Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Godsverduistering of Goddelijke verberging

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Godsverduistering of Goddelijke verberging

6 minuten leestijd

l.

De term Godsverduistering werd voor het eerst door prof. dr. H. Berkhof gelanceerd. Sinds hij het verschijnsel “Godsverduistering” aan de orde stelde is er veel over geschreven en gesproken. Discussies zijn ontstaan. Conferenties zijn belegd. Synodale rapporten zijn verschenen. We zijn geneigd om niet te veel aandacht te besteden aan zulke modetrends in de theologie. Prof. dr. C. Graafland toonde in zijn boek “Gereformeerden op zoek naar God” echter aan dat ook onder wat hij noemt “traditioneel-gereformeerden” de Godsverduistering om zich heengrijpt. In korte tijd verschenen reeds drie drukken van dit boek. Het is dan ook zeker zinvol ons te bezinnen op hetgeen in dit thema aan de orde wordt gesteld.

Wat wordt met de term “Godsverduistering” echter aangeduid? Men bedoelt daarmee aan te geven dat God uit het leven en denken van mensen is verdwenen. Er is sprake van de afwezigheid van God en een gemis aan Godservaring. In heel de samenleving is het inderdaad te merken dat men geen rekening meer houdt met God en Zijn Woord en Wet. Getracht wordt ook het laatste dat nog herinnert aan God weg te werken.

Men heeft de benaming “Godsverduistering” ontleend aan de begrippen “zonsverduistering” en “maansverduistering”. Wanneer immers de maan tussen de zon en de aarde komt, treedt er een verduistering op. Men ziet dus een analogie met dit natuurproces. Terecht wijst Graafland er dan ook op dat in zulk een gedachtengang de schuldvraag vermeden wordt. Men maakt er een noodlot van, een natuurverschijnsel, een onafwendbare ontwikkeling, waaraan nu eenmaal niet valt te ontkomen. Daarom achten we het begrip “Godsverduistering” misleidend en is het o.i. juister om te spreken van Goddelijke verberging.

Veelvuldig wordt in Gods Woord gesproken over de verberging van Gods aangezicht. Dit mag echter niet gezien worden als een natuurverschijnsel of noodlot, maar als een daad van God. Als God Zijn aangezicht verbergt is dat een negatieve reaktie van God op de handelwijze van Zijn schepselen. Reeds in Gen. 3:8 en 10 komen we het woord verbergen tegen. Adam en Eva verborgen zich. Door het overtreden van Gods gebod kwam er vrees en verborgen zij zich voor God. Zij onttrekken zich aan de omgang met God. Dat kan ook niet anders, want zij waren vrijwillig en moedwillig tegen God ingegaan. Zo is verberging het gevolg van de verbroken verhouding. Zo wordt in Deut. 31:8 en 32:22 gezegd dat de Heere Zijn aangezicht ganselijk zal verbergen.

Dat zal de Goddelijke reactie zijn op al het kwaad, dat het volk zou doen. Ook lezen we in Jes. 59:2 “Uw ongerechtigheden maken een scheiding tussen u en tussen uw God en uw zonden verbergen het aangezicht van ulieden dat Hij niet hoort”. Zo wordt op mensvormige wijze gesproken van het aangezicht van God. Hij verbergt Zijn aangezicht. Dat is een vreselijke straf. Dat is het ergste wat kan gebeuren. Toen Mirjam en Aaron tegen Mozes opstonden en daarin tegen God opstonden, gebeurde het “dat de toom des Heeren ontstak en God wegging. De wolk boven de tent week”. Zo is dus het verbergen van Gods aangezicht gevolg van de zonden. God moet Zijn aangezicht afwenden. Hij is heilig en rechtvaardig en kan daarom geen gemeenschap hebben met zondaren.

De Heere komt echter tot zondaren, tegenover wie Hij Zich verbergen moest. Door het Verbond komt Hij zelfs met deze woorden: “De Heere doe Zijn aangezicht over u lichten en zij u genadig, de Heere verheffe Zijn aangezicht over u en geve u vrede”. Dat is niet en nooit te verklaren vanuit de mens. Het is alleen omdat God redenen nam uit Zichzelf. Het is dan ook een eeuwig wonder voor verloren zondaren, wanneer ze in de weg van wedergeboorte en geloof mogen ondervinden: “Uw aangezicht in gunst tot mij gewend...”.

Maar.... wanneer het volk van Gods verbond weigert te wandelen in Zijn wegen, moet de Heere Zijn aangezicht verbergen. Dan zegt de Heere : “Ik zal hen verlaten en Mijn aangezicht van hen verbergen, dat zij ter spijze en vele kwaden en benauwdheden zullen hen treffen” (Deut. 31:17). Wie de hoofdstukken 31 en 32 van Deuteronomium leest, zal merken hoe ernstig die Goddelijke verberging is.

Een ieder die door de Heere staande wordt gehouden op zijn levensweg, zal dan ook te maken krijgen met de verberging van Gods aangezicht. Allereerst wordt het erkend dat Hij Zijn aangezicht van mij moet afwenden. Als mijn ogen open gaan en ik iets ga ontdekken van mijn grote zonde en schuld bij God, hoe moet het dan wel niet zijn voor Hem, Die in volmaaktheid alles weet en ziet? Wat is het smartelijk als zo openbaar komt dat het daar van binnen één vuile bron van wanbedrijven is!

Smartelijk vooral omdat het zonden en ongerechtigheden zijn, bedreven tegenover een goeddoend God. Het wonderlijke en onverklaarbare doet zich dan voor, dat naast de erkentenis: “Heere, het is naar recht, wanneer U Zich eeuwig voor mij verborgen houdt!” ook de bede beluisterd wordt: “Heere, zie nog in gunst op mij van Boven”. Wat een verkwikking is het wanneer de Heere door Zijn Woord gaat spreken tot mijn ziel. Het wordt in verliet geestelijk leven zulk een onvergetelijk ogenblik wanneer het spreken Gods zo passend is. Uit Zijn woorden kan dan opgemerkt worden dat mijn toestand toch voor Hem niet verborgen was. Dat Hij precies weet van de worstelingen en vragen der ziel. Hij weet van mijn bestaan af. Lezer, lezeres, het is nodig en belangrijk om ons af te vragen of we in die zin ook persoonlijk te maken hebben gekregen met de Goddelijke verberging. Gods kinderen krijgen daar immers mee te maken in de eerste bekering, maar ook na ontvangen genade. Een volgende keer D.V. willen we op dat laatste aspect ingaan.

Dit is het eerste gedeelte van de rede die ds. Van de Weerd op de ontmoetingsdag te Kampen gehouden heeft.

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 september 1991

Bewaar het pand | 10 Pagina's

Godsverduistering of Goddelijke verberging

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 september 1991

Bewaar het pand | 10 Pagina's

PDF Bekijken