Bekijk het origineel

Wie is aan onze God gelijk?

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Wie is aan onze God gelijk?

5 minuten leestijd

Wie is gelijk de HEERE, onze God?

Het overkomt ons allen weleens, dat wij zouden willen helpen, maar dat wij helaas niet kunnen helpen. Hoe pijnlijk is dat? Daar ligt een drenkeling in het water, die dreigt weg te zinken. U staat aan de wal en ziet het gebeuren. U zou willen helpen, redden van de verdrinkingsdood. Maar u kunt niet. U hebt nooit leren zwemmen. Radeloos rent u heen en weer. Het helpt allemaal niets. Uw medemens (het kan zelfs uw eigen kind zijn) verdrinkt voor uw ogen.

Willen helpen en niet kunnen helpen. Hoe vaak gebeurt het! Hoe smartelijk kan het ervaren worden aan ziek- en sterfbedden.

Willen en niet kunnen. Wat zijn wij, mensen, maar klein en zwak en machteloos. Maar hoe groot, hoe verheven is de HEERE, onze God?

Zo mag de dichter van psalm 113 Hem noemen in zij loflied. Hij roemt in de HEERE, zijn God! Maar hij neemt in zijn lied al Gods volk mee. Vandaar het meervoud: onze God! En voor Hem is niets te groot en te wonderlijk. Liefde en macht, willen en kunnen zijn in Hem verenigd.

Wat Zijne liefde wil bewerken, ontzegt Hem Zijn vermogen niet. Hij kan, want Hij is machtig; Hij wil, want Hij is goed; Hij zal, wijl Hij getrouw is! Zingen wij niet van Hem:


Hij kan, en wil, en zal in nood,
Zelfs bij het naadren van de dood,
Volkomen uitkomst geven.


En mag het soms niet rijk worden ondervonden?

Nu kan de nood nooit zo groot zijn, of de Helper is groter.

Elia ligt moedeloos en uitgeput in de woestijn, maar zijn God zorgt voor een koek, op de kolen gebakken, en een fles water, en voor een woord van troost tot verkwikking van zijn ziel.

Hatelijke vijanden werpen de trouwe Daniël in de leeuwenkuil, maar Gods Engel daalt neer om de muil van de wilde dieren toe te sluiten. Petrus wordt in de gevangenis geworpen, maar tegen Gods wondermacht blijken geen sloten of deuren bestand.

Het is waar: dikwijls geeft de Heere Zijn kinderen aan zulke donkere wegen over. Maar dan heeft Hij daarmee Zijn heilige en wijze bedoelingen. Namelijk, dat zij zouden leren afsterven aan de zonde, aan alle verwachtingen van zichzelf, om levend te worden in geloof, in gebeden, in smekingen aan Gods genadetroon. En hoe verrassend kan dan de Heere uitkomst geven? Als des avonds het geween vernacht, klinkt meer dan eens des morgens het gejuich.“Wanneer gij zult gaan door het water, Ik zal bij U zijn; en door de rivieren, zij zullen u niet overstromen; wanneer gij zult gaan door het vuur, zult gij niet verbranden, en de vlam zal u niet aansteken”.

Zo belooft de Heere en zo doet Hij het ervaren, zij het dan op Zijn tijd en wijze.

Wie is gelijk de HEERE, onze God? De dichter stelt het als een vraag, omdat Hij beseft het nooit te kunnen uitspreken en te omvatten. Hoe groot en goed zijn God is. Hoe onnoemelijk rijk is het dan, om die God tot ons deel te hebben.

Om ons bij dat “ons” van onze tekst te mogen weten ingesloten: want deze God is onze God; Hij is ons deel, ons zalig lot; door tijd noch eeuwigheid te scheiden; ter dood toe zal Hij ons geleiden.

Wie is gelijk de HEERE, onze God?

Hoor dan wat de Kerk van deze God belijdt: “Dat de eeuwige Vader van onze Heere Jezus Christus, Die hemel en aarde, met al wat erin is, uit niet geschapen heeft, Die ook door Zijn eeuwige raad en voorzienigheid ze nog onderhoudt en regeert, om Zijns Zoons Christus’ wil mijn God en mijn Vader is, op Wien ik alzo vertrouw, dat ik niet twijfel, of Hij zal mij met alle nooddruft des lichaams en der ziel verzorgen, en ook al het kwaad, dat Hij mij in dit jammerdal toeschikt, mij ten beste keren; dewijl Hij zulks doen kan als een almachtig God, en ook doen wil als een getrouw Vader.”

Wie is gelijk de HEERE, onze God? Wie kan Hem evenaren? Niemand toch?En nu die HEERE God Zich in Christus zo laag tot ons neergebogen als de God, Die ons Zijn vriendschap biedt. Reeds in het uur van onze doop heeft Hij het gezworen, dat Hij in Christus alles voor ons wil zijn.

Voor ons, die van nature Hem afwijzen, omdat we onszelf willen handhaven. Och, doe het niet langer! We kunnen Het alleen maar doen tot onze eeuwige schade. Hij roeit hen uit, die afhoereren, en Hem de trotse nek toekeren.

En vergeet het niet: onze God is een verterend vuur! Voorde zondaar buiten Christus!

Maar zalig de mens, die met heel zijn zondig bestaan en met zijn bergenhoge schuld in het geloof mag vluchten tot en schuilen bij Christus, voor Wien God een verterend vuur was op Gol- gotha. Mediteer biddend verder over dat onnaspeurlijk mysterie van Gol- gotha. Wie het in het geloof mag doen zal toch hierin eindigen:

Wie is gelijk de HEERE, onze God?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 februari 1992

Bewaar het pand | 10 Pagina's

Wie is aan onze God gelijk?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 februari 1992

Bewaar het pand | 10 Pagina's

PDF Bekijken