Bekijk het origineel

Ds. M. Vlietstra

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Ds. M. Vlietstra

40 jaren getrouwd en 40 jaren predikant.

6 minuten leestijd

Mij is verzocht een verslag te schrijven omtrent het vieren van deze 40-jarige jubilea. We willen dit gaarne doen.

Het feest is gevierd in “Het Slot” te Zeist. We hadden dit nog nooit gezien. Doch het is een koninklijke omgeving. Echt een “Slot”. Met andere woorden een groot kasteel, waar de koningin ook receptie had kunnen houden.

Aan de feestviering ging een gedenkdienst vooraf in de kerkzaal van de Evangelische Broedergemeente te Zeist. Alles was goed geprogrammeerd. We krijgen bij de ingang een liturgie aangeboden, waarop de gehele gang van zaken stond aangegeven.

Het begon met een inleidend orgelspel van de organist J.W. Baan. Hij deed zich kennen als een vaardig man op het klavier.

We begonnen met staande te zingen Psalm 105:1 en 2.

Daarna werd er een welkomstwoord gesproken door br. G. v. Brenk. Hij las voor Deut. 8:1-10 waarna gezongen werd Psalm 103:1 en 7.

Gebed volgde. De volgende samenzang was Psalm 119:45, waarna de jubilaris een meditatie hield n.a.v. het 8e vers: “En gij zult gedenken aan al de weg, die de HEERE, uw God, u deze 40 jaar in de woestijn geleid heeft.” Hij begon met te memoreren zijn eenvoudige afkomst, terwijl hij het een wonder noemde op de erve van het verbond geboren te zijn. Hij genoot een christelijke opvoeding, allemaal niet te verwaarlozen dingen, die toch zonder meer de zaligheid niet aanbrengen. Hij werd met zichzelf bekend gemaakt door middel van een opstel, dat hij op jeugdige leeftijd eens voor zijn zuster maken moest over het Nieuwe Jeruzalem. Openb. 21. Hij werd getroffen door deze woorden: “En in haar zal niet inkomen iets, dat ontreinigt en gruwelijkheid doet en leugen spreekt.,..” Dat waren de dingen die hem buitensloten, want hij ontdekte dat allemaal in zijn hart. Het bracht hem in nood en het behaagde God hem behoefte te geven aan Hem, die te zijner tijd voor de zondaren gestorven is. Deze dingen hebben zich in zijn leven verdiept, en deden bij hem de begeerte ontstaan om die enige Naam, die onder de hemel tot zaligheid gegeven is, uit te mogen dragen. Hij heeft zijn wens verkregen en dat 40 jaren mogen doen. Zij het met veel gebrek en zwakheid zijnerzijds. De Heere had hem 40 jaren gedragen en verdragen in de woestijn van het leven. Hij was niet beter dan Israel, een volk waarvan de Heere zeggen moest, dat Hij 40 jaren er verdriet van had gehad. Doch dank zij de trouw Gods, mocht hij staan tot op deze dag.

Daarom komt alleen de Heere de eer toe, Die hem tot hiertoe had geleid. Met stille aandacht werd deze persoonlijke ontboezeming beluisterd.

Orgelspel volgde, waarna gezongen werd Psalm 116:7, 10 en 11.

Na dit gedenkwaardige woord werd er gelegenheid gegeven om felicitaties uit te spreken. Een viertal sprekers was daartoe uitverkoren.

De eerste was Ds. J. v. Dijken, voorzitter van het curatorium, waar Ds. Vlietstra vele jaren in heeft gezeten. Het curatorium is een hele belangrijke zaak in het kerkelijke leven.

Men heeft toezicht op het reilen en zeilen van de Theologische Universiteit. Vervolgens voerde Ds. P. den Butter het woord namens de Classis Utrecht, terwijl hij dit ook deed namens de gemeente Driebergen waar Ds. Vlietstra consulent van is. Daarna kwam aan het woord Prof. Dr. W.H. Velema als rector van de School. Ouderling Zeedijk sloot, als 2e voorzitter van de kerkeraad van Zeist, de rij van sprekers. Hij sprak er zijn spijt over uit, dat hun geliefde voorganger voornemens is om met de ingang van het nieuwe jaar met emeritaat te gaan. Het is niet mogelijk om alle lofrijke woorden weer te geven. Wanneer ik ze samenvat, zou het zo gezegd kunnen worden:

Ds. Vlietstra was een goed mens. Hij was een goede man. Een goede vader, en goede prediker, een goede pastor, een goede curator, een goede consulent, een goede vriend. Kortom er was geen kwaad van te zeggen. En dat terwijl Ds. Vlietstra van zichzelf moet zeggen: Ik weet dat in mij, dat is in mijn vlees, geen goed woont.

Alles wat als goed van hem getuigd werd, moet daarom geschreven worden op de rekening van de genade. Gelukkig als daarin geëindigd mag worden. Want wat is de mens en wat is in hem te prijzen?

Daar wij als afgevaardigden van Bewaar het Pand geen gelegenheid hadden om hem ook onze felicitaties aan te bieden, willen we het alsnog via ons blad doen. Hij heeft sinds 1976 zitting in het bestuur van de stichting. Tweemaal per jaar verzorgt hij drie maanden de meditaties. En dan kan gezegd worden dat hij ook een goede schrijver is. Zijn meditaties worden altijd gaarne gelezen, en we hopen dat hij er nog vele zal mogen schrijven, en dat hij wat ons blad betreft, geen emeritaat aan zal vragen. Wij kennen hem persoonlijk al 46 jaar. We hebben samen op school gezeten en tegelijk eindexamen gedaan. In het kerkelijke leven hebben we beiden onze weg gevonden. We hebben hem leren kennen als een goedaardige vriend. Hij is een man des vredes. Ik geloof dat het moeilijk is, om met hem ruzie te krijgen. Zijn eenvoud is een deugd die hem siert. En zijn bescheidenheid, ondanks zijn voornaamheid, is alle mensen bekend. We hopen dat hij nog vele jaren het woord zal mogen verkondigen. Naar het woord van Prof. Velema, zal hij na zijn emeritering, gaan behoren tot het leger van de reizende predikanten, om dan het wel en het wee van het kerkelijke leven nog des te beter te leren kennen.

Gods zegen vergezelle hem en zijn vrouw in hun verdere leven.

Want al staat de vrouw in de schaduw van haar man, zij werd niettemin ook zeer geprezen, vanwege haar deugdzaamheid. En dat is altijd een goede zaak.

Na afloop van alle toespraken, werden de genodigden verzocht naar “Het Slot” te gaan, om hen met hun huwelijks- en ambtsjubileum te feliciteren. Daar werd een druk gebruik van gemaakt. Hele rijen stonden te wachten om hen de hand te drukken met toevoeging van de beste wensen. Tijdens het wachten deden de bedienden hun rondgang om de aanwezigen van de nodige verfrissingen te voorzien. Het was een gezellige drukte. Van oost en west waren vele bekenden aanwezig.

Wanklanken werden niet gehoord. We konden niet tot het einde blijven omdat we in eigen gemeente om 19.30 uur zitting moesten nemen in een forum waar gesproken werd door student G.J. Capellen over ‘k Zal gedenken: 100 jaar christelijk gereformeerd. Doch dat is een zaak die buiten dit bestek valt.

“Marten en Wouw”, zo wil ik dit verhaal besluiten, “met de kinderen, allen, namens alle panders, Gods zegen toegebeden”.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 november 1992

Bewaar het pand | 10 Pagina's

Ds. M. Vlietstra

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 november 1992

Bewaar het pand | 10 Pagina's

PDF Bekijken