Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Bij de Heere blijven...!

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Bij de Heere blijven...!

Openingswoord Kampen 19 sept.1992 (n.a.v. Hand.11:23)

9 minuten leestijd

Daartoe wekt Bamabas de kerk van Anthiochië op, als hij de genade van God ziet in de gemeente. Wanneer er meer naar deze raad was geluisterd zouden er in de kerkgeschiedenis niet zulke droevige dingen gebeurd zijn.

In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe het evangelie in Anthiochië gekomen is. Een wereldstad, middelpunt van cultuur en knooppunt van ongerechtigheid, zedeloosheid.

Na de dood van Stefanus vluchtten vele gelovigen elders heen en verkondigden daar het evangelie. Zo kwamen ook “enige mannen” te Anthiochië. Wat haalt dat uit? In zo’n goddeloze stad? Een groot aantal mensen komt tot geloof en bekeert zich tot de Heere (vs. 21). En dat waren geen Joden, maar Grieken, heidenen dus. Hun harten werden door de Heilige Geest geopend. Zij die eerst van verre stonden werden nabij gebracht. Vijanden werden met God verzoend. We zien: geen stad, geen dorp is te goddeloos, geen hart te slecht voor de Heere om er zijn intrek in te nemen. Het bloed van Christus reinigt van alle zonden.

Het werk der genade kan niet verborgen blijven. In Jeruzalem wordt gehoord, dat in Anthiochië ook heidenen het evangelie hebben aangenomen. De gemeente zendt Bamabas uit om polshoogte te nemen. Een goed man, vol van Heilige Geest en geloof. Wat zag hij toen hij daar kwam? Bekenden...? Dat kan, de gemeente was ontstaan door prediking van mannen die afkomstig waren uit Cyprus en Cyrene. Daar kwam Bamabas oorspronkelijk zelf ook vandaan. Maar, dat was het niet.

Hoe vond hij in die grote stad die kerk? Zag hij een bordje: Christelijke Kerk? Nee. Wat zag hij dan? Volle kerken, goede kollektes, liefde onderling? Dat zijn op zichzelf verheugende en belangrijke zaken. Bamabas zag echter de genade Gods. Het werk van Gods Geest, Die harten verandert. Persoonlijk geloof. Dat andere zag hij ook wel, maar hij zag er doorheen. Waar het allemaal vandaan kwam. De genade Gods. Dat God Zich over hen had ontfermt. Hij had het Woord daar doen brengen. Hij had hun harten ingewonnen.

Wat is dát nodig, om de dingen in je leven en in het leven van anderen te zien tot op de genade Gods. Dan weten we, dat alles verbeurd en ver-zondigd is. “Heere, het is de kracht van Uw genade, het is uw onpeilbare liefde, die mij tot U bracht. Uit mezelf was ik er nooit gekomen. U hebt mij door de prediking willen trekken. U gaf liefde in mijn hart om mezelf te verloochenen, om voor u te leven.” De genade Gods zien. Genade, dat is ontfermende liefde, onverdiende gunst. “Wat heeft U bewogen....” Ik heb het er niet naar gemaakt”.

De genade Gods was in staat de harten te veranderen. Zij, die eerst vijanden waren van het kruis van Christus, en die wandelden in de duisternis van hun verduisterd verstand, leerden zich over te geven aan de onweerstaanbare kracht der genade om de Heere te dienen. Niets anders kan een mensenhart veranderen. Alleen de genade Gods. Hij zag mensen, eerst zonder hoop in deze wereld, nu met een levende hoop en hartelijke liefde. Mannen en vrouwenjongens en meisjes, die vertelden hoe ze uit de slavernij van de zonden waren bevrijd, hoe het zondepak van hun mg was afgenomen en ze de Heere mochten dienen. “Hoort wat mij God deed ondervinden, wat Hij gedaan heeft aan mijn geest”.

De genade Gods zien. Dat is al een wonder, dat hij dat ziet. Heel gemakkelijk zien wij immers iets anders: gebreken. Hebben we oog voor de genade Gods? Verlichte ogen hebben we nodig. We zijn immers blind voor‘s hemels wegen? Blind voor de genade. En wat kan de genade in het leven van Gods kinderen soms ook spoedig weer spoedig gewoon worden. Dan is het wonder er uit. We zien het niet meer.

Bamabas zal best verschillen gezien hebben met de moedergemeente Jeruzalem, en dat er nog heel wat geleerd moest worden. Daarom gaat hij ook Paulus halen, en blijven die twee een jaar lang in Anthiochië. Maar hij zag ook de genade Gods. Daar zal het in ons persoonlijk leven en in ons kerkelijk leven om dienen te gaan: dat de genade Gods te zien is. Daarin ligt ook de ware eenheid. Bamabas is er verblijd over. Dat kan niet anders. Daar is toch ook blijdschap over in de hemel?!

Als de Heere eens een tipje van de sluier oplicht en je mag zien, dat het welbehagen des Heeren door Zijn hand gelukkig voortgaat, wat is dat rijk! Genade en blijdschap zijn in het Grieks bijna dezelfde woorden. In en om de genade vinden we pas echt blijdschap. Echte blijdschap is er alleen over de genade.

Vruchten werden gezien in veranderde levens. Hij verheugde zich erover, omdat God daarin tot Zijn eer kwam. Hij zag de bewijzen van Gods genade. Zien wij die bewijzen ook? Zien we het als een genade, dat het Woord ons gebracht is? Dat er predikers zijn, die het verkondigen. Dat de Heilige Geest nog wil werken onder de bediening van het Woord? Dat Hij wederbaart, overtuigt, vernieuwt, onderwijst, vermaant en vertroost? Bent u er blij om als u er iets van ziet, hoort? In uw gezin, familie, gemeente?

Gods genade zien, dat is ook zien, dat er een God is, die met ons lot is bewogen. Heeft het ons al bij Hem gebracht met de tollenaarsbede: “O God, wees mij de zondaar genadig!”?

Het gaat ook vandaag in de kerk nog om Gods genade. Maar, die genade is geen rustgrond. Daarom volgt er een opwekking om bij de Heere te blijven. Bamabas vermaande hen allen, dat zij met een voornemen des harten bij de Heere zouden blijven.

Is dat nu nodig? Het is toch vanzelfsprekend als je tot de Heere gekomen bent, dat je bij Hem blijft? Er is toch geen afval der heiligen? Nee, maar de genade is een teer bezit. De doodvijanden houden niet op om aan te vechten. Bamabas weet, dat zij, die de Heere hebben leren kennen, tot hinken en zinken ieder ogenblik gereed zijn. Daarom vermaant hij hen bij de Heere te blijven. De praktijk der godzaligheid is niet zo gemakkelijk. En dan in zo’n stad! Met al zijn verleiding. Als heel de omgeving anders denkt dan jij... Hoe moeilijk is dat soms op het werk, in het gezin, of op school... Wat nodig om bij Hem te blijven en telkens weer te bidden: “Wat wilt Gij, dat ik doen zal!”. We dwalen zo gemakkelijk af. Gods kinderen zijn ook nergens te goed voor. Wat moet de Heere veel moeite doen om ons bij Hem te houden. Meer dan om tot Hem te komen!

Blijven bij de Heere. Die opwekking hebben al Gods kinderen nodig. Niemand uitgezonderd. “Hij vermaande hen allen....”. Bij de Heere blijven. Niet maar blijven bij de kerk, de gemeente, de vermaningen, geboden van de Heere. Dat is belangrijk, maar “bij de Heere blijven” is alles. Bij de Heere Jezus betekent dat. Hij is de Levensbron. In de persoonlijke omgang met de Heere worden we vervuld met de Geest en bewaard tegen kwaad, slordigheid, lauwheid. En de Heere geeft vreugde en verlangen om Hem te dienen.

Bij de Heere blijven! Niet bij jezelf blijven staan, op jezelf zien. Bij de Heere blijven. Om zo krachtig te worden in de Heere. Dan staat Hij in het middelpunt. In voorspoed en tegenspoed. Het gaat om Hem. Zeker, we moeten ook blijven bij de leer die naar de godzaligheid is, het pand bewaren, dat ons is toebetrouwd. Maar wat wordt het een koude en doodarme zaak als het alleen om die leer gaat. Die Heere roept het ook nu nog: “Komt allen tot Mij...!”

Bij de Heere blijven. “Met een voornemen des harten”. Met een besluit, dat vastligt in je hart. Van harte Hem liefhebben. Het moet niet maar een zaak van de buitenkant zijn. Aan zulke christenen, met een vaste koers in hun leven, hebben we dringend behoefte. Ook in ons kerkelijk leven. Mensen, die niet met allerlei winden van leer worden meegezogen. Niet mensen, die het allemaal zelf wel kunnen en weten. Geen zelfoverschatting. Daarom: bij de Heere blijven. In diepe afhankelijkheid van Hem leven. Van Zijn genade, die genoeg is.

Met een hartelijk voornemen. Dat is meer dan “van plan zijn”. De weg naar de hel is geplaveid met goede voornemens. De weg naar de hemel plaveien wij niet. Het gaat om een bewuste keuze, die geboren wordt uit de ontmoeting met de Heere, Die het gezegd heeft: “Ik ben de Weg!”

Je kunt bij de geestelijke dingen opgevoed zijn en er bij blijven. Het kan wezen, dat het niet in je aard ligt om te veranderen en datje er daarom geen hekel aan hebt om naar de kerk te gaan. Maar, dat wil nog niet zeggen, dat het een zaak is van je hart. Een hartelijk voornemen, hartelijke betrokkenheid. Is het ons bewust te doen om Heere. Voor het eerst en telkens opnieuw. Tot wie zouden we anders heengaan...? Eén ding heb ik van de Heere begeerd...

Hoe breng ik dat op? Hoe houd ik dat vol? Bij Heere blijven.... “Ach, de Heere moet bij mij blijven anders komt er nooit iets van terecht”, zegt u. Dat is waar. Maar, dat heeft Immanuël ook beloofd. Deze vermaning is gegrond in Gods belofte: “Ik ben met u al de dagen”. Pleit daar op. Zo bij de Heere blijven. Hij zal Zijn werk voleindigen.

Hoe dat kan en moet, met een ernstig voornemen des harten bij de Heere blijven? Daarvoor gebruikt de Heere de middelen. In weg van het gebed en het lezen en horen naar Zijn Woord. Onder de vermaning en vertroosting wordt de genade meegedeeld. Als we de middelen verwaarlozen zijn we zo bij de Heere vandaan.

Is die genade zichtbaar in uw leven? Hebt u dat voornemen? Wat is niet beloofd bij trouwen, belijdenis, doop of aan het Heilig Avondmaal? Waar heeft het ons gebracht? Leven we nog ver van Hem vandaan? “Wie ver van Hem de weelde zoekt, vergaat eerlang en wordt vervloekt”.

Rust niet, voordat u bij Hem bent, ook opnieuw. Er is genade overvloeiende voor de grootste der zondaren. Bidt tot de Heere: “Trek mij zo zal ik U nalopen”.

Gods hand is niet verkort. Zijn doorboorde hand reikt naar Noord en Zuid, Oost en West om op te nemen en te dragen wat verloren ligt. Over die genade kunnen we ons alleen maar verwonderen. Daar zal de eeuwigheid voor nodig zijn. ‘k Zal dan gedurig bij U zijn.

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 oktober 1992

Bewaar het pand | 10 Pagina's

Bij de Heere blijven...!

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 oktober 1992

Bewaar het pand | 10 Pagina's

PDF Bekijken