Bekijk het origineel

Uit “De Bergrede I” van dr. D. Martyn Lloyd-Jones 3.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Uit “De Bergrede I” van dr. D. Martyn Lloyd-Jones 3.

7 minuten leestijd

Wat is het dat de christen zo bijzonder maakt? Wat is de verklaring voor dit unieke? Wat is het dat hem meer laat doen dan anderen? Het is zijn visie op de zonde. De christen heeft zichzelf gezien als veroordeeld, zonder hoop; hij heeft zichzelf gezien als iemand die volkomen schuldig is voor God en die geen enkel recht kan laten gelden op Zijn liefde. Hij heeft ingezien dat hij een vijand van God is en een buitenstaander. En daarna heeft hij iets gezien en begrepen van de vrije genade van God in Jezus Christus. Hij heeft ingezien dat God Zijn eniggeboren Zoon in de wereld gestuurd heeft, en dat niet alleen,maar Hem ook naar de dood aan het kruis gezonden heeft voor hem,de opstandeling, de walgelijke en schuldige zondaar. God keerde hem niet de rug toe, Hij deed juist meer, veel meer. De christen weet dat dit alles voor hem gebeurde, en het heeft heel zijn houding ten opzichte van God en zijn naaste veranderd. Hem is vergeving geschonken hoewel hij het niet verdiende. Heeft hij dan het recht zijn vijand niet te vergeven?

Dat niet alleen, hij heeft een totaal nieuwe visie op het leven en deze wereld. Hij gaat inzien dat dit leven slechts een voorportaal is van het werkelijke leven,en dat hijzelf een vreemdeling en pelgrim is. Net als alle mannen des geloofs zoals beschreven in Hebreën 11 zoekt hij ‘de stad, die fundamenten heeft’. Hij zegt: “Want we hebben hier geen blijvende stad, maar we zoeken de toekomende”. Dat is nu zijn volledige visie op het leven, en dit verandert alles. Hij heeft ook hoop op de gelukzaligheid. De christen is iemand die gelooft dat hij het aangezicht van de Heere zal zien. En als die grote morgen komt, als hij het aangezicht ziet van Hem, Die voor hem het wrede kruis ondergaan heeft, ondanks zijn walgelijkheid, dan wil hij, als hij in die ogen ziet, niet herinnerd worden aan het feit dat hij zelf weigerde iemand te vergeven toen hij nog op aarde was. Of aan het feit dat hij die ander niet liefhad, maar hem haatte en verachte en al het mogelijke deed om hem tegen te werken. Dus, omdat hij dit alles weet, heeft hij zijn vijanden lief en doet hij wel degenen die hem haten,want hij is zich bewust van wat voor hem gedaan is, wat hem te wachten staat, en de gelukzaligheid die nog komt. Heel zijn zienswijze is veranderd; en dit is gebeurd, omdat hijzelf veranderd is.

Wat is een christen? Een christen is niet iemand die de bergrede leest en zegt; ‘Nu ga ik zo leven, ik ga Christus navolgen en Zijn voorbeeld nastreven. Dal is het leven dat ik ga leven en dat zal ik doen door middel van mijn geweldige wilskracht”. Niets van dit alles. Ik zal u zeggen wat een christen is. Hij is iemand die een kind van God geworden is en in een unieke verhouding tot God staat. Dat is wat hem bijzonder maakt “Wat doet gij boven anderen? “Hij moet bijzonder zijn, u moet bijzonder zijn, omdat u een bijzonder iemand bent. Afkomst verraadt zich niet, zegt u. Als dat zo is, wat is dan de afkomst van een christen? Dat is deze: hij is wedergeboren, hij is geestelijk geboren en hij is een kind van God. Is u opgevallen hoe onze Heere dit zegt? “Hebt uw vijanden lief; zegent ze, die u vervloeken; doet wel degenen, die u haten; en bidt voor degenen, die u geweld doen, en die u vervolgen”. Waarom? Opdat gij moogt zijn gelijk God? Nee. “Opdat gij moogt kinderen zijn - en niet slechts van God - maar ‘opdat gij moogt kinderen zijn uws Vaders, Die in de hemelen is. God is voor de christen een ander geworden. Hij is niet de Vader van de niet-christen; voor hem is Hij alleen God en anders niets, de grote Wetgever. Maar voor de christen is God een Vader. Ook zegt onze Heere niet “Weest dan gijlieden volmaakt, gelijk God, Die in de hemelen is, volmaakt is”. Gode zij dank, nee, maar “Weest dan gijlieden volmaakt, gelijk uw Vader, Die in de hemelen is, volmaakt is.

Als God uw Vader is, dan moet u wel bijzonder zijn. U kunt er niets aan doen, het is zo. Als die Goddelijke natuur in u woont, en bij u is ingekomen door de Heilige Geest, kunt u niet als de anderen zijn; u moet wel van hen verschillen. En dat is wat ons overal in de bijbel over de christen gezegd wordt, dat Christus rijkelijk in het hart woont door middel van de Heilige Geest. De Heilige Geest woont in hem, vervult hem, werkt met Zijn almachtige kracht in de diepten van zijn persoonlijkheid, en onderwijst hem in Zijn wil.

“Want het is God, Die in u werkt beide het willen en het werken”. En, bovenal, de liefde Gods is overal in zijn hart uitgestort door de Heilige Geest. Hij kan niet anders dan bijzonder zijn. Hij moet bijzonder zijn. Hij kan het niet helpen.

Hoe kan een mens die nog nooit de uitstorting van de liefde Gods in zijn hart ontvangen heeft zijn vijand liefhebben en al die andere dingen doen? Hij kan het niet, en wat meer is, hij doet het niet. Buiten Christus is er nooit iemand geweest die dit kan doen. De Bergrede is niet een buitensporige eis van dergelijke aard. Als u haar voor het eerst leest, ontmoedigt ze u, en werpt u terneer. Maar dan herinnert ze u aan het feit dat u een kind van uw Vader bent. Die in de hemelen is. Dat u niet aan uzelf bent overgelaten, maar dat Christus tot u gekomen is om Zijn woning bij u te maken. U bent slechts een rank van de Wijnstok. Kracht en leven en voedsel zijn daar te vinden, u heeft slechts de vruchten te dragen.

Ik sluit dan met deze dringende vraag. Het is de meest diepgaande vraag die een mens ooit in dit leven en in deze wereld onder ogen kan zien. Heeft u iets bijzonders? Ik vraag u niet of u een goed, deugdzaam, of rechtschapen leven leidt. Ik vraag u niet of u uw gebeden opzegt, of dat u wel regelmatig naar de kerk gaat. Ik vraag niets van dit alles. Er zijn mensen die dit allemaal doen en toch geen christen zijn. Als dat alles is, wat doet u boven anderen, wat is er zo bijzonder aan u? Heeft u iets van dat bijzonder kenmerk? Is er iets dat u van uw Vader heeft? Het is een feit dat kinderen soms niet veel op hun ouders lijken. De mensen kijken hen aan en zeggen: “Ja, hij heeft toch wel iets van zijn vader”, of: “Hij; heeft toch iets van zijn moeder, niet veel, maar toch wel iets”. Heeft u ook iets van God in u, al is het nog maar zo weinig? Dat is de toets. Als God uw Vader is, zal ergens, in de één of andere vorm, de familiegelijkenis naar voren treden. Wat is er bijzonder aan u? God geve dat, als we onszelf onderzoeken, we iets van dat unieke ontdekken, dat onderscheidene wat ons alleen van anderen onderscheidt, maar wat ook verkondigt dat we kinderen zijn van onze Vader, Die in de hemelen is.

Het bovenstaande is te vinden op de bladzijden 318 - 320 van het boek van dr. Lloyd-Jones. Hier is ook het einde van het eerste deel. We zouden meer uit dit boek hebben kunnen overnemen, maar we achten de gedeelten die we in ons blad opnamen voldoende om een indruk te geven van de inhoud van de boodschap van deze evangelieprediker en van de wijze waarop hij deze boodschap bracht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 november 1990

Bewaar het pand | 6 Pagina's

Uit “De Bergrede I” van dr. D. Martyn Lloyd-Jones 3.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 november 1990

Bewaar het pand | 6 Pagina's

PDF Bekijken