Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Jezus en de Joden

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Jezus en de Joden

11 minuten leestijd

l.

In de laatste tijd is er in de pers weer nadrukkelijk aandacht gegeven aan de vraag of en hoe het Evangelie van de Heere Jezus aan de Joden verkondigd moet worden. Dat gebeurde naar aanleiding van een in ons land gehouden conferentie waar mensen uit de hele wereld aanwezig waren; mensen die op de een of andere manier actief zijn in het brengen van het Evangelie aan Joden binnen of buiten Israël. Op die conferentie was o.a. ook aanwezig Rev. Baruch Maoz, predikant van een Hebreeuws-sprekende Christelijke gemeente in Rishon-le-Zion, een voorstad van Tel Aviv. Met hem werden gesprekken gevoerd, waarvan de neerslag te vinden was in enkele artikelen in het Reformatorisch Dagblad. Ik zag ook een interview met hem en met een andere Messiasbelijdende Jood in Visie. Tenslotte gaf ook het jongerenblad van de Geref. Gemeenten “Daniël” een impressie van een ontmoeting met hem.

In de gesprekken die Maoz voerde legde hij er sterke nadruk op, dat het volle Evangelie van de Heere Jezus aan de Joden gepredikt dient te worden en dat niet volstaan mag worden met het voeren van gesprekken met hen. En hij betreurde het ten zeerste, dat de Nederlandse kerken in dat opzicht veelszins de boot hebben gemist.

Iets langer geleden publiceerde D. Koole in “De Wekker” een artikel, waarin hij theologen uitnodigde zich opnieuw te bezinnen over de identiteit van de Heere Jezus Christus. Wie is Hij? Kunnen bij het beantwoorden van die vraag de oude uitspraken en belijdenissen voor vandaag nog voldoende zijn? Of moeten we naar nieuwe formuleringen omzien en kunnen daarbij misschien enkele Joodse geleerden, die zich ook heel sterk met de persoon van Jezus hebben bezig gehouden, de helpende hand bieden? Staan zij als Joden niet dichter bij de Jood Jezus? In ieder geval, allerlei ontwikkelingen in de Christologie maken het volgens Koole nodig, dat er weer bezinning op gang komt op de vraag: Wat dunkt u van de Christus?

Een en ander is aanleiding om in een aantal artikelen ons bezig te houden met de relatie tussen Jezus en de Joden.

De zaligheid is uit de Joden

De Heere Jezus heeft in het gesprek met de Samaritaanse vrouw gezegd, dat de zaligheid uit de Joden is. En inderdaad, de Zaligmaker is een Jood. Hij is het ware zaad van Abraham, geboren uit het volk van Israël. Paulus doelt daar ook op als hij in Rom. 9:4 en 5 zegt: Welke Israëlieten zijn, welker is de aanneming tot kinderen en de heerlijkheid en de verbonden en de wetgeving en de dienst van God en de beloftenissen; welker zijn de vaderen en uit welke Christus is, zoveel het vlees aangaat, Dewelke is God boven allen te prijzen in der eeuwigheid. Amen.

In de komst van Christus uit en tot het Joodse volk heeft God als het ware de kroon gezet op alles wat Hij voor die tijd aan Zijn volk gegeven heeft. De beloften werden vervuld; de toegezegde zaligheid verscheen in Hem; in Christus zou vervuld gaan worden alles wat God voorzegd had over het heil voor verloren zondaren. En degenen, die van de komst en het werk van Christus als eersten voordeel zouden mogen trekken waren de Joden.

Heel nadrukkelijk heeft de Heere Jezus dat Zelf ook eens gezegd. We kunnen hier denken aan Zijn gesprek met de Kananese vrouw, aan wie Hij duidelijk maakte dat Hij alleen gezonden was tot de verloren schapen van het huis Israëls, en dat zij, als heidin, daarom niet op Zijn hulp kon rekenen. Trouwens, toen de Heere Jezus Zijn discipelen uitzond om te gaan prediken, zei Hij tot hen: Gij zult niet heengaan op de weg der heidenen en gij zult niet ingaan in enige stad der Samaritanen. Maar gaat veel meer heen tot de verloren schapen van het huis Israëls (Matt. 10:5, 6). Jezus zag Zijn taak dus duidelijk beperkt tot de Joden. Later zou dat anders worden: dan zou de middelmuur des afscheidsels afgebroken worden en dan zou het heil uitgaan tot aan de einden der aarde. Maar in de eerste plaats was het Evangelie van Gods genade dus bestemd voor het volk van Israël.

Wat was een groot voorrecht; een voorrecht dat de Joden zich niet waardig gemaakt hadden, maar dat God hen schonk uit louter genade. Zo was het welbehagen voor Hem. Nooit zouden de Joden zich erop kunnen beroemen alsof hen hierin iets gegeven was, dat door hen verdiend was. En als ze zich later toch gaan beroemen op hun bijzondere positie, dan roemen ze ten onrechte.

Maar een groot voorrecht was het. Terwijl heel de wereld in het donker gehuld is en geen licht heeft, gaat in Israël het Licht op. Daar gaat God het duister verdrijven en gaat genade haar morgenrood spreiden. Daar mogen ze zien dat God heeft gedacht aan Zijn genade. Voorwaar, de voorrechten van de Joden zijn groot. Jezus was in de eerste plaats voor hen bedoeld. Hij is gekomen tot het Zijne....

En wat hebben ze mogen horen en zien dat Hij het wel met hen meende. Wat is onder hen bekend geworden, dat Hij hun behoud zocht; hun lichamelijk welzijn, maar meer nog hun geestelijk heil. Met klem heeft Hij hen zoeken te bewegen tot het geloof. Hij heeft geworsteld om hun behoud. Hij heeft tranen geschreid toen ze afkerig bleven. Maar ze hebben niet gehoord....

Geen plaats

Bij Zijn geboorte was het al zo, dat er voor Hem geen plaats was, maar dat is in feite Zijn leven lang zo gebleven. Onder Israël vond Zijn boodschap geen gehoor. Soms leek het er op, dat het volk in Hem zou gaan geloven. Maar het was slechts schijn. Ze volgden Hem wel, maar dat was meer om de tekenen die ze zagen. Hem Zelf hadden ze niet nodig. En naarmate ze meer en meer gingen verstaan wat Zijn boodschap eigenlijk was, kwam er meer en meer verzet. Ze keerden zich van Hem af en tenslotte kwam het zover, dat ze Hem uitwierpen. Kruist Hem, riepen ze. Hij was gekomen tot het Zijne, maar de zijnen hebben Hem niet aangenomen.

Hoe kwam dat? Ze hadden toch de beloften? Het was toch allemaal duidelijk aangekondigd? Hoe kon het dan gebeuren dat Hij, die het zo goed met hen meende, geen plaats kreeg en geen geloof vond? Daar zijn verschillende faktoren voor aan te wijzen.

In de eerste plaats hadden de Joden door de jaren heen een totaal eenzijdig beeld van de komende Messias gekregen. In de aankondigingen van de komende Messias had God gesproken zowel van de koninklijke heerlijkheid van de Messias alsook van het feit, dat Hij zou lijden en sterven. Maar in hun theologie hadden de Joden dat element van het lijden van de Messias buiten beschouwing gelaten en dachten ze zich de Messias alleen in als een Koning, die bevrijding zou brengen. En dan ook nog een bevrijding in politieke zin; een bevrijding van de vijanden. Toen Jezus steeds duidelijker ging verkondigen, dat Hij inderdaad zou gaan lijden, klopte dat niet met de verwachting die de Joden hadden en dat was een van de breekpunten. Trouwens, niet alleen de schare kreeg toen grote moeite met Jezus; ook de discipelen konden die woorden die over lijden en sterven spraken, niet plaatsen. Ook zij verzetten zich daartegen.

Daar kwam bij - en dat is het tweede element - dat Jezus in Zijn prediking het Joodse gevoel van meerwaarde aantastte. Zij waren zich inderdaad gaan verheffen op hun uiterlijke verbondsvoorrechten en op grond van die voorrechten meenden zij meer te zijn dan de andere volken. Maar de Heere Jezus liet zien, dat wat zij meer hadden dan anderen, enkel genade was; soevereine genade. En toen Hij bij voorbeeld in de synagoge in Nazareth een keer herinnerde aan wat God in het verleden gedaan had, toen Hij Israël passeerde en naar de heidenen ging, werden zij met toornigheid vervuld. Hij sprak daar immers over de dagen van Elia, toen er ook in Israël vele weduwen waren, maar geen van hen gebruikte de Heere om Zijn knecht Elia te onderhouden; integendeel, Hij maakte gebruik van een heidense weduwe. En iets soortgelijks deed zich voor toen God wel de Syriër Naaman genezing gaf, terwijl er ook in Israël toen vele melaatsen waren, aan wie geen genezing gegeven werd. Kijk, dat soevereine van de genade, dat de Heere Jezus in heel Zijn prediking duidelijk liet uitkomen, vervulde de Joden met wrevel en dat droeg er mee toe bij, dat ze zich van Hem afkeerden.

En dan het derde aspect. Er kwam bij de Joden ook meer en meer verzet toen ze gingen begrijpen, dat ze alleen zalig konden worden door te geloven in Hem. En dan nog wel in Hem, zoals Hij Zich zou gaan geven in de dood. Alleen door Zijn offer is er zaligheid. Maar als dat waar is, snijdt dat alle gerechtigheid die de Joden door hun wetsvolbrenging verkregen hebben, af. Daar is dan geen heil van te wachten. Ja, dat begrepen ze goed. Maar ze accepteerden het niet. Deze rede is hard, zeiden ze, wie kan haar horen? Van toen af gingen velen niet meer met Hem mee. Ze hadden er genoeg van. Ze laten zich niet alles afnemen, wat ze met zorg bijeen gespaard hebben....

En dan natuurlijk als vierde element datgene wat in de rechtspraak tegen de Heere Jezus wordt aangevoerd. Ze kunnen eerst geen enkel bewijs tegen Hem vinden. Wat ze ook proberen, ze kunnen Hem niets ten laste leggen. Dan stelt de hogepriester de vraag naar de identiteit van Jezus. Wie zijt Gij? Zijt Gij de Christus. Zijt Gij de Zoon van God? Jezus had zulke dingen immers beweerd. En ook nu verzwijgt Hij niet dat Hij de Zoon van God is. Inderdaad, Hij is de mens, geworden uit een vrouw. Maar Hij is tevens God. En dat klinkt in de oren van de Joden als een godslastering. Hoe kan een mens God zijn? En vanwege godslastering wordt Hij ter dood veroordeeld.

Dat zijn dan een aantal redenen, die de Joden ertoe gebracht hebben de tot hen gekomen Zaligmaker niet aan te nemen. En zo is het geschied, dat ze de dag van hun bezoeking niet bekend hebben. Zo hebben ze zichzelf van de zaligheid beroofd. Als we immers op zo grote zaligheid geen acht geven - welke argumenten we daar wellicht ook voor aandragen - wat blijft ons dan nog over?

Hield toen de relatie op? Was het toen over? Heeft de Heere Jezus sinds Zijn verwerping door de Joden niets meer met de Joden te maken?

Eerst de Jood

Als we de Schrift goed lezen, zullen we nooit mogen zeggen, dat de relatie tussen God en Israël verbroken is na de verwerping van de Heere Jezus. Dat blijkt immers al heel duidelijk als op de Pinksterdag in Jeruzalem de Heilige Geest wordt uitgestort en als daar onder de verzamelde Joden de eerste bekeerlingen gemaakt worden door de onwederstandelijke kracht en genade van de Pinkstergeest. En zo gaat het daarna verder. Onder het volk der Joden zoekt de Heere Zich een gemeente te bouwen. En als Paulus straks naar de heidenwereld gaat omdat de grenzen opengebroken zijn en alle volken nu mogen gaan delen in het heil, gaat hij toch allereerst, overal waar hij komt, met het Evangelie naar de synagoge, om het eerste aan de Joden te boodschappen.

Zo is immers ook de regel. Het Evangelie is een kracht Gods tot zaligheid, eerste de Jood en ook de Griek. Paulus zegt het ook nadrukkelijk in de synagoge van Antiochie in Klein-Azië dat het Evangelie eerst aan de Joden verkondigd diende te worden (Hand. 13:26, 46). En die regel is niet veranderd. Nog altijd behoort het tot de eerste taak van de kerk de Joden te vertellen dat Jezus de Messias is en dat de zaligheid alleen in Hem is. Met andere woorden: Er is nog altijd een relatie tussen Jezus en de Joden. Ook al blijft in grote lijnen de relatie van de Joden dezelfde, namelijk die van afwijzing....

(wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 september 1991

Bewaar het pand | 13 Pagina's

Jezus en de Joden

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 september 1991

Bewaar het pand | 13 Pagina's

PDF Bekijken