Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

John Owen over de “Inwonende zonde”

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

John Owen over de “Inwonende zonde”

10 minuten leestijd

4.

In onze levensschets van John Owen hebben we een vorige keer gezien hoe hij bredere bekendheid verkreeg door zijn contacten met Oliver Cromwell. Op zijn verzoek beëindigde Owen zijn pastorale werk te Cogg-geshall en trok als veldprediker met het Engelse leger mee in de strijd tegen Ierland en Schotland. Overigens

heeft Owen deze functie niet zo heel lang vervuld. Al spoedig werd hij geroepen om belangrijke posten te gaan vervullen in het Engelse gemenebest. Zo is hij een van de meest vooraanstaande kerkelijke leiders van zijn dagen geworden. Daarnaast heeft hij jarenlang een krachtig stempel gedrukt op de ontwikkelingen aan de universiteit van Oxford en nogal wat invloed gekregen in het politieke gebeuren tijdens het bewind van Cromwell.

Kerk en Universiteit

In 1651 werd Owen aangesteld tot deken van Christ Church - letterlijk vertaald: de kerk van Christus - in Oxford. Aangezien deze oude universiteitsstad geheel onder de invloed van Cromwell was gekomen, is het duidelijk dat hij de hand gehad heeft in deze voor Owen bijzonder eervolle benoeming. Het ambt van deken was vooral daarom zo belangrijk omdat het zowel een kerkelijke als een universitaire zijde had. Christ Church was namelijk niet alleen de naam van één van de grootste kerken, maar ook van een “college”, een afdeling van de beroemde universiteit van Oxford. Wat dit “college” betreft hield Owens nieuwe ambt in dat hij de leiding kreeg over de ruim honderd studenten die hier kost en inwoning genoten. Zo was het zijn taak de jonge mannen uit te kiezen die als student tot het “college” konden worden toegelaten. Daarnaast diende hij orde en tucht te handhaven en toe te zien op het onderwijs en de voortgang van de studie. Het zal ons niet verwonderen dat Owen er in deze jaren duidelijk naar streefde het hele leven in “zijn” college in te richten volgens de regels van het Woord van God. Zoals gezegd had dit ambt ook een kerkelijke zijde, en die was voor Owen het belangrijkste! Als deken van Christ Church was hij de hoogste ambtsdrager in een van de belangrijkste cathedralen van de staatskerk in Oxford. Dit betekende dat hij regelmatig in deze kerk het Woord bediende voor een gehoor dat grotendeels uit studenten bestond. In deze diensten heeft hij onder meer de preken gehouden die hij later gebundeld heeft in zijn boeken over de aard en de kracht van de verzoekingen en over de doding van de inwonende zonde. Vooral het laatste werk zullen we later in deze serie artikelen nog verschillende malen tegenkomen. Het is op zijn minst opmerkelijk dat Owen ervan overtuigd was dat de prediking over dit soort onderwerpen voor de studerende jongeren van zijn tijd het meest nodig was!

Vice-kanselier en doctor in de theologie

Een jaar later - in 1652 - werd Owen nog nauwer bij het universitaire gebeuren in Oxford betrokken. Toen benoemde Cromwell hem namelijk tot vice-kanselier van de universiteit. Dit hoge ambt bracht vele nieuwe verantwoordelijkheden en taken met zich mee. Zo moest de vice-kanselier erop toezien dat de gebouwen en de bezittingen van de universiteit goed werden beheerd, dat er regelmatig colleges werden gegeven, dat ketterse gevoelens werden geweerd, kortom dat alles volgens de vastgestelde regels verliep. Bij het uitoefenen van deze taak ondervond Owen allerlei moeilijkheden. Met afschuw nam hij kennis van de losse levensstijl van veel studenten. Hij heeft dan ook met alle macht geprobeerd veranderingen aan te brengen in het naar zijn overtuiging sterk verwereldlijkste klimaat dat aan de universiteit heerste. Daarbij kon hij uiterst scherp en vasthoudend zijn, al zijn er ook nogal wat voorbeelden te noemen waarin hij met het nodige begrip en tamelijk gematigd optrad. Overigens is hij er maar zeer ten dele in geslaagd de levensstijl aan de universiteit te reformeren. Wèl bereikte onder Owens leiding de universiteit op wetenschappelijk gebied nieuwe hoogten. Bij zijn afscheid als vice-kanselier kon hij zich er terecht op beroemen dat er tijdens de achterliggende jaren op allerlei gebied veel ten goede was veranderd en dat de oude universiteit in wetenschappelijk opzicht tot bloei gekomen was.

Owen had echter niet alleen te maken met problemen die zich intem aan de universteit voordeden. Grote moeilijkheden werden ook veroorzaakt door de bittere partijzucht tussen de verschillende richtingen binnen het puritanisme. In vorige artikelen hebben we al gezien dat congregationalisten en presbyterianen op een aantal punten tegenover elkaar stonden. Daarnaast waren er echter nog verscheidene andere stromingen, waaronder ook de zogenaamde “linker vleugel” van het puritanisme. Hiertoe behoorden een aantal sectarische, overgeestelijke bewegingen, waarvan de Quakers bij ons waarschijnlijk het meest bekend zijn. Veel van deze radicale groepen wilden niets weten van een universitaire opleiding van met name predikanten. Zij stelden dat iemand die de Geest van God bezit, helemaal geen “menselijke wetenschap” nodig heeft om het Woord van God te verkondigen. Heel kenmerkend voor deze opvatting is de volgende uitspraak: “Als iemand door de Geest van God geleid wordt, al is hij een rondreizend koopman, een ketellapper, een schoorsteenveger of een schoenmaker, dan kan hij veel beter de Schrift verklaren dan zij die aan een universiteit zijn opgeleid”. Daarom vergeleek men in deze kringen de universiteiten van Oxford en Cambridge niet met de oudtestamentische “scholen van de Profeten”, maar met de “hoge plaatsen” die in het oude Kanaän het centrum waren van de afgodische Baäldienst! De aanvallen die vanuit deze richting op de universiteiten werden afgevuurd waren buitengewoon scherp en fel. Hoewel Owen slechts zelden direkt op deze kritische geluiden inging, hebben ze hem zeker niet onberoerd gelaten. In elk geval is zonder meer duidelijk dat hij deze visie radicaal van de hand wees. Hij was diep overtuigd van de noodzaak en het goed recht van een universitaire opleiding van toekomstige dienaren des Woords. Hij zag het juist als zijn hoge roeping om met name toe te zien op de verbetering van de theologische studie in Oxford. Daarbij verlangde hij van zijn studenten niet alleen maar een goed wetenschappelijk inzicht in de gereformeerde theologie, maaar legde hij ook sterke nadruk op de noodzaak van persoonlijke vroomheid, vooral op dit laatste punt is hij er, zoals gezegd, slechts ten dele in geslaagd zijn idealen te verwezenlijken. Toch was de periode waarin Owen vice-kanselier was vooral ook voor de theologische faculteit een tijd van grote bloei. Verschillende latere predikanten dachten met grote dankbaarheid terug aan hun studietijd in Oxford in deze jaren. Tot hen behoorde ook Philip Henry, de vader van de zo bekend geworden Bijbelverklaarder Matthew Henry. In zijn levensbeschrijving lezen we, dat hij “er vaak met bijzondere dankbaarheid aan God op wees hoe gunstig de omstandigheden in die tijd aan de universiteit waren en hoeveel hulp hij er had ontvangen, niet alleen voor zijn studie, maar ook voor de praktijk der godzaligheid....!”

Het mag dus duidelijk zijn dat Owen in deze jaren veel voor kerk en universiteit heeft betekend. Daarom was het eigenlijk ook voor niemand een verrassing dat de universitetit van Oxford hem in 1653 vanwege zijn vele gaven en grote geleerdheid de graad van doctor in de theologie verleende. Wèl gebeurde dit tegen de persoonlijke wensen van “de jonge doctor” in en aanvaardde hij deze eer met de nodige aarzelingen!

Naast de vele taken die Owen op wetenschappelijk en kerkelijk gebied vervulde, was hij ook nauw betrokken bij het politieke gebeuren. Dikwijls reisde hij naar Londen omdat hij door Cromwell ontboden was voor overleg in verband met zaken van staat, kerk of universiteit. Bovendien preekte hij herhaaldelijk in bijzondere zittingen van het engelse parlement. Toch begon in het laatste van de jaren vijftig en in het begin van de jaren zestig de invloed van Owen af te nemen. Deze kentering hing direkt samen met de geweldige veranderingen die zich in deze tijd op politiek terrein voltrokken.

Veranderingen

Sinds het einde van 1653 regeerde Oliver Cromwell in feite als alleenheerser over Engeland, Schotland en Ierland. In dat jaar was hij namelijk “Lord Protector” geworden, de “Hoge Beschermheer” van het Britse Gemenebest, Nu wordt nogal eens benadrukt dat Cromwell een omstreden figuur geweest is en dat zijn bewind verschillende vragen oproept. Dat is niet helemaal ten onrechte, maar daar moet dan meteen wèl aan toegevoegd worden dat er onder zijn regering een einde kwam aan de grenzeloze verwarring die op staatkundig en kerkelijk gebied in Engeland heerste. Bovendien bloeide de gereformeerde religie onder zijn bestuur en was er ruimte voor allerlei soorten protestanten van gereformeerde huize. Daarnaast was het Cromwell er ook om te doen het gehele openbare leven te laten beheersen door de puriteinse levensstijl. Zo werden bijvoorbeeld de theaters gesloten en werden dronkenschap en vloeken beboet. Vooral door dit soort maatregelen is Cromwell in brede lagen van het volk nooit populair geweest. Feitelijk was hij meer gevreesd dan geliefd. In eigen kring werd hij echter bewierookt en in 1657 besloot de meerderheid van het parlement om hem tot koning van Engeland te laten kronen. Ondanks de hechte vriendschap en de geestelijke banden die al jaren tussen hem en Cromwel bestonden was Owen hier fel op tegen. Hij sloot zich aan bij de beweging die alles in het werk stelde om te voorkomen dat Cromwell zich tot koning zou laten kronen. Owen stelde zelfs het verzoekschrift op waarin een beroep werd gedaan op Cromwell om voor de eer te bedanken. Na de nodige aarzeling wees Cromwell het inderdaad af om koning te worden. Toch heeft deze affaire een blijvende verwijdering tussen Cromwell en Owen veroorzaakt. Vermoedelijk mede onder invloed hiervan legde Owen in dat zelfde jaar de functie van vice-kanselier van de universiteit neer. Drie jaar later - in 1660 - moest hij ook terugtreden als deken van Christ Church.

Dit laatste werd trouwens niet meer in de eerste plaats veroorzaakt door de verkoelde verhouding tussen Owen en Cromwell. Veel meer heeft het te maken gehad met de geweldige omwentelingen die op politiek en maatschappelijk gebied plaatsvonden nadat Cromwell op 3 september 1658 was overleden. Wel had Cromwell zijn zoon Richard aangewezen om hem als Hoge Beschermheer van het Britse Gemenebest op te volgen, maar deze miste de genialiteit en de kracht van zijn vader. Terwijl Engeland zich

steeds dichter naar de afgrond van de anarchie bewoog, legde Richard Cromwell al in mei 1659 zijn ambt neer. In de verwarring die daarop volgde werd de roep om de terugkeer van het koningshuis in Engeland steeds sterker. Uiteindelijk werd in 1660 de monarchie hersteld en keerde Karei II als koning naar Engeland terug. Ondanks allerlei fraaie beloften aan het begin van zijn regering keerde deze vorst zich meer en meer tegen het puritanisme. Daarbij moet dan wel opgemerkt worden, dat hij daartoe ook gedwongen werd door het Parlement dat erop uit was de Anglicaanse Kerk weer aan de macht te helpen. Met name voor puriteins-gezinde predikanten braken moeilijke tijden aan, waarin John Owen - zij het dit keer in alle stilte - opnieuw een belangrijke rol zou spelen.

(wordt vervolgd)

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 april 1991

Bewaar het pand | 10 Pagina's

John Owen over de “Inwonende zonde”

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 april 1991

Bewaar het pand | 10 Pagina's

PDF Bekijken