Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Waken over de aangenomen leer

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Waken over de aangenomen leer

11 minuten leestijd

4.

Er zijn drie argumenten aan te voeren voor de noodzaak van het waken over de aangenomen leer. In de eerste plaats is dit naar de uitdrukkelijke wil des Heeren. Vervolgens zit de duivel niet stil de leer te ondermijnen. Tenslotte is er geen zuivere beleving als er geen zuivere leer is. Met dat laatste punt waren we een vorige keer bezig. We gaan er nog even mee door.

Nogmaals:

zuivere leer - zuiver leven

We zagen, dat Paulus met grote nadruk Titus opdroeg ervoor te zorgen dat de leer op Kreta zuiver verkondigd en bewaard zou blijven. Daartoe moest hij ouderlingen aanstellen. Niet zomaar willekeurig een aantal mannen aanwijzen, die het werk van opziener moesten gaan doen. Nee, het moesten bekwame mannen zijn; bekwaam om ook de tegensprekers de mond te stoppen desnoods. Er mag dus geen sprake zijn van verregaande tolerantie, waarbij misschien wel even geprotesteerd wordt als er iets gezegd wordt dat niet door de beugel kan, maar waarbij alles toch verder rustig voort kan blijven gaan. Nee, de apostel is er niet onduidelijk in: alle valse leer moet weersproken worden.

Waarom is Paulus zo scherp, zo intolerant? Is zijn geest bij het ouder worden wat bekrompen geworden? Ziet hij overal ketterijen in? Is hij wat al te precies? Als dat zo zou zijn, dan zou het ons vrij staan deze vermaningen terzijde te leggen. Maar is het zo? Of vinden we hier ook de waarheid Gods en is het naar de wil des Heeren dat zo opgetreden moet worden tegen allen die van de waarheid afwijken? Ja, dat laatste is het geval! Want zonder de zuivere leer krijgen we een zieke beleving.

Paulus kan niet leven bij de mentaliteit van: Zolang als er maar genoeg van Jezus in de verkondiging is en genoeg van het kruis en genoeg van de christelijke plichten en deugden om mensen zo half en half in een christelijke vorm te krijgen moeten we niet zeuren over precisie in de leer, maar overgaan tot belangrijker dingen. Nee nee, daarvoor is de zuivere leer veel te belangrijk!

Zie maar wat de leer doet. Die werkt als een vorm waarin iets gegoten wordt. Paulus schrijft in Rom. 6:17 aan de christenen te Rome dat ze gehoorzaam zijn geworden aan het voorbeeld der leer, waaraan ze overgegeven zijn. Hij gebruikt het beeld van een vorm, waarin iets gegoten wordt. Datgene wat in die vorm gegoten is, gaat na verloop van tijd er op een bepaalde manier uitzien; het neemt de vorm van die vorm aan. Zo is het met de zuivere leer. Een mensenkind wordt daarin geworpen en zo gefatsoeneerd en veranderd, totdat hij op den duur naar die vorm gemodelleerd is. Maar dan begrijpt iedereen dat het er wel op aan komt, dat het een zuivere vorm is. Als dat laatste het geval is, dan is wat er uit die vorm tevoorschijn komt, een leven in godzaligheid; een echt christelijk leven. Maar is de vorm niet zuiver - ja wat er dan uit komt, kan met geen mogeijkheid een zuiver christelijk leven genoemd worden.

De volle raad Gods

Na alles wat we hierboven gezien hebben kunnen we nu een aantal lijnen trekken waarin we zullen bezien wat de consequenties van een en ander zijn vooral ook met het oog op onze kerken. Waken over de aangenomen leer - hoe dient dat onder ons te geschieden? Het eerste wat ik zou willen zeggen is dat er allerwege een vastbeslotenheid moet zijn om de volle raad Gods te verkondigen.

Naar de mate dat een deel van de waarheid gedurende een bepaalde periode wordt verzwegen, misverstaan, overgeaccentueerd of ontkend, naar die mate wordt het geestelijk leven beschadigd of, sterker nog, verminkt. Verwaarlozing van een of ander onderdeel van de waarheid zal onherroepelijk leiden tot een misverstaan van de leer en tot schade in de beleving. Hoe zou het dan trouwens mogelijk zijn om te belijden dat er een band aan de Heere is en dat we Jezus liefhebben? Kan dat samengaan met een niet volledig serieus nemen van Zijn waarheid?

Overal om ons heen zien we allerlei vormen van goddeloosheid. Ook in onze eigen gelederen komt veel voor dat er niet behoorde te zijn. Wat is onze enige hoop? Dat de Heilige Geest de waarheid zo zal willen toepassen aan het hart, dat er bekering komt. Maar zal de Geest dat doen, dan moet die waarheid wel duidelijk en onverkort gepredikt worden. Er moet voor de Heilige Geest iets zijn om toe te passen.

Dus vraagt de Heere het van zijn kerk dat de volle raad Gods gepredikt wordt. Alles wat God heeft geopenbaard. Zoals Paulus dat blijkens zijn eigen getuigenis te Efeze ook gedaan heeft. Niets hield hij daar achter. Hij vroeg niet of de mensen het wel wilden horen en of het wel naar hun smaak was of dat zij misschien liever een andere boodschap zouden horen. Als het gaat om de inhoud van de prediking gaat de getrouwe prediker niet te rade met de opinies die er onder de mensen leven. Naar wie moet je dan trouwens luisteren; dan is het: zoveel hoofden zoveel zinnen. Maar daar heeft de prediker niets meer te maken.

God heeft immers bepaald wat zondaren in hun nood en ellende nodig hebben en wat ze moeten horen. Wee de kerk en de dienaar der kerk, die denkt te kunnen volstaan met het brengen van een gereduceerde boodschap!

Verdediging

Wat is er nog meer te doen? Als de leer aangerand wordt, dient de kerk op te staan om de waarheid Gods te verdedigen. Dat klinkt uitermate vreemd in de tijd waarin wij leven. Er lijken geen ketterijen meer te zijn. Allerlei afwijkingen van de leer worden ondergebracht onder het hoofd “nuanceringen” en nuanceringen mogen er zijn, nietwaar? Ja, dat kun je verwachten in een tijd van pragmatisme en oecumenisme, verbroedering en Samen-op-Weg. Tenslotte moet maar niemand denken, dat hij de waarheid in bezit heeft. Op zijn hoogst hebben we allemaal een klein stukje van de waarheid en zijn we met elkaar op zoek naar de waarheid. Laten we alstublieft bescheiden zijn.

In zo’n tijd is het natuurlijk wel erg vreemd als we Paulus horen zeggen, dat de mond van de tegensprekers gestopt moet worden. Trouwens, zo staat het ook in het Besluit van de Dordtse Leerregels: “stoppende de lasteraars van de gezonde leer hun monden”. Onze vaderen waren dus van dezelfde mening als Paulus.

Waarom dat dan zo behoort te zijn? Er staat veel te veel op het spel. Dwaalleer en - nog erger - ketterij zijn geen onschuldige dingen. Ze werken als de kanker (2 Tim. 2:17). Alleen al om die reden mag Paulus zeggen: Als iemand een ander Evangelie brengt, die zij vervloekt (Gal. 1:8, 9). Tolerant zijn tegenover alles wat van de waarheid afwijkt is geen geringe zaak! De consequentie ervan kan zijn - als God het niet verhoedt - dat mensen misleid worden op weg naar de eeuwigheid. Wie durft dat op zijn geweten te hebben?

Daarom is het zaak, dat ook in onze kerken vandaag klare wijn geschonken wordt. Er staan zoveel stukken der leer op de tocht. Over de schepping wordt soms gesproken en geschreven op een manier die ruimte vraagt voor de evolutie-gedachte. In de theologische wereld wordt nog al eens afgedongen op de Godheid van Christus en wordt heel sterk de klemtoon gelegd op het feit, dat Jezus waarachtig mens was. En het Schriftgezag wordt aangerand als ten koste van de leer van de inspiratie alle nadruk gelegd wordt op de menselijke faktoren die een rol gespeeld hebben bij de totstandkoming van de Bijbel.

Onze relaties met anderen

Onze kerken hebben interkerkelijke kontakten. Daar is niets op tegen, al zal wel duidelijk moeten zijn wat wij met die kontakten bedoelen. Gaat het om kerkelijke eenheid, dan zal dat niet gepaard mogen gaan met het inruilen van bepaalde onderdelen van de waarheid. Er kan natuurlijk geen sprake zijn van een relatie met hen, die de waarheid ontkennen. Maar er dient ook uitermate voorzichtig gehandeld te worden ten aanzien van kerken bij wie wezenlijke elementen van de belijdenis niet of niet voldoende tot hun recht komen.

In het ondertekeningsformulier van de hoogleraren werd met name verwezen naar de dwalingen die veroordeeld werden in Dordrecht in 1618-19. De dwalingen van het Arminianisme dus. Dwalingen die overigens nog springlevend zijn. Waarom zouden die met name weerlegd moeten worden? Omdat die dwalingen zo sterk het absolute genade-karakter van het heil aantasten. Ze schrijven de mens te veel en God te weinig eer toe. En dat is uitermate kwalijk.

Maar als deze dwalingen dan nog springlevend zijn, moeten we dan niet in allerlei samenwerkingsverbanden uiterst voorzichtig zijn met hen die deze dwalingen aanhangen en verbreiden? Mpeten we er met name in bijvoorbeeld het evangelisatiewerk niet voor oppassen om de boodschap ongeloofwaardig te maken door samenwerking met hen, die op de boodschap duidelijk een reductie toepassen?

Heiligheid

Het zal weer duidelijk moeten worden, dat zonder heiligmaking niemand God zien zal. Het volk, dat de Naam des Heeren belijdt, dient een heilig volk te zijn (Hebr. 12:14, 1 Pe. 1:15, 16). En waar de ware bijbelse vreze des Heeren en de godzaligheid ontbreken, is er geen enkele grond om te geloven dat we kinderen Gods zijn. De Engelse puritein Gumell schreef eens: “Zeg niet dat ge uit God geboren zijt en koninklijk bloed in uw aderen hebt, tenzij ge uw afkomst kunt aantonen daarin dat ge heilig durft te zijn”. Als dit zo is, dan behoort het mede tot de dienst der kerk de mensen te waarschuwen tegen een vals en ongegrond vertrouwen en het bouwen op zandgronden.

Heiligheid bij het volk is wat de Heere zoekt. Maar ook heiligheid bij de leiders van het volk. Paulus besteedt nogal wat aandacht aan de vereisten voor de ambtsdragers: 1 Tim. 3; Tit. 1. Die vereisten mogen niet zomaar terzijde geschoven worden. Er komen op dit terrein praktijken voor die ronduit te laken zijn. Je krijgt soms de indruk dat zo ongeveer ieder belijdend lid, die Avondmaal viert, geschikt geacht wordt om af en toe een poosje ouderling of diaken te zijn. Daar zijn we dan terecht gekomen met het stelsel van verplicht aftreden. Ik weet dat hiermee over deze dingen niet het laatste woord gezegd is, maar mijns inziens geeft de praktijk wel reden tot zorg. En heeft God niet uitdrukkelijk in Zijn Woord de vereisten voor de ambtsdragers aangewezen?

Titus wordt door Paulus aangespoord een voorbeeld van goede werken te zijn (2:7). Godzaligheid zal de levensstijl moeten kenmerken. Dat kan toch niet anders? De genade Gods bedoelt niet alleen onze ziel te redden, maar ook ons leven te heiligen. Dat geldt met name ook van hen die arbeiden in het Woord en de leer. Daarom dienen zij zich Gode beproefd voor te stellen; arbeiders, die niet beschaamd worden. En dan zal de waarachtigheid van de leer naar de wereld toe dienen uit te komen in een godvruchtige wandel. De waarheid dient ons leven zodanig te veranderen, dat we werkelijk anders zijn dan anderen. De geloofwaardigheid van de kerk en haar boodschap zit nergens anders in dan in de veranderde levens van de leden der kerk. Niet in het een heel eind met de wereld meegaan, maar in het anders zijn dan de wereld, zit de geloofwaardigheid van de kerk. Een stad op een berg dient zij te zijn. Als lichtende lichten mag zij schijnen te midden van een krom en verdraaid geslacht (Fil.2:15). Ze herkenden de discipelen dat zij met Jezus geweest waren (Hand. 4:13). Zo wordt de leer van God onze Zaligmaker in alles versierd (Tit. 2:10). En zo kunnen anderen voor Christus worden gewonnen. Daar behoeven we de leer niet voor aan te passen en de scherpe kantjes wat af te vijlen. Integendeel! Wij behoeven niet wijzer te zijn dan God. En God wil dat door de dwaasheid van de prediking (van de volle raad Gods) zij die geloven zalig worden gemaakt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 december 1991

Bewaar het pand | 10 Pagina's

Waken over de aangenomen leer

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 december 1991

Bewaar het pand | 10 Pagina's

PDF Bekijken