Bekijk het origineel

Schuldig en toch onschuldig!

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Schuldig en toch onschuldig!

Overpeinzingen bij de polio-epidemie

8 minuten leestijd

“Allen, die op Hem betrouwen, zullen niet schuldig verklaard worden”

Het is opmerkelijk, hoe gauw de wereld de beschuldigende vinger uitsteekt naar de kerk. Het schijnt veel mensen een zekere voldoening te geven het woord “schuldig” uit te spreken over hen, die nog ernst maken met de eis van Gods Woord en in gebondenheid daaraan wensen te leven.

Zo sprak een lid van Groen Links over het feit dat ouders die hun kinderen niet wilden laten inenten van “schandelijke praktijken” en pleitte van vaccinatiedwang. Opmerkelijk schreven we, omdat de wereld tegenwoordig zo’n opmerkelijke tolerantie aan de dag wil leggen ten op zichte van andere, lees: “vreemde” godsdiensten waar ons kleine landje door overstroomd wordt. Het is in onze huidige samenleving “in” om respect te tonen voor ieders mening. Wie daar niet aan mee doet, wordt dan ook al snel beschuldigd van discriminatie. Zien we nu hoe in onze maatschappij op zedelijk gebied alles bijna kan en mag; dat grenzen en normen aan het menselijk denken en handelen haast allerwege als beperkingen van de persoonlijke verantwoordelijkheid radicaal afgewezen worden, waardoor niemand zich meer schuldig behoeft te voelen, dan is het nogmaals uitermate opmerkelijk dat men desondanks zo lichtvaardig de beschuldigende vinger uitsteekt naar een bepaalde groep in onze samenleving. Het gebeurt op onbarmhartige wijze nu zich weer enkele gevallen van polio (afkorting van poliomyelitis anterior acuta = ontsteking van de grijze stof in het ruggemerg) of ook wel kinderverlamming genoemd, onder ons volk hebben voorgedaan. Nee, ondanks de grote mate van tolerantie, geen mededogen, geen bewogenheid met hen die door deze ernstige en afschrikwekkende hersenaandoening getroffen zijn, maar wel een uitgesproken “schuldig”!

Schuldig, maar waaraan? Ik veronderstel dat velen in onze samenleving geen moeite hebben hier een antwoord op te vinden. Even lichtvaardig als zij het schuldig uitspreken, zullen ze ook het waarom wel even duidelijk maken. Let maar eens op het voorbeeld wat we hierboven gaven. Daarnaast heeft staatssecretaris Simons het voornemen om de druk op niet-ingeënte burgers te vergroten.

Het is niet onze bedoeling een woordenstrijd aan te gaan over verschil in inzicht en opvatting met betrekking tot het inenten zoals dat onder de bevolking van ons land leeft. Met wie we wel verder willen gaan zijn zij, die door het “schuldig” getroffen zijn. Die kleine vijf procent van ons volk, die het weer ontgelden moet, omdat het zich verbonden voelt met “het oude volk van God”. Waardoor het voor hen onder meer onmogelijk is de grenzen te overschrijden die voortkomen uit het geloof dat er niets buiten Gods voorzienig bestel en Zijn eeuwige raad om gebeurt. Deze voor hen zo heilige traditie verschaft hen waarden en normen waar de wereld niet van weet. Het is hun kracht en tegelijk hun zwakte. Ze houden vast aan de wetenschap dat God almachtig is en dat in Hem geen onrecht gevonden wordt. En tegelijkertijd moeten zij erkennen dat Hij even vrijmachtig als almachtig is en naar Zijn recht hen voor eeuwig kan verwerpen. In dit spanningsveld bevinden zij zich. Dit is het strijdperk van hun zieleleven.

Tussen deze twee polen worstelen zij met de “waarheidsvraag” aangaande de wil van God over hun persoonlijke leven en dat van hun kinderen. Hier gaan ze vaak onder gebogen en moeten het menigmaal uitroepen: “Uw doen is rein, o God, Uw vonnis gans rechtvaardig”. En wat voor het natuurlijk verstand nog het meest paradoxaal is, is het feit dat zij zich veel eerder schuldig achten, dan de wereld het kan uitspreken. Nu gaan we niet over het hart oordelen, of al degenen die in deze traditie staan en zich daardoor in het stuk van de vaccinatie laten leiden, ook delen in het leven der genade. Anderzijds zeggen we niet, dat degenen die onder bepaalde omstandigheden van vaccinatie gebruik maken geen genade zouden kennen. Maar als Gods volk op haar plaats is, dan weten zij zich mede schuldig aan het lijden in deze wereld. Dan leven ze met smart in dat de aarde vervloekt is om hunnentwil. Doch deze schuld brengt God bij hen thuis en niet de wereld. Daarom ontzeggen we de wereld met al haar verworven kennis en intellect, het recht om dat volk te veroordelen. En tegen het “schuldig” uitgesproken door welk nietig schepsel dan ook, zeggen we absoluut en onherroepelijk: “Neen!” Nee, de oorzaak van ziekte en dood ligt niet in het afwijzen van preventieve middelen, maar die ligt in de definitieve breuk met God, onze Schepper en Onderhouder. En wie hier zijn persoonlijke schuld ontkent, heeft geen enkel recht deze een ander op te leggen. En bovendien worden we in dit gevoelen bevestigd door de troostrijke woorden van David in Psalm 34:23b: “Allen die op Hem betrouwen, zullen niet schuldig verklaard worden”. Volk des Heeren, deze troost hebben we alvast binnen.

Wat de wereld moge zeggen, hetzij goed of kwaad, “de HEERE zal niet schuldig verklaren die op Hem betrouwen”. Dit vertrouwen, dat de Heere Zelf werkt, geeft veel steun in de strijd om de vraag of we de rechte weg wel bewandelen. Dit vertrouwen houdt immers niet in dat we de geboden middelen altijd af moeten wijzen. We hebben niet het recht om ons verstand te negeren, temeer daar het hier een hoogst ernstige zaak betreft, waarvan de gevolgen een jong leven kunnen verwoesten. Geloof en verstand zullen elkaar in deze moeten zoeken, om hand in hand elkaar ten goede te beïnvloeden en te leiden. Nu mag het ons bekend zijn dat de menselijke rede geen betrouwbare leidsman is in de grote vragen die hier op ons afkomen. “Zij heeft geen inzicht in Goddelijke zaken” lazen we in het verslag van de zogenaamde “Tafelgesprekken” van Dr. Maarten Luther. “Maar” zegt deze godgeleerde, “in een gelovige, die door de Heilige Geest met het woord wedergeboren en verlicht is, is het een schoon en heerlijk instrument Gods. Immers dan dienen en bevorderen het verstand en de kennis het geloof! En het verstand door het geloof verlicht ontvangt leven uit het geloof”. Zo alleen kan het samengaan van geloof en verstand dienstbaar zijn aan Gods eer en het welzijn van de mens. Hoe dit nu in de praktijk werkt, laat Luther ons op de volgende hen eigen wijze horen. Hij zegt: “We mogen al de (natuurlijkeaae.) gaven gebruiken, maar er niet op bouwen. David gebruikte schild, boog en zwaard, maar hij vertrouwde op God. Doch daarom wierp hij zijn wapenrusting niet weg. Geld, goederen, grote begaafdheden, kennis en kunst helpen ons niet om zalig te worden, maar als God ze geeft, mag men ze niet verachten. Betekent dit dus ook gebruiken? Is het poliovaccin een van God gegeven middel om de verspreiding van deze besmettelijke ziekte tegen te gaan? En is de besmetting een kwaad, dat wel vanwege de zonde in de schepping is doorgedrongen, maar daarom ook juist bestreden moet worden? Wiens verstand, onder biddend opzien, neigt om hierop ja te zeggen, heeft Gods Woord niet tegen.

Hiervoor leze men Leviticus 14, waar het in hoofdzaak gaat om de toepassing van voorzorgsmaatregelen tegen de verspreiding van melaatsheid, een gezwel, schurftheid, en blaren. Wie echter dit gevoelen niet deelt, stelle zich met zijn ganse hart en huis onder de bewaring van die God, “Wiens Naam een sterke toren is, voor degenen die op Hem vertrouwen”. Maar dat we ons daarbij zouden laten leiden door het apostolische vermaan: “Maar dat hij dit begere in geloof, niet twijfelende; want die twijfelt is een baar der zee gelijk, die van de wind gedreven en op-en neder geworpen wordt. Want die mens mene niet dat hij iets ontvangen zal van de HEERE”.

Daarom, wie in tijden van gevaar op iets anders vertrouwt, wat dat ook zijn moge, zal door de Heere niet onschuldig gehouden worden. Nee, de ongelovige wereldling zal nooit onschuldig uitgaan, met of zonder gebruikmaking van de middelen. Maar: “Allen, die op Hem vertrouwen, zullen NIET schuldig verklaard worden”. Zij zullen de middelen niet verachten, evenmin degenen die ze in het geloof gebruiken, omdat zij weten dat alleen God de Kenner der harten is en de Oordeler der gedachten. Moge de HEERE in al deze noden het vaste vertrouwen op Hem schenken, tot roem Zijns Naams en tot sterkte en troost van die beproefde zielen. Hij zie hen aan in het verzoenend lijden en sterven van Christus, Die ook om hun overtredingen verwond en om hun ongerechtigheden verbrijzeld is; door Wiens striemen hen genezing geworden zal. Dat we met en voor elkander in deze moeitevolle dagen mogen leven uit hetgeen we lezen in Psalm 89:

“Want God is ons ten schild in ‘t strijdperk van dit leven”.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 november 1992

Bewaar het pand | 10 Pagina's

Schuldig en toch onschuldig!

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 november 1992

Bewaar het pand | 10 Pagina's

PDF Bekijken