Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De ongeziene dingen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De ongeziene dingen

6 minuten leestijd

De dingen, die men ziet, zijn tijdelijk, maar de dingen, die men niet ziet, zijn eeuwig.

De apostel spreekt hier een waarheid uit, die toch wel waard is om in grote ernst te worden bedacht. Een waarheid, die voor ons van de allergrootste, van allesbeslissende betekenis is. Immers, wat zegt de aspostel hier? Dat alles, wat gezien wordt, tijdelijk is. Dat allereerst. En wie van ons zal het tegenspreken? Wie van ons zou van de dingen, die gezien worden, durven zeggen dat ze nooit, nooit voorbijgaan? Dat ze eeuwig zijn? Niemand toch! En is het dan niet dwaas en roekeloos om toch op te gaan in, om toch ons hart te verpanden aan de dingen, die gezien worden en die daarom vergankelijk zijn en voorbijgaan. De gedaante, het schema van deze wereld gaat toch voorbij? Zeker, de dingen die gezien worden zijn niet zonder betekenis. Ze hebben hun waarde. En ze mogen en moeten onze aandacht hebben. Wie zou het willen ontkennen? Maar toch: ze zijn tijdelijk! Straks ontvallen ze ons! En dan zou het voor ons toch een eeuwige teleurstelling betekenen en een eeuwige wroeging, wanneer we van de zien-lijke dingen onze afgoden hebben gemaakt. Wanneer we geleefd zouden hebben alsof de dingen van beneden het één en het al zouden zijn! Zingen we niet van “de mens, die grote schatten heeft; wiens machtig huis in eer en aanzien leeft. Maar hij zal niets in ’t sterven met zich dragen; zijn naam, zijn roem, ’t ligt al terneer geslagen!

Bovendien: wij zijn van huis uit paradijsmensen! Tot geluk geschapen! En na de zondeval is de mens een geluk-zoeker gebleven. Maar hij zoekt het geluk daar, waar het nooit te vinden is. Hij zoekt het in de dingen, die gezien worden! Maar hij ervaart dat die dingen toch niet echt gelukkig maken. Ondanks alle voorspoed en weelde blijft er toch een leegte van binnen, die door alles van beneden niet kan worden gevuld. En het uit-nemendste van dit leven blijkt moeite en verdriet te zijn. Het jagen naar de dingen, die gezien worden kost moeite en inspanning en het verkrijgen ervan geeft toch niet de voldoening, die ervan werd verwacht.

De dingen, die men ziet, zijn tijdelijk! Dan gaat het dus om de dingen, die iedereen ziet en die vergankelijk zijn, de dingen van deze tijd.

Er zijn echter ook nog andere dingen, zegt de apostel. Dingen, die men niet ziet. Maar die dingen zijn eeuwig. Ze verliezen nooit hun waarde. Tot in eeuwigheid niet! En ze gaan in waarde alle zienlijke dingen oneindig ver te boven. Niets, niets van alles wat deze wereld te bieden heeft weegt er tegen op. Er is geen sprake van enige gelijkwaardigheid. De dingen, die men niet ziet, vormen het allerhoogst en eeuwig goed: het goed, dat nimmermeer vergaat! Wat geen oog heeft gezien en wat geen oor heeft gehoord en wat in geen mensenhart is opgeklommen, maar wat God bereid heeft voor allen, die Hem liefhebben. Het is de heerlijkheid Gods, de glans van Zijn deugden. Het is de gemeenschap met God, de vereniging met God, het altijd-bij-de Heere-zijn. Het is Christus, het is de Koning zien in Zijn schoonheid met Zijn Naam op het voorhoofd. Het is het voor eeuwig gelaafd worden met het water des levens, het is het aanzitten aan de bruiloft des Lams, het dienen van God dag en nacht in Zijn tempel.

De dingen, die niet gezien worden! Maar de apostel ziet ze toch. En hij spreekt toch niet alleen voor zichzelf, maar namens heel de strijdende kerk hier op aarde, wanneer hij zegt: “Daarom vertragen wij niet: maar hoewel onze uitwe idige mens verdorven wordt, zo wordt nochtans de inwendige vernieuwd van dag tot dag. Want onze lichte verdrukking, die zeer haast voorbijgaat, werkt ons een gans zeer uitnemend eeuwig gewicht der heerlijkheid; dewijl wij niet aanmerken de dingen, die men ziet, maar de dingen, die men niet ziet; want de dingen, die men ziet, zijn tijdelijk, maar de dingen, die men niet ziet, zijn eeuwig!”

De dingen, die men niet ziet! En toch worden ze gezien, aangemerkt, aandachtig beschouwd, doelbewust. De dingen, die niet gezien worden. Maar ze worden gezien met het oog des geloofs. Het geloof is toch de vaste grond van de dingen, die men hoopt, en een bewijs der zaken, die men niet ziet!

Welnu: met het oog des geloofs mag Paulus aanmerken de dingen, die men niet ziet! En daaruit mag hij moed scheppen. Dat bewaart hem voor de moedeloosheid, geeft hem moed om verder te gaan, om door te strijden, om “niet te vertragen”. Hoewel de “uitwendige mens”, hoewel zijn leven in deze wereld dan in verdrukkig en lijden mag ondergaan, zijn “inwendige mens”, zijn leven met Christus door God gevoed, groeit bij de dag. De dingen die gezien worden behoren tenslotte bij dat hele scala van verdrukkingen, die zeer haast voorbijgaan. Maar hij mag kracht putten uit het zien in het geloof op dat gans zeer uitnemend gewicht van eeuwige heerlijkheid. Lezers: waar onze schat is, daar zal toch ook ons hart zijn. Leerden wij door de genadekracht van de Heilige Geest het woord van de Heere Jezus al ter harte nemen: vergadert u geen schatten op de aarde, waar ze de mot en de roest verderft en waar de dieven doorgraven en stelen. Maar vergadert u schatten in de hemel! De dingen, die niet gezien worden. Is onze wandel, is ons burgerschap, is ons domicilie al in de hemel? Zoekt eerst het koninkrijk Gods en Zijn gerechtigheid, de dingen, die niet gezien worden! Dan komt het met de andere dingen wel goed. Die ook Zijn eigen Zoon niet gespaard heeft, maar heeft Hem voor ons allen overgegeven, zou Hij ons ook met Hem niet alle dingen schenken?


Bezwijkt dan ooit in bitt’re smart
Of bange nood mijn vlees en hart;
Zo zult Gij zijn voor mijn gemoed:
Mijn Rots, Mijn Deel, mijn eeuwig Goed!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 oktober 1990

Bewaar het pand | 6 Pagina's

De ongeziene dingen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 oktober 1990

Bewaar het pand | 6 Pagina's

PDF Bekijken