Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Uit: Het oprecht gelovig aannemen van de beloften

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Uit: Het oprecht gelovig aannemen van de beloften

7 minuten leestijd

In dit boekje schrijft Theodorus van der Groe het volgende over:

“Voor wie de beloften van het Evangelie zijn

Ten nutte van de lezer willen wij, met de hulp van de Heere Jezus, een staaltje daarvan nader behandelen, betreffende het rechtgelovig omhelzen en gebruiken van de geestelijke beloften van het Evangelie. Mogelijk zal het ons nog wat meer licht kunnen geven in de voorgestelde zaken en ons doen zien van welk een groot gewicht die zijn in de godsdienst.

Wij weten dat de Evangelische beloften wijd openstaan voor al degenen die onder het Evangelie zijn; in zoverre, dat ieder recht boetvaardig en vernederd zondaar deze door de Geest des geloofs niet alleen vrij mag, maar ook moet aannemen uit de goedertieren hand van Christus’ genade en daarop geheel en alleen al zijn vertrouwen moet stellen. Het Evangelie is toch gelijk aan een rijke en volle winkel met allerlei geestelijke geneesmiddelen. Ieder arm en ellendig, ziek en gewond zondaar mag daaruit zijn eigen medicijnen, die hij nodig heeft, om niet gaan halen en kopen. De deur van de grote Heelmeester in Gilead is dag en nacht nooit voor hen gesloten. De Heilige Geest verzekert ons, aan het einde van de Bijbel (Openb. 22:17), dat de gezegende bronnen en fonteinen van de Evangelische beloften altijd openstaan voor ieder die slechts begeert van het water des levens te drinken en die zijn vermoeide en amechtige ziel daarmee wil laven. In het lichamelijke is het wat anders, de medicijnen te halen en die op de juiste wijze aan te wenden en te gebruiken voor zijn smartelijke kwalen, òf ze alleen maar te bekijken en in handen te nemen om er wat mee te spelen en ze onnuttig te vermorsen, ja, zichzelf groot kwaad ermee te doen en zijn gezondheid en leven erdoor in gevaar te brengen. Zo is het ook gelegen met de hemelse medicijnen van de Evangelische beloften. Wij kunnen die, door de genade van de Heilige Geest, oprecht gelovig omhelzen en gebruiken tot genezing van onze ziel, maar wij kunnen er ook gemakkelijk wat mee spelen met ons vernuft en onze ziel voor eeuwig erdoor bederven.

De beloften van het Evangelie zijn eigenlijk niet voor alle mensen, maar alleen voor de arme, verslagen zondaren, zoals ook de medicijnen eigenlijk alleen maar zijn voor zieken en gewonden. Indien een gezond mens die wilde gebruiken, dan zou hij ze toch maar misbruiken, al was het alleen maar, omdat hij ze niet nodig heeft. Ieder ding is immers bestemd en geschikt voor een bepaald doel. Doet men er iets anders mee, dan is dat in de grond toch maar het misbruiken. Maar als een onboetvaardig mens de beloften van het Evangelie wil gaan gebruiken, zonder een waar geloof, dan doet ook hij niet anders dan die misbruiken tot zijn verderf. De Heere Jezus, Die de Meester en de Uitdeler is van Zijn eigen beloften en van de daarin begrepen zalige goederen en weldaden, vermaant ons dan ook met de woorden: “Geeft het heilige de honden niet, noch werpt uw paarlen voor de zwijnen; opdat zij niet te eniger tijd dezelve met hun voeten vertreden en zich omkerende u verscheuren” (Matth. 7:6). Waarlijk, indien gij de heilige beloften van het Evangelie wilt geven aan een huichelaar, ze hem wilt toeëigenen en hem aannemen en houden voor een goed christen, let dan toch eens op hoe het misschien eindelijk met hem zal aflopen. Mogelijk zal hij na verloop van tijd die heilige dingen met voeten vertreden, als God hem zal laten varen en hem eindelijk, door de kracht van zijn snode begeerlijkheden en ingewikkelde zondewegen, geheel zal laten overweldigd worden. Dan zal hij, terwijl hij zich weer omkeert naar de wereld, waar hij toch thuis hoort, u en des Heeren volk wellicht zodanig bijten en verscheuren, dat het u en hen tot in de ziel zal smarten. Wees daarom altijd voorzichtig, wil de Heere zeggen, en zie wel voor uzelf toe, hoe gij handelt met de heilige paarlen van het Evangelie en aan wie, of aan welke mensen in de wereld gij die geeft.

Ach, werden de heilige beloften van het heilig Evangelie, in deze tijd van diep verval in Gods Kerk, door velen maar niet zo droevig misbruikt; werden ze niet zo smadelijk ontheiligd en vertreden, nadat zij er eerst lang genoeg mee gespeeld en ze eindelijk onder hun voeten gelegd hebben! Vanwaar komen anders nu die vele schandelijke lasteringen en openbare ergernissen, die nu en dan onder ons voorvallen, tot bittere zielesmart en droefheid van de ware vromen in het land, tot blijdschap en gejuich van de satan en tot stijving en verharding van de goddeloze en wereldse mensen. Ja, ook tot een droevig struikelblok voor en hinder van zwakke, bekommerde zielen, die daardoor soms terechtkomen in de vreselijke zeef van de satan.

Vanwaar komt toch zo’n ijdel, bedorven, losbandig, vleselijk en wereldgezind leven en wandel, zoals men allerwegen, meer dan ooit tevoren, tegenwoordig bespeurt onder onze gereformeerde belijders, tot de hoogste oneer van God en tot onherstelbare schade en onuitwisbare schande van onze geheiligde religie? Ja, vanwaar ontstaat heden onder ons zoveel droevige onwetendheid, lauwheid, zorgeloosheid, hoogmoed, geveinsdheid en onboetvaardigheid, zo’n schrikkelijke verachting van de ware godzaligheid en van een preciese en tedere wandel? Dit alles kan immers niet genoeg beweend worden. Vanwaar, zeggen wij, ontstaat dit alles? Is het niet omdat de mensen in deze tijd zo’n gruwelijk misbruik maken van de heilige beloften der zaligheid en zich er reeds aan hebben gewend de genade Gods te veranderen in de snoodste ontuchtigheid?

Wij moeten wel weten, dat het Evangelie aan sommigen zowel een reuk des doods ten dode is, als aan anderen een reuk des levens ten leven (2 Kor. 2:16). Wil het toch opmerken, waarde lezer, dezelfde Christus wordt door God in de wereld gezonden en daar gesteld tot tweeërlei geheel verschillende doeleinden, namelijk opdat velen van hen, die onder het heldere licht van het Evangelie leven, zeer droevig en rampzalig over Hem zouden vallen en voor eeuwig in het verderf storten. Doch ook opdat vele anderen door Hem zouden opstaan en gelukkig zouden worden genezen van de zware val der zonde, tot verkrijging van het eeuwige leven.

Laat ons dan toch niet menen, dat Christus alleen maar een Verlosser en Zaligmaker is en dat Hij geen andere naam heeft. Want Hij is toch ook zeker gezet, tot een val van zovele duizenden, ja miljoenen mond- en naamchristenen in de wereld. Doch zoals het met Christus Zelf is, zo is het ook gelegen met zijn Evangelie en met al de heerlijke en zalige beloften daarvan. Dezelfde beloften zijn ook velen tot een verschrikkelijke val en ook velen tot een gezegende opstanding, al naardat de beloften door hen behandeld en gebruikt worden en naardat zij er met hun smart en zinnen mee werkzaam zijn.

Indien wij deze heilige beloften met een waar en oprecht geloof aannemen en die, door de werking van de Heilige Geest, ootmoedig tot hun eigenlijke oogmerk komen te gebruiken, dan moeten zij ons ook zeker tot een reuk des levens ten leven zijn. dit kan niet anders, omdat het waarlijk levendmakende beloften zijn, die ons worden toegeëigend door de Geest des levens, die in Christus is”.

Tot zover Van der Groe. Hij schreef dit in de voorrede in het vierde deel van de Schatkamer van uitgelezene Godgeleerde verhandelingen door Ralph en Ebenezer Erskine. De voorrede is nu opnieuw in hedendaagse spelling uitgegeven door uitgeverij Den Hertog bv, postbus 150, 3990 DD Houten, tel. 03403-73434.

De volledige titel is: Het oprecht gelovig aannemen van de beloften van het heilig Evangelie tot ontdekking van de tijd- en waangelovigen en tot bevestiging van de ware gelovigen. Het boekje telt 59 bladzijden en kost ƒ 13,50.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 december 1991

Bewaar het pand | 12 Pagina's

Uit: Het oprecht gelovig aannemen van de beloften

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 december 1991

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken