Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

John Owen over de “Inwonende zonde”

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

John Owen over de “Inwonende zonde”

10 minuten leestijd

13.

In de vorige aflevering stonden we stil bij het bedrieglijk karakter van de inwonende zonde. We hebben er toen met name aandacht voor gevraagd hoe de zonde erop uit is om het verstand van Gods kinderen te verleiden. Dat doet zij vooral door het heldere, bijbelse zondebesef te vertroebelen en verkeerde voorstellingen te geven van de genade van God. Daarbij bleef de vraag over: Hoe kunnen we onze geest beschermen tegen dit soort listige aanvallen? Is het mogelijk om ons te verzetten tegen dit bedrog van de inwonende zonde en - als het antwoord “ja” is - hoe moeten we dan strijd leveren? Ook op deze vragen gaat Owen heel nadrukkelijk en uitvoerig in.

Meditatie en gebed

Owen begint met de stelling dat de inwonende zonde zich nadrukkelijk verzet tegen alle verplichtingen en vermaningen die oproepen tot gehoorzaamheid. Ook het tegenovergestelde is echter waar: Wanneer er sprake is van gehoorzaamheid aan de eisen van de Heere, betekent dat verzet tegen de zonde! Daarmee is duidelijk dat een leven naar de geboden van God het aangewezen middel is om de strijd tegen de zonde aan te binden. Sommige verplichtingen zijn echter bij uitstek geschikt als wapenen in dit gevecht op leven en dood. Owen denkt dan heel in het bijzonder aan de bijbelse opdracht tot meditatie en het persoonlijke gebed. De Heere heeft vooral die twee middelen ingesteld om de kracht van de inwonende zonde te breken.

Nu betrekt Owen de meditatie en het persoonlijke gebed heel sterk op elkaar. Naar zijn mening zijn het twee zijden van dezelfde zaak. Dat wordt vooral duidelijk als hij het begrip “meditatie” nader omschrijft. Als wij mediteren over God en over Zijn genade en goedheid, zo zegt hij, laten we dat dan doen door als het ware “tot God te spreken in diepe vernedering en hartelijke verootmoediging voor Hem”. Daarmee bedoelt hij dat echt mediteren gestalte krijgt in gebed en in aanbidding. Op deze wijze dienen we dus al mediterend de woorden van de Schrift te overwegen. We worden geroepen de Heere daarbij te vragen om Zijn hulp en Zijn leiding en we dienen ons steeds af te vragen wat de Heere in dat bepaalde gedeelte heel persoonlijk tot ons wil zeggen. Daarmee wordt duidelijk dat mediteren naar de gedachte van Owen drie aspecten heeft: We zetten ons om eerbiedig te luisteren naar de stem van God, om met de Heere over Zijn Woord te spreken en om te zoeken naar de boodschap van dat bepaalde gedeelte voor ons persoonlijke leven. Daarbij wordt overigens wél de kanttekening gemaakt, dat de harten van Gods kinderen vaak zo weinig op deze wijze met de geestelijke dingen bezig zijn. Maar, zegt Owen, dat ontslaat hen niet van de roeping om - ondanks hun innerlijke lusteloosheid en dorheid - toch telkens en telkens weer hun gedachten te richten op het Woord en de dingen van de Heere.

Wat voor zin heeft het?

De vraag kan bij dit alles bovenkomen: Waarom zijn dingen als meditatie en gebed eigenlijk zo dringend nodig? Wat voor vruchten leveren zij op? Owen noemt er vier.

Wanneer Gods kinderen op een geestelijke manier met deze dingen bezig zijn, zullen zij in de eerste plaats een steeds dieper inzicht krijgen in hun werkelijke noden. De Heilige Geest wil namelijk met name het mediteren en het gebed gebruiken om meer licht te geven in de slinkse wegen en de verborgen kracht van de zonde. Dat brengt met zich mee dat de gelovigen dan ook ontdekken wat zij missen en welke genadegaven van God zij het meest nodig hebben. Juist omdat de Geest als “Gods kandelaar” op deze wijze licht wil verspreiden over hun meest wezenlijke nood, worden zij geroepen te waken in de gebeden en in het mediteren (Vgl. 1 Petr. 4:7). Vervolgens ontvangen Gods kinderen zo een diep en voortdurend besef van het verschrikkelijke van de zonde. In gebed en meditatie brengen zij namelijk hun zonden steeds voor het aangezicht van de Heere. Als dat op een echt geestelijke manier gebeurt heeft dat tot gevolg dat zij steeds meer verdriet over hun zonden krijgen en die gaan haten. Owen zegt in dit verband heel terecht: “Wie bij God pleit om de vergeving van Zijn zonden, pleit met Zijn eigen hart om de zonde te verafschuwen”.

Meditatie en gebed zijn in de derde plaats de middelen die God heeft ingesteld om hulp en kracht te ontvangen in de strijd tegen de zonde. Langs deze wegen mogen we tot Hem gaan, “om geholpen te worden te bekwamer tijd” (Hebr. 4:16).

Tenslotte is vooral het gelovig gebed en het gelovig mediteren een krachtig wapen tegen de aanvallen van de inwonende zonde. Want daarin beloven Gods kinderen met heel hun hart dat zij zich van het kwade zullen afkeren en Hem alleen zullen dienen. Nu komen alle zondige verlangens die in hun hart wonen tegen zulke geloften in het geweer. Op dat moment laten die verlangens echter wél hun maskers vallen. Zo wordt in deze strijd heel erg duidelijk wat de ware aard van de zonde is! Daardoor raken degenen die de Heere vrezen des te sterker overtuigd van haar gevaarlijk karakter en verzetten zij zich des te heftiger. Er is aan dit alles ook nog een andere kant. Zoals gezegd zal de inwonende zonde alles in het werk stellen om de geloften om de Heere te dienen te dwarsbomen of ze ongedaan te maken. Ze doet dat doorgaans door het vuur en de toewijding die in de beloften aanwezig waren te doven. Op zo’n moment komen Gods kinderen tot de ontdekking dat de liefde gaat verkillen en hun plechtige geloften weinig meer lijken dan loze voornemens. Een dergelijke ontdekking wil de Heere gebruiken om hen wakker te schudden, opdat zij opnieuw tot Hem de toevlucht nemen en Hem om kracht smeken. Zo zijn geloften die biddend aan de Heere worden afgelegd ook een middel om de gelovigen waakzaam te houden en voortdurend op hun hoede te doen zijn voor het kwaad van de zonde.

Obstakels

Nu is de inwonende zonde er voortdurend op uit om de geest van Gods kinderen af te houden van meditatie en gebed. Zij doet dat op allerlei bedrieglijke manieren waarvan Owen er enkele noemt. In de eerste plaats maakt zij graag gebruik van de gevoelens van afkeer die ook in de harten van de gelovigen nog overgebleven zijn tegen het zoeken en het vrezen van de Heere. Deze zondige afkeer maakt dat het dienen van God voor hun soms een last is. Zij worden er dodelijk vermoeid van en geven het spoedig op. Hierop doelde de Heere Jezus ook toen Hij tot de discipelen zei: “De geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak” (Matth. 26:41). Deze zwakheid en slapheid kan inderdaad een groot struikelblok zijn. De inwonende zonde maakt ook de gewone dagelijkse bezigheden tot zo’n obstakel. Zij fluistert ons in dat wij het veel te druk hebben en te kort zullen schieten in onze dagelijkse plichten als wij zoveel tijd besteden aan meditatie en gebed. Owen maakt in dat verband de uiterst praktische opmerking dat wij wel trouw moeten zijn in onze dagelijkse roeping, maar er tegelijk voor moeten waken dat onze bezigheden geen hindernis worden om de Heere te zoeken.


“Maar wanneer wij zoveel op ons nemen dat we geen tijd genoeg hebben om dat goed te verrichten zonder God te beroven van datgene wat we aan Hem én aan onze eigen ziel verplicht zijn, dat vraagt God niet van ons en Hij zal ons er ook niet bij zegenen. We zouden eerder moeten dulden dat onze roeping om heilig te leven en onze eerbied voor God inbreuk zouden maken op de verplichtingen van ons dagelijks werk, dan het omgekeerde”.


Een ander struikelblok waarvan de inwonende zonde graag gebruik maakt is uitstel. Zij verleidt ons ertoe dat we onszelf gerust stellen met de belofte dat we wel meer nauwgezet zullen gaan bidden en mediteren als we daar meer • tijd of een betere gelegenheid voor hebben.

Owen dringt er ernstig op aan om op deze obstakels bedacht te zijn, want zij drijven ons weg van de verborgen omgang met God en een levenswandel in de vreze des Heeren. Daarbij moeten we er speciaal op letten waar we voor het eerst van deze struikelblokken last krijgen.

Want het listige bedrog van de inwonende zonde moet in de kiem gesmoord worden. En die kiemen liggen doorgaans daar waar het verstand verleid wordt te verslappen in meditatie en gebed.

De vijf punten

Met grote ernst benadrukt Owen hoe noodzakelijk het is voor Gods kinderen om dichtbij de Heere te leven. Zij worden geroepen om gehoorzaam te zijn aan Zijn heilzame geboden en Zijn eer alleen te bedoelen. Uiteraard laat Owen zien dat dit alleen mogelijk is door Gods genade.

Maar de nadruk ligt in dit gedeelte toch vooral op de roeping, de verplichting! De Heere is het immers waard dat zij die Hem vrezen naar Zijn wil en tot Zijn eer leven?

Zo worden zij bovendien bewaard voor de listige aanvallen van de inwonende zonde die erop uit is hun geest te bedwelmen en hen van de Heere af te drijven. Om in die geweldige strijd staande te blijven doen Gods kinderen er goed aan de volgende punten steeds voor ogen te houden.

Laten zij allereerst denken aan de soevereiniteit van God, die als de grote Wetgever de zonde verbiedt. De zonde is daarom immers zo erg omdat zij overtreding is van de heilige wetten van Hem die ons geschapen heeft en ons dagelijks met Zijn zorg omringt, maar die ook macht heeft om het kwade te straffen.

Vervolgens dienen de gelovigen ook steeds stil te staan bij het bedrieglijke van de zonde en de strenge wijze waarop God haar bestraft, Juist de overdenking daarvan kan een middel zijn om hen te bewaren voor de oppervlakkige gedachten over de zonde en de innerlijke ongevoeligheid die daarmee gepaard gaat. In de derde plaats roept Owen hen op om dikwijls in gedachten te toeven bij de liefde en de genade die God hen heeft bewezen. De overdenking van Zijn gunst verbreekt namelijk hun harten en maakt dat zij een afkeer van de zonde krijgen. Als vierde punt wordt gewezen op het bloed van Christus. Wanneer Gods kinderen daarover mediteren zal de vraag op hen afkomen: “Hij stierf om ons van onze zonden te bevrijden en zullen wij ons dan overgeven om in de zonde te leven of in het kwaad te zwelgen?”

Tenslotte dienen zij voortdurend de inwoning van de Heilige Gees voor ogen te houden. God heeft hun immers die Geest geschonken opdat zij in Zijn kracht tegen het inwonend bederf zouden strijden. Maar door te zondigen bedroeven Gods kinderen deze Geest; Zij bezoedelen de plaats waar Hij zijn intrek heeft genomen en zij beroven zichzelf van Zijn vertroostingen....

Traagheid en waakzaamheid

Het zal ons niet verbazen dat Owen dit gedeelte afsluit met een bewogen vermaning om te waken voor de bedrieglijke listen van de inwonende zonde. Deze is erop uit om het verstand te verleiden tot geestelijke slapheid en luiheid. Waar dat de overhand krijgt worden de gelovigen onwillig om de Heere te zoeken en in de weg van Zijn geboden te gaan.

Vaak stellen ze zich dan gerust met vlakkere gedachten over de zonde en goedkopere opvattingen over de genade. Hun overtuigingen verliezen diepte en zij “verachteren in de genade”! Juist hier klinkt daarom de oproep: “Ik zeg u allen: Waakt!” (Vgl. Markus 13:37). Naar mijn gedachte heeft Owen ons in het bovenstaande heel wat aangereikt waaruit duidelijk wordt wat dit “waken” is en waarvoor we vooral op onze hoede dienen te zijn.

(wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 oktober 1991

Bewaar het pand | 10 Pagina's

John Owen over de “Inwonende zonde”

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 oktober 1991

Bewaar het pand | 10 Pagina's

PDF Bekijken