Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Een werker in stilte

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Een werker in stilte

5 minuten leestijd

(II)

Uit de afscheidspreek van ds. L.H. van der Meiden zouden we enkele passages doorgeven. De tekst gaat over: De Rots; volkomen is Zijn werk, Deut. 32:4a en Knechten, onnuttige zijn wij, Luk. 17:10m ged.

1. De Rots. Een rots is al zo geweldig veel. Een rots herinnert ons aan het vaste, het onbeweeglijke en onveranderlijke, het veilige en sterke.

Nu spreekt de tekst van de Rots. Dat is Jehovah. Jehovah is de Majestheuse, de Onveranderlijke, de Onbeweeglijke. Hij is de Toevlucht, de Schepper, de Onderhouder, de Verlosser. En zoals Jehovah is, zó is Zijn werk. Dat werk is volkomen. Het werk des Heeren is zonder enig gebrek. Volkomen is Zijn wet, Zijn Woord. Zijn weg en handelwijze. Gods raad ter verlossing is volkomen. In die Raad heeft de Borg Zijn eigen plaats. De volkomen God, de Rechtvaardige, eist volkomen voldoening en de Borg nam op Zich volkomen te betalen. De Vader te voldaan.

Al ons werk beantwoordt niet aan Gods volkomen eis, dus is het zondig, verwerpelijk, verdoemelijk. Gods Geest overtuigt de wedergeboren ziel daarvan zodat zij voor Gods aangezicht dat ook belijdt.

Zij zegt oprecht: Heere, niets is geheel voor U. Niets is gaaf, zonder gebrek, rechtvaardig.

Alles is strafbaar. Dat is kennen van onze ellende. Zalig wonder als die zondaar door het Gods Geest gewerkte en versterkte geloof Christus en Zijn volkomen werk leert kennen en omhelzen. Zalig wonder, als de Heilige Geest de zondaar ervan verzekert.

Zulk een zondaar leert verstaan, dat het evangelie een blijde boodschap is, omdat het verkondigt het volkomen werk Gods voor geheel ellendigen.

Het verkondigt dat de Rots een volkomen Schuilplaats is. Een Herder, Die het aan niets doet ontbreken. En die God heeft in Zijn dienstknechten onnutte knechten, door wie Hij het volkomen werk doet.

De Heilige Schrift gebruikt een woord voor knecht, dat ook slaaf betekent. Het woord “knecht”, “slaaf” wijst op de verhouding van heer en lijfeigene. De verhouding tussen de Heere en Zijn slaven is niet gelijk als van een dagloner tot zijn werkgever.

Een slaaf staat, en daar wijst de tekst op, altijd in dienst van zijn heer. De discipelen stonden tot Jezus in een bijzondere dienstbetrekking. Jezus had altijd over hen te beschikken. Zij waren geen dagloners van Hem, maar knechten, “slaven”.

Dit moeten alle ambtsdragers verstaan. Vooral de dienaren des Woords. Zij zijn geen dagloners. Zij moeten dienen waar de Heere roept. Altijd moeten zij gaan als Hij roept.

Nu spreekt de tekst ook van onnutte knechten. Het woord “onnut” betekent: onbruikbaar, nergens goed voor. Dat zijn de knechten, de slaven naar het oordeel van Jezus. Zij zijn niet gekocht om hun nut, hun bruikbaarheid in zichzelf, omdat zij zulke voorbeeldige dienaren waren.

Alles is Zijn werk, Zijn wil. En als zij alles gedaan hebben, wat de Heere bevolen had, dan hebben zij te belijden: “wij zijn onnutte, onbruikbare dienstknechten, want wij deden slechts hetgeen wij schuldig waren te doen”. De verdienstelijkheid van goede werken bestaat niet. Jezus snijdt de plant van eigen gerechtigheid tot de wortel toe af. De onnutte knecht zal eindigen in de Heere: Hij, de Heere is de Rots, volkomen is Zijn werk.

Nu gaat het volkomen werk door. De roeping en de verkiezing zijn onberouwelijk. Er komt geestelijke wasdom, geestelijke groei.

In de preek wordt van de onnutte dienstknecht het volgende gezegd. Zulk een knecht is onbruikbaar, ongeschikt, onnut in zichzelf. Laat hij veel geleerd hebben, veel weten, veel goede eigenschappen hebben of niet. Hij is onbruikbaar, ongeschikt in zichzelf. Het is een wonder van genade als hij een slaaf des Heeren is.

Als hij een gekochte is door het bloed van Christus en dus het eigendom is van Jezus. Dat is de enige troost in leven en sterven. Ook een dominee moet door het bloed van Christus gekocht zijn en door de Heilige Geest Christus zijn ingelijfd om het eigendom van Jezus te zijn. De predikanten zijn niet het eigendom van Jezus, omdat zij predikant zijn. Zij worden het niet omdat zij zulke bruikbare mensen zijn. Zij zijn onnut, onbruikbaar in zichzelf. Zij zijn nut voor de hel. Vrije genade is het als zij Gods kinderen worden. En genade is het ook, als zij geroepen worden tot de dienst des Woords. En de Heere gebruikt hen in Zijn dienst om Zijn volmaakt werk uit te voeren. Daarom behoeft de Heere die dienstknecht niet te danken. Uit genade werden de levende knechten kinderen en slaven en uit genade mogen zij arbeiden.

Van zichzelf zegt Van der Meiden in het afscheidsuur: Wie ben ik voor god en voor u geweest? Ik ben geheel ellendig, geheel dom, geheel verduisterd. Ik heb van mijzelf geen verstand van Gods Woord. Van Gods werk en het leven in Gods volk. Ik moest alles doen. Zondaren waarschuwen, afgedwaalden opzoeken, zieken troosten, stervenden eerlijk behandelen, eigengerechtigen de waarheid zeggen, steunenden op valse gronden vlot weg in het gezicht zeggen, dat zij op deze wijze zouden omkomen. Ik moest Gods kind leiden, zonden aanzeggen, in ongeloof vermanen of in droefheid troosten. Ik moest dit alles gewillig en getrouw doen. Te roemen valt er alleen ook voor mij in de Heere. Hij wilde mij gebruiken, “slaaf maken”.

Zalig als het werk vrucht droeg. Dan hebben wij hier de kruimkens onder de tafel gezocht en gevonden. Onwaardige slaven, onwaardige hondekens, kregen toch een plaats en kregen toch kruimkens. O wonder van genade als we eens boven in Gods Huis, om de tafel van Jezus dienen mogen. Dienen uit genade. Dienen in liefde. Dienen niet om loon. Dienen, omdat wij Hem alles schuldig zijn, want zalig worden is door Hem, door Hem alleen om het eeuwig welbehagen.

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 mei 1992

Bewaar het pand | 10 Pagina's

Een werker in stilte

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 mei 1992

Bewaar het pand | 10 Pagina's

PDF Bekijken