Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Voor de jeugd

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Voor de jeugd

Nehemia 115

8 minuten leestijd

“Voorts gaf ik bevel en zij reinigden de kamers, en ik bracht daar weder in de vaten van Gods huis met het spijsoffer en de wierook”

Beste jongelui!

Het huisraad van Tobia was op straat geworpen. Het lag voor oud vuil buiten de deur. Het huis Gods was door de inboedel van deze goddeloze man Tobia, geheel verontreinigd. De vaten die in het huis Gods behoorden te zijn, konden er zo maar weer niet worden ingezet. Het huis moest eerst worden schoongemaakt. Want het was een “heilig Gods huis.” En de heiligheid is voor Uw huis, o HEER’; Eeuw uit, eeuw in, tot sieraad en tot eer.

De reiniging van het huis ging gepaard met “ontzondigingswater”. Het was een hele rituele plechtigheid. Het wees allemaal heen, naar dat ene middel, dat alleen reinigt van alle zonden. En dat is het bloed van de Heere Jezus Christus.

De ijver voor Gods huis, die Nehemia verteerde, doet ons denken aan de Heere Jezus Christus. Want daar is Nehemia toch een type van geweest. De Geest Die in de Heere Jezus Christus woonde, woonde ook in Nehemia. Het is uiteindelijk altijd dezelfde Geest waardoor de gehele kerk geleid wordt. Dat is de “levende kerk”. Die komt in de bijbel voor onder het beeld van een lichaam met een Hoofd. Het Hoofd is de Heere Jezus Christus. Het lichaam zijn de leden in al hun verscheidenheid. Dat lichaam komt in de bijbel ook voor onder het beeld van de tempel. Het is een Gods huis. “Gods gebouw zijt gij”, zo schreef Paulus eens aan de gemeente te Corinthe. 1 Cor. 3:9.

Wanneer we aan deze dingen denken is door de Heere Jezus op volmaakte wijze gedaan, wat Nehemia “voorbeeldig” heeft gedaan. Want Jezus heeft ook eens de tempel gereinigd, toen men hem had ontheiligd, door er een huis van koophandel van te maken. Het werd toen door Hem zelfs een “moordenaarskuil” genoemd. De ware dienst van God had men “om hals” gebracht. En dat kon de Zoon van God niet gedogen. Het was het huis van Zijn Vader. Dat mocht niet ontheiligd worden. Het moest derhalve gereinigd worden. Dat heeft uiteindelijk Hem Zijn leven gekost. “Breekt deze tempel af...” Dat is een uitdrukking van Hemzelf, die Hij gebezigd heeft, in verband met Zijn dierbaar lijden en sterven.

De tempelreiniging heeft zich in het kerkelijke leven menigmaal herhaald.

Wat in onze tekst beschreven staat is echt maar niet een eenmalig gebeuren. De geschiedenis van de kerk, laat in de loop der eeuwen steeds weer tempelverontreinigingen zien. Denk aan het verval na de eerste eeuwen van het bestaan van de kerk. Wat is er door de roomsen niet ingehaald, wat er helemaal niet in hoorde. Door de reformatie is er weer een zuivering ontstaan. Het zou natuurlijk te ver voeren om de gehele geschiedenis na te gaan. Want we komen steeds weer dezelfde dingen tegen. Als de wacht niet betrokken wordt op Sions muren, maakt de vijand er gebruik van. Dan komt de wereld in de kerk. En dan moeten die dingen, die de Heere Zelf heeft in gesteld, en die in de kerk thuis horen, er uit. Dat dit tot oneer des Heeren is, zal voor een ieder duidelijk zijn.

Wie niet blind is voor al hetgeen er nu in de kerk plaats heeft, zal moeten zeggen: Wat heeft “de wereld in de kerk een grote plaats gekregen”. Gods geboden worden nauwelijks meer gekend. En voor zover men ze nog kent, wordt er niet naar geleefd. Ieder doet zo ongeveer wat goed is in zijne ogen.

Daar wordt zo in het wilde weg wel om een reveil geschreeuwd. Dat moet dan ook een z.g.n. tempelreiniging voor stellen. Doch het blijft bij “geschreeuw”. In de praktijk is er weinig of niets van te zien. Ieder gaat zijn eigen weg. Ieder meent het recht aan zijn kant te hebben. En een ieder houdt zijn eigen mening hoog. En wat de Heere wil, dat weet men wel, doch men doet het niet. En daarom wordt het er niet beter op, doch steeds erger. In plaats dat men eenparig in de schuld komt, gaat men steeds verder uit elkaar. Men verwijt elkaar, doch wie doet het zichzelf?

Want de wortel van alle kerkelijke ellende ligt altijd nog in het persoonlijke leven. Het lichaam van elk mens is ook een tempel. En wat huist daarin? Hoe menigmaal wordt er niet een plaats ingeruimd voor Tobia in het hart?

Ik hoop dat jullie mij begrijpen. Kijk er de zaak van binnen maar eens goed op na. Want als van binnen de wereld de overhand heeft, gaat dit ten koste van de inwoning des Heeren. Dan kan het er van buiten nog aardig uit zien. Doch de Kenner der harten kijkt door alle muren heen. Letterlijk en figuurlijk. Wie daar achter komt, weet dat er heel veel opgeruimd moet worden. Dat er heel veel op straat gezet moet worden. Heel veel ongerechtigheid, dat met de ophaaldienst van vuil moet meegegeven worden. Ik geloof dat Paulus daar op dtoelt als hij zegt: “zuivert dan de oude zuurdesem uit, opdat gij een nieuw deeg moogt zijn.” Je kunt het ook noemen de strijd die steeds weer tegen het vlees gevoerd moet worden. Het “vlees” dat zich der wet Gods niet ondewerpt en waarvan het bedenken vijandschap is tegen God. “De werken des vieses nu zijn openbaar: welke zijn overspel, onreinigheid, ontuchtigheid, afgoderij, venijngeving, vijandschappen, twisten, afgunstigheden, toom, gekijf, tweedracht, ketterijen, nijd, moord, dronkenschappen, brasserijen en dergelijke; van dewelke ik u te voren zeg, gelijk ik u ook te voren gezegd heb, dat die zulke dingen doen, het Koninkrijk Gods niet beërven zullen.” Gal. 5:19-21.

Dat is allemaal duidelijke taal. Taal die aanspreekt. Niet de rijke jongeling en al dat soort dat vol eigengerechigheid zich bevindt. Want die weten niet wat ontdekking is. Doch degenen die door de Heilige Geest ontdekt worden, komen al deze zaken bij zich zelf tegen. Zij hebben er ook een voortdurende strijd mee te voeren. Je kunt dat ook de dagelijkse bekering noemen, die plaats moet hebben.

Nu ik dit schrijf leven we in de schoonmaaktijd. Velen doen daar niet zoveel meer aan. In mijn jonge jaren maakte men zich daar meer druk mee. Op de Veluwe zijn er nog velen die dat doen. Doch geestelijk moet dat het gehele jaar door gebeuren.

Het ontzondigingswater, dat is geestelijk het bloed van de Heere Jezus Christus, is daarom een steeds nodig blijvend middel. Het moet als ’t ware elke dag gebruikt worden. We hebben het elke dag nodig. Het moet elke dag worden toegepast. David had daar verstand van toen hij zeide: “Ontzondig mij met hysop en mijn ziel nu gans melaats, zal rein zijn en genezen. Was mij geheel, zo zal ik witter wezen, dan sneeuw die vers op ’t aardrijk nederviel.”

Na de ontruiming en de ontzondiging, moet het huis weer ingeruimd worden. Daar moet weer plaats komen voor de Heilige Geest om daardoor geleid te worden. Dan komen er weer heilige dingen in de tempel te staan. Dan worden hoofd en hart weer met andere dingen gevuld. Dingen die niet liggen in de stijl van Tobia, doch zoals Paulus die beschrijft in datzelfde reeds genoemde Gal. 5:22-23: “Maar de vrucht des Geestes is liefde, blijd schap, vrede, lankmoedigheid, goedertierenheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, matigheid. Tegen de zodanige is de wet Gods niet.” Dat wil ook zeggen: Tegen de zodanigen is de God van de wet niet. Wat een voorrecht is het tot de zodanigen te mogen behoren. Het zijn er niet zo velen in de wereld. Doch ze zijn er nog. En het is mogelijk dat jullie er allemaal bij behoren. En zo niet, ziet dan dat je er bij komt. Het kan nog. Het is nog het heden der genade. Bedenk ook dat er maar een heden is. En dat kan zo spoedig verleden zijn. Wie deze dingen ernstig bedenkt, kan er winst mee doen.

Paulus schrijft: “Van dewelke ik u te voren zeg, gelijk ik u ook te voren gezegd heb.” Hij bedoelt daarmee: Het is niet voor het eerst dat ik jullie daarover schrijf. Ik heb dat al meer gedaan, en doe het nu weer. Zo zou ik het dan ook willen zeggen. Degenen die onze artikelen steeds lezen, kunnen dat weten. Het is geen nodeloze herhaling. En hetzelfde aan u te schrijven, is mij niet verdrietig, en het is ulieden zeker.

Als jullie inmiddels niet vergeten dat we in de Paasweek, zaterdag 6 april, weer Panddag hebben te Sliedrecht, dan heb ik voor ditmaal het mijne weer gezegd. Hartelijk gegroet van jullie aller vriend

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 maart 1991

Bewaar het pand | 1 Pagina's

Voor de jeugd

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 maart 1991

Bewaar het pand | 1 Pagina's

PDF Bekijken