Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Verslag van de bevestiging en intrede van ds. R. Kok.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Verslag van de bevestiging en intrede van ds. R. Kok.

6 minuten leestijd

Op vrijdag 3 juli werd ds. R. Kok, gekomen van Damwoude, als predikant verbonden aan de Christelijke Gereformeerden Eben-Haëzerkerk te Sliedrecht. De dienst van bevestiging en intrede vond plaats in het kerkgebouw van Sliedrecht-Centrum. Ds. Kok werd tot zijn dienstwerk ingeleid door zijn broer, ds. W. Kok van ‘s-Gravenzande. Deze bediende het Woord uit Ef. 6:18m: “...biddende te allen tijd in de Geest”. In de intreepreek werd sterke nadruk gelegd op de noodzaak van het gebed. Oprecht bidden is alleen mogelijk door de Heilige Geest. Een biddeloos leven is daarom een Geesteloos leven. Het werk van de Heilige Geest is onmisbaar voor het ambt. Daarbij kunnen we denken aan het ambt aller gelovigen, maar heel in het bijzonder aan de ambtelijke dienst. Deze dienst draagt namelijk een voluit geestelijk karakter. Alleen door de Geest en in de weg van het gebed kunnen we het zwaard van het Woord hanteren. Dit zwaard treft harde harten en ontdekt aan onze zonden. Dat doet pijn. Maar het zwaard des Geestes heelt ook. Want het is gedrenkt in het bloed van Christus. Wanneer de Heere ons zo te sterk wordt krijgen we het Woord lief. De kerk mag zich dan ook niet laten ontwapenen door zich het zwaard van de Geest te laten ontroven. Hier ligt zeker in onze tijd een geweldige roeping. Maar er is ook de belofte dat de Geest Het Woord wil gebruiken om mensen te bereiken. Wat we daarom hoofd voor hoofd nodig hebben is om vervuld te worden met de Heilige Geest. Daartoe is het voortdurend gebed in de Geest nodig. Na de preek liet de bevestiger zingen uit het Gebed des Heeren en las het formulier voor de bevestiging van dienaren des Woords. Nadat de vragen beantwoord waren met “Ja ik, van ganser harte”, werd de nieuwe predikant van Sliedrecht -Eben Haëzer- door zijn broer met enkele hartelijke woorden toegesproken.

Vervolgens beklom ds. R. Kok de kansel. Voor zijn intreepreek had hij als tekst gekozen Exodus 3: 14b: “IK ZAL ZIJN heeft mij tot u gezonden”. Hij sprak over deze woorden vanuit drie gezichtspunten: 1. De Lastgever

2. De lastbrief 3. De lastdrager. De Lastgever die in deze tekst spreekt is niemand minder dan de HEERE Zelf Die Mozes aanspreekt vanuit de gloed van de brandende braambos. God openbaart daar Zijn Naam: “Ik ben Die ik ben”, of “Ik zal zijn Die ik zijn zal”. Daarmee wordt niet bedoeld dat Hij veranderlijk of wispelturig zou zijn. De woorden betekenen dat Hij erbij zal zijn, dat Hij met Mozes zal zijn. Hij zal duidelijk maken dat Hij Mozes gezonden heeft. Is het geen wonder dat de heilige God zondige mensen als wij zijn in dienst neemt? Wanneer God mensen als dienstknechten zendt, heeft Hij onze zaligheid op het oog. De brandende braambos is immers een beeld van de kerk. Ondanks de vlammen wordt het hout toch niet verteerd. Dat wil zeggen dat de Heere Zijn Kerk in de vuurgloed niet doet omkomen. Waarom niet? Omdat de Engel des Heeren, Christus, in de gloed van Gods toorn verteerd werd. Daarom mag Mozes verkondigen dat Israel straks verlost zal worden. Welke lastbrief heeft Mozes ontvangen? Wat is de inhoud van zijn boodschap? Het is alleen maar de naam: “Ik zal (erbij) zijn”. Dat lijkt maar weinig. Toch is het alles! Want in Zijn naam maakt de HEERE bekend wie Hij is. In de Bijbel wordt die naam steeds duidelijker en dieper geopenbaard. Om de kennis van die naam gaat het in de kerkdienst en op de catechisatie. Het grote doel is mensen tot de geloofskennis van deze naam te brengen: “Dit is het eeuwige leven dat zij U kennen!” Dat houdt ook in dat in de lichtglans van die naam onze duisternis en ongerechtigheid wordt onthuld. Wie kan voor déze God bestaan? De schoenen moeten van onze voeten... Maar deze naam bevat ook alles om aan Israels nood en schuld een einde te maken. Hij heeft het noodgeschrei van het volk gehoord en wie de naam des Heeren zal aanroepen zal zalig worden. Zo is deze naam ten diepste de hoofdsom van het hele evangelie voor het volk dat ten dode is opgeschreven. Daarbij kan geen sprake zijn van automatisme. God is immers ook de onveranderlijke in Zijn eisen en in Zijn recht. Ook dat moet verkondigd worden. De naam van God is echter ook een pleitgrond. Wat doen wij met de naam van de HEERE, die Hij bij onze doop aan ons voorhoofd heeft verzegeld? Laten we niet vergeten dat er een einde komt aan de genadetijd. God houdt de schuldige niet onschuldig. Dat wordt zichtbaar in de brandende braambos. De vlammen slaan eruit. Daarin zien we hoe de HEERE de kerk loutert en reinigt. Zó moet de naam van “Ik zal zijn” ook vandaag verkondigd worden. In dat verband zei ds. Kok dat hij ervoor bewaard hoopte te worden zichzelf te preken of de mensen naar de mond te preken. Een dienaar van het Woord is immers lastdrager. Hij komt met de boodschap van zijn Zender. Deze Zender heeft mensen niet nodig. Wél vraagt Hij om degenen die Hij zendt als Zijn gezanten te ontvangen. Was Mozes daartoe bereid? Mozes had allerlei bezwaren, welgeteld zelfs “vijf nieten”, waarmee hij tegen de opdracht protesteerde: Ik kan niet, ik wil niet... Maar àl deze bezwaren worden weggenomen. Zo kan de Heere Mozes gebruiken als leem in zijn vingers. Zo kan Mozes ook op weg gaan met deze enige naam. Door die naam wordt het onmogelijke mogelijk, worden zeeën gekliefd en komt water uit de rots. En déze “Ik zal zijn” zendt nog Zijn knechten....! Na het dankgebed volgden enkele toespraken. Allereerst sprak Ds. H. Peet van Klundert namens de classis. Vervolgens voerde ds. J. den Hoed het woord namens de plaatselijke kerken. De derde spreker was burgemeester Kleywegt van Sliedrecht en tenslotte was het woord aan ouderling Keesmaat. Namens kerkeraad en gemeente riep deze ds. Kok en zijn gezin een hartelijk welkom toe in zijn nieuwe gemeente. Op zijn verzoek werd de nieuwe predikant toegezongen Psalm 135: 1 en 12. Ds. Kok sprak hierna enkele woorden van dank, waarna de dienst werd besloten. In één van de zalen van het kerkgebouw was gelegenheid ds. en mevr. Kok de hand te drukken en een kop koffie te drinken. Velen maakten van die gelegenheid gebruik.

We wensen ds. Kok met de gemeente van Sliedrecht (Eben-Haëzerkerk) in de komende periode van harte de zegen toe van de God Wiens naam “Ik zal zijn” is. Moge de verkondiging van die énige naam veel vrucht dragen!

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 juli 1992

Bewaar het pand | 10 Pagina's

Verslag van de bevestiging en intrede van ds. R. Kok.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 juli 1992

Bewaar het pand | 10 Pagina's

PDF Bekijken