Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Nederlandse Geloofsbelijdenis

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Nederlandse Geloofsbelijdenis

9 minuten leestijd

36.

Dit heilig geloof niet ledig...

Even een terugblik. We waren gebleven bij de eerste zin van artikel 24. Het waarachtig geloof wederbaart, maakt tot een nieuwe mens...doet hem leven in een nieuw leven..maakt hem vrij van de slavernij der zonde. Zo begint dus de belijdenis van “de heiligmaking en de goede werken”.

Wat houdt het veel in. Niet anders dan een nameloos wonder! Tevoren was er het oude leven van-God-af. Nu is er voor degenen, die uit de duisternis getrokken zijn, een nieuw leven. De wissel is omgezet, de levenstrein gaat in een andere richting. Het is er alleen door de almachtige genade van de Heilige Geest, Die én het geloof werkt én het loven vernieuwt.

Wie hier goed leest, zal ook verstaan dat onze belijdenis niet van een heiligmaking weet,die in dit leven al volmaakt is. Die nieuwe mens houdt zijn oude bestaan, dat altijd de andere kant uit wil. Er blijft in de heiligmaking de strijd tussen de oude en de nieuwe mens tot het laatste toe.

In de tijd van de reformatie waren er allerlei secten, die “antinomiaans” van beginsel waren. Dat wil zeggen dat ze de Wet des Heeren als zege der dankbaarheid in het leven van Gods kinderen ontkenden. Christus heeft álle zonde weggenomen. De Wet is voorbij voor degenen, die in Hem geloven. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen het bevrijd zijn van de vloek der wet en het in die vrijheid leven en wandelen naar de Wet. Luther en Calvijn hebben van zulke secten met dat beginsel geweten. Ze hebben ook van de grote schade geweten, die zulke dromerijen in de praktijk aanbrengen. Vooral Luther heeft ze zo goed getekend: “zo vaak ze over de zonde horen spreken glimlachen zij, alsof er over iets vreemds gesproken wordt” en “voorwaar, ik geloof niet, dat deze antinomianen zo heilig zijn, dat ik hun mijn echtgenote Catharine of mijn dochter zou durven toevertrouwen”.

Het kan geen kwaad in onze tijd daarnaar te luisteren. Ik zeg niet dat iedere “volmaaktsdrijver” hetzelfde leert of dezelfde praktijk heeft, toch..het is opmerkelijk dat bij meerdere “evangelische” richtingen die twee samengaan; geen wet meer voor die geloven en een gemakkelijk leven!

Ziet onze belijdenis zegt niet, dat het waarachtig geloof vrij van de zonde maakt, maar “vrij van de slavernij der zonde”!

Nadere uitwerking

We gaan nu verder met een nadere uitwerking van de eerste zin van artikel 24: “Daarom is het zo ver van daar, dat dit rechtvaardigend geloof de mensen zou doen verkouden in een vroom en heilig leven, dat zij daarentegen zonder dezelve nimmermeer iets doen zullen uit liefde tot God, maar alleen uit liefde tot zichzelf, en uit vrees van verdoemd te worden. Zo is het dan onmogelijk, dat dit heilig geloof ledig zij in de mens; aangezien wij niet spreken van een ijdel geloof, maar van zulk een, hetwelk de Schrift noemt “een geloof, dat door de liefde werkt”. Galaten 5:6, dat de mens beweegt om zich te oefenen in de werken, die God in Zijn Woord geboden heeft; welke werken, als zij voortkomen uit de goede wortel des geloofs, goed en bij God aangenaam zijn, overmits zij allen door genade geheiligd zijn”.

Eerst zal het goed zijn, de eerste zin wat nader te verklaren, “...dat dit rechtvaardigend geloof de mensen zou doen verkouden in een vroom en heilig leven..”. Dit zal niet gelijk verstaan worden. Eenvoudig weergegeven betekent het “dat dit rechtvaardigend geloof de mensen niet lauw, niet koud maakt voor een vroom en heilig leven”.

Dán zal het ook gelijk begrepen worden dat het in dit gedeelte erom gaat, dat het rechtvaardigend geloof niet zonder vrucht kan blijven. Het behoort tot de aard van dat geloof, dat het openbaar komt in een nieuw leven. Het is onmogelijk, dat dit heilig geloof ledig zij in de mens. Zo spreekt het Woord des Heeren: “Ik ben de ware wijnstok, en gij de ranken; die in Mij blijft en Ik in hem, die draagt veel vrucht; want zonder Mij kunt gij niets doen”.

Zo komt het openbaar in het leven van Gods kinderen, al is het met duizend gebreken, struikelingen, enz. Het ís er, wat God werkt en wat God bedoelt! Hier is overeenkomst met de Hei-delbergse Catechismus, Zondag 24, zoals we het ook verder in dit artikel zullen opmerken. Op een eigen manier wordt hier beleden wat vraag en antwoord 64 zegt: “Maar maakt deze leer niet zorgeloze en goddeloze mensen? Neen zij, want het is onmogelijk dat zo wie Christus door een waarachtig geloof ingeplant is, niet zou vóórtbrengen vruchten der dankbaarheid”.

Zonder geloof geen heiligmaking

Eigenlijk wordt hier twee maal een onmogelijkheid gesteld. Ónmogelijk het ware geloof zonder heiligmaking. Maar dan ook: onmogelijk de ware heiligmaking zonder dat geloof. Artikel 24 drukt zich zeer sterk uit om de onmisbaarheid van het geloof hier te onderstrepen. Nimmermeer iets tot Gods eer buiten dat geloof! Wie dit geloof mist, doet het uit liefde tot zichzelf en uit vrees voor de straf, van verdoemd te worden. De drijfveer van de liefde tot God ontbreekt.

Het is een zaak, die een mens buiten genade niet gemakkelijk toegeeft. Alle godsdienst, waarin de wortel des geloofs gemist wordt, heeft geen wezenlijke vrucht. Er kan ook een ernstig leven zijn uit slaafse vrees zonder meer, dat toch geen waarde heeft voor God. De kracht van het wandelen in heiligmaking wordt alleen gekend in de weg des geloofs. Die kent de levensband aan Christus, in Wie alleen de heiligmaking geschonken is. Uiteraard betekent dit niet dat er daarom nooit vrees is in het leven van Gods kinderen om verdoemd te worden. Sommigen willen dit uit dit artikel afleiden, ‘t Gaat hier echter om het geloof en de heiligmaking en daarin wordt het door-het-geloof-alleen onderstreept. Die vrees is nietje wortel, maar daarom die vrees toch niet vreemd, als Gods Geest het hart ontdekt. Alleen gaat het een ontdekt zondaar dan ten diepste niet om dan het verloren-gaan maar om God. Het is bij een waar kind van God geen zelfbehagen in zelfmedelijden maar zelfmishagen. Daarom blijft het tot God in Christus uit.

Geloof én geloof!

Onze belijdenis begrenst de heiligmaking nog op een andere manier. Het stelt hier het ijdele geloof tegenover het geloof, dat door de liefde werkt. We kunnen hier denken aan de brief van Jacobus. Hij vermaant tot de goede werken als vruchten van het ware geloof. Het moet blijken in het leven. “Wat nuttigheid is het, mijn broeders, indien iemand zegt, dat hij het geloof heeft en heeft de werken niet? Kan dat geloof hem zalig maken?” Het gaat daar duidelijk om het énkel zeggen: het blijkt immers dat deze broeder het niet doet, hij ontfermt zich niet over de ellendige, die naakt is en geen voedsel heeft. Zo komt dat geloof als dood uit; als ijdel, zonder inhoud, leeg.

Het gaat om het geloof, dat door de liefde werkt! Zo wordt het rechtvaardigend geloof in Gods Woord genoemd: Galaten 5:6 “want in Christus Jezus heeft noch besnijdenis enige kracht noch voorhuid, maar het geloof door de liefde werkende..”. Het is een veelbesproken tekst rond het reformatorisch belijden. Men heeft het namelijk wel voorgesteld alsof Paulus in deze tekst zou willen zeggen, dat de liefde voorwaarde is voor het geloof. Zo zou de liefde verdienstelijk worden tot rechtvaardiging, daar gaat het Paulus echter geenszins om in het verband.

Als er één brief is, waarin uitkomt dat God rechtvaardigt uit enkele genade door het geloof, dan toch zeker wel de brief aan de Galaten! De apostel laat echter zien dat het geloof niet zonder vrucht kan blijven. Door de Heilige Geest is het een levend geloof, dat vruchten draagt door de liefde. In die liefde komt dat geloof uit. Aan die liefde wordt dat geloof herkend.

Zo spreekt artikel 24 onderscheidend van het geloof. Moet het ons niet tot een toetssteen zijn? Zonder vrucht betekent: een ijdel geloof, een geloof zonder het echte leven des Geestes!

Goede werken

Wie dit gedeelte nauwkeurig leest kan hier vernemen wat de rechte goede werken zijn. We weten uit de Hei-delbergse Catechismus hoe daar de goede werken omschreven worden in Zondag 33, de Zondag der bekering, vr. en antw. 91: “Maar wat zijn goede werken? Alleen die uit een waar geloof, naar de Wet Gods, alleen Hem ter ere geschieden en niet die op ons goeddunken of op menseninzetting gegrond zijn”.

Hier in artikel 24 vinden we niet die gemakkelijk te onthouden omschrijving, maar kunnen we toch hetzelfde opmerken. Het zegt ook dat de goede werken voortkomen “uit de goede wortel des geloofs”. Die alleen zijn goed en bij God aangenaam. Dan wordt ook beleden, dat de goede werken naar Gods Wet geschieden. Er wordt namelijk gezegd dat het geloof de mens beweegt om zich te oefenen in de werken, die God in Zijn Woord geboden heeft. Het ware geloof wordt werkzaam gemaakt in de liefde. In afhankelijkheid van de Heere is er een lust om te luisteren naar Gods Woord, naar Zijn geboden: wat de Heere bevólen heeft! Er is een vermaak in de Wet Gods naar de nieuwe mens. Dat komt uit in het leven, in het wandelen naar Gods inzettingen. Het betekent ook tegelijk dat het niet gaat om wat mensen geboden hebben of wat wijzelf voor geboden achten. Een mens is arglistig en probeert zelf uit te maken wat de Heere behaagt. Maar het geloof dat door de liefde werkt is aan God, aan Zijn Woord gebonden. Tenslotte komt hier ook uit dat een goed werk het alleen is als het Gods eer op het oog heeft. We hebben het al gezien dat dit gedeelte sprak van de liefde tot God. Die liefde heeft alleen de eer van God op het oog.

Bij God aangenaam..!

De goede werken bij God aangenaam. Het is het mogelijk? Juist omdat het geloof de wortel is! Zo kunnen we nooit over de goede werken spreken buiten Christus om. Het geloof is de levensband uit en aan de Christus. Uit Hem komt alle vrucht. Door Hem, Zijn verdienste, worden de goede werken aangenaam bij God. Hij is het daarom temeer waard dat de vruchten in goede werken openbaar komen.

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 april 1992

Bewaar het pand | 12 Pagina's

Nederlandse Geloofsbelijdenis

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 april 1992

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken