Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Jezus en de Joden

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Jezus en de Joden

10 minuten leestijd

2.

De Joden hebben de dag hunner bezoeking niet bekend. Toen in de Heere Jezus Gods heil tot hen kwam, hebben ze die zaligheid afgewezen. Ze hielden zich aan hun eigengerechtigheid en ze bleven proberen om langs die weg God tevreden te stellen en zichzelf een plaats in het Koninkrijk te verzekeren. Hoewel Christus tot het Zijne kwam hebben de Zijnen Hem niet aangenomen. En toen? Toen brak er een bange tijd voor de Joden aan. Ze zijn verstrooid over de gehele wereld. Ze moesten zwerven en vluchten en hun bestaan werd voortdurend bedreigd. Maar, dat betekent niet dat God geen bemoeienissen meer met hen heeft. Hij heeft hen niet verstoten. Ze hebben het er wel naar gemaakt, dat ze zouden worden verstoten, maar God heeft dat niet gedaan. Hij is lankmoedig en groot van goedertierenheid. En het is Zijn wil dat nog steeds de boodschap van Zijn genade aan het zaad van Abraham zal worden verkondigd. Het is dan ook naar de wil des Heeren dat de apostel Paulus overal waar hij op zijn zendingsreizen kwam, eerst naar de synagoge ging om zijn broeders naar het vlees aan te tonen dat Jezus waarlijk de Christus is. Eerst de Jood....

Evangelieverkondiging

Is het vandaag nog de roeping der kerk om aan de Joden het Evangelie te verkondigen? Ongetwijfeld. Het is immers de opdracht van Christus geweest om het Evangelie te verkondigen aan alle creaturen en zolang Joden creaturen zijn, behoort de boodschap van Gods genade ook tot hen te worden gebracht.

We kunnen van mening verschillen over de vraag hoe we die arbeid dan moeten noemen. Vroeger sprak men onbevangen over “Zending onder de Joden”. Tegenwoordig is die aanduiding vrijwel verdwenen. Het is niet juist, zo is de gedachtengang, om de Joden en andere volken op een lijn te stellen. En dat gebeurt eigenlijk, als we van zending onder Joden spreken precies op dezelfde manier als we spreken van zending onder de Bosjesmannen. Maar Joden en Bosjesmannen zijn niet met elkaar te vergelijken. De Joden hebben het Evangelie, althans in de boeken van het Oude Testament. De Joden waren vanouds het uitverkoren volk en dat zullen we in onze benadering van de Joden niet mogen vergeten. Vandaar dat men de voorkeur geeft aan een andere benaming dan “zending”.

Welke naam dan? Onze kerken hebben gekozen voor de naam “Evangelieverkondiging onder Israël”. Dat is een juiste benaming. Die naam geeft aan, dat het inderdaad gaat om de verkondiging van het Evangelie onder de Joden. Dat wil zeggen, dat de Naam van Jezus daar moet worden gebracht en bekend gemaakt. Want er is geen andere Naam onder de hemel gegeven, waardoor wij moeten zalig worden. Dat geldt toch ook van de Jood. Er is ook voor hem maar een weg tot behoud: de weg van geloof in de Heere Jezus Christus. Vandaar dat het de roeping der kerk is de Jood ook die boodschap te brengen.

In de Regeling voor de Evangelieverkondiging onder Israël, zoals die in onze kerkorde te vinden is, treffen we o.a. deze bepaling aan: “Tot de taak van de dienaar des Woords (bedoeld is: de naar Israël uitgezonden dienaar des Woords) behoort het Evangelie te verkondigen onder Israël en onder de zegen des Heeren mede te helpen aan de planting van de kerk van de Heere Jezus Christus ter plaatse waarheen de kerk hem zendt”. Wij gaan dus tenvolle uit van de roeping tot evangelieverkondiging onder de Joden.

In andere kerken zijn wijzigingen in de opdrachten aan hun deputaten aangebracht. Nadat het woord “zending” was afgekeurd is nu eigenlijk ook het woord “evangelieverkondiging” afgekeurd. Men zegt dat: aan de Joden behoeven we het Evangelie niet meer te verkondigen, want zij hebben het Evangelie al. En niet zelden zit er ook nog de gedachte achter, dat de Joden wel buiten Jezus om zalig kunnen worden,. Zij hebben hun eigen weg tot God. Zij zijn immers nooit bij God vandaan gegaan en hebben dan ook geen middelaar nodig om hen tot God terug te brengen. De zogenaamde twee-wegen leer: er is een weg voor de heidenen (de niet-Joden) en dat is de weg via Jezus; er is ook een weg voor de Joden, en dat is de rechtstreekse weg, zonder Jezus.

Het is intussen duidelijk, dat het met name de Joden zelf zijn, die er bij de kerken sterk op aandringen de naam van hun deputaatschappen te veranderen. Zij voelen zich gekrenkt als de kerk meent, dat aan de Joden het Evangelie verkondigd moet worden. De kerk moet die pretentie niet hebben. Het is eerder zo, dat de Joden de kerk de boodschap Gods kunnen vertellen. Zij weten die veel beter! En vele kerkleiders hebben het hoofd gebogen voor deze eis van de kant van de Joden en ze spreken nu dan ook over “gesprek met Israël” of “ontmoeting met Israël”, of dergelijke vrijblijvende dingen.

Maar daarin heeft de kerk dan wel de gedachte prijs gegeven, dat zij iets unieks te verkondigen heeft; iets wat ook de Joden niet weten. Wat is dan het unieke? Het is het geheel unieke van de Heere Jezus Christus, die de enige Middelaar tussen God en mens is, en die als Enige in staat is beiden met elkaar te verenigen. Helaas moet gezegd worden, dat in de ontmoeting met Israël de kerk veelal de uniciteit van Christus heeft losgelaten. Zeer tot oneer van de Zaligmaker! Heeft de kerk hiermee niet iets wezenlijks prijsgegeven? Is ze dan nog “christelijke” kerk?

We zullen ons om deze reden moeten blijven verzetten tegen elke poging om de naamgeving van het werk dat de kerken onder Israël mogen doen zodanig te wijzigen, dat we de schijn op ons laden dat het niet meer om de verkondiging van het Evangelie van de Heere Jezus zou gaan. Aan dat stuk vervlakking mogen we niet meedoen.

Na Auschwitz ook nog?

Gezegd wordt, dat het eigenlijk niet meer kan na alles wat de “Christenheid” de Joden heeft aangedaan in de eeuwen van haar bestaan en met name na wat de “Christenheid” in Auschwitz heeft gedaan. De vernietiging van zes miljoen Joden moet ons zo met schaamte vervullen, dat we voorgoed afleren nog enige pretentie te voeren.

Er zijn inderdaad geen woorden te vinden voor het leed dat de Joden is aangedaan. Een leed, dat ook voor een deel veroorzaakt is door hen die tot de christelijke kerk behoorden of behoren. Er is heel wat antisemitisme gevonden in de christelijke gelederen en menige preek is er al gedaan, die niet vrij was van antisemitische tendenzen. Het is trouwens een teken aan de wand, dat de officiële leiding van de Roomse kerk - het Vaticaan - nog nooit is overgegaan tot formele erkenning van de staat Israël.

Maar moet het gebeuren in Auschwitz de mond der kerk snoeren? Hebben we niets meer te zeggen? Is de bijbelse boodschap daardoor ongeloofwaardig geworden? Moeten we zwichten voor argumenten van de kant van de Joden, zoals: “Hoe kan het kruis nu het symbool van de liefde zijn, als met dat kruis zoveel Joodse schedels zijn ingeslagen?” Is daar niets tegen te zeggen?

Om te beginnen kan gezegd worden, met het Evangelie in de hand, dat heel die Jodenhaat en -vervolging beslist niet uit de geest van het Evangelie voortkomen. Jezus weende, toen Hij de stad zag. Paulus had er een gedurige smart over als hij aan de hardnekkigheid van de Joden dacht en hij zou wel verbannen willen zijn van de Heere als hij op die manier de Joden voor Christus zou kunnen winnen. Dat is waarschijnlijk wat anders dan Joodse schedels inslaan met het kruis. Hier is bewogenheid, hartelijk verlangen naar de bekering van de Joden. Met andere woorden: wat de zogenaamde christenheid ervan gemaakt heeft is vaak mijlenver verwijderd geweest van de geest van het Evangelie en was niet uit God en uit Christus. Zouden we dat niet hardop mogen zeggen?

Maar daarmee is de schade niet ongedaan gemaakt. Terecht. Maar wat denkt u van Paulus. Hij heeft veel, ja heel veel schade aangericht onder de christenen. Wat heeft hij hen laten lijden en wat maakte hij hun leven zwaar. Er zijn gaten geslagen in gezinnen en gemeenten, dankzij de woeste ijver van Paulus. Als er ooit iemand geweest is, die alle reden had om voortaan maar te zwijgen over de Jezus die hij vervolgd had, dan was het deze Paulus. Maar wat gebeurt er? Hij blijft zich wel schamen voor zijn verleden. Hij noemt zichzelf de minste apostel en de voornaamste der zondaren, juist omdat hij de gemeente vervolgd heeft. Maar zwijgt hij over de naam van Jezus? Geen sprake van. Met alle ijver die in hem is en met alle krachten die God hem geeft zoekt hij - om het zo eens te zeggen -de aangerichte schade goed te maken en zoveel mogelijk zielen voor Christus te winnen.Toegepast op onze verhouding tot de Joden zou de erkenning van het schandelijke onrecht dat wij de Joden hebben aangedaan, de kerk er nu toe moeten brengen met des te meer ijver de Joden te verkondigen de ware Jezus, die van Zichzelf zei: Komt herwaarts tot Mij, die vermoeid en belast zijt en Ik zal u rust geven. Leert van Mij, dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart....

Ja, het zal wel moeten gebeuren in bescheidenheid en in grote voorzichtigheid. We hebben geen reden om ons op de borst te slaan en uit de hoogte te komen. Maar als het gaat om de inhoud van de boodschap, die dient onverkort te zijn. De bazuin dient ook daar een helder geluid te geven en er mag geen twijfel aan bestaan wat de kerk aan de Joden komt vertellen. Het moet niet zijn, zoals ik eens een Joodse rabbijn in een gezelschap van christelijke leiders hoorde zeggen: “Windt u er nu eens geen doekjes om: Is Jezus voor jullie de Christus of niet? Laat ons daar niet over in het onzekere. Wij hebben er recht op te weten wat u ons wilt vertellen”. Ik ervoer dit woord als een beschamend woord. Spreekt de kerk dan zo onduidelijk in de ontmoeting met Israël? Hebben we de naam van Jezus dan achtergehouden, zodat de Joden niet eens weten wie Hij voor ons is?

Zelfonderzoek

In het eerste artikel in deze serie verwees ik naar bepaalde uitlatingen van de Joodse predikant Baruch Maoz. Hij, die zelf voorganger is in een Hebreeuws-sprekende christelijke gemeente in Israël en goed op de hoogte is van wat er aan werk ook door de Nederlandse kerken in Israël gedaan wordt, verwijt de kerken in Nederland, dat er van het echte verkondigen van het Evangelie niet zoveel terecht komt. Dat is een ernstig verwijt. En we zullen onszelf eerlijk moeten onderzoeken of dit verwijt terecht is. We zijn het aan het Evangelie van de Heere verplicht en ook aan het welzijn van de Joden geen andere boodschap te brengen dan de boodschap, die Christus wil laten verkondigen. Doen we dat? Zijn we daarin getrouw? Wijst Maoz de Nederlandse kerken een gebrek aan? Dan nog is het een vriend, die ons onze feilen toont. Maar we moeten ons wel onderzoeken. Het gaat om de kern van de zaak; het hart van het Evangelie. Wat dunkt u van de Christus?

En dan komt vanzelf de vraag aan de orde, die indertijd in “De Wekker” gesteld werd: de vraag naar de identiteit van de Heere Jezus Christus. Daarover een volgende keer.

(wordt vervolgd)

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 september 1991

Bewaar het pand | 10 Pagina's

Jezus en de Joden

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 september 1991

Bewaar het pand | 10 Pagina's

PDF Bekijken