Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Het lied van de vreemdeling: I. Zijn belijdenis

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Het lied van de vreemdeling: I. Zijn belijdenis

5 minuten leestijd

“Ik ben een vreemdeling op de aarde”

Een orgel heeft niet één toon, en een zangkoor zingt niet met één stem. Niet eentonig en niet eenstemmig, maar veeltonig en veelstemmig is het lied van de dichter van Psalm 119.

Zijn naam is onbekend. Dat hij kunstenaar is, blijkt duidelijk. De opbouw van de Psalm bestaat uit 22 strofen, en elke strofe heeft 8 verzen. De strofen zijn gerangschikt naar het Hebreeuwse alfabet, en de 8 versregels van elke strofe vangt met dezelfde letter aan.

Hier is geen kunst om de kunst. De kunst is de Heere gewijd. De dichter is een Godvrezende kunstenaar. In heel de Psalm trilt de vreze des Heeren.

Mensen die elkaar voor ‘t eerst ontmoeten, stellen zich aan elkaar voor. Dat doet deze zanger ook. Hij maakt zich bekend als vreemdeling.

Zou hij Abraham zijn geweest, of Izak of Jakob? Die hebben beleden dat zij gasten en bijwoners waren in het land Kanaän. Maar neen - de dichter heeft in later tijd geleefd. Toen de belofte van Kanaän door de Heere vervuld was. Toen Kanaän Israël ten erfdeel was geworden.

Zou hij soms buitenlands zijn geweest? Neen - hij is in Kanaan, hij is in het beloofde land. En al zou hij over de grenzen van Israël zijn geweest, hij belijdt dat hij vreemdeling is niet slechts in Kanaan, maar op heel de aarde. Waar hij ook geweest zou zijn, overal is hij vreemdeling.

Hier is een ingrijpende belijdenis. Zijn woorden hebben verstrekkende betekenis. Ze houden ontzaglijk veel in. Ze geven aan dat hij nergens thuis is.

Wij zijn uit de aarde aards. Daarom aardsgezind. Geheel en al gericht op de aarde. Door wat in het paradijs is geschied, zijn we aan het stof gekluisterd. Met alle vezelen van ons bestaan zitten we vast aan de dingen van beneden. We gevoelen ons hier thuis. Thuis in ons vaderland. Thuis in ons dorp of stad. Thuis in ons huis. Thuis op ons werk. Thuis in onze kerk. En als we ons ergens niet thuis gevoelen, gaan we op zoek. Daar waar we thuis zijn, willen we zijn, en niet anders. Daarom veranderen we soms van plaats, van huis, van werk of van kerk.

De psalmdichter is niet thuis in zijn huis, in zijn gezin, in zijn land, op zijn werk. Het zoeken om ergens thuis te zijn kent hij niet meer. Zijn belijden is definitief. Van alles geldt het: ik ben er niet thuis.

Waarlijk - een ingrijpende belijdenis. Waaruit die voortkomt? Uit de wedergeboorte!

Hier is het werk van de levendmakende Geest. De Heilige Geest heeft de kluisters verbroken. En die Geest staat in dienst van Jezus Christus. Omdat Hij gekluisterd werd door het stof van de dood, is Hij bevoegd geworden om kluisters te verbreken.

Er zijn er die er simpel van uitgaan dat zij wedergeboren zijn. Er zijn er ook die blijven steken in de vraag of zij wedergeboren zijn. Aan de vruchten kent men de boom.

De wedergeboorte heeft rijke en verscheidene vruchten. Een daarvan is dat ons domicilie verlegd wordt, en wel van beneden naar boven. Ons burgerschap is dan in de hemel. En dat heeft konsekwenties voor het leven op aarde.

Dat maakt tot vreemdeling hier beneden.

Kent u ook die vrucht?

Er is zoveel materialisme te bespeuren ook bij kerkmensen. Aardsgerichtheid en aardsgezindheid. En dan toch menen dat het wel goed is en wel goed komt. Laten we onszelf niet bedriegen. Hemelsgerichtheid en hemelsgezindheid is kenmerkend voor een wedergeborene.

Dezulke gaat zoeken wat boven is.

U meent dat zo’n leven geen betekenis meer voor de aarde heeft? Ik zeg u: zo’n leven krijgt juist betekenis voor de aarde. Als onze wandel in de hemel is dan zullen we hier op aarde het hemelse betrachten. Ja - we zoeken met heel ons hart om de hemelse dingen op aarde te brengen. En heeft dat niet een geweldige betekenis voor de naaste en voor heel de aarde? Dat is als het zuurdeeg dat het deeg doorzuurt.

Hoe zijn we dan tot zegen! Op het werk, in de kerk, in het gezin en op school. Overal waar we zijn. Zelfs in een bejaardencentrum, of zelfs in een ziekenhuis.

De dichter van Psalm 119 is door Gods genadewerk vreemdeling hier beneden geworden. Dat werk maakte hem tot pelgrimreiziger naar de Godsstad. Dat, die stad, is zijn vaderland, dat is zijn thuis.

Waar is onze reis naar toe? Dit is zeker - we komen daar waar we thuis horen en we thuis zijn. Wie thuis is op de aarde zal in het Vaderhuis daarboven niet komen. Dat is bestemd voor hen die vreemdeling op de aarde zijn geworden en voor geen ander.

Wie met de psalmdichter belijdt: ik ben een vreemdeling op aarde, zal thuis komen. Dat ligt verankerd in het werk van Jezus Christus.

Daarom straks thuis.

Pelgrimreiziger, hef uw hoofd opwaarts. Vermoeid vanwege het vreemdelingschap? Uitgeput vanwege het kruisdragen? Door de aarde niet meer begrepen? Bespot als een “vreemd geval”? Gezien als een spelbreker, schortend aan aanpassingsvermogen? Maar ziende op de Godsstad waar God alles is en in allen dan begint het te zingen in u: “O heerlijk erf, gij kunt mijn ziel vervoeren”.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juni 1991

Bewaar het pand | 10 Pagina's

Het lied van de vreemdeling: I. Zijn belijdenis

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juni 1991

Bewaar het pand | 10 Pagina's

PDF Bekijken