Bekijk het origineel

Verontrustende ontwikkelingen (2)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Verontrustende ontwikkelingen (2)

9 minuten leestijd

Coma geeft mens een ander bewustzijn

Het kwam mij ter ore dat een jongen een bromfietsongeval had gekregen waardoor hij in coma was geraakt. Na enige tijd in coma gelegen te hebben bracht men ter sprake of het maar niet beter zou zijn de stekker eruit te trekken. Het was immers hopeloos en wat zou er eventueel nog van de jongen terecht komen.

Maar de familie verzette zich daartegen. De moeder zei dat zij geloven mocht dat haar jongen weer bij zou mogen komen. Dit is inderdaad gebeurd, hij is ontwaakt uit zijn coma. Later zei de jongen dat hij gehoord had dat men erover sprak de stekker eruit te halen. Is het niet ontzettend? Dit voorval en datgene wat ik las in “Vita Humana” Tijdschrift voor medische ethiek, uitgave van het Nederlands Artsen Verbond, bracht mij ertoe dit artikeltje te schrijven. Doel van het Nederlands Artsen Verbond is de bestudering van de ethische grondslagen van het medisch handelen en bevordering hiervan binnen de medische professie. Hierbij wordt uitgegaan van de onvoorwaardelijke onschendbaarheid en beschermwaardigheid van het leven van de mens, ongeacht het stadium en de toestand waarin die mens zich bevindt.

Een verpleegkundige

We lazen van een verpleegkundige die al vele jaren in de verpleging werkzaam is. Zij zegt dat er vroeger in de nabijheid van een comateuse patiënt nooit hardop over zijn toestand mocht worden gesproken. Het was algemeen aanvaard dat zo’n patiënt tot het laatst toe menswaardig verpleegd moest worden. De verpleegkundige stelt dan de vraag of men zich er vroeger beter van bewust was dat zo’n patiënt nog bewust zou kunnen horen en voelen dan in onze tijd.

De vraag wordt inderdaad veel gesteld of er in comateuse toestand nog sprake kan zijn van bewustzijn, dus een weten van wat er rondom de patiënt gebeurt, een in zich opnemen van bepaalde dingen die gedaan en gezegd worden en een zich herinneren van die dingen. De comateuse patiënt reageert niet meer op prikkels die van buiten komen. Als je tot hem spreekt komt er geen reactie. Als je hem knijpt komt er geen pijnlijke trek op het gelaat. Het lijkt alsof alles langs zo’n patiënt heengaat. Maar is dat ook zo?

De bovengenoemde verpleegkundige heeft een zoon die te kampen heeft met epilepsie-aanvallen. Tijdens zo’n aanval reageert hij absoluut nergens op. Al trek je hem aan zijn haren, er komt geen reactie. Je zou denken dat alles langs hem heengaat. Maar deze verpleegkundige zegt dat als haar zoon weer is bijgekomen hij heel goed heeft verstaan wat er is gezegd en wel terdege heeft gevoeld wat men met hem heeft gedaan. Het deed dan ook echt pijn, zo zegt die zoon, maar ik kon er totaal niet op reageren. Blijkbaar zit er dan tijdens zo’n aanval een bepaalde blokkade in de hersenen. Zo zou het toch ook bij langdurig comateuse patiënten kunnen zijn. Je moet er niet aan denken dat aan zulke patiënten voedsel en vocht zou worden onthouden en dat er over hun toestand wordt gepraat in hun nabijheid. Een ontstellende zaak voedsel en vocht te laten onthouden om ze zo te laten sterven.

Een gewezen patiënt

De Britse journalist Geoffrey Lean raakte vorig jaar in coma, kwam nadien bij en heeft zijn opmerkelijke ervaringen uit deze periode beschreven. We geven verkort weer wat hij heeft meegemaakt. Tien dagen voor het uitbreken van de Golfoorlog kreeg hij een scherpe pijn in de maag. Het werd noodzakelijk geacht een operatie te ondergaan. Een maand later werd hij pas wakker op de afdeling intensive care van het ziekenhuis. Door heel veel complicaties was hij na de operatie in coma geraakt. De journalist beschrijft dat hij in zijn coma niet onbewust was. Hij kon niet zien, maar wel horen en voelen. Hij voelde dat hij bewogen werd als men met hem bezig was. Ook hoorde hij dat ze tegen hem zeiden dat ze zijn bloeddruk kwamen opnemen. Hij voelde daarbij ook de band die om zijn arm werd gespannen en ook hoorde hij als er tegen hem gezegd werd dat hij een spuitje zou krijgen en merkte hij het inderdaad als dat spuitje gegeven werd, want hij voelde de naald naar binnen gaan. Als zijn vrouw op bezoek was voelde hij haar vingers tussen de zijne. Hij hoorde haar spreken. De journalist beschrijft ook dat hij wanhopig probeerde contact met zijn vrouw te krijgen. Maar hij kon zijn ogen niet open doen en kon evenmin spreken. Veel van wat er gebeurde drong tot hem door. Hij wist dat de Golfoorlog begon. Ook wist hij dat een andere specialist op een gegeven moment de behandeling overnam en ook wist hij waarvoor hij behandeld werd. Ook merkte hij tot tweemaal toe dat hij bijna overleden was. Op een gegeven moment gleed hij vanuit zijn coma de werkelijkheid weer in. Vanwege de opening die men in zijn hals had gemaakt kon hij niet spreken. Hij kan alleen de lippen, de ogen en de vingertoppen bewegen. Drie weken later kon hij weer spreken. Nog weer drie weken later kon hij een boek vasthouden om te lezen. Hij werd overgebracht naar een andere afdeling om verder te mogen herstellen. Vier maanden is hij daar behandeld. Langzaamaan leerde hij daar de dingen weer aan, die hij vroeger als vanzelfsprekend beschouwde. Het nam weken om weer te leren staan en weer te leren lopen. Nu is hij weer aan het werk en men zegt dat hij weer geheel zal herstellen. Ook al kon de man dus tijdens zijn coma niet reageren, hij heeft wel degelijk gehoord wat er gezegd werd en gemerkt wat er gedaan werd. Zelfs het uitbreken van de Golfoorlog was niet langs hem heengegaan. We mogen hieruit toch wel concluderen dat hij tijdens zijn coma kon horen en voelen. Hij had in die periode blijkbaar een ander bewustzijn.

Coma is geen hersendood

Tussen hersendood en coma is een groot verschil. In het boek “Christelijke oriëntatie in medisch-ethische onderwerpen” (Amsterdam 1992) lezen we op blz. 169: “Tenslotte zij opgemerkt dat een toestand van hersendood nooit verward mag worden met een coma. Bij een coma is de hersenstam nog intact, de patiënt kan zelfstandig ademen en er is sprake van een waak- en slaapritme. Bij comapatiënten mogen dus geen organen weggenomen worden voor transplantatiedoeleinden. Dus wie hersendood is is dood ook al worden hart en longen een aantal dagen machinaal in tact gehouden. Wie in coma ligt is niet dood. De situatie kan zeer ernstig zijn, voor omstanders uitzichtsloos lijken, de dood is nog niet ingetreden. Wie een coma-patiënt wil laten sterven, moet iets doen. Bij hersendood is dat volgens de artsen anders. Na een aantal dagen vervalt het lichaam in dusdanige mate dat dit proces door de machine niet kan worden tegengehouden. Wil men iets doen voor die paar dagen, dan zet men de machine uit. Daarmee laat men dan eigenlijk niet iemand sterven, maar de artsen laten dan de dood, die in feite al is ingetreden in de hersenen, verder het lichaam binnengaan. De machine nam kunstmatig de plaats in van de hersenen. De hersenen regelen immers de hartslag en de ademhaling. Dit deed nu de machine, terwijl de hersenen al waren uitgevallen. Wie een hersendode niet langer behandelt begaat geen overtreding tegen het gebod: Gij zult niet doodslaan. Wie een coma-patiënt de nodige zorg onthoudt, overtreedt echter wel het gebod des Heeren. Een coma-patiënt mag niet als een hersendode beschouwd en behandeld worden. Er moet daarom ook goed onderscheiden worden tussen hersendood en coma, waarbij de hersenen wel voor een groot deel beschadigd kunnen zijn, maar toch nog niet dood zijn.

Wrede barmhartigheid

U herinnert zich misschien nog wel dat we indertijd geschreven hebben in ons blad “Bewaar het Pand” naar aanleiding van het feit dat toestemming werd gegeven om voedsel en vocht te onthouden aan iemand die reeds lang in coma verkeerde met het doel die persoon te laten sterven. Dat is toen ook inderdaad gebeurd. Voedsel en vocht is onthouden en de persoon is overleden. We hebben niet van strafvervolging gelezen. Velen gaven als hun mening te kennen dat dit de juiste oplossing was. Dit was een daad van barmhartigheid die verricht was.

In het licht van bovengenoemde voorbeelden is het toch wel om van te huiveren. Als iemand in coma inderdaad kan horen en voelen, is het dan niet zeer onbarmhartig om voedsel en vocht te onthouden? Het valt niet uit te sluiten dat dit dan ook bemerkt wordt. Het valt ook niet uit te sluiten dat datgene wat bij het bed van zo’n persoon wordt gesproken inderdaad wordt gehoord, ook al kan de patiënt zelf niet terugreageren. We kunnen alleen maar besluiten met de conclusie dat de barmhartigheden der godde-lozen wreed zijn. Wie tegen Gods Woord ingaat, wie de Heilige Schrift niet tot richtsnoer neemt in al zijn handelen, ook in zijn medisch handelen, komt tot zulke dingen. Komt tot overtreding van het gebod: Gij zult Bedreigt ons niet het niet doodslaan. Blijkbaar mogen in ons vaderland mensen in coma, mensen met een ander bewustzijn, gedood worden. Wie nog kan horen en voelen leeft nog. Wie zo’n persoon doodt door voedsel en vocht te onthouden overtreedt het gebod: Gij zult niet doodslaan. Bedreigt ons niet het gevaar dat wij wennen aan het feit dat coma-patiënten gedood worden? Of mag het u werkelijk verontrusten? Bent u er bezorgd over dat het medische handelen al minder in overeenstemming is met de geboden des Heeren?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 december 1992

Bewaar het pand | 10 Pagina's

Verontrustende ontwikkelingen (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 december 1992

Bewaar het pand | 10 Pagina's

PDF Bekijken