Bekijk het origineel

Meditatie

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Meditatie

De Heilige Geest komt te hulp

5 minuten leestijd

“En desgelijks komt ook de Geest onze zwakheden mede te hulp; want wij weten niet, wat wij bidden zullen, gelijk het behoort”

Wat een ellende is er in Joegoslavië, wat een nood in Somalië! We begrijpen dat mensen daar sterk uitzien naar het moment dat de levensbedreigende toestand verandert, ‘t Zou verbazen indien dat niet zou zijn.

De apostel Paulus heeft gesproken van de erfenis, van de heerlijkheid voor de kinderen van God. Hij heeft gezegd dat die heerlijkheid ligt gewaarborgd in de verheerlijking van Christus. Daarna dat het zuchten van de schepping én van de kinderen Gods de zekerheid van die heerlijkheid aangeven.

Wij zouden mogen verwachten dat de kinderen van de Heere met groot verlangen uitzien naar de dag van hun volkomen verheerlijking..Hun ziel zou eigenlijk schier moeten bezwijken van sterk verlangen, ‘t Zou elk ogenblik het gebed moeten zijn: “ach, Heere, wanneer zal ik naderen voor Uw ogen, in Uw huis Uw Naam verhogen?” ‘t Moet wel verwonderen dat dit niet zo is.

Op de boulevard wordt in spanning toegekeken. Een drenkeling is door een helikopter uit zee opgepikt. Daar hangt hij aan een kabel. Maar hij is nog niet binnen, nog niet op het veilige strand. O als de kabel zou breken... Gods kind is uit de diepte van verlorenheid door het wonder van Gods genade in Christus Jezus opgehaald. Het heeft de Heilige Geest ontvangen, is wedergeboren, bekeerd. Echter - wat is de nood nog ontzaglijk groot. Vlees en Geest tezamen, dat wil zeggen het onheilige en het heilige tezamen, het onreine en het reine, het onverderfelijke en het verderfelijk. Dagelijks, elk ogenblik van de dag met elkaar in strijd, een onverzoenlijke strijd, een strijd op leven en dood. Het vlees dat wil triomferen over de Geest en de Geest Die het vlees tenonder wil brengen. O de wereld, o de satan, ze willen terugwinnen wat ze door genadekracht van boven verloren hebben. Ze laten nooit af. Tot het laatste toe niet. Maar het ergste is het overgebleven vlees. Vlees waarvan het bedenken is vijandschap tegen God. Vlees dat zich niet aan de wet van God onderwerpt, want het kan ook niet. Vlees dat er blijft tot de doodsnik toe.

Als ik op de andere over ben, als ik binnen ben,dan is alle nood voorbij. Dan geen wereld meer, en geen satan meer, en vooral geen vlees meer. Dan volkomenheid, volmaaktheid. Dan mijn Koning aanschouwen van aangezicht tot aangezicht, mijn Koning Die mij kocht voor de dure prijs van Zijn bloed, en mijn God Die mij heeft liefgehad met een eeuwige liefde. Dan de drieënige God dienen, eren en prijzen, zoals dat nu mijn lust is geworden. Maar och wat een zwakheid openbaart zich hier. Er is dikwijls geen sterk zuchten, maar een zwak zuchten, geen sterk verlangen, maar een zwak verlangen, geen groot heimwee, maar soms een heel klein beetje, soms haast niet meer te bemerken. Waaruit die zwakheid voortvloeit? Wel - uit een niet doorleven van eigen nood en een niet begrijpen van de heerlijkheid die is weggelegd voor degenen die de Heere vrezen. Zeker - Gods kind leert zijn nood recht en grondig kennen, opdat er plaats komt en al meer plaats komt voor de Borg en Middelaar, Jezus Christus. Maar de omvang van de nood waarin het verkeert, kent het slechts een beetje. Het gevolg is dat het niet weet wat het bidden zal gelijk het behoort.

Dat is diepbeschamend voor ons. Zo onbekwaam zijn we nu geworden door eigen schuld. In heel ons bidden spelen onzuivere motieven mee. Door heel ons bidden gaat ook een streep. We kunnen slechts schuilen achter de biddende Hogepriester. Doch ook na ontvangen genade weten we nog niet te bidden gelijk het behoort. Dat is de zwakheid. En dan hebt u vanwege het verband niet te denken aan de vele gebreken en ellendigheid van Gods kinderen of aan zwakgeloof of aan de boze lusten van het vlees, maar juist daaraan dat zij niet roepen, schreeuwen om, naar de verlossing uit hun nood en het ontvangen van de heerlijkheid. Zelfs kunnen ze bidden om nog gespaard te mogen worden in dit leven. Dus bidden om de bestendiging van de nood, om het in de nood blijven in plaats van om het ontvangen van de heerlijkheid en de erfenis die in de hemel voor hen bewaard wordt. Maar wat doet nu de Heilige Geest? Hij komt in de zwakheid van het gebed te hulp! Hij grijpt de zwakheid aan. Hij geeft Zijn bijzondere hulp. Hij zucht in het hart van Gods kinderen. Daardoor gaan zij zuchten, uitzien, sterk verlangen. Hij doet de nood kennen, Hij doet de blik richten op het hemelse Jeruzalem, op de heerlijkheid.

Kent u die momenten? O neen - niet wij brengen ons daar. De Heilige Geest brengt daar. Wat zijn we arm als er geen uitzicht is, als we geen toekomst hebben. De Geest, die u is toegezegd, doe u bidden gelijk het behoort. Die Geest legt open de zon-denood en doet roepen om genade. Er is genade in Christus Jezus. Zijn goedheid is zeer groot.

Er is rijke troost voor Gods kinderen. De Heilige Geest komt te hulp. Vanwege hun zwakheden zouden ze toch nog verloren kunnen gaan. Vanwege Zijn te hulp komen niet. Daarom straks uit de nood en in de eeuwige heerlijkheid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 augustus 1992

Bewaar het pand | 8 Pagina's

Meditatie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 augustus 1992

Bewaar het pand | 8 Pagina's

PDF Bekijken