo lang geleden is, is gedeeltelijk een gevolg van het feit dat we leven in vakantietijd. Een andere oorzaak is dat we in het laatste nummer ons geroepen zagen om een verslag te schrijven over de bevestiging en intrede van Ds. J. Veenendaal te Katwijk aan Zee.

In die zes weken is er wel weer veel gebeurd, in de wereld, en misschien ook in jouw leven. Ik weet dat natuurlijk niet allemaal. Die zes weken laten ons ook zien dat we snel leven. Alles vliegt voorbij. ”Wij vliegen daarheen”. Dat is een woord dat in vakantietijd wel weer een bijzondere inhoud krijgt. ”Wij vliegen daarheen”. In de vakantie gaat een ieder zo zijn eigen weg. Overal heen. De een aldus, de ander alzo. Doch het resultaat blijft gelijk. Of men te voet, per fiets of met een auto, of mogelijk zelfs wel met een vliegtuig daar heen gaat, we gaan allemaal naar het einde. Want vroeg of laat komt dat toch in ons aller leven. Houdt daar in dit “voortsnellende leven” altijd rekening mee. Want eenmaal moeten we allemaal verantwoording afleggen van de plaatsen waarheen we “gevlogen” zijn. Wie daar niet aan denkt voor hij/zij aan het einde is, doet het te laat. Want als het einde daar is, is het heden voorbij. Het leven is dan verleden tijd. Daarom “heden” zo gij Zijn stem hoort.....”. Die regel kennen jullie verder wel. Neemt hem ook in acht.

Nehemia was bezig met het belijden van schuld. Hij deed dat met en mede namens het volk. Als hij aan het verleden dacht, kon hij God geen ongerijmde dingen toeschrijven, en omtrent zichzelf en het volk kon hij geen goede dingen vermelden. De Heere was rechtvaardig geweest in het uitdelen van de straffen, en het volk had dat verdiend. Het volk wordt in al zijn onderscheidingen genoemd.

Lees het nog maar eens na: “Doch Gij zijt rechtvaardig in alles wat ons is overkomen; want Gij hebt trouwelijk gehandeld, maar wij hebben goddelooslijk gehandeld. En onze koningen, onze vorsten, onze priesters en onze vaderen hebben Uwe wet niet gedaan, en zij hebben niet geluisterd naar Uwe geboden en naar Uwe getuigenissen, die Gij tegen hen betuigdet; Want zij hebben U niet gediend in hun koninkrijk, en in Uw menigvuldig goed, dat Gij hun gaaft en in dat wijde en dat vette land, dat Gij voor hun aangezicht gegeven had; en zij hebben zich niet bekeerd van hun boze werken. Zie, wij zijn heden knechten, ja, het land dat Gij onze vaderen gegeven hebt om de vrucht daarvan en het goede daarvan te eten, zie, daarin zijn wij knechten; en het vermenigvuldigt zijn inkomsten voor de koningen, die Gij over ons gesteld hebt om onzer zonden wil, en zij heersen over onze lichamen en over onze beesten naar hun welgevallen; alzo zijn wij in grote benauwdheid.” Zie Neh. 9 : 33-38.

Je zou deze verzen samen kunnen vatten in “overheid en onderdanen”. Zij belijden, dat alle ellende, waarin men verkeerd had en in feite nog verkeerde, een gevolg waren van hun eigen zonden. De vijanden, die de Heere over hen had doen heersen, waren nog lang niet uitgestorven. Zij lieten zich, juist tijdens de herbouwwerkzaamheden nog geducht gelden. We hebben daar in het verleden kennis van genomen, Als je tegen de achtergrond, van alles wat gezegd is, de tekst leest: “alzo zijn wij allen in grote benauwdheid”, dan klinkt dit als ’t ware als een snik, waarmede deze belijdenis beslotenwordt. Die snik geeft de droefheid weer, waarmede die belijdenis gedaan wordt. Want men kan natuurlijk met de mond zo heel veel zeggen, terwijl men met het hart niet de minste smart gevoelt, aangaande alle dingen, die men met de mond zo grif beleden heeft.

Laat iedere lezer dit maar nagaan in zijn leven. We hebben er echt geen moeite mee om te zeggen dat we zondaren zijn, dat wij niets hebben verdiend, dan dat de Heere ons met Zijn oordelen zou treffen. En als de oordelen er zijn, en die zijn er in de wereld, ja in het leven van elk mens, dan schuiven we daarvan heel rustig de schuld op ”de zonde”. Dat hoort er gewoon bij, vooral als je prijs stelt op de naam “reformatorisch”. Doch we gaan inmiddels rustig verder. Dat doet niet alleen de “goddeloze wereld”, doch ook de “vrome kerkmens”. Als ik over de “vrome kerkmens” spreek, dan bedoel ik daarmede de farizeeër, die zo heel netjes gebruik weet te maken van de woorden van de tollenaar: “O God, wees mij, de zondaar, genadig. Doch als ik de woorden van de tollenaar gebruik, zonder dat het hart van de tollenaar daar achter zit, dat is dat door schuldbesef getroffen en verslagen hart, dan maak ik mij nog schuldig aan diefstal ook. Nameliik ”woorddiefstal”. Dat is ook zonde tegen het achtste gebod ”Gij zult niet stelen”. Misschien zegt deze of gene wel: Moet je het allemaal zo nauw nemen? Dat gaat mij toch wel wat te ver. Ik kan zulk een opmerking wel begrijpen, doch bedenk, geliefde lezer, we hebben met God te doen, altijd en overal, en Die neemt het zeer nauw. Wie dat gaat beleven neemt het ook nauw, ja zeer nauw. Dat woordje “nauw” is in deze tijd bepaald niet geliefd. Want we leven maar graag in de “ruimte”. Niet te nauw a.u.b. Want dan schiet er geen leven meer over.’t Gevolg is, dat als men het niet zo nauw neemt, men ook nooit in benauwdheid komt. En als men nooit in benauwdheid komt, zal men ook nooit vanuit die benauwdheid gaan roepen. Men is dan ten ene male vreemd aan dat bekende vers: “Ik werd benauwd aan alle zijden. En ’k riep de HEER’ ootmoedig aan....” Weten jullie daarvan? Een vraag die toch wel gesteld mag worden. Een vraag die gesteld moet worden. En als je daar een eerlijk antwoord op moogt geven, dan blijft het vervolg ook niet achterwege: ”De HEER’ verhoorde mij in ’t lijden en deed mij in de ruimte gaan”. Wie werkelijk zijn zonde belijdt, krijgt vergeving. Dat belooft de Heere. En daar kun je op aan. Het belijden geeft lucht. Je kunt dan weer adem halen. Je krijgt danook verder te kijken, dan alleen die beloftevan vergeving, die op zichzelf zo rijk aan inhoud is. Want als God vergeving schenkt, dan doet Hij dat niet zomaar. Alsof de zonden door de Heere niet geteld zouden worden. Zo wordt er wel over gedacht. Door velen, misschien(?). Ik hoop niet van door jullie. Want “zonden” zijn dure zaken. Die moeten worden betaald. En dat is bij mensen een onmogelijke zaak. Want wie zal de dure prijs der ziele, dat rantsoen, aan God in tijd of eeuwigheid voldoen? Dat is een menselijk onmogelijke zaak. Al zou je tien eeuwigheden in de hel kunnen doorbrengen, dan zou daar nog niet één zonde mee betaald zijn. Denk daar eens goed over na! Doch wat nu bij mensen onmogelijk is, dat is mogelijk bij God. Dat is het geheim van de schuldvergeving. Want als God de schuld vergeeft, dan doet Hij dat omdat deze betaald is, door Zijn Eniggeboren en veel geliefde Zoon. Dat is de Heere Jezus Christus. Die heeft Zijn leven gegeven voor de schuld van Zijn volk. Daar is Hij de smartelijke, vervloekte kruisdood voor gestorven. Wie dit geheim van de schuldvergeving gaat verstaan, om Jezus wil, die gaat de zonde haten. Die gaat tranen schreien vah kinderlijke droefheid over de grootheid van het kwaad dat men heeft bedreven. Dat zijn ook tranen van liefde, die men niet op kan, omdat ze zo groot is, ten opzichte van zulk een groot schuldig mens. Tranen van liefde tot God, Die Zijn eigen Zoon niet heeft gespaard, om een verloren zondaar te kunnen sparen. Dan worden de zonden ook gehaat. Dat kan niet anders. Want God liefhebben en de zonde liefhebben, dat zijn twee zaken die nooit samen kunnen gaan. Wie ze denkt te kunnen kombineren, moet er zeker van zijn, dat hij/zij zich bedriegt voor de eeuwigheid. Wie ernst maakt met het heil van zijn onsterfelijke ziel, zal het mij niet kwalijk nemen,dat ik op deze dingen met alle ernst zoek te wijzen. Want het gaat op een eeuwigheid aan. ”Wij vliegen daarheen”, zo schreven wij in het begin. En het is aan het einde: “Eeuwig wel, of eeuwig wee”. Een derde mogelijkheid is er niet. Gelukkig is hij, die iets van deze zaken kennen mag, al zal hij zich de ongelukkigste wel eens gevoelen, die er op aarde rondloopt. Want als men de “dure” zonden gaat haten, dan wil men het “goede” gaan doen. Dat is al datgene wat God in Zijn Woord geboden heeft. En daartoe is men ten enenmale onbekwaam. Dit deed Paulus zeggen: Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods?... Toen men de zonden beleden had, het voor Gods aangezicht uitgeschreid had, ging men niet naar huis. Neen! ”En in dit alles maken wij een vast verbond en schrijven het; en onze vorsten, onze levieten en onze priesteren zullen het verzegelen”. Men maakte een verbond met God. Men beloofde Hem plechtig in Zijn wegen te zullen gaan wandelen. En dit was niet alleen maar weer een “belofte”, zo gemakkelijk uitgesproken. Doch men wilde het ook laten beschrijven, zwart op wit laten vastleggen. En dan moest het nog ondertekend worden ook. Denk daar maar eens over na, want ik bemerk dat mijn artikel weer de vereiste lengte verkregen heeft. Doch dat belet jullie niet om verder te denken, als mijn schrijfmachine de laatste letters aan het papier toevertrouwt. De hartelijke groeten van jullie aller vriend,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 augustus 1990

Bewaar het pand | 6 Pagina's

Voor de jeugd

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 augustus 1990

Bewaar het pand | 6 Pagina's

PDF Bekijken