Bekijk het origineel

Na honderd jaren

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Na honderd jaren

6 minuten leestijd

9.

In een slotartikel willen wij nog eenmaal stilstaan bij de vereniging van 1892 en de bezwaren tegen deze vereniging. Het jaar 1992 is het jaar waarin herdacht mag worden het 100-jarige voortbestaan van de Christelijke Gereformeerde kerken.

In een eerste artikel stonden wij stil bij datgene wat ds. De Cock mocht prediken. De ervaring van vrije sou-vereine genade bracht hem tot het prediken van deze genade. Hij preekte de rechtvaardiging van de zondaar door het geloof zonder de werken der wet. Hij bracht de doodstaat van de mens naar voren, het vrijmachtig welbehagen van God en het offer van Christus aan het kruis volbracht. De vraag dient gesteld te worden: wordt er aan deze zaken in prediking en pastoraat binnen en buiten onze kerken recht gedaan? Bevinden wij ons nog in dat spoor en gaan ook anderen in dat spoor? Het is niet voldoende dat deze zaken niet weersproken worden. Deze zaken dienen te functioneren in prediking en pastoraat.

In 1892 kwam de Chr. Geref. kerk in synodale vergadering bijeen in Amsterdam. In diezelfde plaats vergaderde ook de Ned. Geref. kerk. Doel was: vereniging.

Tegen deze beoogde vereniging kwam op de synode van de Chr. Geref. kerken een bezwaarschrift.

We vatten de bezwaren, waar we uitgebreid bij stilgestaan hebben, kort samen:

1. De plaatselijke gemeente, de mans-lidmaten, zijn niet gekend in de zaak van de vereniging.

2. Het beginsel van de Doleantie is in strijd met het beginsel van de Afscheiding in de verhouding met de Ned. Herv. kerk.

3. Niet alle kerken van de doleantie kunnen zonder nader onderzoek als zuivere gereformeerde kerken naar belijdenis en kerkorde erkend worden.

Dit geldt ook de lidmaten persoonlijk.

4. Het ontbreekt aan wederzijdse liefde, wat bron van verwarring en tweedracht zal worden.

5. Bij sommige voorgangers waren ongereformeerde leringen en voorstellingen openbaar geworden.

Er liggen lessen in voor de huidige situatie. Een zaak van eventuele vereniging dient besproken te worden en te leven in de plaatselijke gemeenten. Eerlijk zal bezien moeten worden of de spanningen in eigen kerkverband niet vergroot worden door een eventuele vereniging. Van meer dan een kant wordt een pleidooi gevoerd de huidige toestand te bevriezen opdat ieder eerst orde op zaken stelle in eigen huis. Wat zal de komende synode ons D.V. aangaande deze zaak brengen?

Een vraag die vandaag ook niet voorbij mag worden gezien is hoe de Vrijgemaakten _ en de Ned. Gereformeerden tegen 1892 aankijken.

Ook dient eerlijk onderzocht te worden of alles wel gereformeerd is wat zich gereformeerd noemt. Wordt de belijdenis niet alleen niet weersproken, maar functioneert de belijdenis ook daadwerkelijk in prediking en pastoraat?

Moet vandaag ook niet eerlijk gezegd worden dat het ontbreekt aan voldoende wederzijdse liefde? Als er voordat een huwelijk gesloten wordt getwijfeld wordt aan de mate van wederzijdse liefde is het dacht ik geen goede zaak om te zeggen dat die liefde in het huwelijk dan wel zal toenemen. De ernstige gevolgen hiervan zijn al menigmaal gebleken. Dit geldt ook eventuele vereniging met een andere kerk of andere kerken. Eerst dient daar toch voldoende wederzijdse liefde te zijn, dan pas is het goed te verenigen.

Het voornaamste bezwaar was dit dat er bij sommige voorgangers ongereformeerde leringen en voorstellingen openbaar waren geworden. Bij dat het bezwaar hebben wij ook het meest uitgebreid stilgestaan.

De visie van dr. A. Kuyper op doop en wedergeboorte is een heel andere dan die we vinden in de belijdenis en de uitspraken van de Chr. Geref. kerk.

De synode van 1846 van de Chr. Geref. kerken sprak uit dat indien kinderen der gemeente bij het opgroeien geen blijken van godzaligheid vertoonden zij zonder onderscheid als kinderen des tooms behandeld moeten worden.

Kuyper schreef in 1870 wel heel anders! Kinderen zouden reeds het zaad der wedergeboorte ingeplant hebben. Zij zouden niet buiten alle genade en ook niet ganselijk in hun verdoemenis liggen. Het onverlies-baar zaad der wedergeboorte zouden zij ingeplant hebben.

Hier is sprake van een wezenlijk andere zienswijze. Het betreft hier niet alleen maar een verschil in benaming, het betreft hier een verschil in belijdenis.

We beluisteren ook hier een les voor het heden. Waar gesteld wordt dat de belijdenis niet in het geding is, waar gesteld wordt dat er alleen een wat andere formulering van bepaalde zaken wordt voorgestaan en aangetroffen, is waakzaamheid geboden. Niet dat wij wantrouwend zouden moeten staan tegenover anderen, maar wel dat we anderen eerlijk dienen te behandelen en te beoordelen naar de maatstaf van Schrift en belijdenis.

Zijn we tegen elke vorm van vereniging?

Neen. Zo werd het ook in het verleden uitgesproken.

We denken aan de uitspraak van Van Velzen in 1888: “Wij hebben onze heerlijke, duidelijke, beproefde belijdenis en daaraan moeten wij ons houden; alleen op dien grondslag mag vereniging worden gezocht.” Aan deze lijn willen we vasthouden. Dat is ook de lijn van De Cock in 1834: “en verklaren tevens gemeenschap te willen uitoefenen met alle ware Gereformeerde lidmaten, en zich te willen verenigen met elke op Gods onfeilbaar Woord gegronde vergadering, aan wat plaats God dezelve ook verenigd heeft; betuigende met deze, dat wij ons in alles houden aan Gods Heilig Woord en aan onze aloude “Formulieren van Enigheid”, en alles op dat Woord gegrond.”

Prof. J.J. v.d. Schuit schreef in zijn boek “Na vijf en twintig jaren”: “Daar is ook bij ons veel, dat niet is naar de reinheid des heiligdoms, en niet door ons zelven, maar veel meer ondanks onszelven, mogen wij den herinne-ringsdatum van ‘t zilveren jaarcijfer in de annalen boeken.” Moet dit na honderd jaren niet onderstreept worden? Er is veel wat tot verootmoediging zou moeten leiden. Er is niets van onze kerken bij dat we honderd jaren mogen voortbestaan. Het is niet dank zij onszelf, het is ondanks onszelf dat wij dit mogen beleven.

Moge de Heere onze kerken gedenken, Hij stelle prediking en pastoraat tot rijke zegen.

Hij wijze ons de weg die wij als kerken te gaan hebben. Hij geve ook gemeenschappelijk optreden der onderscheiden kerken, waar dit kan en mag.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 augustus 1992

Bewaar het pand | 8 Pagina's

Na honderd jaren

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 augustus 1992

Bewaar het pand | 8 Pagina's

PDF Bekijken