Bekijk het origineel

Avondmaal en belijdenis 2.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Avondmaal en belijdenis 2.

5 minuten leestijd

Wanneer het gaat over de Catechismus, dan komen vanzelf de drie stukken aan de orde nl. ellende, verlossing en dankbaarheid. En dat is te begrijpen, want zij karaktiseren het leven in de enige troost. Een troost die het leven raakt, maar ook het sterven. Een troost, waardoor men zalig leeft en zalig sterft.

Nu is het opvallend, dat we in het doopformulier dezelfde drie stukken aantreffen. Ten eerste, dat wij met onze kinderen in zonde ontvangen en geboren zijn en daarom kinderen des tooms zijn. Ten tweede betuigt en verzegelt ons de doop de afwassing der zonden door Jezus Christus. In de derde plaats is er de vermaning en verplichting tot een nieuwe gehoorzaamheid. Nu wordt er in het avondmaalsformulier ook verwezen naar de drie stukken.

En wanneer in ons leerboek ingegaan wordt op de vraag: “voor wie is het avondmaal ingesteld, dan komen we weer de drie stukken tegen. Zo blijkt er een grote eenheid te bestaan in de opvatting van de leer en in de liturgische prediking der kerk. Werd daar maar meer aan gedacht, dan zou menige prediking anders zijn. Meer overeenkomstig de belijdenis van de kerken. Het is immers geen toeval, dat de drie stukken in de catechismus, in het doop- en in het avondmaalsformulier aan de orde worden gesteld. Men onderstreept erin, wat waarachtig, schriftuurlijk geloofsleven is. Terecht is opgemerkt: “door ze én in de catechismus én in beide formulieren aan de orde te stellen wordt onderstreept, dat men geen christen kan zijn zonder weet te hebben van en praktisch de waarheid van deze stukken te onderschrijven”. Nu dient ook goed onthouden te worden, dat de drie stukken het hele leven raken. Het is niet zo, dat men op een bepaald moment een stuk kan afschrijven, of dat men van een stuk genoeg weet.

Zo is het niet. Dit is tegen de Schrift en daarom tegen het belijden van de kerk. Bij elke avond-maalsbediening wordt gewezen op de drie stukken. Hoe het avondmaalsformulier erover spreekt, moet en mag onze aandacht niet ontgaan.

We lezen: “opdat wij nu tot onze troost des Heeren avondmaal mogen houden is ons voor alle dingen van node: eerstelijk dat wij ons tevoren recht beproeven”. Opvallend dat dit er staat: tot onze troost. Het woord troost is bekend. Wat kan troost niet doen. Wat kan troost niet betekenen. Wie wil troosten probeert door woorden of daden smart of droefheid van de ander te lenigen.

Men kan zelf ook sterk behoefte hebben aan troost. Er naar uitzien, er naar verlangen. Nu weten we uit de Schrift Wie de grote Trooster is. De Heere kan en wil troosten in elke weg, en onder alle omstandigheden. Wie nu het geestelijk leven kent. heeft ook behoefte aan troost. De Goddelijke troost blijft onmisbaar. Het hele leven door. Bemoedigd worden, versterkt worden, de dagelijkse vernieuwing van het leven te kennen, is het geestelijk leven eigen. Men kan er niet buiten. De zelfkennis gaat door. De zondekennis vermindert niet. De zonde van bedrijf en nalatigheid treffen het hart. Nu kan het avondmaal bijzonder spreken van de heiligheid des Heeren. Men heeft het dan zo moeilijk. De heiligheid des Heeren kan doen beven. De eigen onheiligheid kan zo diep aangrijpen. En in de stormnacht komt de boze en zegt: “jij, onheilige, hoort niet aan het avondmaal. Daar is voor jou geen plaats. Ga je toch naar de tafel, dan eet en drink jij je een oordeel”. Wat kan er geluisterd worden, naar deze stem en dat is schadeljk voor het geestelijk leven. Het niet aangaan strekt niet tot eer van de Heere. Men komt er door in donker.

Maar hoe krijgt men nu troost en moed? Door in het gebed tot de Heere te gaan en acht te geven op wat in het formulier staat. Tot troost kan en mag het avondmaal gehouden worden. Dat is het wonder Gods in Christus. Het is het wonder van ’s Heeren onveranderlijk verbond. De Heere troost. Hij troost het hart dat schreiend tot Hem vlucht. Hij troost ook door het leven bij de sacramenten. Op de vraag wat zijn sacramenten, wordt een duidelijk, onderwijzend antwoord gegeven: het zijn heilige zichtbare waartekenen en zegelen van God ingezet, opdat Hij ons door het gebruik daarvan de belofte van het evangelie des te beter te verstaan geve en verzegde; namelijk dat Hij ons vanwege het enige slachtoffer van Christus, aan het kruis volbracht, vergeving der zonden en het eeuwige leven uit genade schenkt”. Catechismus antw. 66.

Maar nu zou opgemerkt kunnen worden: de zin luidt toch: “opdat wij nu tot onze troost des Heeren avondmaal mogen houden is ons voor alle dingen van node: eerstelijk dat we ons tevoren recht beproeven”. Zeker dat staat er. Echter moet er goed gelezen worden wat er staat en hoe het er staat. Dit wordt ons duidelijk wanneer we denken aan de tekst, waaraan het woord zelfbeproeving is ontleend. In 1 Corinthe 1 1:28 lezen we: “maar de mens beproeve zichzelve en ete alzo van het brood en drinke van de drinkbeker”.

Wordt vervolgd

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 november 1990

Bewaar het pand | 4 Pagina's

Avondmaal en belijdenis 2.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 november 1990

Bewaar het pand | 4 Pagina's

PDF Bekijken