Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Tot een wachter gesteld

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Tot een wachter gesteld

Bij het heengaan van ds. G. Blom

11 minuten leestijd

Het is niet nodig om langer naar een titel te zoeken, als het gaat om een “in memoriam” van ds. G. Blom. De tekst, waarmee hij in 1950 door zijn voorganger ds. P. de Groot in Meerkerk bevestigd werd, geeft die. Het was Ezechiël 33: 7: “Gij nu, o mensenkind! Ik heb u tot een wachter gesteld over het huis Israels; zo zult gij het woord uit Mijn mond horen en hen van Mijnentwege waarschuwen.”

De wachter was een bekend figuur in Israel. Hij stond op de wachttoren van de wijngaard of bij de poorten van de stad. Hij moest de gevaren signaleren, die dreigden. Het raakte het welzijn van de stad.

In zekere zin was hem de veiligheid van de stad toebetrouwd. Hij moest opletten op de dreigingen en daarvoor waarschuwen door het geluid van de bazuin.

Zo heeft God Ezechiël geroepen om wachter te zijn. Wachter in Gods dienst. De Heere is de eigenlijke Wachter. Het is Hem te doen om het wezenlijk welzijn van Israel, van de Kerk. Hij stelt een mensenkind, onnut en onbekwaam in zichzelf, tot wachter. Het is zijn taak om te luisteren naar Gods Woord en om te waarschuwen tegen de zonde en het oordeel. Daarin ligt ook de roeping tot bekering. Dat alles spreekt de Heere in Ezechiël 33 in de gerichtheid op het werk van Zijn genade.

Wij mogen het toepassen op de dienaren des Woords, ook in de nieuwe bedeling. Ook nieuw-testamentisch blijft in de verkondiging van de boodschap van Gods genade het wachterzijn wezenlijk van betekenis.

We kunnen zeggen: ds. G. Blom was een wachter in zijn ambtelijke bediening en leven. Hij was een mensenkind, die door God tot het bijzondere ambt geroepen was. Van zichzelf on waardig maar door God tot die eer verkoren. Een wachter neemt in de toren een “hoge” plaats in, niet om zichzelf te bewijzen, maar om zijn taak waar te nemen. Wat een hoge verantwoordelijkheid en eer: wachter te zijn in de bijzondere dienst van de prediking van Gods Woord!

Voorbereiding

Onze vriend en broeder Blom kwam niet op jongere leeftijd tot het ambt. Hij werd in hetzelfde jaar als ik aangenomen als student aan de Theologische School in Apeldoorn, zoals in die tijd onze tegenwoordige universiteit nog heette. Het was in het jaar 1949. Nog goed herinner ik me, hoe er toen over gesproken werd: iemand, die 45 jaar zou zijn, als hij predikant werd...! Hij zelf beleefde het anders. Wie had het trouwens kunnen denken, dat de Heere hem zo lang in zijn dienst zou houden? Hier moet gesproken worden van de wond’re leiding Gods! Van jongs af aan was hij opgevoed in de belijdenis van Gods Raad en Voorzienigheid, later geheiligd tot een diep besef van de leiding Gods in zijn leven. Het heeft gesproken in zijn persoonlijk geestelijk leven én de roeping tot het ambt.

Geboren in Den Helder, 18 juli 1905, kwam hij op elfjarige leeftijd “op” Urk. Het was de tijd, dat Urk nog volop een eiland was. Daar werden kerkgang, catechisatie en het kontakt met de Godvrezenden gebruikt tot indrukken in zijn jonge leven. Het sloot aan bij wat hij thuis van zijn ouders hoorde van de noodzaak der bekering tot God en de persoonlijke vreze des Heeren. Ik weet nog hoe hij mij in later tijd, toen ik op dezelfde plaats predikant was, opzocht en waarderend sprak over kinderen Gods van vroeger. Het heeft een stempel op zijn leven gezet. Het kwam uit toen hij door Gods werk meer en meer leerde, dat zalig-worden van Gods kant komt.

Al vroeg was in hem de begeerte tot het ambt van dienaar des Woords gewerkt. Tegelijk gevoelde hij, dat dit alleen waar kon worden als hij daartoe innerlijk van de Heere geroepen was. Urk bood in die dagen geen gelegenheid tot voortgezette studie na de lagere school. Het enige was zelfstudie in vrije tijd, aanvankelijk nog geholpen door het hoofd van de lagere school. Zo kwam hij op de gemeentesecretarie in Urk terecht. Het werd gevolgd door werk op die van Enkhuizen, Alkmaar en Zaandam, waar hij gemeentesecretaris werd tot 1945.

Waren het verloren jaren ten opzichte van de begeerte tot het ambt? Nee., allereerst mocht hij in die tijd studeren. Eerst werd het staatsexamen gymnasium gehaald en daarna volgde theologische studie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Het was een moeilijke tijd met veel bestrijdingen. Toch kon hij in 1974 kandidaatsexamen doen. Daarbij: de Heere stelde die jaren ten zegen. Hij gaf meer licht in de roeping tot predikant. Totdat de weg geopend werd naar Apeldoorn. Zo hebben we hem in 1949 als student Blom ontmoet. Na een jaar was het candidaat Blom, beroepbaar gesteld om de kerk des Heeren te mogen dienen.

De enige standplaats

Meerkerk was de plaats, waar hij door God geroepen werd. Het werd de enige plaats, waar hij ruim 41 jaar gebleven is. Het was niet de enige gemeente, waar hij begeerd werd. Als kandidaat ontving hij buiten Meerkerk nog zes andere beroepen en ook in later tijd waren er gemeenten die een beroep op hem uitbrachten. Nooit heeft hij vrijmoedigheid gehad van Meerkerk weg te gaan. Hij wist dat de Heere hem daar een plaats gegeven had en wenste die niet te verlaten.

Hij voelde zich in Meerkerk “thuis”. Er was plaats voor de boodschap van zonde en genade, waarin ook de weg doorklinkt die de Heere met de Zijnen houdt. Er was kontakt met hen die God vrezen.

Uiterlijk was er door de jaren heen de zegen. De gemeente groeide van even 200 naar ruim 350 zielen. Een ruim en doelmatig kerkgebouw kon in gebruik genomen worden. Er kwam meer en meer een band tussen hem en de gemeente. Ook innerlijk was er zegen. God alleen weet voor wie hij als middel gebruikt is tot bekering of geestelijke wasdom, maar er zijn er die getuigen, hoe de Heere zijn prediking in hun hart en leven gezegend heeft.

In prediking en pastoraal werk kwam hij uit als een wachter door God geroepen. Luisteren naar Gods Woord en waarschuwen, die beide elementen spraken in zijn ambtelijke bediening. Daarbij was de gerichtheid op de persoonlijke kennis van het heil Gods in Christus. Vlotte preken waren niet van hem te verwachten. Hij had een afkeer van hen, die op een goedkope manier een gemeente menen te boeien. Als een getrouw wachter luisterde hij eerst naar Gods Woord om de tekst te verstaan en bracht dit in een onderzoekende prediking naar de gemeente. Hij zocht daarin de aansluiting aan degenen, die de Heere mogen kennen. Hij was ook pastor óp de kansel, nodigend en waarschuwend, onderscheidend in het geestelijk beleven.

Onze br. Blom kwam in Meerkerk uit zoals hij was. Hij heeft daarvan gesproken bij zijn 40 jarig ambtsjubileum. Zelf werd hij vaak heen en weer geschud door hoop en vrees. Opmerkelijk blijft daarbij, dat de betere tijden van uitzicht, van gegronde hoop, niet altijd zo gemakkelijk door hem na die tijd werden verteld. We hebben ze uit zijn mond mogen horen bij de operatie, die hij destijds heeft ondergaan in 1967 en een jaar later bij het sterven van zijn vrouw. Hij bleef voor zichzelf vaak terughoudend en luisterde liever naar anderen. Het was daarbij sprekend, hoe hij anderen in de geestelijke dingen verstond. Meerderen heb ik daar van horen spreken. Hij heeft ook de pijn gekend over onverschilligheid, vijandschap tegenover het Woord van Gods genade. Moedeloze tijden, vooral daardoor, waren ook zijn deel. Maar door dit alles heen getuigde hij telkens weer van het werk Gods in Christus, dat doorgaat tot het einde.

Andere gemeenten

Onze overleden br. Blom was een man, die niet graag ledig was. Veel werk heeft hij mogen verrichten in eigen gemeente, in de omtrek van Meerkerk en ook op verdere afstand. Hij heeft catechisatie gegeven, getrouwd, begraven, bezoeken gedaan, bijstand gegeven in moeiten. Bij zijn begrafenis trof het me nog, dat er ook meerderen gezien werden van de jongere mensen, die hij onderwijs gegeven heeft. De eenvoud, minzaamheid en hartelijkheid van deze dienstknecht hebben meer gedaan dan anderen met veel geleerdheid en gaven hadden kunnen doen. Het geheim lag in de vreze des Heeren, die klein van zichzelf deed denken en groot van de Heere. Van dat geheim is kracht uitgegaan naar buiten. Daarin mag God verheerlijkt worden in Zijn eigen werk.

Niemand zal het me kwalijk nemen dat ik ook aan mijn eigen gemeente denk. Het is al veel jaren geleden, dat ds. Blom hier in Doornspijk catechisatie gaf enz., maar nog leeft het hier wat de Heere in hem geschonken heeft. Wat op de kaart van de familie stond: Psalm 37:37: “Let op de vrome, en zie naar de oprechte; want het einde van die man zal vrede zijn”, dat is in zijn heengaan bevestigd. Om de genade Gods bewezen aan een in zichzelf verloren mensenkind is het het waard om daarop te letten!

Bewaar het Pand

We willen niet voorbijgaan aan het blad, waaraan hij meer dan 26 jaar leiding heeft gegeven met al de arbeid eraan verbonden. Ik wil niet herhalen, wat al vaak gezegd is over ontstaan en doel van ons blad. Ik wil ook hem niet verheerlijken, die zo bijzonder veel voor ons blad gedaan heeft. Het gaat om de wond‘re leiding Gods, die deze eenvoudige knecht aan ons heeft willen geven en voor ons heeft willen gebruiken.

Voor een blad moeten scribenten zijn. Voor een principieel blad moeten scribenten zijn, die duidelijk koers wijzen naar Schrift en belijdenis. Het zal duidelijk zijn. Toch zal dit nog niet alles betekenen, als er geen leiding is in wijsheid, liefde en trouw vanuit de waarachtige vreze des Heeren. Zo één had de Heere in hém geschonken. Hij was zeer nauwkeurig.

Ongetwijfeld zal zijn vroegere leven eraan mee hebben meegewerkt. Hij bond samen onder ons en op bredere vergaderingen. Lette niet allereerst op bijzaken maar op de hoofdzaken. Hij bleef trouw, ook als er moeite of miskenning was. Hij was mensenkind. Als je lang met elkaar omgaat, ga je dat van elkaar steeds meer ontdekken, maar wordt de eenzijdige trouw des Heeren ook steeds groter, Die mensenkinderen als wachters in Zijn Huis heeft willen stellen.

We zijn blij, dat het opgemerkt is buiten onze commissie. Het groot aantal predikanten, dat de begrafenis bij woonde en dat regelmatig de bredere kring bezoekt, heeft gesproken. Het heeft mede moed gegeven om verder te gaan ook binnen onze kerken waar God ons een plaats gegeven heeft. In de hoop dat we zo spoedig mogelijk overbodig worden. Dat was ook de wens van de overledene!

Wat blijft

Ds. G. Blom is niet meer onder ons. Van harte mogen we zijn kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen troost en sterkte toewensen bij dit verlies. We denken aan allen, bijzonder aan Corrie, die zo lang nog met haar vader mocht zijn en voor hem zorg mocht dragen. Wat uw vader en opa betekent heeft, stelt ook verantwoordelijk tegenover God, Die in zijn leven gesproken heeft. Wat gelukkig, dat wat hij ontvangen mocht, voor ons te verkrijgen is. Er is een pleitgrond in dat Verbond, waarin hij mocht delen. Ook kerkeraad en gemeente van Meerkerk mogen we via ons blad hartelijk Gods zegen voor de toekomst wensen. De Heere zij u tot steun in de vacante periode, die nu voor u aangebroken is. Hij geve u wijsheid en licht om verder te gaan.

Onze br. Blom is alles te boven wat hier met moeite en verdriet vervult: de zonde, de strijd, de wereld., ook alle kerkelijke moeite. Het is alleen om Gods eeuwige trouw. Om Gods onveranderlijke welbehagen. Daar kan geen vijand aan komen. Het spreekt ons van wat blijft. Moge daar ons oog op gericht zijn voor de toekomst. Er is verwachting voor die de Heere vrezen vanwege Gods trouw in Christus, die vastligt in het verbond Zijns vredes.


“Want bergen zullen wijken en heuvelen wankelen; maar Mijn goedertierenheid zal van u niet wijken, en het verbond Mijns vredes zal niet wankelen, zegt de Heere uw Ontfermer.”

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juni 1992

Bewaar het pand | 8 Pagina's

Tot een wachter gesteld

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juni 1992

Bewaar het pand | 8 Pagina's

PDF Bekijken