Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Voor de jeugd

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Voor de jeugd

I. De Samaritaanse vrouw

9 minuten leestijd

‘en Hij moest door Samaria gaan”

Beste jongelui,

We gaan nu met elkander overdenken de geschiedenis van de Samaritaanse vrouw. Mogelijk hebben jullie daar wel eens over horen spreken. Meestal wordt die geschiedenis in één preek afgehandeld. Daar kan natuurlijk in één preek heel wat gezegd worden. Doch alles wat er dan van te zeggen zou zijn, komt in zijn geheel maar gedeeltelijk tot zijn recht. Hetgeen ik nu wil gaan schrijven zal wel geen dik boek worden, maar het lijkt mij toch niet ondienstig, om het eens wat meer in zijn onderdelen te gaan bekijken. Wanneer het geschrevene met aandacht gevolgd wordt, en daar hoop ik op, dan is er voor ons heel veel uit te leren.

Het gaat dan in de eerste plaats niet over deze vrouw, doch over de Heere Jezus Christus. Hoe Hij deze vrouw behandeld heeft en hoe ze tot de kennis van Hem gekomen is. Wien te kennen het leven en Wien te dienen zaligheid is. Daar gaat het tenslotte over, ook voor mij en ook voor jullie. De Samaritaanse vrouw is al lang in de hemel. De Heere Jezus ook. Doch Hij, en dat geldt van Hem alleen, is overal. Want Hij is God en mens in één Persoon. Naar zijn mensheid is Hij met een verheerlijkt lichaam opgenomen in heerlijkheid, en naar Zijn Godheid is Hij overaltegenwoordig.

Dit te onderstrepen, lijkt mij geen overbodige zaak. Te meer, daar we nu leven, terwijl ik dit schrijf, in de vakantietijd. Velen gaan dan ook overal heen. Sommigen maken zelfs heel verre reizen. Dat kan goed zijn. Doch daar kan ook een groot gevaar aan verbonden zijn. Laten we het elkander altijd maar eerlijk blijven zeggen. Een mens is maar een mens. Hij is onbekwaam tot enig geestelijk goed en geneigd tot alle kwaad. Zo wordt het althans altijd beleden. Of het ook in werkelijkheid altijd zo geloofd wordt, is weer een andere zaak. We kunnen met de mond zoveel zeggen, terwijl ons hart zich door alles heen toch verre van de Heere houdt.

En als we dan verre reizen gaan ondernemen in de vakantietijd, dan is de controle die van de omgeving op ons uitgaat, ook zoek. Als het over de controle gaat, dan denk ik aan de omgeving waarin we wonen. Veel wordt dikwijls voor de mensen gelaten en soms wordt ook veel voor de mensen gedaan.

Je bent dat nu eenmaal bijgebracht, namelijk wat geoorloofd is en wat niet geoorloofd is. En in je omgeving zoek je jezelf daar nog een beetje aan te houden. Want als je al te ver buiten de voorgeschreven lijn gaat, wat moeten de mensen dan wel niet zeggen? Jullie begrijpen wel wat ik bedoel. En als men dan ver van huis is, is men ook ver van zijn omgeving. Niemand kent je daar en je geeft jezelf de vrijheid om te doen en te laten, datgene watje in je eigen omgeving nog niet zoudt doen. Vergeten wordt dan, dat al is het dat de mensen je niet zien, de Heere je wel ziet. Want Zijn ogen doorlopen de ganse aarde. Niets is bedekt voor Zijn gezicht. Onthoudt dus heel goed dat de Heere ons overal ziet, en dat we van al ons doen en laten, waar dan ook, eenmaal Gode rekenschap hebben te geven. Deze gedachte kan je voor veel kwaad bewaren. Verder wens ik allen natuurlijk een goede vakantie toe. Dat is natuurlijk al weer heel wat gezegd. “Een goede vakantie”, wat is dat eigenlijk? Niet dat je allerhande mooie dingen ziet: bergen en dalen, zeeën en landen. Grote gebouwen en armoedige huizen enz. Doch datje overal Gods hand in leert zien. Want anders eindigen wij in de werken, die door mensenhanden zijn tot stand gebracht. En vergeten wordt dan: “Des Heeren werken zijn zeer groot.” En wie ooit daarin zijn lust genoot, doorzoekt die ijv’rig en bestendig. Zijn doen is enkel majesteit. Aanbiddelijke heerlijkheid, En Zijn gerechtigheid oneindig.”

Mogelijk kennen jullie dat vers wel. En zo niet, zoekt het dan jezelf eigen te maken. Het kan je van dienst zijn. Want waar je ook heen reist, vergeet niet dat we allemaal op reis zijn naar de eeuwigheid. En die kan zo heel dicht bij zijn. Want er is maar één schrede tussen ons en de dood. Dat is in Nederland zo en ook in Italië, of waar je dan ook heen gaat.

De geschiedenis die we met elkaar gaan overdenken, verplaatst ons in gedachten naar Samaria. Dat is een landstreek in het land Kanaän. Kanaän is het land van de bijbel. Kanaän, dat ook wel Palestina genoemd wordt, en tegenwoordig veel wordt aangeduid met de naam Israel, is een land waar heel veel mensen heen gaan met vakantie. Op zichzelf wil ik daar natuurlijk geen kwaad van zeggen. Veronderstel dat ik dat zou doen. Ik zou heel veel lezers tegen mij in het harnas jagen. En daar ik probeer een man des vredes te zijn, wil ik dat zoeken te voorkomen. Toch moet ik altijd “bij al die heilige-land-bezoekers” denken aan wat ik eens las van een zeer geleerd man, honderd jaar geleden, die het “heilige land” ook bezocht had, dat hij van alles had gezien. Hij zag de plaatsen waar Jezus geleefd, gewandeld, gewerkt, geleden had en begraven was. Hij moest overal “entree” betalen.

Doch hij moest van elke plaats getuigen: “Maar Hem zagen zij niet”. Luc. 24:24b. En het gaat toch altijd weer om Hem! En om Hem te zien, behoef je niet in de hemel op te klimmen en ook niet tot in de afgrond neer te dalen. Want nabij u is het Woord. Daar kun je Hem vinden. “Onderzoekt de Schriften, want die zijn het die van Mij getuigen”. Of dit laatste door alle “heilige-land-bezoekers” bedacht wordt, waag ik te betwijfelen. Doch een ieder onderzoeke ten deze zichzelf.

Door het land Kanaän loopt een rivier, van het noorden naar het zuiden. Dat is de bekende Jordaan, die eindigt in de Dode Zee. Ten westen van die Jordaan ligt ten zuiden Judea, in het midden Samaria en in het Noorden Galilea. Ik hoop dat deze landstreken de lezers bekend zullen zijn. Judea is dat gedeelte waarin Jeruzalem ligt. Daar staat ook de tempel. Dat was oud-testamentisch het centrum van de eredienst, dat is de dienst, waar God de eer werd gegeven. Althans, zo behoorde het. Dat dit niet altijd (heel dikwijls zelfs) niet gebeurde, kan elke bijbellezer bekend zijn. De Heere Jezus heeft zelfs gezegd, dat men van dat heilige Godshuis een “kuil van moordenaars” had gemaakt. Dat is natuurlijk nog al wat. Stel je voor: Een kuil van moordenaars! Dat is een kuil waarin moordenaars hun verblijf houden. Moordenaars! Zijn mensen die het gemunt hebben op het leven van een ander. Zij beroven anderen van het leven. Nu heb je natuurlijke moordenaars en geestelijke moordenaars. Van de eersten zijn we meestal bang. Van de geestelijke zijn we helaas minder bang. Terwijl we daar uiteindelijk het meest bang voor zouden moeten zijn. Heeft Jezus niet gezegd: “Vreest niet degenen die alleen maar het lichaam kunnen doden en de ziel niet kunnen doden. Doch vreest veel meer hem, die beiden, ziel en lichaam kan verderven in de hel.” Als het over de tempel als een “kuil van moordenaars” gaat, geloof ik dat Jezus, en Die kon het toch weten, daar aan gedacht heeft, namelijk die “zielemoordenaars”. En die zijn er vandaag nog veel, heel veel! zij verkondigen Gods Woord niet recht. Zij weten van geen drie stukken: Ellende, verlossing en dankbaarheid. O zeker, ze worden hier en daar nog wel genoemd, doch daar houdt het dan ook mee op. Je moet vooral niet al te veel over ellende spreken. Dat is een gepasseerd station. De Heere Jezus is voor alle mensen gestorven. Dat moetje geloven en dan ben je vrij. Dan kun je doen watje wilt. Dat laatste vul je dan zelf maar in. En daarmee wordt de deur open gezet naar de kant van de wereld, die elke wandelaar op weg naar de eeuwigheid, met haar aanlokselen zoekt te bekoren. En duizenden gaan de poorten der ijdelheid in. En wat er in Psalm 84 staat, is een onbekende zaak: “Eén dag is in Uw huis mij meer, Dan duizend waar ik U ontbeer, ‘k Waar liever in mijns Bondsgods woning, een dorpelwachter, dan gewend, aan d’ijdelijk vreugd in ‘s bozen tent.” Onthoudt, dat er maar twee wegen zijn en geen drie. Er is geen tussenweg, die zovelen zoeken te bewandelen. Niet al te goddeloos, maar ook niet al te zwaar a.u.b. Doch het is altijd of-of. En niet en-en. Je kunt niet God dienen en de wereld. Onhoudt dat goed.

In Judea woonde de elite. Daar huisde het Sanhedrin, dat bestond uit overpriesters, schriftgeleerden, farizeeërs en ouderlingen. Als je dit leest, zou je denken: “dat zijn allemaal zeer godsdienstige mensen”. Dat waren ze ook. Zéér godsdienstig! Doch dan ben je nog niet Godvrezend. Onthoudt dat ook heel goed. Godsdienst is er altijd geweest. Dat zijn zelfs de heidenen, die nog nooit van God hebben gehoord. Ze zijn toch godsdienstig. Paulus spreekt daarover te Athene. Hand. 17:22, 23. Doch de ware God kende men niet. Dat moet helaas ook gezegd worden van dat “vrome” Sanhedrin. Vanuit de Schriften wisten zij heel veel van God, en toch kenden zij God niet.

En zij waren niet de enigen, waarvan dit gezegd moet worden. Zo zijn er helaas nog velen. Geldt dit ook van jou, u, mij? Ernstige vragen. “Want dit is het eeuwige leven dat zij U kennen en Jezus Christus, dien Hij gezonden heeft” Joh. 17:3. voor ditmaal genoeg. Jullie aller vriend, als van ouds

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juli 1992

Bewaar het pand | 12 Pagina's

Voor de jeugd

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juli 1992

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken