Bekijk het origineel

Voor de jeugd

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Voor de jeugd

De Samaritaanse vrouw

9 minuten leestijd

“Er kwam een vrouw uit Samaria om water te putten. Jezus zeide tot haar: Geef Mij te drinken”

Beste jongelui!

Het is al weer een poosje geleden dat we onze gedachten hebben laten gaan over de geschiedenis van de Samaritaanse vrouw. Ik hoop niet dat jullie het vergeten zijn. En zo ja, lees dan hetgeen geschreven is nog maar eens over, dan kom je er weer in.

We hebben het gehad over Jezus, Die als de Levensbron zat bij de Jacobsbron. Daar zou natuurlijk nog wel meer over te schrijven zijn, want de gedachten vermenigvuldigen zich steeds.

Terwijl Jezus bij die bron zich bevond, op het heetst van de dag, kwam er een vrouw uit Samaria om water te putten. Zij komt op een ongewoon uur. Want vanwege de hitte was men niet gewoon om op dat tijdstip naar de bron te gaan. Men zocht dan veel eer wat verkoeling buiten de bron. Dat is waar in natuurlijk opzicht. En geestelijk is dat niet anders. En dan denk ik weer aan Jezus, Die daar zat als de levensbron. Daar zoekt niemand verkoeling tegen de hitte van de toom Gods, die veel groter is dan de hitte van de zon. Daar moeten jullie ook maar eens over na denken. Misschien heb je van de hitte van Gods toom helemaal geen last. Je hebt er wel eens van gehoord, en het zal wel waar zijn, maar het doet je niets. Je gelooft het wel. Over jezelf ben je nog al tevreden. Je loopt aardig in het lijntje. Wie weet er wat van je zeggen? Je zit in de schaduw van je goede werken. En de hitte van Gods toom raakt je niet. Als dat wel het geval is, dan ga je verkoeling zoeken bij de Levensbron, de Heere Jezus Christus. En als dat niet het geval is, dan laat je Hem rustig zitten. Je hebt Hem niet nodig. Het is natuurlijk heel erg, als dat zo is. Het is zelfs het ergste wat zich denken laat. Want dan blijf je zonder Jezus. En zonder Jezus wordt het een “voor eeuwig omko men”. Want buiten Jezus is geen leven, maar een eeuwig zielsverderf. Mogelijk zegt deze of gene: Dat is een bekende regel. Die hoor ik wel meer. Bedenk dan ook dat het een ware regel is, en dat hij waard is om er over na te denken.

De vrouw kwam dus op een ongewoon uur. Het zou echter voor haar worden: een onvergetelijk uur. Misschien is dat bij jou ook wel het geval! Die vrouw had op dat ongewone uur, er nog geen weet van dat het voor haar een onvergetelijk uur zou worden. Daar is zij later pas achter gekomen.

Zo kan het ook met jou zijn. Je zit in de kerk, of je leest dit artikel. Helemaal niet met de bedoeling om er door “gesticht” te worden. Het laat je allemaal vrij koud. Je bent er eigenlijk nog nooit echt warm voor gelopen. Terwijl het toch in Gods raad besloten ligt, dat jouw verkeer in de kerk, of het lezen van dit artikel voor jou een onvergetelijke zaak wordt. Want God kan het gebruiken om je in kontakt met Jezus te brengen.

Er kwam een vrouw uit Samaria om water te putten. Haar naam wordt niet genoemd. Het is blijkbaar ook niet belangrijk dat wij haar naam kennen. Zij wordt alleen aangeduid als een vrouw uit Samaria. Doch al weten wij haar naam niet, toch was zij in de hemel bij God wel bekend. Want het was een door God uitverkoren vrouw tot zaligheid. Dat wist die vrouw op dat moment niet. Later is zij daar wel achter gekomen. Zo weet niemand van te voren of hij of zij uitverkoren is, doch als dit het geval is, dan komt men er in de tijd toch wel achter.

Toen de vrouw bij de Jacobsbron kwam, heeft zij Jezus daar zien zitten. Doch het interesseerde haar in het minst niet. Zij kwam om water en niet om Jezus. Dat is al weer zo’n trek, waar we ons zelf door kunnen leren kennen. Als het over natuurlijke dingen gaat, dan zijn we meestal in de weer. Doch als het over Jezus gaat, dan komen we in ‘t geweer. Jezus was voor haar maar een gewoon mens, en dan moet van haar gezegd worden, wat van ons ook geldt, dat zij van nature geneigd was om God en de naaste te haten. Dat het met haar zo gesteld was, dat wist Jezus wel. Want al was Hij in haar ogen een “gewoon mens”, in Zijn ogen was zij voor Hem een “gegevene van de Vader”, die Hij toebrengen moest, tot de gemeente die zal zalig worden. Hij was de Bruidegom en zij was de Bruid, al kende zij Hem als zodanig nog in het geheel niet. Hij kende haar als zodanig wel.

Ik zie in mijn gedachten die vrouw bezig. Zij laat haar emmer in de put zakken, om hem gevuld uit de put op te trekken. Om daarna weer zo spoedig mogelijk te vertrekken. Doch daar krijgt zij de kans niet voor. Want Jezus gaat met deze vrouw, die Hij door en door kende, gelijk later blijken zal, kontakt zoeken. Daar moeten wij ook op letten. Het kontakt zoeken gaat niet van die vrouw uit, doch van Jezus. Hij is altijd de Eerste. Mensen vragen niet naar Hem, Hij vraagt wel naar mensen. Vinden jullie dat geen wonder? Want als het niet van Hem uitging, dan zou er nooit iets van terecht komen. Hij is altijd de Eerste. Hij wordt gevonden van hen die naar Hem niet vraagden, en naar Hem niet zochten. Zo staat het in de Bijbel, en zo wordt het nog beleefd.

Als Hij kontakt gaat zoeken dan doet Hij dat met takt. Hij weet precies hoe Hij de mensen vangen moet. Als wij kontakt met mensen gaan zoeken, bijv. om hen geestelijk wat te leren, dan geschiedt dat niet altijd met takt. Het gebeurt menigmaal heel ontaktisch. En dan is het voorbaat uitgesloten dat men kontakt krijgt. De deur van hem die tegenover je staat, wordt dan bij voorbaat gesloten. Het vragen om wijsheid is daarom altijd wel een geboden zaak, namelijk om mensen te benaderen. We worden in de Bijbel daartoe zelfs opgewekt: Indien iemand wijsheid ontbreekt, dat hij ze dan van God begere, Die mildelijk schenkt en nooit verwijt. Een zaak die een ieder die dit leest, wel ter harte mag nemen. Want het zal een ieder toch wel eens overkomen zijn, dat hij na een mislukking om met de naaste tot een gesprek te komen, zal moeten zeggen: Ik had het ook geheel anders aan moeten pakken. Men heeft het dan gewoon fout gedaan. Gelukkig als men van begane fouten ook nog wat leren mag.

Jezus maakt natuurlijk geen fouten. Fouten die door mensen gemaakt worden, getuigen van menselijke onvolkomenheid. Jezus is in alles volkomen geweest. Dat blijkt ook in Zijn kontakt met die Samaritaanse vrouw.

Hij vraagt heel eenvoudig aan haar: “Vrouw, geef Mij te drinken?” Dat is een heel natuurlijke vraag. Hij zegt niet rechtstreeks tegen haar: “Vrouw, hoe staat het met je op reis naar de eeuwigheid?” Dat had Hij natuurlijk ook kunnen vragen. En dat zou echt geen misplaatste vraag geweest zijn. Zulk een vraag kan het in sommige gevallen heel goed doen. Doch dan moet men wel weten aan wie men die vraag stelt. Als Jezus haar die vraag had gesteld, dan zou zij hebben kunnen zeggen: “Man, waar bemoei je je mee?” Zij kende immers Jezus niet. Zij zou Hem wel leren kennen, doch alles op zijn tijd.

Hij vraagt om te beginnen, heel eenvoudig om wat water, om te drinken. Hij zat daar immers vermoeid zijnde, op het heetst van de dag. Deze vraag aan haar hield eigenlijk in, of ze Hem een dienst wilde bewijzen. Hij stelt haar die vraag, wanneer zij met Hem onder vier ogen verkeert. (Want Zijn discipelen waren in de stad, opdat zij zouden spijze kopen.) Ik heb dit tussen haakjes gezet, omdat het ook zo in mijn Bijbel staat. Het is van de evangelieschrijver een opmerking als van terzijde. Doch wel een opmerking, die wij op moeten merken. Want het onder vier ogen met Jezus te verkeren, is ook niet zonder betekenis. Terwijl er niemand bij was, was het voor Jezus een goede gelegenheid om die vrouw om drinken te vragen, om te vragen of ze Hem een dienst wilde bewijzen.

Mogelijk zijn jullie, terwijl je dit leest, ook alleen. En dan komt ook bij Jezus vandaan, via dit artikel, de vraag naar jullie toe, of je je leven in Zijn dienst zoudt willen besteden? Dat lijkt mij toch wel een heel gewichtige vraag. Want de Heere is het zo waard, dat je Hem dient. En als Hij dan om een dienst aan Hem vraagt, wat is dan jullie antwoord? Ja!....Nee!....of.....

We hopen daar de volgende keer wat nader op in te gaan. Ik hoop op deze wijze in kontakt met jullie te komen en te blijven. Daar is nog veel te leren. Ik zou zeggen, begin maar met te vragen Psalm 143:10 (ber.). Zoek dat zelf maar op, als je het uit je hoofd niet weet. Want ik ben aan het einde van mijn artikel gekomen, en moet er daarom voor ditmaal weer een punt achter zetten. Jullie aller vriend

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 oktober 1992

Bewaar het pand | 12 Pagina's

Voor de jeugd

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 oktober 1992

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken