Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Nederlandse Geloofsbelijdenis

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Nederlandse Geloofsbelijdenis

9 minuten leestijd

33.

Gode al de eer!

De schoonheid van artikel 23 wordt als om strijd door vele verklaringen van de Nederlandse Geloofsbelijdenis geprezen. Het moet wel het meest gelden voor het gedeelte, dat ons nog rest om te behandelen. Hier komt in eenvoudige woorden het levend geloof op zo’n directe wijze uit. Hier wordt het hart geraakt van allen voor wie recht- vaardigmaking méér is dan alleen een dogmatisch begrip.

Het gaat in dit gedeelte om twee “oogmerken” van de rechtvaardigmaking. We kunnen ook zeggen waarop deze gericht is. Allereerst wordt hier beleden, dat in de rechtvaardigmaking God verheerlijkt wordt en daarna dat deze is tot troost van de Zijnen. Ook hier moet de aansluiting treffen aan Calvijn. In de Institutie is een afzonderlijk hoofdstuk over deze twee oogmerken: “Dat men bij de onverdiende rechtvaardigmaking op twee dingen moet letten” (Institutie III hoofdstuk XIII). Het moet u niet vermoeien dat we hier telkens de naam van deze reformator noemen. Het gaat erom dat hij door Gods genade vertolkt heeft wat onafscheidelijk bij de rechtvaardigmaking behoort, ook deze twee dingen: “namelijk dat voor de Heere Zijn eer onaangetast en als het ware in ongeschonden staat blijve, en onze consciënties - gewetens - voor Zijn oordeel een kalme vrede en ongestoorde rust hebben”. Zijn het geen zaken, waarin ieder zich verblijdt, die in de gerechtigheid van Christus in waarheid het leven leerde zoeken?

Vanwege het belang van dit gedeelte zullen we afzonderlijk stilstaan bij deze twee oogmerken van de recht- vaardigmaking, die hier naar voren komen. Eerst dus over de gerichtheid op de eer des Heeren: “En daarom houden wij dit fundament altijd wast, Gode de eer gevende, ons vernederende en bekennende zodanigen, als wij zijn, zonder iets van onszelf of van onze verdiensten te vermeten, steunende en rustende op de gehoorzaamheid des gekruisigden Christus alleen, dewelke onze is, wanneer wij in Hem geloven”.

Het fundament vasthouden

Het grote belang van de belijdenis der rechtvaardigmaking wordt onderstreept: “daarom houden wij dit fundament altijd vast...” Dat fundament is in het voorgaande omschreven. We zouden het zo samen kunnen vatten: dat God de zondaar uit vrije genade vrijspreekt alleen om de verdienste van Christus. Dat is hier geen hoogmoedige betuiging, alsof wij het zelf wel zouden kunnen doen. Zo’n zelfverzekerdheid is uiteraard niet ondenkbaar als er hoog opgegeven wordt van de rechtvaardigmaking zonder dat in eigen leven beleefd wordt dat het om de rechtvaardiging van de goddeloze gaat. Deze betuiging moet echter gelezen worden tegenover de wezenlijke waarde van dit fundament. Het ware geloof kent die waarde. Zonder dit fundament kan het gebouw van de kerk niet bestaan. Het gaat om een levensbelang, om een al of niet! Het gelóóf betuigt dit dan ook. Het mag en kan niet anders. In alle omstandigheden zal deze belijdenis vastgehouden moeten worden.

De omstandigheden waren in de tijd van het ontstaan van deze belijdenis in veel opzichten anders dan in onze tijd. Toen was er de dreiging van de leer van de verdienstelijkheid der goede werken. Vandaag is er de dreiging van de moderne religiositeit, die van geen schuld weet en geen genade nodig heeft. Laten we bedenken dat het dus ook vandaag om dit fundament gaat. Opdat we vasthouden aan déze belijdenis. Opdat we persoonlijk zoeken op dat fundament voor eigen leven die rust te vinden, die God schenkt aan een ontdekte zondaar. Het is een vast fundament, dat niet bedriegt.

Geen eer ontfutselen

Het is de mens eigen om eigen eer te zoeken. Het zit ons in het bloed vanaf het uur van onze val. Het ergst komt dit daarin uit, dat de “vrome” mens zelfs de lof der zaligheid naar zich toetrekt.

Hoe weerspreekt de rechtvaardigmaking de eer van de mens! “Gode al de eer gevende..” God moet al de eer hebben voor al Zijn werken. Hij heeft alle dingen gemaakt tot de eer van Zijn Naam. Het geldt Zijn schepping. Heel de schepping was gericht op de grootmaking van Zijn deugden. Heel bijzonder zoekt God Zijn lof en krijgt God Zijn lof ook in Zijn herschepping. Hoe komt het uit in de vrijspraak van zondaren. God wordt daarin verheerlijkt in al Zijn deugden. In niets is Zijn recht tekortgedaan. Hij heeft volkomen genoegdoening gekregen in het werk van Christus. Hij heeft Zijn barmhartigheid geopenbaard in het geven van Christus als Borg en Zaligmaker om een zekere grond te stellen voor een geheel verloren zondaar. Niets heeft die zondaar daarbij toegebracht. Van zijn zijde alleen schuld en veroordeling. Geen korreltje rechtvaardigheid werd ingebracht.

Hier is weer een geloofsuitspraak. God wordt al de eer gegeven. Alle roem is uitgesloten. Zo begint de Psalm, waarin vergeving als de hoogste weldaad bezongen wordt: Psalm 103: “Loof de Heere mijne ziel, en al wat binnen in mij is, Zijn heilige Naam”. God komt de eer toe met geheel het hart. God komt de eer toe in al de Personen. De Vader, omdat Hij de bron is van de vrijspraak. De Zoon, omdat Hij de vrijspraak verdiend heeft. De Heilige Geest, omdat Hij de troost ervan bewerkt en schenkt in het zondaars- hart.

In de praktijk kan dit er zovér vandaan zijn in het leven van Gods kinderen. Het zoeken van eigen eer zit zo diep gekerfd in hun oude bestaan. Alleen in de oefening van het ware geloof wordt dit recht beleefd. Dan is er een hijgen naar de eer van God:


“Niet ons, o Heer’, niet ons, Uw Naam alleen
Zij, om Uw trouw en goe-dertierenheên,
All’ eer en roem gegeven.”


Zelfvernedering

Er is hier sprake van vernedering, zelfvernedering. Dat maar niet tegenover tegenover een mens, maar tegenover God. Hier is het één: “God al de eer geven” verbonden aan het ander: “ons vernederende en bekennende zodanigen als wij zijn..”. God grootmaken vanwege de genade van de vrijspraak wordt geleerd in de school der vernedering.

Zodanigen, als wij zijn..! Dat leert alleen de Heilige Geest. Dat beaamt het ware geloof. Psalm 130 wordt werkelijkheid: “Zo Gij, Heere! de ongerechtigheden gadeslaat: Heere! wie zal bestaan? Zodanig ben ik: vol ongerechtigheden tegenover God. Ongerechtigheid is “afbuigen van de rechte weg, krom zijn, verkeerd zijn”. Dat te bekennen: zodanigen te zijn. Och, dat is hier geen belijden alleen met de mond. Dan zijn het ledige woorden. Dat is hier vrucht van Gods werk in het hart en leven. Zo houden we maar één naam over: een zondaar die nergens recht op heeft!

Zonder iets te vermeten

We moeten aandacht geven aan een apart woord, dat hier gebruikt wordt: “vermeten”. Zich vermeten is “stoutmoedig zijn, iets wagen te doen of te zeggen”. Hoe dwaas is het als een domme leerling zich vermeet meer te weten dan zijn wijze leraar. Hoe dwaas en erg is het als iemand zich vermeet iets aan te kunnen dragen in het gericht van God. De Farizeeër in de bekende gelijkenis vermeet zich, dat hij rechtvaardig is met zijn doen. Hij meent zijn verdiensten in te kunnen brengen. Hij vast tweemaal per week en geeft tienden van alles wat hij bezit.

Wij komen uit onszelf met het onze. Tegenover God heeft het geen waarde. God alleen doet het zien en bekennen, dat er geen verdiensten liggen in alles wat ik wil aandragen. De hoogmoed wordt verbroken. Alleen het offer, dat God behaagt, kan oorzaak tot vrijspraak zijn in het gericht.

Steunende en rustende...

Hoe zeldzaam wordt hier het leven des geloofs vertolkt in onze belijdenis. Hoe ver staat dit af van een kil afstandelijk redeneren over het geloof, waar helaas zovelen zich mee op de been houden. Steunen veronderstelt nood. Het gaat hier om de nood van mijn ongehoorzaamheid, waardoor ik bij het gericht van God dreig weg te zinken in de eeuwige rampzaligheid. Het is niet anders dan welverdiend. Maar nu is er steunen op de gehoorzaamheid van de gekruisigde Christus. Hij heeft in Zijn kruisdood het offer voor de zonde betaald, Hij is ten vol le gehoorzaam geweest. Nu mogen arme zondaren steunen op de verdienste die daarin geopenbaard is. Hoe ‘n rijke zaak is dat in de doorleving van het levend geloof; de steun, die zeker is, die spreekt van vergeving in en door de gehoorzaamheid van Hem, Die gehoorzaam geweest is tot de dood des kruises.

Steunen én rusten. Het is weer aan elkaar verbonden. Rusten is meer het blijvende gevolg. Het gevrijwaard zijn van verschrikking en moeite. Het wordt gevonden in de gehoorzaamheid van de gekruisigde Christus. Ontrust door de zonde, door het gericht, wordt er rust gevonden in de gezegende verdienste van het Lam Gods.

Wanneer wij geloven...

We behoeven hier niet veel meer van te zeggen. In het vorige artikel hebben we apart aandacht besteed aan het geloof in verband met de rechtvaardigmaking. Daar werd al het geloof als instrument beleden “waarmede wij Christus, onze rechtvaardigheid omhelzen”. Het geloof wordt hier weer genoemd: “dewelke de onze is, wanneer wij in Hem geloven”. Het is toch geen overbodigheid, dat hier het geloven opnieuw benadrukt wordt. Heel dit gedeelte spreekt van het leven des geloofs, zoals we telkens hebben gezien. Welnu, voor het ongeloof is dat alles vreemd. Hoe rijk of de gehoorzaamheid van de gekruisigde Christus ook gepredikt wordt, het ongeloof loopt er aan voorbij, is er een vijand van. Hoe noodzakelijk is het voor ons allen dit geloof te kennen! De Heere roept tot geloof en wil langs die weg Zijn heil in Christus schenken. Ook wordt hier dat geloven voorgesteld voor al de Zijnen om telkens opnieuw in de gerechtigheid van Christus alleen het leven te zoeken. Om ook door het geloof steeds meer en dieper onderwezen te worden in wat Hij verdiend heeft.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 februari 1992

Bewaar het pand | 10 Pagina's

Nederlandse Geloofsbelijdenis

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 februari 1992

Bewaar het pand | 10 Pagina's

PDF Bekijken